70 jaar geleden: opstand van de ‘Teamsters’ in Minneapolis

70 jaar geleden was er in de Amerikaanse stad Minneapolis een algemene staking die geleid werd door een kleine trotskistische organisatie en die leidde tot een overwinning voor de Teamsters vakbond. Dit was een belangrijk keerpunt voor de arbeidersbeweging in de VS en ook vandaag zijn er nog heel wat lessen te trekken uit dit onderdeel van de arbeidersgeschiedenis.

Christian Bunke

In 1933 trokken Farrell Dobbs en Marvel Scholl, een jong arbeidersgezin, naar Minneapolis in de hoop er een job te vinden en hun toekomst uit te bouwen. Maar nadat ze het grote "werklozenleger" hadden vervoegd, merkten ze al snel hoe de arbeidsmarkt eruit zag in Minneapolis.

Farrell Dobbs vond een tijdelijke job als vrachtwagenchauffeur voor steenkoolbedrijven en kende de ervaring van armoedige lonen, lange werkuren en onveilige arbeidsomstandigheden. Door de economische crisis gingen de levensvoorwaarden er eerder op achteruit in plaats van vooruit.

Zoals hij later zou beschrijven in zijn boek "Teamster Rebellion", vond Dobbs de lokale arbeidersbeweging in een slechte staat aan. Er was geen enkele vakbond die het opnam voor de tijdelijke chauffeurs die voor de steenkoolbedrijven, kleine middenstanders,… reden. Er was enkel formeel een vakbondsafdeling van de International Brotherhood of Teamsters (IBT), de vakbond van chauffers.

Die vakbond was erg klein en elitair. De toenmalige voorzitter van de vakbond, Daniel J. Tobin, schreef in het vakbondsblad dat de leden van de IBT niet het soort "afval" was dat "in andere organisaties actief is". Hij stelde ook dat mensen niet aansluiten als ze de volgende dag willen staken. Tobin en zijn collega vakbondsleiders genoten van een rijkelijke levensstijl en hoge lonen. Het behoeft geen verbazing te wekken dat ze nooit een strijd wonnen.

Farrell kwam in contact met leden van de toenmalige trotskistische organisatie, de Communistische Liga. Dat waren ook interimarbeiders en die waren bezig met het omvormen van de lokale vakbondsafdeling in een strijdbare arbeidersorganisatie. Ze vormden een vrijwillig organisatiecomité waarmee arbeiders uit de mijnen werden gerecruteerd voor de vakbond. Door de beste basismilitanten actief te krijgen en lid te maken van de vakbond, werd het comité al snel gezien als de echte leiding van de lokale vakbond.

Als een massameeting van chauffeurs in de steenkoolsector, op initiatief van het comité, besliste om tot een staking over te gaan voor hogere lonen en kortere werkdagen, kon de leiding weinig anders dan haar basis volgen. Tobin probeerde om de officiële bureaucratische vakbondsregels op te leggen, maar hij kon niet vermijden dat de arbeiders in actie kwamen.

De staking was erg militant en had een democratisch verkozen leiding die een echte vertegenwoordiging vormde van de arbeiders. Basismilitanten ontwikkelden ook nieuwe methoden van actievoeren, zoals het "vliegend piket" waarbij wagens vol met stakers klaarstonden om gelijk waar het nodig was tussen te komen. De politie probeerde de staking te breken met wegversperringen en arrestaties, maar de stakers slaagden er toch in om vrij snel een overwinning te boeken.

De werkgevers waren verrast door de acties. De vakbond won de staking waardoor de arbeiders erg enthousiast waren, het was immers de eerste succesvolle staking ooit in de stad. Als gevolg hiervan sloten duizenden arbeiders zich aan bij de vakbond.

Dit was echter slechts het begin. De lokale vakbondsafdeling nr. 574 begon een massale campagne die leidde tot een staking van alle chauffeurs in heel de stad waardoor zowat de volledige economie geraakt werd. De werkgevers organiseerden zich in een "burgeralliantie" en waren woedend.

De stakers organiseerden ook comités van werklozen en van vrouwen. Die comités waren verbonden aan de vakbond en werden opgericht om de staking te versterken. Veel werklozen waren ook geregeld actief als tijdelijke arbeider en het was belangrijk om hen actief te betrekken, eerst en vooral om te vermijden dat ze zouden ingezet worden als stakingsbrekers en anderzijds ook omdat de strijd ook in hun belang was. De vrouwenorganisatie bestond voornamelijk uit de vrouwen van de stakers. Duizenden vrouwen werden politiek actief door de acties.

Zoals voorheen werd de leiding van de staking democratisch verkozen en was deze verantwoording verschuldigd aan de stakers. Er waren geregeld massale meetings en bijeenkomsten om de moraal van de stakers hoog te houden, maar ook om zoveel mogelijk stakers actief te betrekken bij het nemen van beslissingen.

Er werd een krant opgezet, ‘The Organizer’, waarin iedere dag informatie werd gegeven aan de stakers en de lokale arbeidersklasse. Dit blad speelde een cruciale rol in het weerleggen van de desinformatie en de propaganda van het patronaat in de verschillende burgerlijke kranten. De "burgeralliantie" probeerde verscheidene keren om ‘The Organizer’ plat te leggen en gebruikte daarbij zelfs methoden van intimidatie en terrorisme. Maar ze slaagden niet in hun opzet.

Er kwam een groots stakingssecretariaat, met daarbij een ziekenhuis en een keuken die dagelijks honderden maaltijden voorzag. Dat was mogelijk door de steun van andere vakbonden, zoals de vakbond van keukenarbeiders wiens leden vrijwillig de keuken in het stakingshoofdkwartier organiseerden. Dit gaf een beeld van wat mogelijk is onder het socialisme als de arbeiders zelf de touwtjes in handen nemen.

De politie voerde onmiddellijk aanvallen uit op de arbeiders. Er waren gevechten tussen gewapende arbeiders en de politie. Op een bepaald ogenblik werd zelfs het leger ingezet tegen de stakers bij een aanval op het stakingshoofdkwartier. Op 20 juli 1934 viel er een dode toen de politie schoot op de stakers. Maar ondanks alle provocaties bleven de arbeiders gedisciplineerd. Enkel de meest gedisciplineerde arbeiders kregen wapens en dit pas nadat de politie begon met een harde repressie tegen de acties.

Alhoewel de steun onder andere arbeiders en vakbondsafdelingen enorm was, probeerde de nationale IBT-leiding om de strijd tegen te gaan en zelfs te saboteren. Tobin verklaarde dat de staking illegaal was en schreef polemieken tegen de staking in het nationale vakbondsblad.

De Communistische Partij was ook niet bepaald een grote hulp. Het was een compleet stalinistische organisatie zonder een sterke aanhang onder de arbeiders. Leden van de CP probeerden zich bij het begin van de strijd in leidinggevende posities te plaatsen en ze stelden dat de Trotskisten – zonder wie er nooit een staking zou geweest zijn – de staking aan het "uitverkopen" waren. De leden van de CP hadden geen belangrijke rol gespeeld in de uitbouw van de vakbond en slaagden er niet in om enige aanhang te winnen.

Na een lange strijd, waarbij het patronaat alles probeerde om de vakbond te breken, kwam het tot een compromis in augustus 1934. Er kwam een minimumloon voor de chauffeurs en andere tijdelijke arbeiders, er kwam ook een erkenning van de vakbondsafvaardigingen van de arbeiders. Zoals bij de meeste stakingen, eindigde de staking met een compromis. Het minimumloon was lager dan wat aanvankelijk werd geëist. Maar het was nog steeds een belangrijke overwinning voor de arbeidersklasse. De vakbondsafdeling van de Teamsters kon alle tijdelijke arbeiders vertegenwoordigen in de grote werkplaatsen van Minneapolos. De vakbond had een nooit geziene kracht.

Maar zoals ‘The Organizer’ waarschuwde, was de staking wel gedaan, maar niet de strijd. Iedere overwinning voor de arbeiders is slechts tijdelijk onder het kapitalisme. Ieder compromis leidt tot een volgend conflict. In Minneapolis waren er ook nadien nog verschillende conflicten tussen de vakbond en de werkgevers.

De Communistische Liga recruteerde honderden nieuwe leden en ontwikkelde een stevige basis in Minneapolis. Haar leden waren de effectieve leiders van de vakbond gedurende heel het conflict. Tijdens de staking werden veel arbeiders gepoliticiseerd en werden ze zich bewust van de natuur van de klassensamenleving. De meest politieke arbeiders trokken marxistische conclusies en sloten aan bij de Communistische Liga.

De Teamsters in Minneapolis toonden aan dat het mogelijk is om tijdelijke arbeiders te organiseren, een strijd aan te gaan en die strijd voor betere arbeidsvoorwaarden en hogere lonen te winnen. Dat alleen al maakt het de moeite om de strijd van 70 jaar te herdenken.

Vandaag is er weinig actiebereidheid bij veel vakbondsleiders die genieten van hun hoge lonen, maar weinig voeling hebben met jonge tijdelijke interimarbeiders. Die moeten actief worden in de vakbond om de strijd aan te gaan tegen lage lonen, lange werkuren en gevaarlijke arbeidsomstandigheden. Het is belangrijk om terug te kijken naar het voorbeeld van 70 jaar geleden in Minneapolis om te zien dat strijdbare vakbonden een enorm belangrijk wapen zijn om overwinningen te boeken!

Delen: Printen: