Verkiezingen: Hoe extreem-rechts bestrijden?

Sedert de verkiezingen van 13 juni staat de pers bol van analyses over de overwinning van extreem rechts. Wat is dat fenomeen. Vanwaar het succes en hoe kunnen we het bestrijden? LSP heeft samen met haar jongerencampagnes Blokbuster en Actief Linkse Studenten een lange traditie van mobilisaties tegen extreem-rechts. Wij beweren niet de waarheid in pacht te hebben. In dit artikel geven we onze visie op het waarom van het succes van extreem-rechts en hoe wij denken dat te kunnen bestrijden.

Eric Byl

Het Vlaams Blok heeft een voorgeschiedenis die teruggaat tot de collaboratie in WOII. Gedurende meer dan 30 jaar heeft het eerst binnen de CVP en vanaf 1954 tot 1970 binnen de Volksunie een partijkader uitgebouwd. Van bij haar creatie in ’78 beschikte de partij niet alleen over een kader, maar ook over een netwerk van connecties. Aan financiële middelen heeft het haar nooit ontbroken. Het was enkel wachten op de juiste politieke context om uit het isolement te breken.

Die context kwam er vanaf het begin van de economische crisis in de jaren ’70. In die tijd werd het Blok echter geconfronteerd met vakbondsleiders die nog wisten wat collectieve acties waren en partijen (de BSP en vanaf 1976 SP en PS) die, hoewel ze ook toen al meeheulden met het patronaat, tenminste nog in woorden de belangen van de arbeiders verdedigden en pleitten voor socialisme.

Voor een electorale doorbraak moest het Vlaams Blok wachten tot de val van het stalinisme in het Oostblok (‘89-’91) Sindsdien hebben zowel SP als PS zich neergelegd bij de wetten van de vrije markt en het neo-liberalisme. Die draai naar rechts ging gepaard met een geleidelijke verandering in de sociale samenstelling vooral van de SP en in mindere mate van de PS. Delen van de arbeidersbeweging voelden zich uitgesloten, niet alleen door de maatschappij, maar ook door alle politieke partijen, met inbegrip van SP en PS. Eerst waren het de werkloze arbeiders, daarna diegenen met een interim-job, dan diegenen die nog werken in de industrie en vandaag beginnen meer en meer arbeiders die destijds wel werkzekerheid hadden te kreunen onder de slechte arbeidscondities of te vrezen voor hun job (De Post en NMBS).

Het is de combinatie van economische crisis en een anti-sociaal beleid dat, ook al omdat de vakbondsleiders weigeren te mobiliseren en SP.a en PS loyaal het saneringsbeleid blijven doorvoeren, aan de basis ligt van het succes van extreem-rechts.

De Vlaming – een bange blanke man?

Sommigen zullen de verklaring voor de verkiezingsuitslag van het Blok zoeken in de psychologie van de Vlamingen. “Ik schaam mij”, “1 op 4 vlamingen blokker” etc… Uiteraard begrijpen wij een dergelijke reactie, maar ze is verkeerd. We moeten niet meteen fier zijn, maar ons evenmin schamen omdat we Vlaming zijn, of Waal, Brusselaar, migrant of wat dan ook. Als we ons al ergens voor moeten schamen is het voor het anti-sociaal beleid, voor de uitsluiting, de armoede en de werkloosheid. De slachtoffers van dat beleid stigmatiseren zal ons geen stap vooruit brengen, noch als het migranten zijn, noch als het Vlamingen zijn.

Professor en moraalfilosoof Etienne Vermeersch, in het verleden nog huisfilosoof van de SP stelt: “dit is een pikzwarte zondag. Elke Vlaming zou zich moeten schamen.” Met welke autoriteit spreekt Vermeersch? Wat heeft hij al gedaan om het Blok te stoppen? Wij hebben hem als professor aan de RUG nooit mogen verwelkomen toen we actie voerden tegen de debatten met het Vlaams Blok of toen we met succes actie voerden tegen de aanwezigheid van de revisionist Roeland Raes, tevens ideoloog van het Blok, in de Raad van bestuur van de RUG.

‘Maar Vlaanderen is toch één van de rijkste regio’s’. Yves Desmet van De Morgen verwijst naar de Amerikaanse economist Galbraith die schrijft over “the culture of contentment”: hoe meer mensen hebben, hoe banger ze worden het te verliezen. Kortom: voor Desmet draait het goed in Vlaanderen en als er al op het Blok gestemd wordt, dan is het omdat we bange wezels zijn die schrik hebben op hun welvaart te moeten inleveren. Had Desmet niet enkel aan zichzelf gedacht, maar ook geprobeerd om te doorgronden wat de maatschappelijke betekenis is van Galbraiths uitspraak, dan had hij wellicht ontdekt dat het rijkste land ter wereld, de VS, tevens het land is met veruit de grootste kloof tussen arm en rijk. Desmet had dan wellicht ook ingezien dat de kloof tussen arm en rijk ook in Europa en België is toegenomen. Dat er dus mensen zijn die Vlaams Blok stemmen omdat ze zich uitgesloten voelen en anderen die Vlaams Blok stemmen omdat ze hun rijkdom willen beschermen tegen diegenen die uitgesloten zijn.

Walter Pauli van De Morgen schrijft dat dit het failliet is van de strijd tegen extreem-rechts. “Alles is uitgeprobeerd”, stelt hij, “slechts één weg werd niet bewandeld”. Hij heeft het lef niet het te schrijven, maar de weg die hij bedoelt is uiteraard het Blok opnemen in een coalitie en verbranden aan de macht. Maar is alles uitgeprobeerd? Het neo-liberale besparingsbeleid op de kap van de arbeiders en hun gezinnen wordt door geen enkele traditionele partij in vraag gesteld. Blokbuster heeft altijd alles zelf moeten doen, werd door de traditionele politici al even goed verketterd als het Blok zelf, maar kreeg in tegenstelling tot die laatste geen miljoenen overheidsgeld. Geprobeerd? Door ons ja, niet door Pauli, noch door “de politieke wereld.” Pauli besluit: het stemrecht voor migranten was een fout en ook het cordon moet herbediscussieerd worden.

In crisis is alles sociaal-economisch

In heel wat analyses wordt onder meer het geklungel en gekibbel van de liberale excellenties aangevoerd als verklaring voor het succes van het Vlaams Blok. Het liberale gekibbel heeft ongetwijfeld een belangrijke rol gespeeld in de nederlaag van de VLD en van MR. Als enige verklaring volstaat dat echter niet. Het kartel SP.a-Spirit was een toonbeeld van ééndracht en toch verloor het bijna 4% ten opzichte van 2003. Het gekibbel in VLD en MR kwam overigens niet zomaar uit het niets. In patronale middens wou men dat de regering een nog krachtdadiger besparingsbeleid door het strot van de bevolking zou rammen, VLD en MR wilden en zouden kost wat kost hun vastberadenheid in de verf zetten. Ze werden echter langs rechts ingehaald door de SP.a ministers. In die situatie probeerden individuele liberale excellenties zelf te scoren door het eerste het beste dossier aan te grijpen zonder de gevolgen ervan in te schatten. Denken we maar aan Dewael die zonder meer pleitte voor een verbod van hoofddoeken op de school.

De belangrijkste splijtzwam voor de liberalen, vooral de VLD, was echter het migrantenstemrecht. Europa had België al eerder terecht gewezen over het uitblijven ervan. Het kartel CD&V-NV-A mag dan wel haar gal spuwen over dat migrantenstemrecht, de kans is klein dat het kartel tegen Europa ingaat en het migrantenstemrecht terug schroeft. In plaats van te wijzen op de verdeel-en heerspolitiek van het patronaat en de nood aan gelijke rechten voor Belgen en migranten te kaderen in de gemeenschappelijke strijd voor hun rechten, verkoos de SP.a te zwijgen. Resultaat: de argumenten van de tegenstanders werden breed uitgesmeerd, maar de voorstanders kwamen nauwelijks aan bod. Als Pauli zegt dat het migrantenstemrecht een fout was, dan toont dat enkel zijn opportunisme aan. Er was slechts één fout in het debat over migrantenstemrecht, nl. dat de voorstanders nooit aan bod kwamen.

De uitbreiding van Europa zal zonder twijfel gepaard gaan met een afbraak van de arbeids- en levensvoorwaarden. Het patronaat zal er dik winst op maken, maar arbeiders en hun gezinnen dreigen fors in te leveren. Dat is trouwens de bedoeling van de “Europese eenmaking”. Nu al circuleert een voorstel tot liberalisering van diensten door de Nederlandse EU-commissaris Bolkestein. Als diens richtlijn doorgaat werken hier straks Polen en Tsjechen, niet aan een Belgisch, maar aan een Oost-Europees loon. De patroons hier zullen dat aangrijpen om ook van Belgische arbeiders inleveringen op het loon en de arbeidscondities te eisen. SP.a en PS hadden de nood aan ééngemaakte strijd van Belgen en migranten tegen het anti-sociaal Europees project moeten bepleiten. Wie Belgische en migrante arbeiders verdeelt, door hen ongelijke rechten te geven, speelt immers in de kaart van het Europees patronaat. In plaats daarvan zweeg de SP.a, vermoedelijk omdat zij het fundamenteel eens is met Bolkestein, zelfs indien ze Bolkesteins’ richtlijn wellicht liever voorzichtiger had willen formuleren.

De schuld van de pers?

De traditionele partijen hebben er alles aan gedaan om hun tegenstanders het zwijgen op te leggen. In Wallonië scheelde het niet veel of alle niet-traditionele partijen zagen hun lijsten afgekeurd. Zo ver kwam het niet, het zou wellicht te doorzichtig geweest zijn. In de pers mochten we het wel vergeten, zowel de publieke als de commerciële. Tot daar de illusie dat de commerciële pers “onpartijdiger” zou zijn dan de publieke. Eenzelfde scenario in Vlaanderen, met dien verstande dat het Vlaams Blok er als enige buitenbeentje vrijuit haar gang kon gaan. LSP kwam zodanig veel aan bod dat De Morgen-journalist Pauli in het enige artikel van zijn krant over de kleine partijtjes niet eens de naam van onze partij voluit kende. Aangezien er slechts 2 kleine lijsten voor het Europees parlement waren, PvdA+ en LSP, is dat wellicht een prestatie die in aanmerking komt voor het guiness-book of records. Door kleine partijen als LSP en PvdA+ te weren en door de waanzinnige politiek van Stevaert om in het midden van het bed te gaan liggen en dus te zwijgen, kwamen de argumenten van links nooit aan bod, terwijl het Vlaams Blok de enige partij leek die echt iets anders voorstelde. De media hebben zonder de minste twijfel een stevige hand in het succes van het Blok.

De nationale kwestie

Op de groenen na pleiten alle partijen voor lastenverlaging… om de economie te stimuleren en de werkloosheid te bestrijden. Groen! alleen wijst erop dat die belastingen nodig zijn voor zorg en diensten. Na haar deelname aan Verhofstadt I en de invoering van een resem milieubelastingen zijn er echter weinigen die de groenen op hun woord geloven. Zij zien in Groen! een partij die de kleine man wil responsabiliseren door hem voortdurend te laten betalen, terwijl de grote industriële vervuilers telkens weer de dans ontspringen of de rekening doorschuiven.

Van de andere partijen heeft enkel het Vlaams Blok de rekening gemaakt. Zij wil de miljardenstroom van noord naar zuid, naar verluidt 10 miljard euro, aan banden leggen en dat geld gebruiken voor een “sociaal” Vlaams beleid. De traditionele partijen beloven wel lastenvermindering, maar zeggen niet waar ze het geld vandaan zullen halen, hooguit beweren ze dat er geld genoeg voorhanden is. Maar als dat zo is, waarom zijn er dan zo’n lange wachtlijsten in de zorg, sociale woningen en waarom zijn onze schoolgebouwen zo vervallen?

Weinigen geloven het sprookjesverhaal van Verhofstadt en Somers. De overgrote meerderheid vreest voor stijgende werkloosheid en armoede. Ze zijn uiteraard voor een zekere graad van solidariteit, maar omdat het Blok zegt dat Wallonië hier misbruik van maakt en de andere partijen, voor zover ze dat niet bevestigen, er niet op antwoorden, zullen velen vatbaar zijn voor de idee dat we eerst eens aan onszelf mogen denken.

Een antwoord op het argument van het Vlaams Blok dat ieder Vlaams gezin jaarlijks een kleine gezinswagen (400.000 fr) overhevelt naar Wallonië is nochtans gemakkelijk gevonden. Ten eerste is Wallonië tientallen jaren de bakermat geweest van alle rijkdom in België. De zware industrie heeft echter een grote tol geëist met veel meer beroepsziekten tot het gevolg dan in Vlaanderen. De crisis in de zware industrie heeft de regio zwaar geteisterd met werkloosheids- en armoedecijfers tot gevolg waar Vlaanderen gelukkig nog niet aan toe is. Het Blok wijst de Waalse arbeiders en hun gezinnen aan als zondebok. Ze zwijgt echter over de luxewagen die elk Belgisch gezin jaarlijks oplevert aan de patroons. Die strijken jaarlijks meer dan 25 miljard euro winst op, heel wat meer dan die 10 miljard transfers. Het Blok zwijgt ook over de 15 miljard woekerinteresten die we jaarlijks afbetalen aan de overheidsschuld, zelf een gevolg van de massa’s geschenken door de overheid aan het patronaat onder de vorm van lastenvermindering. “Meer Vlaanderen, minder lasten”, dat zal wel. Tenslotte rept het Blok met geen woord over de 20 miljard fiscale fraude die onze economie jaar na jaar uitholt. Herstel van de juridische bevoegdheid van de Bijzondere Belastingsinspectie vinden we niet terug in het programma van het Blok. Meer Vlaanderen, minder criminaliteit? Dat valt nog te bezien.

De Vlaamse kwestie heeft ongetwijfeld een belangrijke rol gespeeld in de opbouw van het Blok. Alle opiniepeilingen wijzen vandaag echter uit dat dit geen rol van betekenis speelt in haar electoraal succes. Het laat zich trouwens ook voelen in de retoriek van het Blok. “België Barst” is naar de achtergrond verschoven, enkel CD&V’ers spreken nu nog over een communautaire big bang. Bij het Blok wikt en weegt men de bewoordingen: zo heet het nu dat Verhofstadt in onderhandelingen met de PS een dweil is en dat er behoefte is aan Vlaamse politici die het been stijf houden. Als er geen collectief antwoord komt op de crisis zal het gevecht over de verdeelsleutel van de tekorten echter onvermijdelijk oplaaien. In dat geval zullen nationale tegenstellingen opnieuw uitbarsten.

Het cordon op de helling?

Nu het Blok door het uitblijven van een collectief antwoord op de kapitalistische crisis en het neo-liberaal besparingsbeleid, de tweede partij van Vlaanderen geworden is, gaan er geen stemmen op om het beleid te wijzigen, maar om het Blok in een regeringsdeelname te “verbranden”. Men hoopt op die manier op en vergelijkbaar effect als met de Vrijheidspartij van Haider in Oostenrijk. Die viel in de jongste verkiezingen terug van 23% naar 6%.

Het Blok zelf ziet een regeringsdeelname wel zitten. Het is zelfs bereid een minderheidsregering van het kartel CD&V-NV-A, eventueel aangevuld met VLD, vanuit de oppositie te steunen. Het Blok is voor LSP een neo-fascistische partij. Neo- omdat de sociale condities vandaag totaal anders zijn dan in de jaren ’30, fascistisch omdat de leiding van het Blok en haar kader nog steeds de arbeidersbeweging organisatorisch wil breken via de mobilisatie van de middengroepen en de van hun klasse door werkloosheid en armoede vervreemde arbeiders en hun gezinnen.

Het Blok zal onder druk van haar electorale basis en van carrièristen die denken dat het tijd wordt om het verleden achter zich te laten, gedwongen worden tot toegevingen. Tenslotte zijn de stemmen voor het Blok geen steun aan hun fascistisch programma, maar hoofdzakelijk proteststemmen. Het karakter van een partij, ook dat van het Blok, kan veranderen. Het ziet ernaar uit dat de veroordeling van de partij de leiding een opportuniteit heeft geboden om het Blok een meer aanvaardbaar karakter aan te meten als “rechtse conservatieve partij”. Zelfs in dat geval zal het Blok echter altijd een thuis blijven voor allerlei neo-fascisten.

Hoe dan ook, België is Oostenrijk niet, en het Vlaams Blok is de Vrijheidspartij niet. De traditionele partijen beseffen dat ze iets moeten doen, maar op dit ogenblik is niemand bereid met het Blok in het huwelijksbootje te stappen. Een moord, een zwaar drugdelict, een prominent lid dat zijn vrouw ineen mept waar de kinderen bijstaan, het zal je maar overkomen in volle kiescampagne. Een verruimingskandidate, afkomstig van NV-A, die openlijk toegeeft aan het hoofd te staan van een escortebureau, een mooie naam voor de pooier van luxeprostituees, zijn niet het soort zaken die de traditionele partijen over de streep trekken om in een coalitie te stappen. De standpunten van het Blok over België en het koningshuis zullen door het establishment evenmin gesmaakt worden. Bovendien is het helemaal niet zeker dat het Blok in geval van regeringsdeelname dezelfde weg zal opgaan als de Vrijheidspartij.

Er zal bijgevolg meer nodig zijn vooraleer het establishment het Vlaams Blok in haar rangen verwelkomt. Zolang het antwoord van de burgerij en haar politieke lakijen op de crisis een neo-liberaal beleid blijft en zolang de vakbonden weigeren de arbeiders massaal te mobiliseren, zal extreem-rechts, zelfs in geval van tijdelijke nederlagen als die van de Vrijheidspartij, er telkens opnieuw staan. Vroeg of laat zal de burgerij voor een fundamentele keuze staan: ofwel het cordon doorbreken ofwel haar besparingspolitiek verlaten. Als dat de keuze is, dan is het cordon ten dode opgeschreven. Wellicht al na de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 komen er lokale coalities met het blok. Het enige zinnige antwoord op het Blok is de creatie van een echt links alternatief dat resoluut de kaart trekt van collectieve strijd voor een andere maatschappij.

Delen: Printen: