Irak: Bush geconfronteerd met Vietnam-scenario

Op 30 juni vond de symbolische overdracht van de macht naar een nieuwe Iraakse regering plaats. Deze overgang zal echter een pure schijnvertoning zijn: de regering blijft onverkozen en aangeduid door de Amerikaanse bezetter bezetter. De echte macht blijft in handen van de Amerikaanse bezettingstroepen.

Jean Peltier

De laatste weken namen de aanslagen tegen de Amerikaanse bezetter en hun aanhangers in veelvoud toe. De recruteringsposten voor het leger en de politie zijn dagelijkse doelwitten van groepen verzetsstrijders. Organisaties gelinkt met Al-Qaïda gijzelen in toenemende mate militairen en buitenlanders om zo druk te zetten op die regeringen die deelnemen aan de militaire bezetting.

15 maanden na het begin van de oorlog staan de zaken voor Bush er slecht voor. Irak zou het voorbeeld worden van de Amerikaanse manier van democratie brengen in het Midden-Oosten. Vandaag is het land ondergedompeld in chaos en mist het nieuwe regime sociale steun onder de bevolking, misschien op Iraaks Koerdistan na.

De val van Saddam zou een genadeslag toebrengen aan het wereldwijde terrorisme. Vandaag is Irak een uitvalsbasis voor radicaal-islamitische bewegingen van allerlei strekkingen. De Amerikaanse bedrijfswereld zou de olieproductie en de enorme oliereserves in handen krijgen. Vandaag blijkt dat de olieproductie slechts moeizaam van de grond komt: er zijn aanhoudend sabotage-acties tegen raffinaderijen en pijplijnen. De olieprijs is de lucht in geschoten. Als kers op de taart zou de goede uitkomst van de oorlog de herverkiezing van Bush moeten veiligstellen.

Zijn populariteit slinkt echter zienderogen. Bush staat nu voor een moeilijk dilemma: ofwel kiest hij voor een marionettenregering, opgelegd en onderworpen aan de VS. Maar gezien het enorme ongenoegen onder de bevolking en de aanhoudende aanslagen zou dat betekenen dat het Amerikaanse leger zwaardere inspanningen moet doen wat betreft troepenaanvoer. Ofwel trekken de VS zich terug en laten ze hun lokale stromannen aan hun lot over. Voor de ogen van de wereld zou dit een enorm gezichtverlies inhouden en zou het Irak nog meer in de chaos storten.

30 jaar na Vietnam staat de huidige Amerikaanse president voor dezelfde keuze als weleer: of een uitzichtloze impasse, of een eerloze terugtrekking met een zware tol. Of nog: de eerste mogelijkheid gevolgd door de tweede.

Maar – wat er ook gebeurt in Irak – één mythe is al doorprikt: zij die de VS naar voor schoof als supermacht, die na de Val van de Muur en in de periode van “globalisering” onverslaagbaar is. Het verzet van de Iraakse bevolking, zoals het verzet van de Vietnamese bevolking, legt de beperkingen van de Amerikaanse supermacht bloot. Ze kan door haar superieure vuurkracht en technologisch overwicht een dictatoriaal regime ten val brengen. Ze kan echter niet haar wil opleggen tegen het massaal verzet van een hele bevolking in.

“Het kapitalisme draagt de oorlog in zich zoals donkere wolken het onweer in zich dragen” (J.Jaurès)

De 20e eeuw was de bloedigste in de geschiedenis: WO I eistte 10 miljoen doden, WO II 55 miljoen, de oorlogen in Zuidoost-Azië en Vietnam 2 miljoen. Er waren nog tientallen miljoenen meer slachtoffers tijdens de honderden lokale of regionale oorlogen die bijna elk deel van de wereld teisterden, sinds het einde vanWO II. Natuurlijk maakt oorlog al duizenden jaren deel uit van de menselijke geschiedenis. De opkomst van het kapitalisme schonk dit fenomeen echter een “diepere” dimensie. Vanaf de 16e eeuw plunderden de eerste handelsburgerijen hun weg door het Amerikaanse continent, ten koste van de uitroeiing van grote delen van de Indianenbevolking. In Afrika gingen de rooftochten gepaard met de deportatie van miljoenen Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen naar Amerika. Oorlog in de koloniale wereld was voor de grote Europese mogendheden (Spanje, vervolgens Frankrijk en Groot- Britannië) een middel om hun rijkdommen verder op te stapelen en hun wereldrijken uit te breiden.

Deze roof- en plundertochten verschilden slechts van hun feodale voorlopers door de omvang die het geweld aannam. Samen met haar economische volwassenwording ontwikkelde het kapitalisme echter een nieuw type van oorlog: een dat de concurrentie tussen de bedrijven uitdrukt.

De laatste 150 jaar zijn in de economisch meest ontwikkelde landen grote concerns ontstaan waarvan de groeipijnen de beperkingen van de nationale markt overstijgen. Hun internationale ambities botsen onvermijdelijk met die van hun concurrenten in andere landen. De natiestaat oefent druk uit, ook militair, om zo de belangen van hun nationale, kapitalistische klasse te verdedigen tegenover de buitenlandse concurrenten.

Zolang de economie in opgang is, blijven de winsten van de meeste multinationale ondernemingen op voldoende wijze stijgen. Eenmaal de crisis echter toeslaat en zich uitdiept, gaat de concurrentie de vorm aannemen van een regelrechte economische oorlog. De strijd om het bestaan tussen kapitalisten onderling wordt ook een zaak van hun respectievelijke natiestaten, die zich met steeds krachtigere massavernietigingswapens omringen.

De 2 grote Wereldoorlogen hadden een verborgen imperialistisch karakter. Het waren conflicten van geallieerde kapitalistische landen die de controle over de markten en bodemrijkdommen nastreefden en wereldheerschappij wilden verwerven. Tijdens de meeste oorlogen trokken de multinationals en hun beschermheren, de natiestaten, achter de schermen aan de touwtjes.

Zo was de controle over de olie-voorraden de voornaamste inzet van de 2 Golfoorlogen. De vele lokale oorlogen die vandaag grote delen van de wereld teisteren, ontsnappen niet aan deze logica. Als we de bloedige conflicten tussen lokale krijgsheren nemen die Afrika roodkleuren, zien we dat – achter de façade – de VS dikwijls manoeuvreert om haar posities op het continent te versterken ten koste van de vroegere koloniale moederlanden: Frankrijk en Engeland.

Concurrentie en oorlog zijn onafscheidelijke broers: alletwee geboren uit de moederschoot van het kapitalisme. Enkel door een einde te maken aan dit barbaarse systeem en te bouwen aan een socialistische samenleving kunnen we echte wereldvrede kennen. Daarvoor moeten we breken met het concurrentieprincipe en de waanzin van de winstlogica. We moeten een democratische planning van de economie doorvoeren, gebaseerd op de bevrediging van de behoeften van de wereldbevolking.

Delen: Printen: