Australisch imperialisme rooft Oost-Timor leeg

In 1999 stuurde de Australische premier John Howard troepen naar Oost-Timor, zogezegd om de bevolking te beschermen tegenover milities die gesteund werden door Indonesië en die bloedbaden aanrichtten in het land. De invasie werd toen gesteund door de sociaal-democratische oppositie in Australië, de volledige media en zelfs een aantal linkse organisaties.

Wij stonden met de Socialist Party in Australië zowat alleen met ons standpunt dat het optreden van de Australische regering niet zozeer door menslievendheid was ingegeven, maar vooral door imperialistische belangen. De regering vreesde voor een eenzijdige burgeroorlog die tot een sterke toename van het aantal vluchtelingen in Australië zou kunnen leiden en waardoor de mogelijkheden om winst te maken in die regio zouden ondermijnd worden. Howard maakte gebruik van het internationale isolement van Indonesië om troepen te sturen, de situatie te stabiliseren en de economie er open te stellen voor de Australische bedrijven. De belangen van de armste lagen in Oost-Timor vormden geen factor in de benadering van de Australische regering.

Vijf jaar later blijkt dat we jammer genoeg gelijk hadden. Oost-Timor eist dat er een officiële grens komt tussen de landen, maar Australië gebruikt allerhande obscure geografische argumenten om te stellen dat de grens tot op 40 kilometer van Oost-Timor moet komen te liggen in plaats van halfweg tussen beide landen. Uiteraard wil Australië toegang tot de rijke olie- en gasvelden in de zee tussen beide landen. Een eerlijke grensopdeling zou ertoe leiden dat Oost-Timor haar inkomsten uit olie en gas kan verdriedubbelen, maar dat behoort niet direct tot de plannen van Australië.

Iedere dag steelt Australië voor 1,4 miljoen Australische dollar aan olie en gas, wat meer is dan de kosten die het land maakte voor de interventie in 1999. Dat is uiteraard een goede investering voor het Australische kapitalisme.

Intussen leeft de overgrote meerderheid van de bevolking van Oost-Timor in moeilijke omstandigheden. Vorige maand verscheen een rapport van Oxfam waaruit bleek dat 41% van de bevolking onder de armoedegrens leeft en dat meer dan 50% van de bevolking analfabeet is. Een vertegenwoordiger van Oxfam in Australië verklaarde: “Hoewel Australië genereus is tegenover Oost-Timor, stellen we vast dat de regering iedere dag zo’n 1,4 miljoen Australische dollar [1 miljoen euro] opbrengst incasseert op basis van olie en gas uit een betwist gebied in de zee voor Timor dat twee keer dichter bij Oost-Timor dan bij Australië ligt. De enorme olie- en gasreserves in deze zee bieden Oost-Timor een waaier aan mogelijkheden voor de bevolking en de toekomstige generaties.” Die waaier aan mogelijkheden zal alleszins niet meer gelden voor een 12-jarig Oost-Timorees meisje dat gestikt is toen honderden wormen in haar lichaam de ingewanden opaten. Volgens de media kent het land op dit ogenblik een heuse wormenplaag.

De arrogante neo-koloniale houding van de Australische minister van buitenlandse zaken Alexander Downer kan gelden als waarschuwing voor die naïevelingen die nog denken dat Australië in Oost-Timor aanwezig is in het belang van de bevolking. In een Australische krant verklaarde Downer over Oost-Timor: “Hun agressieve tactiek tegenover Australië is een misstap. Een charmante en vleiende houding heeft meer impact op mij. Als ze mij beledigen, is het gedaan. Ik hou daar immers niet van… Ze gebruiken steeds een emotioneel argument dat wij rijker zijn dan hen en dat we hen dus maar meer grondgebied moeten geven… Dat is een principe dat nooit kan toegepast worden in het internationale recht.”

Jammer genoeg overdrijft Downer inzake de graad van verzet van de regering van Oost-Timor tegenover Howard. Een deel van de regering, rond president Xanana Gusmao, richt zich op Indonesië (ondanks hun bloedig verleden in Oost-Timor) in de hoop dat daar een sterke bondgenoot gevonden wordt om druk te kunnen zetten op Australië. Een ander deel, rond premier Mari Alkartiri en minister van buitenlandse zaken Jose Ramos-Horta, hopen nog steeds resultaat te bereiken door onderhandelingen met de Australische regering. Ramos-Horta verklaarde aan de Australische krant ‘Financial Review’: “Er zijn op dit ogenblik een aantal mensen bezig met een hongerstaking. Ik heb het er moeilijk mee omdat dit vooral de jongeren kan opzetten tegen Australië. Wij, als leiders, moeten voorzichtig zijn als we iets publiek zeggen. Tussen vier ogen kunnen we vastberaden maar vriendelijk zijn, zonder elkaar verwijten toe te werpen. Ik heb het nu al moeilijk met bepaalde commentaren van onze eigen president over Australië.”

Met dit soort leiders zal de bevolking van Oost-Timor nooit gerechtigheid mogen verwachten van Australië. Er is nood aan een massale solidariteitscampagne in Australië, Indonesië, Portugal (voormalige kolonisator van Oost-Timor),… om de regering-Howard tot toegevingen te dwingen. Betogingen, stakingsacties, het mobiliseren van publieke steun,… is de enige taal die ze begrijpen. De leiding van de Oost-Timorese massa’s gaven hun bevrijding deels weg in 1999 toen ze de hulp van Australische troepen inriepen. Vandaag krijgt de Australische regering haar beloning: 1 miljoen euro per dag. De enige echte bondgenoot voor de arbeiders en kleine boeren van Oost-Timor, is de internationale arbeidersklasse.

Delen: Printen: