De routine van de leiding bereidt de nederlaag voor

Van 6 tot 19 mei 2004 vinden in de privé-bedrijven sociale verkiezingen plaats. De manier waarop de vakbondsleidingen deze verkiezingen voorbereiden, legt hun beperkingen en hun ingeroest conservatisme bloot.

Guy Van Sinoy

Het ACV stelt zich er tot nog toe mee tevreden enkele technische gegevens over de verkiezingen (kalender, basisregels, etc.) op haar internetsite te publiceren. Het ABVV van zijn kant heeft al een campagne gelanceerd rond het thema : "jullie zijn onze kracht". Vrezen ze met zo’n slogan niet dat de arbeiders hen op hun woord zullen nemen en zullen eisen dat het vakbondsapparaat in dienst van de basis wordt gesteld?

In de documenten (brochures, folders) van het ABVV wordt vooral nadruk gelegd op de noodzaak om kandidaten te vinden. Er wordt in uitgelegd dat kandidaat zijn "beschermd zijn" betekent. Een zeer relatieve bescherming! Het aantal delegees dat onrechtmatig ontslagen wordt, is niet meer te tellen. Bovendien gebeuren die ontslagen soms met de medeplichtigheid van het vakbondsapparaat zelf, vooral als de delegee in zijn centrale een politieke oppositie voert.

In zijn geheel genomen is het vooral opmerkelijk om vast te stellen dat de vakbondsleidingen niets nieuws voorstellen op vlak van de sociale verkiezingen of de bevoegdheden van de delegaties. De wet op de ondernemingsraad (OR) en de comités voor preventie en bescherming op de werkplaats (CPBW) dateren van het midden van de 20e eeuw. In principe was het voorzien dat er geen sociale verkiezingen worden georganiseerd in bedrijven met minder dan 100 of 50 arbeiders, maar ook dat deze maatregel voorlopig was. Dat voorlopige is definitief geworden en de vakbondsleidingen vechten niet langer voor de uitbreiding van het recht op sociale verkiezingen.

Integendeel! De kapitalistische crisis, de uitbreiding van het deeltijds werk, de massale aanwending van interimwerk en tijdelijke contracten, net zoals de vermenigvuldiging van de nepstatuten hebben grotendeels bijgedragen tot het breken van de samenhang binnen de rangen van de arbeiders. Honderdduizenden arbeiders (deeltijdsen, tijdelijken, interimmers, nepstatuten) zijn vandaag niet in de mogelijkheid zich kandidaat te stellen. Bovendien brengt de voortgaande privatisering van de openbare bedrijven (Belgacom, Iris-ziekenhuizen in Brussel, de Post, NMBS) het statuut van de arbeiders in gevaar. Veel van hen zijn contractuelen, zoals in de privésector. Maar de vakbonden eisen zelfs niet eens dat sociale verkiezingen worden georganiseerd in die geprivatiseerde openbare bedrijven!

Het massaal gebruik van onderaanneming noodzaakt een aanpassing van de rechten van de syndicale delegaties, de OR en de CPBW. Op dezelfde manier als de westerse grootmachten op militair vlak het interventierecht hebben uitgevonden, moeten de syndicale delegaties (OR en CPBW inbegrepen) het "syndicaal interventierecht" opeisen op vlak van de arbeidscondities en de lonen in de onderaannemingen. In de industriezones waar zich veel KMO’s bevinden, moeten delegaties, OR’s en CPBW’s geïnstalleerd worden voor de hele industriezone, niet alleen om de eisen voor alle arbeiders een te maken, maar ook om acties te organiseren op een grotere basis.

Dat alles is mogelijk indien de streefdoelen duidelijk gedefinieerd zijn en indien men de arbeiders mobiliseert om de inwilliging van die eis te verkrijgen. Maar de leidingen van de vakbonden zijn vastgeroest in de syndicale routine, met hun grenzen tussen centrales, de dagdagelijkse sleur, etc. Hun ambitie is beperkt tot het verkrijgen van zoveel mogelijk mandaten in plaats van de arbeiders te verenigen in de strijd. De arbeiders verdienen beter. De organisatie van syndicaal links is meer dan ooit noodzakelijk.

Delen: Printen: