Conflicten in de Kaukasus

De afgelopen periode leed Rusland twee zware nederlagen in de Kaukasus. Op 9 mei werd de Tsjetsjeense president Akhmad Kadyrov (een voormalige krijgsheer die een bondgenoot van de Russische president Poetin werd) in Grozny omgebracht bij een bomaanslag tijdens een herdenking van de overwinning van Rusland in de Tweede Wereldoorlog. Rusland zoekt nu wanhopig naar een opvolger.

Rob Jones, Moskou

De jobomschrijving voor de nieuwe president van Tsjetsjenië is niet bepaald aantrekkelijk: drie van de vier Tsjetsjeense leiders na de val van de Sovjetunie zijn op gewelddadige wijze omgekomen. De vierde, Aslan Maskhadov, leidt een gewapende oppositie tegen de Russische troepen. De aanslag op de president zorgde ervoor dat de illusie doorprikt werd dat er stabiliteit zou heersen in Tsjetsjenië. De burgerlijke media stelt dat de situatie er vandaag vergelijkbaar is met Kosova en Bosnië tijdens de hevigste ogenblikken van de conflicten die deze landen gekend hebben.

Slechts enkele weken voor de aanslag moest het hoofd van de Russische veiligheidsdiensten, Igor Ivanov, zich naar Adzjarië (een autonome republiek in Georgië) begeven om er de president, Aslan Abashidze, te overtuigen om afstand te doen van de macht en naar Moskou te vluchten. Abashidze beweert dat hij toegaf om een burgeroorlog in de republiek te vermijden en dat het artillerievuur van het Georgisch leger tijdens de gesprekken met Ivanov hoorbaar dichterbij aan het komen was.

De centrale autoriteiten van Georgië waren vastberaden om alle mogelijke middelen in te zetten om de controle over Adzjarië te verwerven. Nadat Michael Saakashvili de voormalige president, Shevardnadze, de laan had uitgestuurd, heeft hij duidelijk gemaakt dat hij de drie autonome gebieden in Georgië (Adzjarië, Abchazië en Zuid-Ossetië) terug onder de centrale controle wil plaatsen. Saakashvili is opgeleid in zakenscholen in de VS en wil een reeks neo-liberale hervormingen doorvoeren in het land. Daarnaast heeft hij een reputatie opgebouwd op basis van een nationalistische retoriek. Hij maakte vlug komaf met iedere vorm van weerstand in Adzjarië.

Adzjarië is een ministaatje met zowat 300.000 inwoners. Het land bevindt zich tussen Georgië, Turkije en de Zwarte Zee en is van cruciaal belang voor de handel. De hoofdstad, Batumi, verworf enige bekendheid toen in 1883 de Rothschild familie besliste om de stad uit te bouwen om de olie-export uit de regio gemakkelijker te maken. Vandaag zijn heel wat Westerse oliebedrijven nog steeds afhankelijk van de olieterminals in Batumi als alternatieve route om olie vanuit Rusland of Iran in te voeren. Bovendien gaat ook heel wat handel vanuit Armenië naar Batumi aangezien de export langs Azerbeidjan nog steeds geblokkeerd wordt door dat laatste land. Het is bijgevolg logisch dat ook Rusland heel wat belangen heeft in de regio.

Abashidze heerste over de republiek als ware het zijn feodale eigendom. Hij werd in 1991 aangesteld door de Georgische Oppersovjet en werd gezien als een belangrijke bondgenoot van Shevardnadze. Alhoewel die een bondgenoot was van de VS, werd hij niet gezien als een voorstander van een hard neo-liberaal beleid. Shevarnadze bouwde liever aan een eigen vorm van gangsterkapitalisme met een enorme corruptie. Abashidze gebruikte zijn positie om een eigen netwerk van corrupte kapitalisten uit te bouwen. De oliehaven werd geprivatiseerd, waarbij een groot deel van de aandelen verkocht werden aan een duistere Deense zakenman die een vriend was van Abashidze. Die laatste gebruikte de inkomsten uit de privatisering om een eigen privé leger op poten te zetten. Terwijl de meerderheid van de bevolking met minder dan 20 euro per maand moest toekomen, had de president een uitgebreide collectie van luxe-wagens en andere opzichtige luxe.

Vlak nadat Saakashvili president werd in Georgë, escaleerde de strijd om de controle over de kleine republiek erg snel. In de lente was er een verkiezingscampagne voor een nieuw Georgisch parlement waarbij Saakashvili een poging ondernam om Batumi te bezoeken om er campagne te voeren, maar hij werd geblokkeerd door gepantserde wagens die hem aan de grens tegenhielden. Tegen midden april werd een algemene militaire mobilisatie afgekondigd door Abashidze. Acties van aanhangers van Saakashvili in Batumi werden aangevallen door ordetroepen waarop Saakashvili een economische blokkade van de republiek afkondigde. De schepen werden niet meer doorgelaten en ook over het land was er geen handel meer mogelijk. Begin mei bevonden Georgië en Adzjarië zich zowat in een staat voor oorlog. De bruggen die de kleine republiek verbonden met Georgië werden opgeblazen op bevel van Abashidze. Saakashvili stelde een ultimatum en eiste dat Abashidze binnen de 10 dagen zou aftreden. Hij stelde dat Abashidze voor de keuze stond: ofwel verdwijnen op een zelfde wijze als Shevardnadze ofwel zoals Nicolae Ceaucescu (de stalinistische president van Roemenië die in 1989 geëxecuteerd werd). Uiteindelijk namen tienduizenden mensen deel aan protestacties tegen Abashidze in Batumi. Tegen 3 mei waren er al delen van het leger en de politie, en zelfs enkele ministers, die verklaarden dat ze de Georgische regering steunden. Abashidze had geen enkele steun meer en moest wel gaan.

Deze gebeurtenissen betekenen een wijziging in het Russische beleid in de regio. Sinds de val van de Sovjetunie gebruikte Rusland de aanwezigheid van Russen en Russisch-sprekende minderheden in de nieuwe onafhankelijke landen als drukkingsmiddel op de leiders van de voormalige Sovjetrepublieken. Op het begin van de jaren ’90 werd aanzienlijke (maar wel onofficiële) steun gegeven aan de twee andere Georgische republieken (Abchazië en Zuid-Ossetië). Die steun versterkte de bloedige conflicten die er heersten in deze regio’s. Alhoewel de bevolking van Adzjarië niet Russisch is, maar Georgisch (het zijn moslims in het voor de rest christelijke Georgië), probeerde Rusland ook Adzjarië te gebruiken om druk te kunnen uitoefenen op Georgië.

Vandaag kan Rusland het zich niet permitteren dat er etnische en regionale conflicten verder ontwikkelen. Bovendien wordt Rusland geconfronteerd met de stijgende invloed van de VS, zeker nu Saakashvili president geworden is. De VS wil dat er oliepijpleidingen komen doorheen Georgië om de Kaspische olie via Batumi te kunnen exporteren, de VS voorziet bovendien in militaire training van het leger en steunt de mogelijke kandidatuur van het land om bij de NAVO aan te sluiten. Rusland heeft hierop besloten dat een openlijk conflict met het regime in Tbilisi (de hoofdstad van Georgië) niet aangewezen is en andere methoden de voorkeur genieten. Rusland biedt haar openlijke steun aan Saakashvili aan en probeert tegelijk haar economische belangen in het land te versterken. Een Russisch bedrijf heeft het geprivatiseerde elektriciteitsnetwerk in Tbilisi overgenomen en wil hetzelfde doen met het gasbedrijf. De Georgische media ziet dit als een poging van Rusland om meer impact te hebben in het binnenlands en buitenlands beleid van Georgië, en dat op eenzelfde manier als Rusland eerder deed in andere republieken waar een deel van de geprivatiseerde bedrijven door Rusland werden opgekocht.

Nu heeft Saakashvili zijn zinnen gezet op Abchazië. De patroonheilige van Georgië, de heilige Georges, wordt twee keer op een jaar gevierd: in mei en november. In november vorig jaar trad Shevardnadze af, in mei dit jaar verdween Abashidze van het toneel. Verschillende kranten in Tbilisi voorspellen dat tegen november Abchazië terug onder de centrale controle van Georgië zal komen te staan.

Abchazië en Zuid-Ossetië zullen harde noten zijn om te kraken. Ze hebben sinds begin jaren 1990 het regime in Georgië de rug toegekeerd en de bevolking in beide republieken is Russisch. Het zal moeilijk zijn voor Rusland om niet in te gaan op de druk om tussen te komen als het conflict ontwikkelt zoals nu wordt voorspeld. Dit zou echter kunnen leiden tot nieuwe gewelddadige etnische conflicten.

De vier landen van de Kaukasus (Armenië, Azerbeidjan, Georgië en Rusland) hebben een rijke geschiedenis en veel bodemrijkdommen. Er zijn meer dan 100 etnische en nationale groepen aanwezig. Het beleid onder het stalinisme en de herinvoering van het kapitalisme hebben geleid tot enorme spanningen. Nagorno-Karabach, Abchazië, Ossetië en uiteraard Tsjetsjenië zijn allemaal verwoest door etnische oorlogen in de afgelopen 15 jaar. Ondanks de enorme rijkdommen (olie, gas, kaviaar) in de regio, komt deze rijkdom niet ten goede van de bevolking maar van multinationals waaronder Russische oliebedrijven, en bureaucraten. Intussen wordt door de imperialistische mogendheden (Rusland, VS, Turkije) opnieuw ingespeeld op de tegenstellingen die in de 19e eeuw geleid hebben tot massale genocide in de regio.

Jammer genoeg is de arbeidersklasse in deze regio erg zwak georganiseerd en is er geen politieke organisatie die in staat is om op te komen voor de rechten van de arbeiders. Dit soort organisaties zal nochtans nodig zijn om een antwoord te bieden op de armoede, autoritair bewind, etnische conflicten en oorlog,… Om stappen vooruit te zetten is er nood aan een regering van arbeiders en arme boeren die de natuurlijke rijkdommen en de industrie (waaronder ook de oliepijpleidingen) onder controle van de bevolking plaatst en die een federatie vestigt van democratische socialistische landen in de Kaukasus met autonomie en het recht op zelfbeschikking voor nationale groepen die dat wensen.

Delen: Printen: