Schoolgijzeling in Noord-Ossetië en de horror van het Tsjetsjeense conflict

Het aanhoudende conflict in Tsjetsjenië kende een dramatische ontwikkeling met de gewapende gijzeling in een school in de Russische republiek Noord-Ossetië vanaf 1 september. Daarbij werden ouders, kinderen en leraars in een turnzaal gedwongen. Het exacte aantal gijzelaars blijft onduidelijk, er circuleren cijfers van 130 tot 400. Op dit ogenblik zijn 30 vrouwen en kinderen vrijgelaten. Er blijven echter een groot aantal zwaar bewapende Russische soldaten en politie-agenten rond de school de staan.

Niall Mulholland

Er zijn ook berichten van een tiental gewapende mannen en vrouwen die een school in Beslan, niet ver van Tsjetsjenië en aan de Russische grens met Georgië. De aanval gebeurde tijdens de feestelijkheden voor de “dag van de kennis”, een traditioneel feest in Rusland bij het begin van het nieuwe schooljaar. 12 burgers zouden omgekomen zijn bij de aanval op de school.

Er wordt algemeen aangenomen dat een groep die verbonden is aan het Tsjetsjeense conflict achter de aanval zit. Dit toont nogmaals het reactionair karakter aan van de Islamitische gewapende oppositie in Tsjetsjenië. De groep zou zichzelf de ‘Tweede Groep van Salakin Riadus Shakhidi’ noemen en is verbonden aan Shamil Basayev. In 1995 namen de troepen van Basayev de controle over van een ziekenhuis in Budyonnovsk, een stad vlakbij Tsjetsjenië in de Stavropol regio, tijdens de eerste Tsjetsjeense oorlog. Daarbij werden 1.000 mensen gegijzeld en kwamen 140 mensen om bij de gevechten.

Ongetwijfeld zullen arbeiders in heel de wereld meeleven met de ouders en de families van de gegijzelden. De gijzeling is het gevolg van een aanslepend barbaars conflict in Tsjetsjenië. Opeenvolgende Russische regeringen hebben de bevolking van Tsjetsjenië geterroriseerd en uitgemoord, de meeste steden en dorpen zijn met de grond gelijk gemaakt. Het land wordt haar zelfbeschikking ontzegd door de bezettingstroepen van Rusland en de Moskou-gezinde Tsjetsjeense milities en hun marionettenregime. Amnesty International verklaarde: “De Russische veiligheidsdiensten blijven zowat volledig ongestraft voor de zware inbreuken op de mensenrechten en het internationale humanitaire recht in Tsjetsjenië.”

Poetin komt onder zware druk

Volgens Alsanbek Alakhanov, de adviseur inzake Tsjetsjenië van president Vladimir Poetin, eisen de gijzelnemers de onmiddellijke terugtrekking van de Russische troepen uit Tsjetsjenië en de vrijlating van de rebellen die in de gevangenis beland waren na een reeks aanvallen in een andere Russische republiek, Ingushetia, waarbij in juni zowat 100 politie-agenten omkwamen.

De minister van binnenlandse zaken van Noord-Ossetië, Kazbek Dzantinyev, verklaarde aan de media dat de gijzelnemers ermee dreigen de school op te blazen indien de Russische politie een poging doet om het gebouw te bestormen. Ze verklaarden ook dat 50 kinderen zouden vermoord worden voor iedere rebel die sneuvelt.

De crisis rond de schoolgijzeling heeft Poetin verplicht om voor de tweede keer op acht dagen tijd zijn vakantie te onderbreken om terug te keren naar Moskou. Poetin probeerde onmiddellijk om het conflict te ‘internationaliseren’ door te verklaren dat de Russische bezetting van Tsjetsjenië een onderdeel zou vormen van de zogenaamde ‘oorlog tegen het internationale terrorisme’. Russische vertegenwoordigers trokken naar de VN Veiligheidsraad met een resolutie om de gijzeling te veroordelen. Dat is opvallend aangezien Poetin meestal probeert om het conflict in Tsjetsjenië af te doen als een “interne zaak”.

Poetin herhaalde recent dat hij niet wil onderhandelen met Tsjetsjeense separatisten of terroristen die betrokken zijn bij de gevechten die zowat onafgebroken hebben plaatsgevonden sinds 1994. Die harde opstelling heeft geleid tot het feit dat Russische troepen bij vorige gijzelingen niet aarzelden om over te gaan tot een bestorming waarbij vaak veel doden vielen. Maar deze nieuwe gijzeling, met de complicatie dat er kinderen bij betrokken zijn, maakt het moeilijk voor Poetin om een harde positie te blijven innemen. Op de tweede dag van de gijzelingsactie in Beslan, verklaarden regeringsverantwoordelijken dat het gebruik van geweld uitgesloten was bij het beëindigen van de gijzeling in Noord-Ossetië (verklaring aan BBC online news op 2 september). De verantwoordelijke voor de Russische ordediensten in Noord-Ossetië zei dat er op dit ogenblik niet gedacht wordt aan geweld. Poetin verklaarde ook dat de veiligheid van de gijzelaars centraal staat. De Russische president weet dat hij voorzichtig moet zijn. Er is ongetwijfeld een grote woede onder de bevolking tegenover de gijzelnemers, maar velen zullen ook Poetin verantwoordelijk achten voor het feit dat het Tsjetsjeense conflict niet opgelost raakt, ondanks beloftes daaromtrent jaren geleden. Als er kinderen gedood worden of gewond raken bij gevechten, zou dit wel eens een zware druk kunnen zetten op de regering en zou het kunnen leiden tot protestacties.

Poetin was verantwoordelijk voor een heropleving van het conflict in Tsjetsjenië toen hij probeerde om zijn imago van “vastberaden leider” te versterken bij de presidentsverkiezingen. Maar het conflict blijft zijn positie ondermijnen. Ondanks zijn bewering dat de zaken aan het “verbeteren” zijn in Tsjetsjenië, waren er vorige week alleen aanslagen op twee vliegtuigen en een metrostation in Moskou waarbij zo’n 100 doden vielen. In 2002 overleden honderden aanwezigen in een theater in Moskou na een zware aanval van de Russen om de gijzelaars te ‘bevrijden’.

Poetins pogingen om de opstand neer te slaan door middel van repressie en bedreigingen mislukken. In oktober 2003 werd een Moskou-gezinde president, Akhmad Kadyrov, ‘verkozen’. De bevolking in Tsjetsjenië is bovendien oorlogsmoe na jaren van bezetting door Rusland. Poetin hoopte om Tsjetsjenië te kunnen besturen via zijn brutale marionet Kadyrov en stelde zelfs dat de separatisten enorm verdeeld waren en bijna verslagen waren. Maar op 9 mei werd Kadyrov vermoord bij een bomaanslag in Grozny, de hoofdstad van Tsjetsjenië.

Kadyrovs beleid om opstandelingen om te kopen om zich aan te sluiten bij het officiële leger, heeft er vooral toe geleid dat de ordediensten beïnvloed worden door aanhangers van de separatisten. Bovendien zoeken een aantal opstandelingen nu aansluiting bij radicale Islamitische groepen.

Westen negeert brutale bezetting

Na 11 september werden de aanhoudende schendingen van de mensenrechten en de brutale moordpartijen door de Russische troepen in Tsjetsjenië compleet genegeerd in de VS en West-Europa. Aangezien geprobeerd werd om Poetin te betrekken in een nieuwe alliantie om te strijden tegen “het terrorisme”, werd gezwegen over Tsjetsjenië. Bovendien is het belang van Rusland bij de export van olie en gas de afgelopen jaren toegenomen. Rusland is wereldwijd de belangrijkste exporteur van natuurlijk gas en de tweede belangrijkste exporteur van olie na Saoedi-Arabië.

De Tsjetsjeense leider Aslan Maskhadov, die voordien werd gezien als ‘gematigd’, werd plots de rug toegekeerd door de Westerse machten. Dit gaf evenwel meer ruimte voor radicalere Islamitische groepen die het vacuüm in Tsjetsjenië proberen op te vullen. In de Britse krant The Guardian werd gisteren geschreven dat het Tsjetsjeense conflict nu ook buitenlandse islamitische strijders omvat en dat dit een weerspiegeling is van “de geleidelijke internationalisering van het conflict.” De journalist voegt er aan toe: “De ironie is dat het Tsjetsjeense conflict niet begonnen is als een strijd waarin Islamitische strijders betrokken waren, maar dat het dat nu wel geworden is.” De Islambouli Brigades, die de verantwoordelijkheid opeisten voor de recente aanslagen op de vliegtuigen in Rusland, beweren dat het hun bedoeling is om Rusland te straffen.

De nieuwe generatie van opstandelingen die geloven dat ze een “Jihad” (heilige oorlog) uitvechten, handelen vanuit een complete wanhoop nadat ze jarenlang geconfronteerd werden met repressie, in veel gevallen hun man, broers, dochters of andere familieleden en vrienden hebben zien omkomen door de bezettingstroepen uit Rusland. De brutaliteiten die gepleegd werden op bevel van Jeltsin en nadien Poetin, hebben een hele generatie Tsjetsjenen eveneens brutaal gemaakt. De ernst van de problemen waarmee Poetin nu geconfronteerd wordt, is enorm. De nieuwe generatie opstandelingen denkt dat ze letterlijk niets te verliezen hebben. Bovendien worden hun actiemogelijkheden versterkt door de enorme corruptie in de Russische samenleving, Tsjetsjeense strijders zijn reeds meermaals Russische controleposten kunnen passeren door de soldaten gewoon om te kopen!

De spanningen in Tsjetsjenië hebben ook een invloed op de fragiele etnische spanningen in Noord-Ossetië, waar de schoolgijzeling momenteel plaats vindt. 13 jaar geleden was Noord-Ossetië betrokken in een oorlog met het buurland Ingushetia. Russische troepen hebben recent een reeks “anti-terroristische” acties ondernomen in Ingushetia, aangezien ze denken dat de separatisten er terrein gewonnen hebben.

De opleving van geweld in Rusland dat verbonden is aan het conflict in Tsjetsjenië en het geweld in de Kaukasus wijzen op het gevaar van een nieuwe “derde Tsjetsjeense oorlog” waarin de volledige regio betrokken raakt.

De vorige Russische president, Boris Jeltsin, slaagde er tussen 1994 en 1996 niet in om de eis van de Tsjetsjenen op zelfbeschikking te onderdrukken door militair geweld. Drie jaar later sleepte Poetin het land opnieuw mee in een oorlog en verklaarde in 2000 dat Rusland had gewonnen. In 2002 verklaarde hij dit opnieuw. Nu wordt Poetin echter geconfronteerd met een wanhopige situatie, op korte termijn omtrent de gijzeling in Noord-Ossetië maar op langere termijn ook omtrent de toekomst van Tsjetsjenië. Eerder werden onderhandelingen met de opstandelingen uitgesloten, maar het gebruik van bruut geweld heeft duidelijk geen resultaten opgeleverd. Ook de politieke campagnes, zoals de verkiezingen van vorige week, zullen geen oplossing bieden. De aanstelling van Alu Alkhanov als president, zal geen stap vooruit betekenen. Alhanov mocht dan wel gesteund worden door de Franse president Chirac en de Duitse Kanselier Schröder, hij blijft echter een marionet van Moskou.

De bevolking van Tsjetsjenië heeft al lang geleden onder buitenlandse bezettingen. Tsaar Nicolas de Eerste viel het land binnen in de jaren 1830. Na de Russische Revolutie in 1917, kenden de Bolsjevieken onder leiding van Lenin en Trotski ieder land het recht op zelfbeschikking en indien ze dat wensten op afscheiding. Na de revolutie kozen de verschillende republieken ervoor om deel uit te maken van de Sovjetunie. Maar onder de stalinistische contra-revolutie werd een Russisch chauvinisme gepropageerd waarbij nationale onderdrukking opnieuw op de agenda stond. Onder Stalin werd zowat de volledige Tsjetsjeense bevolking gedeporteerd in 1944.

Na de val van de Sovjetunie verklaarde de Tsjetsjeense president Dzhokar Dudayev het land onafhankelijk in 1991. In 1994 viel Jeltsin Tsjetsjenië binnen en vielen er sindsdien zowat 100.000 slachtoffers in het conflict. In 1997 moest Jeltsin formeel een vredesakkoord tekenen, maar de toekomst van Tsjetsjenië bleef daarbij onbeslist. Het land verviel in chaos waarbij de macht van de krijgsheren toenam en ook de invloed van de Islamitische strijders groter werd. In 2000 legde Poetin opnieuw een directe overheersing vanuit Moskou op, waardoor het conflict opnieuw heviger werd. De gijzeling in Beslan is daar een uitdrukking van.

Poetin: een sterke figuur?

Poetin kan zich niet zoals voorheen opstellen als een ‘sterke figuur’. De regering en de Poetin gezinde media probeert het racisme te versterken door anti-Tsjetsjeense gevoelens te benadrukken, maar intussen toont het conflict wel aan dat Poetin geen ‘veiligheid’ of ‘vrede’ kan brengen in Tsjetsjenië of elders in Rusland. Het bewind dat steeds meer autoritair wordt, kan bovendien rekenen op meer en meer tegenstand in Rusland zelf. De recente besparingen in de sociale zekerheid, o.a. op vlak van huursubsidies, pensioenen, openbaar vervoer,… zijn enorm onpopulair. De president schept op dat hij het BNP van Rusland zou laten verdubbelen, maar dit klinkt erg hol voor de miljoenen verarmde Russen. Zelfs de Russische financieminister Aleksei Kudrin moest toegeven dat de ‘economische hervormingen’ mislukt zijn.

Het voortdurende conflict en het terrorisme, naast de diepe economische en sociale problemen in Rusland zullen de arbeiders en hun gezinnen in conflict brengen met het regime van Poetin en de heersende klasse. Om een fundamentele verbetering af te dwingen zullen de Russische arbeiders en hun gezinnen moeten teruggrijpen naar de ideeën van Lenin en Trotski, de ideeën van het authentieke marxisme. Een socialistische samenleving met een democratisch geplande economie is de enige weg vooruit tegenover de armoede, werkloosheid, lage lonen, uitbuiting en slechte arbeidsomstandigheden.

Een socialistische programma zou ook opkomen voor het recht van de onderdrukte naties om te beslissen over hun eigen toekomst. Dit betekent dat de Russische arbeidersbeweging de zelfbeschikking van de Tsjetsjeense bevolking zou steunen en zou opkomen voor het einde van de Russische bezetting. Een socialistisch programma zou ook moeten gericht zijn op het overwinnen van de Russische soldaten die veelal in erbarmelijke omstandigheden voor een hongerloon werken.

Een socialistisch programma verwerpt de nieuwe kapitalistische heersers in Rusland, het marionettenregime in Tsjetsjenië en ook de krijgsheren en de reactionaire Islamitische oppositie. Er wordt gesteld dat een meerderheid van de Tsjetsjenen geen sympathie heeft voor de opvattingen van de politieke islam en het beu is om onder gewelddadige situaties te moeten leven. Enkel een verenigde massabeweging van Tsjetsjeense arbeiders en armen, verbonden met de arbeidersklasse in heel de regio, kan de nationale, etnische en religieuze verschillen overbruggen en tegemoetkomen aan de wensen van de Tsjetsjeense bevolking: het bereiken van nationale rechten en sociaal en economische bevrijding.

Delen: Printen: