Voor een nieuwe jongerenmars voor werk, tegen racisme

LSP lanceert een oproep naar verschillende jongerenorganisaties, en vooral de vakbonden, om – gezien de groeiende werkloosheid, vooral ook onder jongeren – een nieuwe "Jongerenmars voor werk, tegen racisme" te organiseren. We hadden een gesprek met Jo Coulier, actief bij de ABVV-jongeren tijdens voorgaande Jongerenmarsen en nu hoofddelegee van het ABVV aan de VUB. Hiernaast zie je een foto van de Jongerenmars in 1993.

Kan je wat meer vertellen over de jongerenmarsen voor werk begin jaren ’80?

Jo: "De eerste Jongerenmars ging door in april 1982. In die periode waren meer dan 150.000 jongeren onder de 25 werkloos. Als scholier was ik toen al een tijdje politiek bewust. Er heerstte toen een gevoel van "no future". Zelfs scholieren waren toen bezig met de vraag "waarom studeren?", gezien er weinig vooruitzichten waren op een job. Het hoogtepunt was de Jongerenmars, met meer dan 40.000 jongeren die in Brussel betoogden voor werk.

"De betoging werd georganiseerd door een brede coalitie. Ik denk dat bijna alle jongerenorganisaties bij het jongerenmarscomité betrokken waren.

"Maar de belangrijkste kracht kwam van de ABVV- en ACV-jongeren die toen hun schouders onder het initiatief zetten. Ik woonde toen in Veurne. Een klein stadje, maar het ABVV alleen al slaagde er toch in om een bijna volle bus betogers naar Brussel te voeren."

In "De Prehistorie" zien we beelden van rellen. Wat was er aan de hand ?

Jo: "De politie en rijkswacht stonden in die tijd bekend om hun "we kloppen er maar op los"-mentaliteit. Een paar maanden daarvoor hadden de staalarbeiders betoogd. Het repressieapparaat kreeg toen rake klappen. Op de Jongerenmars konden ze wraak nemen en weerloze jongeren in elkaar knuppelen. Zonder enige aanleiding chargeerde de rijkswacht midden in de betoging. Het gevolg: straatgevechten.

"Tijdens de tweede jongerenmars in ’84 zagen we net hetzelfde, maar de rellen waren toen nog erger. Er waren wel telkens geruchten over infiltratie van fascisten in de betoging.

"Veel groepjes ter linkerzijde verheerlijkten de rellen. Ze zagen daarin een vorm van radicalisme en revolutie. Persoonlijk vond ik ze zinloos. Toen we terug op school waren, konden rechts gezinde studenten het geweld aangrijpen om ons af te doen als een bende vechtende nietsnutten. En de rellen gaven aan de vakbondsleiding een alibi om na 1984 geen Jongerenmarsen meer te organiseren. Wie denkt dat door straatrellen een andere politiek kan worden afgedwongen, vergist zich.

"De werkloosheid onder de jongeren is groot en stijgt. Toen waren er echter dubbel zoveel jonge werklozen als nu.

"Bovendien voert de regering, zij het met bedenkelijke methodes, een bewuste politiek om jongeren uit de werkloosheid te houden. Vorig jaar werd op de tewerkstellingsconferentie beslist om een jongerenkorting in te voeren voor de werkgevers. Jongeren aanwerven is dus interessant, ook al gaat het om erg onstabiele jobs. Voor jongeren is er een fundamenteel probleem met de arbeidsvoorwaarden. 1 op 5 jongeren vindt zijn eerste job via een interim. Een tijdelijke job dus. Dat is een nieuw gegeven, dat niet bestond ten tijde van de jongerenmarsen uit de jaren ’80.

"Er treedt echter een nieuw probleem naar voren: het probleem van de oudere werkloosheid. Waarom danken bedrijven bij voorkeur 50-plussers af? Ten eerste omdat ze duurder zijn, wegens meer anciënniteit. Ten tweede, omdat de regering de tewerkstelling van jongeren fors subsidieert. We krijgen als het ware een verschuiving van de werkloosheid. Misschien moeten we eisen dat er een mars voor werk voor iedereen wordt georganiseerd.

"Maar het idee om een jongerenmars te organiseren is niet slecht. Er kan mee gemobiliseerd worden in de scholen. En de betoging kan als hefboom worden gebruikt om de vakbonden te mobiliseren om een algemene betoging voor werk te organiseren."

Delen: Printen: