Socialistische planning en arbeidersdemocratie

Nog nooit in de geschiedenis is de productie, en dus de rijkdom zo groot geweest. Toch gaan de levensstandaard en de arbeidsomstandigheden van de meerderheid van de bevolking er voortdurend op achteruit. Onvermijdelijk leidt dit met de regelmaat van de klok tot massale bewegingen. De voordelen van een socialistische planeconomie zijn evident. Het afschaffen van de privé-eigendom van de productiemiddelen en de vervanging door gemeenschappelijke eigendom en controle door de gemeenschap over de industrie en diensten, zou het mogelijk maken de productiemiddelen aan te wenden voor sociale prioriteiten. Feitelijk is deze stap niet eens zo groot. De productie is ook onder het kapitalisme al letterlijk ín handen van de arbeidersklasse.

Pieter Brans, Offensief Amsterdam

De huidige kapitalistische planning is op wereldschaal al tot op een hoog niveau ontwikkeld. In grote kapitalistische ondernemingen is allang bekend welk onderdeel van een versnellingsbak wanneer in welke auto wordt gemonteerd. Zelfs sectoren van de economie zijn met het oog op het aanleveren van grondstoffen al voor een deel op elkaar afgestemd.

Alleen op het nationale en internationale niveau is van daadwerkelijke planning geen sprake. Het is een misverstand dat op dat niveau de vrije markt regeert. Het is een jungle, maar in die jungle maken de sterksten wel degelijk onderlinge afspraken. Over de (tijdelijke) verdeling van de markten, over prijzen en over het buiten de deur houden van nieuwkomers. Maar de planning die binnen het kapitalisme plaatsvindt is tot in de puntjes geregeld.

Kapitalistische planning is niet gericht op het vervullen van menselijke behoeften, en komt zonder enige inbreng van de bevolking tot stand. Het spreekt vanzelf in de ontwikkelde maatschappij dat men geen producten voortbrengt die geen mens wil hebben. Ook producten zonder enige kwaliteit vallen vanzelf wel door de mand. Maar het is niet de bedoeling van de productie om menselijke behoeften te vervullen, of het oordeel van de mensen erop los te laten. Kapitalisme is er uiteindelijk uitsluitend voor de winst en voor de vergroting van de winst in het volgend jaar. Een verstandige kapitalist houdt rekening met een heleboel meer, maar het getal van de winst is waarop het kapitalisme hem afrekent.

In de oude tijden deed de kapitalist de planning zelf. Dat was in de dagen dat de eigenaar nog zelf als baas op de werkplek aanwezig was. Zijn planning bestond meestal uit: zoiets als vorig jaar, maar dan een beetje meer.

Deze “romantische” tijden van het kapitalisme zijn allang voorbij. De kapitalistische planning gebeurt nu door kantoor-arbeiders achter computerschermen. Dat deel van de planning in de maatschappij gebeurt allang niet meer door de kapitalisten. Kapitalistische planning zit in de hoofden van een deel van de arbeidersklasse.

Het gegeven dat de productie onder het kapitalisme al “in handen” is van de arbeidersklasse en dat de verregaande vormen van planning die onder het kapitalisme zijn ingevoerd “in de hoofden” van de arbeiders zit, maakt het gemakkelijk om de productie feitelijk over te nemen.

Politiek is echter het “in handen nemen” van de productie een heel grote, revolutionaire stap. Duidelijk is dat de huidige eigenaren van de productiemiddelen niet alleen propaganda en politiek, maar desnoods ook geweld zullen inzetten om de macht over de productiemiddelen te behouden. Het toeeigenen van de productie ten behoeve van socialistische en democratisch georganiseerde planning is het grootste politieke vraagstuk voor de arbeidersbeweging.

Socialisme versus Stalinisme

Socialisme veronderstelt planning zodat de productie overeenstemt met de behoeften. Daarvoor is het wel nodig de behoeften te kunnen inschatten. Met de huidige informatietechnologie zou dat relatief eenvoudig moeten zijn. Maar hoe goed de technologie waarover men beschikt ook mag zijn, in een planeconomie is inspraak en beheer door de arbeiders, arbeidersdemocratie dus, absoluut noodzakelijk.

Enkel de arbeiders, tegelijk producent en consument, zijn in staat in te schatten welke producten overbodig zijn, welke voldoen inzake kwaliteit,…Voor een planeconomie is arbeidersdemocratie even onontbeerlijk als zuurstof voor een mens.

De stalinistische karikatuur van het socialisme probeerde het gebrek aan arbeidersdemocratie op te vangen door een centraal planbureau. Bureaucratie nam de plaats in van arbeidersdemocratie. In een relatief éénvoudige economie is een bureaucratische vorm van planning nog haalbaar, in een moderne economie waarin honderdduizenden producten geproduceerd worden, is dat onmogelijk. In dat geval wordt de bureaucratie die in een eenvoudige economie een relatieve rem is op de ontwikkeling van de maatschappij, een absolute rem.

Het onvermogen tot democratische planning van de productie is de Sovjetunie in de jaren tachtig fataal geworden. In de jaren daarvoor gold dat ondanks het gebrek aan arbeidersdemocratie de economie toch nog in staat was te groeien. Wat marxisten betreft was de planeconomie in de Sovjetunie een enorme vooruitgang ten opzichte van de zwakke, kapitalistische economie van het keizerlijke Rusland. Marxisten hebben zich echter al vanaf de jaren twintig verzet tegen het gebrek aan arbeidersdemocratie. De stalinistische planning is niet waar socialisten nu voor staan.

Hoe zouden we beslissingen nemen?

In een socialistische maatschappij kunnen we gebruik maken van nieuwe technologie, computers en communicatiesystemen om vast te stellen welke grondstoffen en productiemiddelen aanwezig zijn en welke producten en diensten er nodig zijn.

Moderne technologie is ook op een andere manier van vitaal belang. Welke structuren we ook zouden overeenkomen om mensen bij de besluitvorming te betrekken, ze zouden alleen werken als mensen genoeg tijd hebben om eraan deel te nemen. Met het inzetten van moderne technologie en het tewerkstellen van de werklozen, zouden we in staat zijn de werkweek te verkorten. Dat geeft iedereen de tijd om deel te nemen aan de besluitvorming en het besturen van de samenleving.

Een groot deel van de beslissingen zouden gekozen afgevaardigden nemen, die groepen mensen in wijken of werkplekken vertegenwoordigen. Parlementairen hebben een heel andere levensstijl, maar deze mensen zouden hetzelfde inkomen en dezelfde levensgewoonten hebben als de mensen die ze vertegenwoordigen. Ze moeten ook afzetbaar zijn. Dat wil zeggen dat ze op elk moment verantwoording moeten afleggen en vervangen kunnen worden als degenen die ze verkozen niet gelukkig waren met de genomen beslissingen.

Door nieuwe technologieën is het mogelijk om grote groepen van de bevolking te consulteren. De dagelijkse besluitvorming in bedrijven en instellingen zou in handen zijn van arbeidersraden voor dat bedrijf, voor een sector van de industrie of de dienstverlening.

Willen we dan nog werken?

De mens zou volgens sommigen van nature lui zijn en dus geen zin hebben om te werken als er niet de persoonlijke stimulans van de concurrentie en/of competitie zou zijn. Alsof we allemaal een eigen lap grond of een eigen atelier hebben vandaag. Integendeel, de meeste onder ons hebben juist niets. Het werk dat ze verrichten doen ze niet omdat ze gestimuleerd zijn door de vrucht van hun arbeid, maar omdat ze gedwongen zijn om een inkomen te hebben. In een socialistisch systeem zou de arbeider werken voor de collectieve rijkdom en zou de vervreemding bestreden worden door hem of haar te betrekken bij de volledige productie.

Een hardnekkig vooroordeel is dat socialisme de “vrijheid” zou aantasten. Wij denken dat het andersom is, vandaag is enkel diegene vrij die er de middelen voor heeft. Laat ons echter meteen de kleine zelfstandige gerust stellen: we zijn niet van plan iedere bakker te nationaliseren. We zijn tegen uitbuiting, voor de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie, tegen privé-eigendom van productiemiddelen, maar niet voor de “socialisatie” van eenieders gebruiksgoederen.

Een socialistisch systeem hoeft geen dwang te gebruiken, tenzij tegenover een handvol onverbeterlijke uitbuiters. De beperking van de vrijheid, het profiteren en uitbuiten en het onaantrekkelijk maken van de arbeid zijn niet de kenmerken van het socialisme, maar die van het kapitalisme.

Vandaag wordt de arbeidersklasse geconfronteerd met crisis, armoede en ellende op nooit geziene schaal. Het CWI denkt dat de arbeidersklasse die problemen enkel kan oplossen als ze de samenleving langs socialistische lijnen organiseert. Onze Internationale staat in de voorste linies van die strijd.

Delen: Printen: