Home / Op de werkvloer / Onderwijs / Met 36 in één klas. “Ik heb leerlingen op de vensterbank moeten zetten”

Met 36 in één klas. “Ik heb leerlingen op de vensterbank moeten zetten”

Spandoek die opkomt voor meer middelen in onderwijs. Foto: Liesbeth

Terug naar school. Voor jongeren én personeelsleden waren de voorbije dagen spannend. Wij spraken met een leerkracht over de heropstart van het nieuwe schooljaar. De roep om meer meer publieke middelen weerklinkt doorheen dit interview.

Vorig jaar (en nu nog) hingen er aan verschillende scholen spandoeken die om meer middelen vroegen. Is de regering daarop ingegaan?

Die vakbondsactie is op poten gezet als antwoord op het voorstel van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) om de lerarenloopbaan te hervormen. Zij stelde terecht vast dat het lerarenberoep steeds onaantrekkelijker wordt en dat 20% van de beginnende leerkrachten het niet langer dan 5 jaar uithoudt. Maar de voorstellen die Crevits lanceerde, zullen daar zeker niets aan veranderen. Het kwam erop neer dat ze leerkrachten gemiddeld twee lesuren extra per week wil laten geven voor hetzelfde loon. Dat is dus eigenlijk een inlevering van 10%.

Er worden al dertig jaar continu te weinig middelen voorzien voor onderwijs terwijl ons steeds verteld wordt dat we in een kenniseconomie leven en onderwijs dus steeds belangrijker wordt. Als de minister vandaag zegt dat er extra middelen zouden zijn bijgekomen, is dat een leugen. Eigenlijk werd er enkel met middelen geschoven om ze ‘efficiënter’ in te zetten. In het buitengewoon onderwijs worden erg veel middelen weggenomen omwille van het befaamde M-decreet (zie hieronder), maar die middelen volstaan niet om deze leerlingen in het regulier onderwijs voldoende te begeleiden. De expertise, ervaring en infrastructuur die daarvoor nodig zijn, ontbreken.

Ondertussen wordt het tekort aan middelen steeds acuter en ondervinden leerkrachten en leerlingen de gevolgen ervan aan den lijve. Op onze school bestaat een gemiddelde klas uit 25 of meer leerlingen met uitzonderlijke uitschieters tot 36 leerlingen. Ik heb tijdens de eerste schoolweek al leerlingen langs de muren van het lokaal en zelfs op de vensterbank moeten zetten. Vandaag is dat nog uitzonderlijk, maar het is eigenlijk hallucinant dat dit mogelijk is. Tegelijkertijd kamperen ouders aan de schoolpoorten om een plaatsje te veroveren voor hun kind… om dan met 36 leerlingen in de klas te zitten.

Zoals altijd in september, wordt er vandaag weer druk gediscussieerd over eindtermen, leerplannen, onderwijskoepels, enzovoort. Veel leerkrachten voelen zich inderdaad gefrustreerd door het keurslijf dat hen door de eindtermen wordt opgedrongen. Maar de discussie over wie die eindtermen dan uiteindelijk formuleert – de overheid of de onderwijskoepels – zal daar niets aan veranderen. Ons onderwijs heeft in de eerste plaats nood aan een forse opdrijving van de middelen. Dat betekent in eerste instantie meer beschikbare lesuren. En hoe je het ook draait of keert, dat kan enkel met meer geld. Een massale publieke investering in onderwijs moet de basis zijn waarop je verder kan discussiëren over hoe het onderwijsveld georganiseerd moet worden. Zonder die broodnodige financiële injectie blijft die jaarlijks terugkerende discussie betekenisloos. Een terugkeer naar de situatie van de jaren ’80, met 7% van het bbp voor onderwijs, zou een goede eerste stap zijn waarop kan verdergebouwd worden. Dat is echter niet het perspectief waar deze Vlaamse regering en deze minister van Onderwijs voor kiezen. Die spandoeken blijven voorlopig dus nog wel even hangen.

Heel veel leraars houden het niet lang vol in het onderwijs. Hoe komt dat volgens jou?

Dat klopt. Zoals gezegd houdt 1 op de 5 jonge leerkrachten het binnen de eerste 5 jaar voor bekeken. Ook dat is een rechtstreeks gevolg van het schrijnend tekort aan middelen. Als beginnende leerkracht word je sowieso al met een enorme werklast geconfronteerd. Lesvoorbereidingen maken, je inwerken in een nieuwe school, het eerste contact met leerlingen en collega’s, … Maar als je dan stelselmatig ervaart wat er allemaal nog meer van leerkrachten verwacht wordt, is het logisch dat velen de moed laten zakken. Als leerkracht word je niet alleen geacht geschoolde arbeidskrachten af te leveren, maar ook in te staan voor socio-emotionele zorg, het aanpakken van discriminatie, en nu ook nog het opsporen en tegengaan van radicalisering onder jongeren.

Een terugkerend voorstel is dat van ‘ondersteunende functies’. Leerkrachten ondervinden dat die ondersteunende functies niet veel ondersteuning aanbieden, maar eigenlijk alleen nog meer werk met zich meebrengen in de vorm van verslagen, administratie, evaluaties, enzovoort.

Het lerarenberoep aantrekkelijker maken doe je dus niet door de enorme werklast nog groter te maken, zoals in het voorstel van Crevits dit voorjaar. Je moet er integendeel voor zorgen dat leerkrachten zich weer op hun kerntaak kunnen concentreren: dynamische lessen geven die jongeren inspireren en laten groeien in hun mogelijkheden. Dat betekent dat je de ‘ondersteunende functies’ ook echt ondersteunend maakt en niet beschouwt als extra taken voor leerkrachten. Scholen hebben nood aan voltijdse leerlingenbegeleiders, psychologen, maatschappelijke experts en sociale begeleiders. Ook hier gaat het dus in eerste instantie om de beschikbare financiële middelen. Die komen er niet, dus worden leerkrachten geacht om alles zelf te doen. Gekoppeld aan de gigantische administratieve planlast en de werkonzekerheid die elke beginnende leraar ondervindt, zorgt dat voor een giftige cocktail die de vlam bij heel wat jonge leraars erg snel doet uitdoven.

Een belangrijke nieuwigheid dit jaar is het M-decreet. Dit wordt verkocht als ‘inclusief onderwijs’. Wat is daarvan aan?

Inclusief onderwijs betekent dat jongeren met een beperking – of dat nu een fysieke of mentale beperking is – lessen volgen in reguliere scholen. Het buitengewoon onderwijs wordt dus afgebouwd. In principe kan je daar geen tegenstander van zijn. Het is goed dat leerlingen omgeven worden door een sociale mix en leren omgaan met diverse groepen medemensen.

Het M-decreet zal echter geen positieve gevolgen hebben omdat het een verpakte besparingsoperatie is. Het buitengewoon onderwijs krijgt uiteraard een groot deel van de middelen voor onderwijs omdat de noden daar het grootst zijn. Dat zorgt ervoor dat er daar in kleinere klassen kan lesgegeven worden en dat jongeren omringd worden door personeelsleden die opgeleid zijn om met hun specifieke problematieken om te gaan. Reguliere scholen daarentegen hebben vandaag al niet genoeg middelen om hun onderwijstaak tot een goed einde te brengen. Voeg daar nog de extra zorg en aandacht aan toe die kinderen uit het buitengewoon onderwijs nodig hebben en de leerkrachten en personeelsleden zullen helemaal bezwijken onder de druk.

Als de regering echt stappen naar inclusief onderwijs wou zetten, zou ze in het M-decreet een enorme toename van de beschikbare middelen voor scholen hebben voorzien. Dat is geenszins het geval: het M-decreet is een besparing. Hier wordt niemand beter van, ook de leerlingen met specifieke noden niet, die hun intensieve begeleiding zien wegvallen.

Volgens Crevits zou een algemeen eindexamen tot meer gelijkheid in het onderwijs leiden, maar ondertussen bevestigen studies dat ons onderwijs erg ongelijkheidsbevestigend is (zie De Standaard 1 september). Merk je daar iets van op school?

Uiteraard. Kapitaalkrachtige ouders beschikken over meer middelen om bijvoorbeeld bijlessen te nemen, hun kinderen naar taalkampen te sturen en extra ondersteunend materiaal aan te schaffen. Tegelijkertijd zijn er kinderen die halverwege september nog steeds geen schoolmateriaal hebben omdat dat deze maand niet betaald kan worden. Het is niet meer dan logisch dat deze kinderen minder kansen hebben in ons onderwijs. De meeste scholen beschikken niet over voldoende middelen om hun onderwijstaak naar behoren te volbrengen. Dan is het niet verwonderlijk dat ze al zeker niet over de middelen beschikken om minder kapitaalkrachtige of financieel achtergestelde kinderen extra te ondersteunen. Meestal wordt er geld ingezameld door leerkrachten en leerlingen, door wafels te bakken, auto’s te wassen, evenementen te organiseren, … om ervoor te zorgen dat iedereen mee op schoolreis kan. De groep die daar gebruik van moet maken, wordt over het groter. Zo ondervind je de besparingsmaatregelen die op andere terreinen werden genomen ook in het onderwijs.

Om hieraan tegemoet te komen, om extra taallessen en bijlessen te geven, om iedereen van degelijk materiaal te voorzien, om een goede infrastructuur te garanderen aan elk kind, … hebben we opnieuw middelen nodig. Elke discussie rond onderwijs valt terug te brengen tot die centrale eis.

Print Friendly, PDF & Email