Crisis en revolte in Latijns-Amerika

Eind juli bracht de zomerschool van het CWI zo’n 350 mensen samen uit 14 verschillende landen, waaronder ook Brazilië en Venezuela. De discussie over Latijns-Amerika, waaraan ruim een dag werd besteed, was één van de belangrijkste discussies.

Tina Degreef

Regimes in crisis

Het hele continent is in beweging en verkeert in crisis,hoewel de diepte van de crisis van land tot land verschilt. De textiel-industrie is bijna integraal gedelokaliseerd naar India en China. Staten moeten enorme schulden afbetalen. In Peru, bijvoorbeeld, wordt momenteel 35% van het budget aan afbetaling van schulden besteed.De natuurlijke rijkdommen van Latijns-Amerika zijn grotendeels in handen van de kapitalisten terechtgekomen.

Bijna overal zien we de kenmerken van een regime in crisis, soms zelfs met prérevolutionaire elementen. Hoewel Chili en Mexico momenteel de meest stabiele regimes van Latijns-Amerika hebben, waren er in Chili onlangs 2 algemene stakingen. De regering Fox in Mexico loopt op haar laatste benen.

In Bolivië werd president Sanchez de Losada afgezet omdat hij gas wou verkopen aan de VS. Carlos Mesa – zijn opvolger – probeert deze plannen, ondanks enorme tegenstand, toch door te voeren.

In Haïti is het gemiddeld inkomen van de hele bevolking slechts 1 dollar per dag. Aristide – die het anti-imperialisme enkel in woorden promoot – moest in ballingschap gaan. In Peru is Toledo momenteel de minst populaire leider van heel Latijns-Amerika. Enkele weken geleden was er een betoging tegen hem, die spijtig genoeg geleid werd door Garcia van de burgerlijke oppositie.

De revolte in Venezuela weerspiegelt de afkeer van de neoliberale politiek van de laatste decennia in heel Latijns-Amerika. De officiële werkloosheid is er gestegen van 12% tot 17%. De arme bevolking, die erg gepolitiseerd raakte, bracht de linkse populist Hugo Chavez in 1998 aan de macht. Chavez’ verdienste is dat hij – onder druk van de massa’s – reeds 3500 dokters stuurde naar mensen die nog nooit een dokter hadden gezien, de grondwet veranderde zodat landeigenaars land verloren, de olie terug onder overheidscontrole bracht.

Ook reizende supermarkten met goedkoop voedsel en een nieuw genationaliseerd telecombedrijf zijn recente initiatieven van Chavez. Om deze toegevingen te doen, is Chavez afhankelijk van de hoge olieprijzen. Momenteel is Venezuela met 3,1 miljoen vaten per dag de vijfde olieproducent in de wereld. Deze hervormingspolitiek is echter op lange termijn niet houdbaar, op basis van het kapitalisme. De burgerij, die de controle over het staatsapparaat gedeeltelijk is kwijtgeraakt, haat hem bovendien voor het feit dat hij op een aantal terreinen toegaf aan de druk van de massa’s. Dit is een gevaarlijke situatie voor het imperialisme. Om fundamenteel tegemoet te komen aan de eisen van de massa’s en om hun levensstandaard te verhogen, moet gebroken worden met het kapitalisme. In tegenstelling tot Chili en andere landen in de buurt, heeft Venezuela nooit een traditie van socialisme of communisme gekend. Chavez zelf grijpt niet de kans om voor een echte socialistische revolutie te mobiliseren: hij wil een meer “menselijk kapitalisme” installeren.

Geen verzoening mogelijk met rechtse oppositie

Chavez wil revolutie en contra-revolutie met elkaar verzoenen. Hij balanceert tussen de druk van de Venezolaanse massa’s, enerzijds, en de burgerij en het imperialisme, anderzijds. Pogingen tot verzoening met de rechtse oppositie zullen de beweging onder de massa’s echter demoraliseren. Alleen een revolutionaire partij – een beslissende voorwaarde voor een revolutionaire overwinning: de subjectieve factor – is in staat om de massa van de bevolking naar revolutie te leiden. Enkel een totale verandering van de maatschappij, waarbij wordt gebroken met kapitalisme, zal een oplossing kunnen bieden voor de huidige crisis en komaf maken met werkloosheid en armoede.

De massa’s kennen nu al een belangrijke graad van zelforganisatie, in volksvergaderingen en de zogenaamde Bolivariaanse Cirkels die door Chavez werden opgezet. Deze organen zouden moeten worden uitgebreid naar alle lagen van de onderdrukten, en omgevormd tot reële organen van arbeidersmacht. Volksvergaderingen in de bedrijven en de wijken zouden zich moeten baseren op principes van arbeidersdemocratie: verkiesbaarheid, permanente afzetbaarheid van vertegenwoordigers, het niet meer verdienen dan het gemiddelde loon door verkozenen,…

De bevolking zou, doorheen dit soort vormen van zelforganisatie, bewapend moeten worden, om zich te beschermen tegen nieuwe pogingen tot staatsgreep of gewelddadige contrarevolutie. Bewapening op zich is echter geen garantie voor de overwinning, daarvoor is ook een echt socialistisch programma nodig. De oproep van Chavez om “de bevolking te bewapenen” bleef enkel bij woorden. Op die manier, en als er geen echte revolutionaire partij ontwikkelt, kan een contrarevolutie niet verslagen worden.

Het leger in Venezuela bestaat hoofdzakelijk uit arbeiders die duidelijk de druk van de maatschappij weerspiegelen. Deze situatie is enigszins vergelijkbaar met die van het leger tijdens de Anjerrevolutie in Portugal. De “Beweging van Gewapende Krachten” in Portugal stond qua programma en socialistische elementen wel veel verder dan de beweging vandaag in Venezuela.

Zo’n revolutionaire partij om de massa’s naar een overwinning te brengen, ontbreekt tot op heden in Venezuela. Alle positieve maatregelen die tot nu toe werden doorgevoerd door Chavez, werden hoofdzakelijk doorgevoerd vanuit de top van het regime. De Bolivariaanse Cirkels vormen steunpunten in de maatschappij voor Chavez en zijn regering, maar er zijn dikwijls pogingen om ze van bovenuit te controleren.

Toen onlangs een vertegenwoordiger moest gekozen worden in een van de Bolivariaanse Cirkels probeerde de regering haar eigen figuur naar voor te schuiven, wat op protest van de arbeiders stootte, die zelf iemand naar voor schoven. Er is van onderuit een grote druk naar democratisering van deze organen, waar nu al een laag van de massa’s in is samengebracht.

Oppositie verliest referendum in Venezuela

De reactie van Chavez na het referendum dat midden augustus plaatsvond – over het al dan niet aanblijven van Chavez – getuigt van zijn niet aflatende pogingen om revolutie en contrarevolutie met elkaar te verzoenen. Nu de uitslag, na een enorme opkomst, echter bekend is – Chavez won met 58,25% van de stemmen, slechts 41,74% stemden voor zijn afzetting – legt de oppositie zich er niet bij neer. Ze start een onderzoek naar fraude door de regering.

Meteen nadat de uitslag bekend werd, daalden de olieprijzen op de beurs van New York. In de feiten stuurt Bush aan op een periode van kalmte. Zeker met de stijgende olieprijzen en het belang van Venezuela als olie-producent voor de VS, gekoppeld aan de problemen met de Irak-oorlog, kan zijn regering zich geen ernstige instabiliteit in Venezuela veroorloven.

Brazilië: nieuwe partij

In Brazilië is momenteel de sociaal-democratische PT van Lula aan de macht. Lula was zelf niet rijk en kwam op met beloftes als land aan de landlozen. Vlak nadat hij aan de macht kwam, viel hij echter zijn basis aan. Eén van de maatregelen die Lula aankondigde was dat ambtenaren 12 jaar langer moesten werken voor een kleiner pensioen. Onder Lula is er een enorme werkloosheid, meer mensen dan voorheen hebben momenteel honger en 4 parlementsleden die vasthielden aan het oorspronkelijk programma van de PT werden uit de partij gezet. De Lula-regering is gewoon een voortzetting van de vorige regering, die de politiek van het IMF volgde.

De 200.000 jobs voor jongeren die Lula beloofde, zijn er niet gekomen. Bovendien speelt Lula lokaal een imperialistische rol. Hij helpt ook gewillig mee aan de oorlog in Irak, om zo een zitje in de VN-Veiligheidsraad te bemachtigen.

Onlangs startte in Brazilië de opbouw van een nieuwe partij: de PSol (Partij voor Socialisme en Vrijheid), als reactie tegen het rechtse beleid. Onze sectie in Brazilië helpt mee aan de oprichting. Deze partij heeft veel groeimogelijkheden. Het programma alleen – dat sterke revolutionaire elementen bevat, in de partij zijn er echter ook voorstanders van een Keynesiaans reformisme aanwezig – is stevig, maar niet voldoende: actie is nodig. Binnen PSol is er ook een voorstel tot het invoeren van erg democratische statuten. De impact van een potentieel massale arbeiderspartij als de PSol is belangrijk voor heel Latijns-Amerika. Aan de lokale vergaderingen die aan de oprichting van de nieuwe partij voorafgingen, namen in totaal 20.000 mensen deel.

Het gevecht dat op dit moment gaande is tussen revolutie en contra-revolutie in Latijns-Amerika is van belang voor heel de wereld.

Delen: Printen: