Duitsland: over de beweging tegen de besparingen en de politieke situatie na de verkiezingen in Saksen en Brandenburg

“Beide partijen die voor het besparingsplan Hartz IV waren, hebben verloren”, stelde de regionale CDU-minister Schönbohm uit Brandenburg na de deelstaatverkiezingen. Zowel de SPD als de CDU worden afgestraft voor het beleid van sociale afbraak. De verkiezingen van vorig weekend zijn een uitdrukking van de vervreemding van alle establishmentpartijen en van de groeiende polarisatie. De maandagbetogingen en de deelstaatverkiezingen in Saksen en Brandenburg geven aan in welke economische, sociale en politieke crisis Duitsland zich bevindt en met welke snelheid veranderingen plaatsvinden.

Standpunt van de SAV, onze Duitse zusterorganisatie

In het westen stellen de arbeiders vast dat ze niet enkel tijdelijk de buikriem moeten aanhalen, maar dat de heersende klasse vastberaden is om de levensstandaard van de massa’s drastisch aan te pakken. In het oosten waar bondspresident Köhler met zijn recente uitlatingen velen voor het hoofd gestoten heeft, groeit het standpunt dat 14 jaar kapitalisme gelijk staat met 14 jaar bedrog en dat de omschakeling naar de markteconomie enkel tot massale werkloosheid en armoede heeft geleid.

De beweging tegen het besparingsplan Hartz IV is enorm groot. Wekenlang zijn tienduizenden betogers op straat gekomen en dat ondanks het feit dat de organisatoren geen enkel perspectief aanboden voor de strijd tegen Hartz en de maandagbetogingen. De terugloop van het aantal betogers wijst er niet op dat de woede verminderd zou zijn. Die cijfers maken enkel duidelijk dat de beweging voor een keuze staat en bij gebrek aan een strategie om de sociale afbraak te stoppen, kan de beweging tijdelijk een terugslag kennen.

Tegelijk zien we bij de verkiezingen een bedreiging van de neo-nazi’s, in het bijzonder van de NPD in Saksen. Die partijen konden niet van de beweging profiteren, waar de beweging sterk stond, staan de neo-nazi’s het zwakst. Het collectieve verzet verzwakt bovendien hun positie. Maar de vakbondsleiding en de PDS lieten het aan de nazi’s over om schijnbare “antwoorden” naar voor te brengen op de kapitalistische miserie. Zelf gaven ze niet aan hoe de strijd kan georganiseerd worden en hierdoor dragen ze mee de verantwoordelijkheid voor de uitslag van de NPD en de DVU.

Deelstaatverkiezingen

Na de deelstaatverkiezingen in Saarland enkele weken geleden, blijkt nu ook uit de resultaten in Brandenburg en Saksen dat de kiezers de buik vol hebben van de traditionele partijen. Zelfs de CDU die in Saarland een “overwinning” boekte, verloor in absolute cijfers 20% van haar kiezers. In Brandenburg en Saksen verloren zowel SPD als CDU. Tegenover deze achtergrond zijn er enorme mogelijkheden voor het ‘Electoraal alternatief voor sociale rechtvaardigheid’ om in het politieke vacuüm vooruitgang te boeken. Bij de verkiezingen was er nu echter geen echt links alternatief dat zich consequent tegen de sociale afbraak en besparingen verzet. De PDS kon profiteren van het vacuüm, maar veel minder dan verwacht (in Saksen won de partij 1,4% tot 23,6% en in Brandenburg ging de PDS met 4,7% vooruit tot 28%). In Saksen kan dat mee veroorzaakt zijn door de campagne van de burgerlijke media over het Stasi-verleden (geheime politie van het voormalige Oost-Duitsland) van de lijsttrekker van de PDS. Dat is wellicht een element, maar het belangrijkste is toch dat het voor de kiezers duidelijk is waar de PDS voor staat: in Berlijn en Mecklenburg-Vorpommern zet de partij mee het besparingsplan Hartz en de sociale afbraak om in het lokale beleid, terwijl ze er anderzijds ook tegen betogen.

Gevaar van neo-nazi’s

De leider van de NPD in Sachsen, Apfel, ‘viert’ de overwinning van zijn partij en brengt daarbij de Hitlergroet. De nationale partijleider, Voigt, kijkt goedkeurend toe.

In de mate dat de linkerzijde en de arbeidersbeweging er niet in slaagt het politieke vacuüm te vullen, is er ruimte voor extreem-rechts om aan invloed te winnen. De pogingen van de fascisten om in verschillende steden deel te nemen aan de maandagbetogingen, dat was o.a. het geval in Leipzig, waren een eerste waarschuwing.

De DVU haalt in Brandenburg 6,1% (+0,8%) en blijft hierdoor in het deelstaatparlement zetelen. Het resultaat van de NPD in Saksen is echter opvallender. Daar haalde de partij 9,2% (+ 7,8%), wat overeenkomt met 192.000 stemmen.

De NPD steunt zich daarbij op een uitgebouwd kader in Saksen en de partij zal dat kader en haar lokale inplanting wellicht kunnen versterken door het huidige verkiezingsresultaat. Voor het eerst in de geschiedenis komt hierdoor een extreem-rechtse partij in een deelstaatparlement zonder de steun van rijke eenzaten (zoals de DVU). De NPD verbindt de strijd van de openlijke fascisten op straat met haar aanwezigheid in het deelstaatparlement.

De lokale inplanting en de mogelijkheden voor extreem-rechts blijken ook uit de hoge scores die ze behaalden onder jongeren. Onder de 18 tot 29-jarigen haalde de NDP volgens peilingen 21%.

De hoge score van extreem-rechts geeft aan dat de sociale crisis – die erg scherp is in Oost-Duitsland – een grondig antwoord verlangt. Iedere vorm van verzet tegen extreem-rechts moet daarom verbonden worden met een antwoord op de sociale miserie en het kapitalisme. Het moet duidelijk gemaakt worden dat de nazi’s op die problemen geen antwoord hebben. We moeten benadrukken dat slogans van de NPD tegen Hartz IV leugens zijn en dat de NPD in haar programma voor de deelstaatverkiezingen in Saksen in 1999 nog stelde dat de partij opkwam voor een harde aanpak van de werklozen met het afbouwen van de werkloosheidsuitkering.

De beweging tegen Hartz heeft het potentieel om doorheen een gezamenlijk verzet en met een socialistisch programma, niet enkel Hartz te bestrijden maar ook de nazi’s met hun schijnalternatieven. Jammer genoeg worden de betogingen door de vakbondsleiding niet aangegrepen om een mobilisatie op te zetten. De vakbondsleiding geeft steeds weer toe aan de druk van de regering en het patronaat.

De burgerij predikt haar logica: de logica dat Duitsland (ze bedoelen hun eigen winsten) aan de wereldtop kan staan door in vergelijking met andere landen goedkoper te produceren. De leiding van de DGB (vakbondsfederatie) en de PDS aanvaarden die logica. Bij bepaalde delen van de bevolking leidt die logica echter tot openheid voor de duidelijkste politieke vertaling ervan: het nationalisme en de racistische hetze van de NPD en de DVU. De vakbondsleiding waagt zich niet aan een consequente, en dus anti-kapitalistische, verdediging van de belangen van haar leden tegenover de aanvallen van de regering en de werkgevers. Dat laat ook een openheid voor de neo-nazi’s om zich als “anti-kapitalistisch” alternatief naar voor te brengen.

Beweging op een keerpunt

Als het van de vakbondsleiding afhangt, dan is het gedaan met de maandagbetogingen. De burgerlijke media schrijft de beweging nu reeds af. Maar bij de laatste maandagbetogingen deze week trokken nog steeds tienduizenden betogers de straat op in meer dan 200 steden. De stemming wordt radicaler. In Leipzig worden de laatste weken geregeld slogans geroepen voor een algemene staking. In Berlijn wordt de vraag gesteld naar acties in de bedrijven en werkplaatsen. Het is duidelijk dat betogingen op zich de besparingsplannen niet zullen stoppen. Hierdoor stelt zich de vraag of een tijdelijke terugtocht van de beweging kan verhinderd worden en of een daadwerkelijke uitbreiding van de beweging mogelijk is.

Vakbondsleiding heeft een enorme verantwoordelijkheid

We moeten nagaan waarom de beweging vandaag niet verder groeit. De verantwoordelijken hiervoor zitten in de leidinggevende kringen van de vakbonden. Met 7,4 miljoen leden zijn de vakbonden potentieel de sterkste organisaties in de samenleving. Maar de leiding van de vakbondsfederatie DGB weigert om op te roepen voor de maandagbetogingen, daadwerkelijk te mobiliseren en zelfs om de nationale betoging van 2 oktober in Berlijn te ondersteunen.

In haar verklaring van 7 september neemt de DGB-leiding niet eens een standpunt in tegen Hartz IV. De vakbondsleiding stelt dat ze “positieve” zaken ziet, zoals de aangekondigde verbetering van de arbeidsbemiddeling, de “oprichting van job-centra” en de mogelijkheden die aan jongeren zouden geboden worden om een opleiding te krijgen om gemakkelijker werk te vinden. In plaats van verzet tegen de plannen, aanvaardt de DGB-leiding de besparingen en eist ze slechts een aantal “correcties”!

Het is nodig dat er een gezamenlijke strijd komt van werkenden en werklozen. Door een radicale arbeidsduurvermindering in plaats van arbeidsduurverlenging en door een investeringsplan van de overheid voor het onderwijs, de sociale zekerheid en de gezondheidszorg kunnen miljoenen nieuwe en degelijke arbeidsplaatsen gecreëerd worden. Daartoe moet de kracht van de werkenden in de bedrijven verbonden worden om gezamenlijk te betogen. Dat is een fundamenteel andere optie dan wat de DGB-leiding doet: haar vrienden in de rood-groene regering tevreden stellen.

Schröder speelt het hart(z)

In tegenstelling tot de DGB-leiding vanuit hun ivoren toren in het hoofdkwartier van de vakbond in Berlijn, hebben honderdduizenden werklozen en werkenden de strijd wel opgenomen tegen Hartz IV als sluitstuk van Agenda 2010 en verzetten ze zich tegen de aanval op de sociale zekerheid en de uitbreiding van het aantal slecht betaalde jobs.

Schröder en de roodgroene nationale regering hebben nadrukkelijk gemeld dat ze zullen vasthouden aan Hartz IV. Als bereidwillige marionetten van het grootkapitaal willen ze de winsten voor de bedrijven veilig stellen op de rug van de arbeiders en de werklozen. De voorbije jaren waren er in verschillende kapitalistische landen harde besparingen en de regering baseert zich op die ervaringen. Drie weken geleden waren de voormalige Nederlandse premier Wim Kok en de Zweedse premier Göran Persson uitgenodigd bij de Duitse regering om de SPD en de Groenen te laten delen in hun ervaring.

Vorige week werd door de patroonsfederatie BDI (Bundesverband der Deutschen Industrie) gepleit voor het afschaffen van de werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid. BDI-voorzitter Michael Rogowski stelde in het blad ‘Die Zeit’: “Ondernemers zullen arbeid verschaffen, terwijl de werkenden de sociale zekerheid en het gezondheidssysteem zelf financieren.” Tegenover een mogelijk einde van de zwakke economische groei, die uitsluitend toe te schrijven was aan de export, is het patronaat bezig met het voorbereiden van een nieuw offensief.

Het aantal sociale conflicten neemt toe

De heersende klasse maakt gebruik van de door de vakbondsleiding beloofde “sociale vrede” om haar eisen versterkt naar voor te brengen. Bij Volkswagen wordt voorgesteld om de lonen te bevriezen ofwel om de 30.000 arbeidsplaatsen te laten afnemen. VW hoopt 30% van de loonkosten te besparen. Bij Opel wordt een 40-urenweek zonder loonsverhoging ingevoerd. In de openbare diensten komt er een arbeidsduurverlenging en een besparing op het vakantiegeld.

Tegelijk betoogden in Hamburg op 2 september zo’n 8.000 arbeiders en gepensioneerden tegen een besparingspakket van 50 miljoen euro, in Hannover betoogden op 11 september zo’n 10.000 arbeiders. Vooral de protestacties van arbeiders van Daimler maakten duidelijk hoe groot de actiebereidheid is. Op 15 juli waren er 60.000 deelnemers aan een actiedag. In Mettingen bij Stuttgart hielden 2.000 arbeiders de autosnelweg B10 een tijdlang geblokkeerd. 7.000 arbeiders waren in Stuttgart aanwezig toen een ondernemingsraad plaats vond voor alle vestigingen en de directie werd er uitgejouwd. Maar ook hier werd door de vakbond IG Metall toegegeven en werd uiteindelijk ingestemd met een besparingsronde.

De druk opdrijven vanuit de bedrijven

Op 16 september organiseerde de SAV een actie aan het secretariaat van de vakbond in Berlijn. Een 50-tal vakbondsleden en werklozen riepen de vakbondsleiding op om initiatieven te nemen om de maandagbetogingen en het verzet tegen het asociaal beleid te versterken.

Tegenover de kleiner wordende maandagbetogingen, is het nodig om een verdere strategie te bediscussiëren. Bredere acties zullen nodig zijn en onafhankelijke actiecomités waarin activisten samen de discussie kunnen voeren, een balans opmaken van de acties en volgende stappen bespreken. Op die basis kan het protest tegen de besparingen en het verzet tegen de aanvallen op bedrijfsvlak samengebracht worden.

Betogingen op zich volstaan niet, het establishment kan betogingen uitzitten. Om de grootst mogelijke druk te zetten op het patronaat en haar handlangers in de regeringen, moet naar het wapen van de stakingen gegrepen worden. Het beste scenario zou een gemeenschappelijke 24-urenstaking zijn: tegen Hartz IV, tegen de arbeidsduurverlenging en tegen ontslagen. Dat zou de taak moeten zijn van een vakbondsleiding die zich met handen en voeten weert tegen de aanvallen. Daarom is het noodzakelijk dat er strijdbare oppositiegroepen binnen de vakbonden uitgebouwd worden om binnen de vakbonden de strijd aan te gaan voor een andere syndicale koers en om initiatieven van de basismilitanten sterker te kunnen ontwikkelen. De eerste voorbeelden zijn er: op 6 september was er bij de werknemers van het tijdschrift Ostsee in Rostock een “actieve middagpauze” tegen de besparingsplannen. Op 2 september werd in Hamburg opgeroepen voor de organisatie van stakingen.

Als de leiding van de vakbonden blijft vasthouden aan haar standpunt, zal er een nationale stakings- en actiedag van onderuit worden georganiseerd met regionale of lokale stakingen om zo de druk te verhogen.

2 oktober: nationale betoging

Op 2 oktober is er een nationale betoging in Berlijn tegen Hartz IV. Die betoging biedt de mogelijkheid om verschillende protestacties samen te brengen en het verzet te bundelen. Maar ook hier zien we dat de vakbondsleiding een hinderpaal vormt en de actie wil tegenhouden. De impact van de beweging tegen Hartz was nog te zwak binnen de vakbonden om de noodzakelijke druk uit te oefenen om vanuit de basis de leiding op andere gedachten te brengen. Veel werklozen en de arbeiders die op individuele basis deelnemen aan de betogingen, zagen het verband met de bedrijven niet. De georganiseerde linkerzijde en de linkerzijde binnen de vakbonden moeten daarbij hun verantwoordelijkheid nemen.

Twee weken voor 2 oktober is het echter zo dat in weinig steden in het Westen in bedrijven gemobiliseerd wordt voor 2 oktober of dat naar een staking toegewerkt wordt. Nochtans is het mogelijk dat er een betoging komt met tienduizenden deelnemers. Met een massale mobilisering en een strijdbare betoging, zou een beter beeld gegeven worden van de gezamenlijke kracht bij acties en zou dit verder aangemoedigd worden. Dat zou de basis kunnen vormen voor het opdrijven van het verzet en leiden tot stakingsacties.

Daarom komen wij op voor:

> een campagne van vakbondsmilitanten om de vakbondsleiding te verplichten een mobilisatie op gang te brengen en deze onder druk te zetten om bussen en vervoer te organiseren naar de betoging van 2 oktober

> het bijeenroepen van delegees en militanten om de acties te bespreken en bekend te maken, bijvoorbeeld tijdens acties bij de middagpauze

> het organiseren van protestacties aan vakbondslokalen zoals in Berlijn op 16 september

> mobilisatie in alle bedrijven en actiecomités in de wijken en van de werklozen

Delen: Printen: