Home / Dossier / Catalonië: voor het recht op zelfbeschikking. Laat hen stemmen!

Catalonië: voor het recht op zelfbeschikking. Laat hen stemmen!

Analyse door Esquerra Revolucionària

Op 11 september betoogden een miljoen mensen in de straten van Barcelona, waar ze luid en duidelijk hun stemintenties voor het referendum op 1 oktober lieten horen. Ze maakten duidelijk dat ze de heersende Spaanse partij Partido Popular (Volkspartij/PP) niet zouden toelaten hun dit recht af te nemen.

Het Catalaanse volk heeft zo haar recht geëist om democratisch te beslissen over welke banden ze met de rest van de Spaanse staat willen behouden, inbegrepen het legitieme recht op onafhankelijk, zoals het dat op elke Diada (Nationale dag van Catalonië) sinds 2012 heeft gedaan.

Tegen dit protest voor het recht om te beslissen – iets waar het Catalaanse volk overweldigend voorstander van is (bevestigd door alle peilingen) en waar een groeiend deel van de bevolking van de Spaanse staat haar steun voor uitspreekt – gebruiken de PP-regering en de Spaanse burgerij repressieve maatregelen die niet meer gezien zijn sinds de Franco-dictatuur. Het gaat om politie-invallen en constante aanvallen tegen de pers, juridische interventie om een politiek evenement in Madrid over het recht op zelfbeschikking te verbieden, censuur op het nieuws door het verhinderen van ieder nieuws over het referendum door het Catalaanse TV-kanaal.

Dit offensief heeft nooit geziene stappen genomen en dit niet enkel tegen de vrijheid van meningsuiting en vereniging. Het opleggen van een juridisch en politioneel beleg om controle te krijgen op burgemeesters die hun steun hebben uitgesproken voor het voorbereiden van de lokale kiesfaciliteiten of het bevel van het Catalaanse Openbaar ministerie, in naam van het nationale openbaar ministerie, om de stembussen te lokaliseren en in beslag te nemen,  betekenen een openlijk gebruik van het staatsapparaat in een poging om de wil van miljoenen Catalanen gewelddadig de kop in te drukken. Mendez de Vigo, een woordvoerder voor de Spaanse regering, bedreigde vrijwilligers die helpen met de organisatie van het referendum met gevangenisstraffen: “Jullie weten dat jullie deelnemen aan een criminele daad”.

Al die escalerende repressie, enthousiast gesteund door het Spaanse nationalisme, de PP, Ciudadanos et, jammer genoeg, ook door de huidige PSOE-leiding (sociaaldemocratie), kan eindigen in het opheffen van de Catalaanse regering en het parlement indien de Spaanse premier en PP-leider Mariano Rajoy beslist om beroep te doen op artikel 155 van de Grondwet. We zijn vandaag getuige van het in de praktijk omzetten van een strategie die recht uit het handboek van de oude Franco-dictatuur komt. Dit is geen propaganda: de feiten tonen de echte aard van de Spaanse staat, het leger, de rechterlijke macht en haar wetten als onderdelen van de erfenis van het Franquisme.

De oorzaken van de beweging en de positie van parlementair links

Meer dan de manoeuvres van Carles Puigdemont (President van de Generalitat van Catalonië) of de parlementaire steun die hij krijgt van de ERC (Republikeins Links van Catalonië) of de CUP (Kandidatuur Volkseenheid), is het de opgebouwde woede van miljoenen arbeiders en jongeren en een groot deel van de middenlagen in de samenleving die de echte brandstof is die het proces voedt. Ze hebben er genoeg van om hun dromen en hun nationale democratische rechten te zien vertrappeld worden door de centrale regering en de instellingen van de Spaanse staat. Ze hebben er genoeg van dat hun recht om te beslissen wordt ontkend, nu en bij vorige gelegenheden. Ze hebben genoeg van de brutale inperking van hun levensstandaard en van de staat van hun lokale overheden gedurende de laatste negen jaar, die jaren van kapitalistische crisis waren. In die periode is het gemiddelde inkomen van Catalaanse gezinnen gedaald met 20% en armoede raakt vandaag één op drie minderjarigen (-18).

Tegen deze achtergrond en terwijl een handvol parasieten en corrupte individuen hun zakken vullen, zijn de besparingspolitiek, werkonzekerheid en lage lonen, het gebrek aan hoop voor de jeugd permanente aspecten van het sociale landschap geworden. Dit is waarom – ondanks de mobilisatie van alle onderdrukkingsmacht van de Spaanse staat die kan tussenkomen om te voorkomen dat er wordt gestemd – de woede en de sociale onrust als reactie op de nationale en sociale onderdrukking enkel kan groeien.

Het idee dat het referendum op 1 oktober een staatsgreep betekent en aan een deel van het Catalaanse volk wordt opgelegd, is een van de grootste leugens die de media rondstrooien ten behoeve van de burgerij – het is ook ronduit absurd. Als de staat, de PP en die andere partijen zo zeker zijn dat het pro-onafhankelijkheidskamp in de minderheid is, waarom dan geen stemming toelaten? Waarom moet stemmen dan voorkomen worden? Waarom is het aanvaardbaar in Venezuela, maar niet in Catalonië? Eender wie geen voorstander van onafhankelijkheid is, kan nalaten te stemmen of tegen stemmen. De reden hierachter is dat de rechtervleugel en de staat de meerderheid wil ontkennen. Dat ze willen ontkennen dat het Catalaanse volk het recht heeft om te beslissen en dat Catalonië het recht heeft om een natiestaat te worden. Hun positie is niets meer dan een verderzetting van een politieke lijn die de Spaanse burgerij samen met de centrale staat steeds heeft gevolgd, meestal door het met militaire hand verpletteren van de nationaaldemocratische aspiraties van Catalonië, Baskenland en Galicië. Dit is exact wat gebeurd is onder de Franco-dictatuur. Sinds de “Transitie naar Democratie” is vooruitgang van de nationale rechten enkel verkregen als resultaat van massale mobilisaties.

In deze context heeft de PSOE-leiding, met Pedro Sanchez aan het hoofd, haar karretje aan de PP-wagon van de “verdediging van de rechtstaat” gehangen. De PSOE heeft de burgemeesters van PSC (PSOE in Catalonië) bevolen tegen hun eigen burgers in te gaan door eerst en vooral hun gehoorzaamheid aan de staat te betuigen. Zo hebben de PSOE-leiders (samen met een reeks intellectuelen die zich zichzelf als “links” of “progressief” beschrijven) hun krachten verenigd met het koor dat Rajoy promoot door het naar voor brengen van de “waardige” argumenten van NODO (het nieuwskanaal dat door de Franco-dictatuur werd gebruikt om een rooskleurig beeld van Spanje te schetsen). Om de tussenkomst van Carmen Forcadell, voorzitster van het Catalaanse Parlement, om de Catalaanse Kamer toe te laten te stemmen over de wet die oproept tot een referendum, te vergelijken met de rechtse staatsgreep van 23 februari 1981, zoals Almudena Grandes (academicus, aanhanger van links en columnist voor El Pais) heeft gedaan, moet je zowat al je politiek oriëntatievermogen hebben verloren. Om te spreken over een oplegging, een klap voor de democratie en dergelijke toont enkel hoe verwijderd van de realiteit je kunt worden indien je een antikapitalistisch klassenperspectief over de nationale kwestie verlaat.

Miljoenen mensen in Catalonië en erbuiten hoopten dat de leiders van Podemos, Pablo Iglesias en Ada Colau, zichzelf aan het hoofd van de strijd tegen de staatsrepressie en in verdediging van het beslissingsrecht zouden plaatsen. Voor de zomer beloofde Pablo Iglesias de regering te confronteren indien ze poogde het referendum te stoppen. In plaats van hun woorden in daden om te zetten, blijven hij en Ada Colau echter erop aandringen dat het referendum een “bindende overeenkomst” moet zijn. Een overeenkomst met wie? Met de zelfde staat die politieke evenementen verbiedt, die censuur oplegt en politieke leiders bedreigt met gevangenschap voor de misdaad stembussen op te zetten die mensen toestaan om te stemmen? En wie zou verzekeren dat de overeenkomst bindend is? Rajoy, Saenz de Santamaria en de rest van de corrupte vertegenwoordigers van de PP? De erfgenamen van het Franquisme en voorstanders van de wet die mensen de mond snoert? Of misschien de koninklijke familie en de burgerij, diezelfde mensen die wapens verkopen aan reactionaire regimes die jihadi-terrorisme financieren, die winsten boeken door het steunen van imperialistische oorlogen, bedrijven sluiten en de publieke schatkist plunderen?

Het ontbreken van een consequente strijd door de leiding van Podemos tegen de staatsrepressie heeft terecht onrust gecreëerd in haar rangen, vooral in Catalonië. Albano Dante Fachin – Algemeen Secretaris van Podemos in Catalonië – drukte deze algemene onrust uit door het verdedigen van de mobilisatie in de straten om het recht om te beslissen op 1 oktober te verkrijgen. Op die manier distantieerde hij zich van verklaringen tegen het referendum door Coscubiela, de parlementaire woordvoerder voor “Catalunya Si es Pot” (de coalitie “Catalonië, ja we kunnen”) die gesteund werd door rechts. Dante Fachin herinnerde mensen dat de oorsprong van Podemos en haar kracht in de straatmobilisatie lag en niet in het toegeven aan de instellingen. Dat is 100% correct.

De dubbelzinnige en weifelende positie van de leiders van Podemos en Catalunya en Comu (Catalonië Gemeenschappelijk) is des te meer onaanvaardbaar wanneer we de ervaring van de beweging van 15-M of de PAH (beweging tegen uithuiszettingen) onder ogen nemen. Zocht de 15-M-beweging een overeenkomst met of toonde ze respect voor de institutionele kanalen toen diezelfde staat die vandaag het referendum wil verbieden betogingen en bezettingen illegaal verklaarde? Neen, dat deed ze absoluut niet. Ze baseerde zich op de mobilisatie van de massa’s en trotseerde alle pogingen om hen onderuit te halen. Op die manier verdienden Pablo Iglesias (de Algemeen Secretaris van Podemos), Podemos (“we kunnen”) zelf en Ada Colau het respect en de erkenning van miljoenen mensen . Is Ada Colau (een van de stichtende leden en woordvoerders van het “Platform voor Mensen geraakt door Hypotheken” en burgemeester van Barcelona) vergeten hoe de mensen die haar aanvielen voor het voorop stellen van de democratische en sociale rechten van de meerderheid boven de argumenten van de verdediging van het bezit, de wet en respect voor de staat, dezelfde mensen zijn die vandaag het referendum aanvallen?

Uiteindelijk werd de druk van onderuit zo sterk dat Ada Colau gedwongen werd te beloven dat de gemeente openbare ruimte zou beschikbaar stellen in Barcelona om iedereen die zijn stemrecht wil gebruiken toe te staan dat ook te doen. Hetzelfde is gebeurd binnen de rangen van Catalunya en Comu, waar een meerderheid zich heeft uitgesproken voor het recht om deel te nemen aan het referendum.

Voor een massale mobilisatie voor het stemrecht als reactie op de staatsrepressie! Voor een Socialistische Republiek van Catalonië!

De Spaanse burgerij en de PP blijven, ondanks alle middelen die tot hun beschikking staan, zeer zwak zoals duidelijk werd door hun onvermogen ook maar enige mobilisatie “in verdediging van de Spaanse eenheid” te organiseren, noch in Catalonië, noch elders in Spanje.

Het is deze zwakheid die delen van de PP en Ciudadanos (“Partij van de Burgers”), het mediacircus dat hen begeleidt en niet weinig reactionaire en Spaans-nationalistische elementen in de PSOE, zoals Alfonzo Guerra, aanzet tot de eis om artikel 155 van de grondwet toe te passen, wat de Catalaanse autonomie zou opheffen. Verschillende regeringsleden hebben bevestigd dat ze op dit moment die optie niet in overweging nemen, maar dat ze het ook niet uitsluiten. Het inroepen van dit artikel zou een kwalitatieve sprong betekenen en de gevolgen zouden onvoorspelbaar zijn.

Niet alleen zou dit een nieuwe demonstratie zijn van het reactionaire en antidemocratische karakter van de Spaanse constitutionele monarchie van 1978, maar iets zo verreikend zou brutale repressie vereisen. Enkel de meest stompzinnige en fanatieke reactionairen kunnen erin slagen niet te zien dat zulk een manoeuvre een sociale explosie zou teweegbrengen in Catalonië en de intrede van de arbeidersbeweging op het toneel zou betekenen om zo’n brutale repressie te weerstaan. Het zou moeilijk zijn het plaatsvinden van een referendum te verhinderen zonder komaf te maken met een democratische verworvenheid die was verkregen in de jaren ’70 doorheen massale mobilisaties van de bevolking tegen de dictatuur en die in het collectieve geheugen is gebrand. In deze omstandigheden zou het zeer moeilijk zijn een algemene staking te verhinderen in Catalonië en het zou ook een massabeweging in de rest van het land op de been brengen. Esquerra Revolucionaria en de Sindicat d’Estudiants (Revolutionair Links en de studentenvakbond) zou aan het hoofd staan van een oproep tot bezetting van de secundaire scholen en de universiteiten, met een oproep voor een algemene staking van onbepaalde duur in het onderwijs tot de reactie verslagen zou zijn.

De meest vooruitziende delen van de Catalaanse, Spaanse en Europese burgerij erkennen dit gevaar en roepen Rajoy voortdurend op het gebruik van “extreme maatregelen” achterwege te laten in zijn pogingen om het referendum te verhinderen. Zo riep El Pais, dat niet heeft geaarzeld haar furieuze oppositie tegen Catalaanse autonomie te tonen, maar een grote terughoudendheid toonde tegenover het gebruik van artikel 155, Rajoy op om de druk van de hardliners te weerstaan. De krant Vanguardia, spreekbuis van de Catalaanse burgerij, publiceerde een wanhopig pleidooi om deze confrontatie niet uit de hand te laten lopen en een eigen logica te ontwikkelen: “Laat ons de tragedies van het verleden naar de geschiedenisboeken verwijzen. Democratisch Europa bekijkt ons.” Maar dit is minstens deels wat aan het gebeuren is. Zelfs de Financial Times had harde kritiek om Rajoy’s “inflexibele” houding tegenover het Catalaanse probleem.

Voorlopig heeft de Spaanse burgerij beslist verder haar repressie te richten tegen de publieke figuren binnen de Catalaanse regering en hun eigen Mossos d’Esquadra (Catalaanse politie) te gebruiken om maatregelen aan te nemen, zoals het aanslaan van stembussen (waarbij alle foto’s vermeden worden van de Guardia Civil of het Spaanse leger die dat doen). Het feit dat de “majoor” van de Mossas, Josep Lluis Trapero, voorgesteld als een held door de PDeCAT (Catalaanse Europese Democratische Partij) en sommige onafhankelijkheidsleiders na de aanvallen van augustus, minder dan zes uur nodig had om te schikken naar de beslissing van de staat en haar orders bekend te maken, toont het waanbeeld dat iedere uitdaging van de burgerij uitgevoerd kan worden “met gebruik van de bestaande instellingen”. Maar zelfs indien ze de media-impact vermindert, zal de repressie van het referendum van 1 oktober onvermijdelijk meer olie op het vuur gooien en de nationale kwestie in Catalonië verder bemoeilijken en een sociale revolte kan op middellange termijn niet uitgesloten worden.

Het enige dat (tot nu toe) heeft gemaakt dat de enorme sociale onrust in Catalonië nog geen onderdeel is geworden van een sociale rebellie om de staat, de PP en haar kapitalistische politiek te verslaan, is dat links zich niet aan het hoofd heeft gezet van deze grote beweging van de massa’s met een programma dat de strijd voor zelfbeschikking verenigt met de economische en sociale eisen die nodig zijn voor de meerderheid van de arbeidersklasse, de jeugd en de middenlagen. Het feit dat de formele leiding van die strijd tegen de staat en de PP-regering is overgelaten aan de PDeCAT heeft toegestaan dat deze reactionaire burgerlijke politici martelaren van “de democratie” lijken te zijn en dit heeft het hen mogelijk gemaakt verdeeldheid binnen de arbeidersklasse te behouden. De leiding van het “proces” vanwege de PDeCAT, zoals verdedigd wordt door de leiders van CUP en ERC, helpt de strijd niet, maar houdt ze tegen. Zelfs vanuit het standpunt van de verdediging van de nationale rechten hebben de leiders van de PDeCAT ieder mogelijk excuus gezocht om het referendum uit te stellen of niet te houden. Uiteindelijk was het de druk van de beweging en het vooruitzicht dat ze massaal steun zouden verliezen in de verkiezingen die hen, met veel interne verdeeldheid, ertoe bracht een datum vast te leggen voor het referendum.

De miljoenen jongeren en arbeiders die niet stemden op 9 november of die niet deelnamen aan de Diada, verwerpen daarom niet het recht om te beslissen. Veel van hen waren gemobiliseerd tegen besparingen, uithuiszettingen, corruptie en alles wat de PP voorstelt. Als ze zich niet mobiliseerden in steun voor het referendum is het omdat Puigdemont of Mas, zij van de Palau Case en de corruptiesamenzwering van de 3%, altijd aan de kant van de PP hebben gestaan tegen de arbeiders, met steun voor arbeidshervormingen, besparingen in gezondheidszorg en onderwijs en privatiseringen. Maar zelfs dat zou kunnen veranderen indien de PP kiest voor massale repressie: kwantiteit kan omgevormd worden in kwaliteit die verder gaat dan het kader van de nationale kwestie.

Op dit moment zou het perfect mogelijk zijn de miljoenen te verenigen die al gemobiliseerd zijn en bereid zijn het referendum in de straat te verdedigen met hen die de repressie afwijzen maar de PDeCAT wantrouwen. Indien de leiders van links in de Spaanse staat en in Catalonië opriepen tot de massale mobilisatie van de arbeidersklasse, jeugd en middenlagen, binnen en buiten Catalonië, in verdediging van het recht om te beslissen op 1 oktober, tegen de PP en de staatsrepressie, zouden ze zich duidelijk onderscheiden van de PDeCAT, iets wat de CUP onmiddellijk zou moeten doen door haar parlementair pact met Catalaans rechts te breken. Ze zouden deze strijd kunnen verbinden met de strijd tegen besparingen, voor degelijk werk, in verdediging van publieke gezondheidszorg en onderwijs. Zo zou het niet enkel mogelijk zijn om de repressie te stoppen, maar ook om de Rajoy-regering omver te werpen, evenals de even goed rechtse regering van Puigdemont, en de weg openen voor een linkse regering en een socialistische republiek van Catalonië.

De enige manier om het recht op zelfbeschikking tot uitvoer te brengen is de grote meerderheid van de bevolking in Catalonië te verenigen met de krachtige Catalaanse arbeidersklasse aan het hoofd. Dit moet gedaan worden rond een programma dat de strijd voor zelfbeschikking en de strijd tegen kapitalisme onlosmakelijk verbindt als twee zijden van dezelfde medaille. Het is onmogelijk echte sociale en nationale bevrijding van Catalonië te verkrijgen uit de handen van de Catalaanse burgerij. Zelfs indien onafhankelijkheid zou worden bekomen, zou een Catalaanse kapitalistische republiek betekenen dat de besparingen en de aanvallen op de arbeidersklasse zouden verdergaan.

Esquerra Revolucionària vecht voor een Catalaanse socialistische republiek die een einde maakt aan de besparingspolitiek en publiek onderwijs en gezondheidszorg van goede kwaliteit garandeert; die het probleem van massale werkloosheid oplost via de creatie van miljoenen jobs met degelijke lonen en rechten; die de uithuiszettingen stopt en een plan uitwerkt van openbare sociale woningen en zo een einde maakt aan de vastgoedspeculatie; dat de bankensector en grote bedrijven nationaliseert om de geproduceerde rijkdom in te zetten voor de noden van de meerderheid van de bevolking en een einde maakt aan de multimiljoenendollarfortuinen van een handvol corrupte en parasitaire individuen.

Een Catalaanse socialistische republiek zou overweldigende steun krijgen van de arbeiders van de rest van de Spaanse staat (die dezelfde vijand hebben: de burgerij, en dezelfde aanvallen en besparingen ondergaan) en in de andere landen van Europa, waarbij een krachtig pad wordt geopend voor sociale transformatie en de bevrijding van alle onderdrukte volkeren.

Print Friendly, PDF & Email