Home / Op de werkvloer / Petrochemie / Bayer. Het relaas van een patronaal offensief en het succesvolle syndicale antwoord

Bayer. Het relaas van een patronaal offensief en het succesvolle syndicale antwoord

Eind 2009 werd een grootschalig offensief gevoerd tegen de arbeids- en loonsvoorwaarden van de arbeiders en baremieke bedienden bij het Antwerpse chemiebedrijf Bayer. De discussie werd in de media gevoerd door de vertegenwoordigers van de patroonsfederaties en de traditionele politici. Allemaal waren ze het roerend eens: de arbeiders en bedienden moesten inleveren, zoniet dreigde een sluitingsscenario waardoor 850 jobs zouden verdwijnen.

De Antwerpse Bayer-vestiging maakte in 2008 191 miljoen euro winst, 18% meer dan een jaar voordien. De winsten kwamen vooral uit financiële activiteiten. Het resultaat uit productie nam af tot ongeveer 25 miljoen euro in 2008 of 2,5% op een omzet van bijna een miljard euro. In 2009 zal het resultaat uit productie hoger hebben gelegen. De productiviteit (toegevoegde waarde per werknemer) verdubbelde sinds 2005.

In 2008 had Bayer een reële belastingsvoet van 10,02%. De notionele intrestaftrek leverde het bedrijf volgens de bedrijfsrevisoren zowat 55 miljoen euro op. Na het verminderen van de arbeidstijd tot 33,6 uur per week in 2004 kreeg de directie meer dan 6 miljoen euro RSZ-verminderingen.

In 2008 kregen de aandeelhouders 3,7% extra waardoor wereldwijd 1,07 miljard euro het bedrijf verliet. Dat geld werd opgestreken door beleggers die aandelen van Bayer in handen hadden.

De vakbonden en het personeel bij Bayer hebben zich verzet tegen de voorstellen van de directie om de lonen en arbeidstijd aan te pakken. Ze zijn moedig ingegaan tegen het offensief in de media. Hierop moest de directie terugkrabbelen. De vastberaden houding van het personeel, daarin gesteund door de collega’s uit de sector en die van de Duitse vestiging in Uerdingen, heeft resultaat opgeleverd. Dit vormde een keerpunt: na een lange periode waarin de syndicale strategie in zowat ieder bedrijf er uit bestond om de besparingen en afdankingen te aanvaarden. Wij doen het relaas van de arbeiders van Bayer.

Wat wou de directie?

De directie stelde voor om de arbeidstijd op te drijven. In eerste instantie van 33,6 naar 35,25 uur per week. Volgens de directie was dit noodzakelijk om het bedrijf concurrentieel te houden. Er werd gewezen op de overproductiecapaciteit inzake polycarbonaat, waarbij ofwel in het Duitse Uerdingen ofwel in Antwerpen zou moeten worden afgebouwd.

De verhoging van de arbeidstijd werd voorgesteld als het louter inleveren van 14 (in het tweede voorstel 10) compensatiedagen. Bovendien werd meteen gesteld dat er voor nieuwe medewerkers een arbeidsduur van 38 uur (in het tweede voorstel 36) zou komen.

Verder stelde de directie voor om van vijf ploegen naar vier te gaan. Dat werd als een louter organisatorische maatregel naar voor gebracht, maar het heeft wel verregaande gevolgen voor het werkritme en het opent ruimte voor verdeeldheid onder het personeel.

Een vijfploegenstelsel houdt in dat er 20 dagen wordt gewerkt in een cyclus van 35 dagen. Er zijn geen extra compensatiedagen (ADV-dagen) omdat deze reeds verrekend zitten in de cyclus. Bij een vierploegenstelsel wordt 20 dagen op 28 gewerkt of een werkweek van 42 uur waarbij de arbeidstijd wordt geregeld met ADV-dagen. Het aantal ADV-dagen zou daarbij lager liggen voor nieuwe werknemers.

Tenslotte wilde de directie een totale loonstop met aanvankelijk zelfs geen indexaanpassingen gedurende vier jaar.

Overleg versus chantage

Arbeidersbeweging heeft eigen media nodig

Eind november waren er enkele opvallende krantenkoppen. De Gazet van Antwerpen bracht op haar voorpagina “Bayer: inleveren of sluiten”, Het Laatste Nieuws had het over “onderhandelingen van de laatste kans”, De Morgen schreef: “Vakbond Bayer speelt met vuur” en De Standaard vatte samen: “Bayer Antwerpen bedreigd.”

Toen de directie erkende dat er geen sprake was van een sluitingsscenario, was dit nieuws hoogstens goed voor kleine stukjes op de binnenpagina’s. Wie de kranten slechts oppervlakkig leest, kreeg een duidelijke boodschap: de vakbonden zijn onverantwoord en worden tot de orde geroepen door verantwoorde politici als Kris Peeters. Er was in de media geen enkele ruimte voor een kritisch standpunt en er werd amper geluisterd naar het syndicale standpunt.

De media lieten zich gebruiken door de directie die via deze weg het sociaal overleg wou vermijden. Dat is geen nieuw fenomeen. De Antwerpse chemiepatroons doen allemaal beroep op de Gazet van Antwerpen om besparingen of afdankingen aan te kondigen. Eind juni 2006, vlak voor de zomervakantie, liet de directie van Agfa-Gevaert in die krant aankondigen dat er 1000 jobs bedreigd waren. Begin 2008 werd nogmaals dezelfde weg gevolgd om aan te kondigen dat 250 jobs moesten verdwijnen. De media werden telkens gebruikt om de druk op het personeel op te voeren door het nieuws breed te verspreiden, ook onder familieleden en vrienden. Hierdoor wordt de discussie uit de onderneming weg gehaald en wordt tegelijk het sociaal overleg ondermijnd.

De afwezigheid van sterk uitgebouwde arbeidersmedia laat zich voelen, alle traditionele media volgen de patronale agenda (wat niet verbazingwekkend is: deze media zijn ook eigendom van het patronaat). Bij de opbouw van de georganiseerde arbeidersbeweging speelden eigen media steeds een belangrijke rol. De vakbonden maken vandaag onvoldoende gebruik van de mogelijkheden: de syndicale bladen zijn niet levendig en verschijnen maar om de week (ACV) of twee weken (ABVV) en de websites van de vakbonden bieden doorgaans amper een beeld van de standpunten en de werking op de werkvloer.

We hebben nood aan onze eigen media. Ons maandblad en de website socialisme.be willen daar een bijdrage aan leveren door te berichten vanuit de arbeidersbeweging. We willen ruimte bieden voor standpunten van strijdbare delegees en activisten. Daarnaast willen we ook ideeën aanbieden waarmee stappen vooruit kunnen worden gezet. Tegenover de dagelijkse stroom van desinformatie door de traditionele media, zijn arbeidersmedia meer dan noodzakelijk.

De directie koos ervoor om het overleg met de vakbonden te ontwijken. Op een bijzondere ondernemingsraad op 14 oktober was er nog geen sprake van een herstructurering, er werd enkel gesteld dat er iets moest worden gedaan aan de concurrentiepositie van Bayer en dat daartoe 7 miljoen euro moest worden bespaard op de personeelskosten. Dat komt neer op ongeveer 10% van de personeelskosten (die zelf slechts goed zijn voor 8,6% van de bedrijfskosten van Bayer).

Op dat ogenblik werd geen enkel concreet voorstel gedaan, maar toch wou de directie op twee weken tijd tot een akkoord komen. Uiteindelijk was er één bespreking (op 12 november) waarop de hoger vermelde voorstellen van de directie werden gedaan. De vakbonden stelden dat dit onaanvaardbaar was en er werd een verzoening aangevraagd.

De directie verklaarde aan het personeel dat de discussie “hoogdringend” was, ook al bleek uit syndicale contacten met de collega’s in Duitsland dat daar andere dingen werden verteld: dat er geen sprake was van hoogdringendheid, dat de productie in Antwerpen zou blijven en dat er in Uerdingen flexibeler zou worden gedraaid.

Omwille van de syndicale opstelling besloot de directie om andere middelen in te zetten. Op 24 november werd een schrijven gericht aan alle Antwerpse personeelsleden waarin werd gesteld dat de Duitse directie “dit jaar” nog een beslissing zou nemen om de overcapaciteit te beperken. De directie voegde er aan toe dat het personeel daarom een “inspanning” moet doen in ruil voor een werkzekerheidsgarantie voor vier jaar en investeringen.

Om de druk nog wat op te drijven, werd een extra middel uit de kast gehaald. De Gazet van Antwerpen maakte haar reputatie als spreekbuis van het chemiepatronaat waar. Op 27 november kopte de krant op haar voorpagina: “Bayer: inleveren of sluiten”. Volgens de krant was de geplande verzoening dezelfde dag een “laatste kans” aangezien het voor de directie “inleveren of sluiten” was.

Op de verzoeningsvergadering deed de directie een lichtjes afgezwakt voorstel (10 in de plaats van 14 dagen compensatiedagen inleveren, loonstop maar wel indexering, het vierploegensysteem aanpassen en een 36-urenweek voor nieuwe werknemers). De vakbonden gingen niet akkoord en de verzoening mislukte.

De chantage met de Gazet van Antwerpen volstond blijkbaar niet. Bijgevolg werden andere middelen gezocht en gevonden in regeringskringen. Na een nationaal media-offensief op 28 november kwam Vlaams minister-president Kris Peeters op 29 november in de Zevende Dag zeggen: “De vakbonden bij Bayer moeten hun verantwoordelijkheid opnemen en mee zorgen voor de toekomst van de werkgelegenheid.” Wellicht hoopte Peeters om na Opel en DHL eens positief nieuws te kunnen aankondigen indien Bayer effectief de geplande nieuwe investeringen zou bekend maken.

Peeters werd snel bijgetreden door vertegenwoordigers van patronaatsorganisaties. Een woordvoerder van de federatie van chemiepatroons Essenscia verklaarde dat er een oplossing moest komen voor de Antwerpse Bayer-vestiging en dit “via een aanpassing van de arbeidsduur van 33,6 naar 35,25 uur per week zoals door de directie voorgesteld op de verzoeningsvergadering.” Vanuit het VBO werd uiteraard instemmend gereageerd. Van de zogenaamde “oppositiepartijen” moest niet veel beter worden verwacht. Zo stelde Lijst Dedecker dat “de vakbonden het sociaal overlegklimaat zo verbrodden dat ze een bedreiging vormen voor de werkgelegenheid.”

Het front was nu compleet. De directie kreeg de vakbonden niet mee en besloot om de druk op te voeren in samenspraak met de collega-patroons uit de sector, de politieke verantwoordelijken (waarbij Kris Peeters als voormalig voorzitter van Unizo goede banden heeft met het patronaat) en de vrienden van de media. In het zakenblad Trends werden de overheid en de nationale vakbondstop opgeroepen om “de bonden van Bayer onder druk te zetten” aangezien deze “hoe dan ook” moesten “verplicht worden om in te binden.”

Het doel was om de vakbonden buiten spel te zetten, de druk op het personeel op te voeren en via die weg de vakbonden tot toegevingen te dwingen. Dat was geen sociaal overleg maar pure chantage.

Syndicaal antwoord

De vakbonden hebben meteen gereageerd op de voorstellen van de directie. Er werd na de bijzondere ondernemingsraad van 14 oktober een uitgebreid standpunt opgemaakt waarin ABVV en ACV duidelijk maakten waarom inleveren geen optie is. Het feit dat dit pamflet van beide vakbonden uitging, was geen alleenstaand gegeven, op ieder ogenblik werd gewaakt over de syndicale eenheid.

Er werd in het pamflet gewezen op de grote winsten van Bayer (191 miljoen euro in 2008!) en ook op het feit dat de vermindering van de arbeidsduur net werd ingevoerd om jobverlies tegen te gaan door het beschikbare werk te herverdelen. Sinds de jaren 1980 waren er al meerdere arbeidsduurverminderingen in de plaats van loonsverhogingen om op die manier jobverlies tegen te gaan.

Door het personeel de afgelopen jaren systematisch te informeren over de financiële staat van het bedrijf (inclusief van de lonen van de topmanagers) en de discussie aan de basis aan te gaan, wisten de vakbonden dat er een grote steun was voor een principieel verzet tegen inleveringen op de arbeids- en loonsvoorwaarden. Alle standpunten van de syndicale delegatie werden opgemaakt na het informeren en betrekken van het personeel.

Na de mislukte verzoening organiseerden de vakbonden ongeveer 25 infosessies om iedereen van de shiftploegen en controlekamers te kunnen bereiken. De reactie van de overgrote meerderheid van de 260 volcontinue arbeiders en bedienden was overduidelijk: een terugkeer naar een vierploegensysteem was onaanvaardbaar. Er werd tevens een personeelstoelichting gehouden met 300 aanwezigen. Uit deze bijeenkomsten bleek dat het personeel achter het syndicale standpunt stond, ook al was er tijd en geduld nodig om tegen de mediagolf in te gaan. Het feit dat het personeel achter de delegees bleef staan, vormde een kantelpunt. Het patronaal idee om de vakbonden buiten spel te zetten (bijvoorbeeld met een referendum) moest noodgedwongen achterwege worden gelaten.

Naast het informeren en discussiëren op de werkvloer, werd ook gewerkt aan solidariteit en eenheid met de collega’s van andere bedrijven in de Antwerpse scheikunde en met de collega’s van het Duitse Uerdingen. Uiteraard wisten de delegees van andere scheikundige bedrijven dat zij na Bayer aan de beurt zouden komen voor gelijkaardige maatregelen. Er werd een syndicale verklaring opgemaakt waarin werd overeengekomen dat er in de sector geen enkele overeenkomst met een vermindering van de arbeids- en loonsvoorwaarden zou worden gesloten.

Op de ABVV-betoging van 4 december werden de militanten van Bayer op het podium gevraagd en sprak voorzitter De Leeuw zijn uitdrukkelijke steun uit voor hun opstelling om geen enkele inlevering te aanvaarden. Op hetzelfde ogenblik ondernam de directie nog een laatste poging. Het personeel werd bijeengeroepen tijdens de ABVV-betoging – zodat de directie zeker was dat er geen ABVV-afgevaardigde aanwezig was. De aanwezige ACV-afgevaardigden dienden hierop de directie van antwoord.

Directie moet toegeven

Uiteindelijk moest de directie toegeven. Er werd duidelijk gemaakt dat er tijd zou worden uitgetrokken voor onderhandelingen over de toekomst van Bayer, waarbij niet aan de arbeids- en loonsvoorwaarden zou worden geraakt. Deze conclusie van het overleg op 3 december werd door de bonden aan de media bekend gemaakt. Dit was geen voer voor grote krantenkoppen.


ABVV-delegee Levi Sollie: “Waarom wij neen hebben gezegd”

Op 15 december hield LSP-Antwerpen een open bijeenkomst waarop ABVV-delegee Levi Sollie sprak. Hieronder enkele elementen uit zijn toespraak.

“De vakbonden van het ABVV en het ACV hebben principieel neen gezegd. Neen aan het voorstel van de Antwerpse Bayer-directie die vorig jaar 191 miljoen euro winst heeft gemaakt.

“De directie kwam af met een eisenprogramma in ruil voor een CAO-werkzekerheid. En wat die directie eiste, was een waanzinnig voorstel. Een voorstel waar geen enkele militant, delegee, secretaris of vakbondscentrale in België zou kunnen op ingaan.

“Het voorstel van de directie bestond uit vijf punten. De directie eiste van ons:

  • Af te zien van elke vorm van loonsopslag gedurende 5 jaar. Geen looneis tot 1 januari 2015. In haar eerste voorstel was dit 4 jaar en geen toekomstige indexeringen. Dit is zelfs niet wettelijk.
  • Iedereen collectief langer gaan werken door 10 ADV-dagen in te leveren. Als iedereen 10 ADV-dagen inlevert, zijn er mensen teveel op de werkvloer en moeten er jobs geschrapt worden. De enige manier om de economische crisis te lijf te gaan, is natuurlijk juist door minder lang te werken omdat er een minder volume aan werk is.
  • Herinvoeren van het vierploegensysteem in de plaats van het huidige vijfploegensysteem De vijf ploegen is het enige humane shiftsysteem. De vakbonden in de chemie streven al meer dan 30 jaar naar het humaniseren van de shiftarbeid. Humaniseren wil zeggen vermenselijken: de nadelige gezondheidsaspecten tegengaan en zorgen dat shiftmensen toch enige vorm van sociaal leven kunnen genieten.
  • Het storten van de anciënniteitpremie en een deel van de eindejaarspremie in een pensioenfonds. De meeste werknemers in België ontvangen deze premies. Indien we dit nu in een pensioenfonds moeten storten, kan je het pas ontvangen op je 60ste. Voor Bayer is dit fiscaal voordeliger. Het is echter nadelig voor de sociale zekerheid van alle werknemers.
  • Nieuwe werknemers moeten voortaan starten met en een ander contract en moeten langer werken. Dit zou de deur opzetten voor concurrentie tussen de werknemers onderling. En zou op termijn ook onze eigen loon- en arbeidsvoorwaarden ondermijnen.

“We hebben neen gezegd tegen dit voorstel. We wisten ook al van onze collega’s in Uerdingen dat de patronale chantage van inleveren of sluiten niet klopte. Onze Duitse collega’s hadden al op 20 november gemeld dat er helemaal geen sluitingsplan bestond voor Antwerpen. Op 9 december is een Duitse topman dat ook met zoveel woorden komen zeggen, eraan toevoegend dat men overweegt om bijkomende activiteiten te organiseren.

“Wij hebben ook besloten om neen te zeggen omdat we voelden dat ons een patronale agenda werd opgedrongen. De agenda van het VBO, en het VOKA: als je bereid bent om in te leveren dan komen er investeringen. Wij wisten al langer dat Antwerpen niet dicht zou gaan en wensten niet te onderhandelen op basis van een patronale agenda.

“Wij hebben ook neen gezegd omdat alle bedrijven in de chemie en de petrochemie voor een groot deel dezelfde loon- en arbeidsvoorwaarden hebben. Dat zijn geen slechte loon- en arbeidsvoorwaarden, maar het zijn ook geen overdreven loon- en arbeidsvoorwaarden. Ze zijn gebaseerd op sociaal overleg, op collectieve akkoorden samen met de werkgevers. Ze zijn er gekomen in de grote multinationals die de afgelopen 40 jaar in de Antwerpse industrie miljoen en zelfs miljarden euro’s winst hebben gemaakt.

“Dat is de reden waarom we hebben besloten neen te zeggen. Het was correct om neen te zeggen.”

Leave a Reply