Verkiezingen: geen basis voor verderzetting neo-liberaal beleid

De verkiezingen van 13 juni zijn in Vlaanderen uitgedraaid op een overwinning voor rechts en vooral uiterst rechts en ook in Wallonië en Brussel wint extreem rechts terrein. Slecht nieuws voor al wie begaan is met linkse begrippen als solidariteit, gelijkheid en collectieve voorzieningen. Het rechtse terugplooien op zichzelf – eigen volk eerst, eigen bedrijf eerst, eerst ik en dan de rest – heeft gewonnen. Normaal zou dat schitterend nieuws moeten zijn voor het patronaat. Er zit echter een bittere nasmaak aan de overwinning van rechts. Net nu het patronaat een forse besparingsronde wenst, wordt het land zo goed als onbestuurbaar.

De perceptie van Paars.

Paars had het nochtans goed uitgerekend. In 2003 hadden alle paarse partijen zonder uitzondering de federale verkiezingen met brio gewonnen. De ‘vernieuwing’, de aandacht voor verpakking, vormgeving of om het met een moderne term uit te drukken “de perceptie” had duidelijk gewerkt. De spin doctors kregen gelijk. Tussendoor hadden de paarse partijen de groenen niet alleen in het bad getrokken, maar bijna verdronken. Agalev verdween uit het federaal parlement, Ecolo verloor meer dan de helft van haar kiezers. Paars stond er goed voor. Een positieve boodschap brengen, dat was het verhaal van paars.

De politiek van zowel Verhofstadt I als II liet zich als volgt samenvatten, een neoliberaal besparingsbeleid van privatiseringen, opgedreven flexibiliteit en lastenvermindering voor het patronaat. Dit beleid werd echter verzacht met de inkomsten uit de uitverkoop van collectieve eigendom zoals overheidsgebouwen en overheidsbedrijven. Verhofstadt voerde in essentie dezelfde politiek als Balkenende in Nederland, Rafarin in Frankrijk en de sociaal-democraten Blair en Schröder in Groot-Brittannië en Duitsland, maar dan wel aan een matiger tempo. Nog steeds door de waanzinnige uitverkoop van collectieve eigendom kon begrotingsminister Vande Lanotte de begroting jaar na jaar in evenwicht afsluiten.

De patronale druk om over te schakelen naar een nog harder neoliberaal beleid nam echter toe. Zeker toen bleek dat onder Verhofstadt de belastingen tegen alle beweringen in niet gedaald waren, dat de met grote trom aangekondigde fiscale amnestie een slag was in het water en dat België door internationale instellingen op de vingers getikt werd voor de éénmalige maatregelen die de begroting in evenwicht hielden. De belofte van Verhofstadt om 200.000 jobs te creëren steekt schril af tegen de toename van de werkloosheid met 35.000 of 7,1% sinds mei 2003. Om de situatie recht te trekken organiseerde paars superministerraden. Daar werd naast een aantal fiscale geschenken aan het patronaat (o.a. lastenverlagingen voor ploegenarbeid) onder meer de controle op werklozen overgeheveld naar de RVA, dat wordt een heuse schorsingsmachine. Bovendien voerde Frank Vandenbroucke met een akkoord in de bouwsector de 10-urendag terug in. Als voorproef van wat ons na 13 juni te wachten staat, kon dat tellen.

De Paarse illusie doorprikt.

“Perceptie” kan een tijd lang een vals gevoel van tevredenheid creëren, vroeg of laat moet de realiteit echter de illusie doorprikken. “Al loopt de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel”, vertelt ons een oude wijsheid. De traditionele politici spuwen hun gal uit over het negativisme, de antipolitiek waarop het Vlaams Blok teert. Op dat negativisme kan het Blok echter niet teren als er niet ergens een materiële basis voor bestaat. Die is niet moeilijk te vinden: het volstaat te wijzen op de stijging van de werkloosheid en de armoede, langere loopbanen, de wachtlijsten voor sociale woningen en zorginstellingen, de toenemende flexibiliteit op de arbeidsmarkt, de staat van de schoolgebouwen, de nakende afdankingen in De Post en de NMBS als voorbereiding op liberalisering en privatisering etc…

Collectieve actie als uitweg?

In tegenstelling tot wat sommigen hopen en/of beweren is de bevolking niet dom. Ze weet dat er drastisch zal ingegrepen worden in haar arbeidscondities en haar levensomstandigheden. Ze weet ook dat het noch de patroons, noch de politici zijn die voor die besparingen willen opdraaien. In zo’n geval zijn er geen 1001 opties. Collectieve strijd zou een uitweg bieden, maar met een ABVV-top die zich in de persoon van Mia de Vits letterlijk gedraagt als dienstmaagd van de regering, lijkt dat geen optie. Vertrouwen op SP.a-Spirit in de regering om erger te voorkomen is evenmin realistisch: de SP.a ministers zijn de beste beheerders die het patronaat zich kan inbeelden. In Wallonië en Brussel slaagt de PS erin zich op te werpen als enige rem op een brutaal besparingsbeleid door zich op te werpen als de oppositie binnen de regering. Dit ondanks haar regeringsdeelname en hoewel ze het fundamenteel eens is met het neoliberale beleid. Dat verklaart waarom ze als enige regeringspartij (fors) winst boekte.

Groen! heeft zich met een kopij van Tobback’s campagne “de SP is nodig” uit ‘95 vrij spectaculair kunnen herstellen van haar nederlaag in 2003. Dua en co zijn realo genoeg om niet meteen opnieuw in een regering te stappen. Wie echter denkt dat Groen! het verzet tegen de neoliberale kaalslag zal organiseren vergist zich. Groen! beseft dat deelname aan een regering die hoedanook zwak en onstabiel zal zijn, wel eens fataal zou kunnen worden. Door in de oppositie te blijven dwingt Groen! haar grootste concurrent SP.a-spirit in een moeilijke positie. Op die manier hoopt Groen! haar positie eerst te consolideren vooraleer opnieuw tot een regering toe te treden. Ecolo verliest 11 van haar 14 zetels.

Welke regering krijgen we?

De conclusie is duidelijk, als het van de traditionele partijen zou afhangen, lijkt collectief verzet heel ver weg. In die omstandigheden grijpen velen, in de hoop zelf niet het slachtoffer van de situatie te worden, naar sterke figuren die van aanpakken weten. Dewinter en het Vlaams Blok hebben een reputatie op dat vlak, Dehaene ook. De norse werker, met – om het in CD&V taal te verwoorden – veel daadkracht en minder praatkracht. Het kartel CD&V-NVA is dan wel als grootste uit de verkiezingen gekomen, de winst blijft beperkt. In ’99 behaalde de CVP op haar eentje nog 30 zetels, de Volksunie 12. Vandaag strandt het kartel op 35 zetels, waarvan 6 voor kartelpartner NVA. Om een meerderheid te vormen zijn 63 zetels nodig. Enkel een combinatie CD&V-NVA – Vlaams Blok volstaat om een Vlaamse meerderheid met twee te vormen. Het Blok zal echter veel moeten toegeven vooraleer Leterme en de CD&V top het cordon willen doorbreken. Aangezien Groen! kiest voor oppositie, blijft enkel een klassieke tripartiete over, tenzij Groen toch begeeft onder de druk die zal opgevoerd worden.

Di Rupo kan vrij kiezen tussen MR en CDH, want geen enkele coalitie zonder de PS is mogelijk. Als knipoog naar het MOC (de Franstalige christelijke arbeidersbeweging), dat sowieso minder verbonden is met de CDH, zou een Rooms-rode coalitie hem wellicht het best uitkomen. Op die manier zouden ook in Wallonië beide vakbonden ‘vertegenwoordigd’ zijn in de regering.

Hoedanook, door zo zwaar te gaan liggen op communautaire dossiers als de splitsing van een deel van de sociale zekerheid en de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, heeft het CD&V-NVA kartel zich in een moeilijke positie gemanoeuvreerd. Een sterke PS zal zich opwerpen als leider van de Franstalige gemeenschap. Ze zal er terecht op zinspelen dat de Vlaamse regering de Franstalige gemeenschap een antisociaal saneringsbeleid wil opdringen. Als de PS al akkoord gaat met een nieuwe staatshervorming, dan dreigt ze daarvoor een hoge prijs te onderhandelen. Met een tripartiete aan de andere kant van de tafel, die bovendien nog als enige oppositie het Vlaams Blok en de kleine Groen! fractie heeft, weet Di Rupo dat de Vlaamse regering niet direct over sterke troeven beschikt. Bovendien heeft het patronaat ook niet meteen belang bij een langdurige communautaire crisis.

Welke regeringen er ook komen, voor de burgerij biedt deze verkiezingsuitslag geen stabiele basis om de besparingsmaatregelen die ze gewenst had, door te voeren. Haar enige troost bestaat erin dat geen enkele parlementaire fractie bereid is de belangen van arbeiders en hun gezinnen te verdedigen. De greep van de vakbondsapparaten op hun basis is echter niet absoluut. Dat uit zich onder meer in de zwakke uitslag van Mia De Vits voor SP.a in de Europese verkiezingen. Als de arbeiders tegen de besparingsmaatregelen massaal op straat komen kunnen ze het neoliberaal offensief doorkruisen. Zolang we echter niet over een nieuwe massale arbeiderspartij beschikken, zal de burgerij met telkens nieuwe en drastischer aanvallen uitpakken.

Delen: Printen: