Home / Internationaal / Latijns-Amerika / CWI Zomerschool: politieke onrust in Latijns-Amerika

CWI Zomerschool: politieke onrust in Latijns-Amerika

Zowel extreemrechts als de reformistische linkerzijde in crisis

Verslag door Daniel Waldron (Socialist Party Ierland)

William uit Venezuel6

De discussie over Latijns-Amerika op de zomerschool in Barcelona vond plaats op een belangrijk ogenblik voor het continent. De dieper wordende economische crisis als gevolg van de ineenstorting van de grondstoffenprijzen leidt tot enorme instabiliteit en politieke onrust in verschillende landen. Het leidt tot bewegingen tegen regeringen van de neoliberale rechterzijde, maar tegelijk worden ook de beperkingen van de reformistische linkse regeringen in Latijns-Amerika aangetoond. Deze regeringen kwamen rond de eeuwwisseling aan de macht. De dynamiek is complex, maar er zijn reële kansen voor revolutionaire socialisten. De zomerschool betekende overigens een belangrijke stap vooruit voor het CWI met de hereniging met de kameraden van Izquierda Revolucionaria die ook actief zijn in Venezuela en Mexico.

Venezuela

William (Socialismo Revolucionario, Venezuela) en Miguel (Izquierda Revolucionaria, Spaanse staat, maar lange tijd actief in Venezuela) spraken over de enorme uitdagingen waar de regering-Maduro voor staat. Het Chavista-regime kwam in 1999 aan de macht en voerde hervormingen door die de arbeidersklasse en de armen ten goede kwamen. Dit gebeurde door middelen te gebruiken van de genationaliseerde olie-industrie in het land. De regering werd naar links geduwd onder druk van de massa’s, maar ondanks het gebruik van socialistische retoriek lieten Chavez en Maduro grote delen van de economie in handen van de kapitalisten. De economische crisis van 2008 en de daaropvolgende vertraging in China zorgden ervoor dat de basis voor het ‘oliesocialisme’ ondermijnd raakte en er minder middelen waren voor sociale doeleinden. Tony Saunois van het Internationaal Secretariaat van het CWI wees erop dat een gelijkaardig model werd gevolgd door de regering-Morales in Bolivia, waar de ontdekking van nieuwe grondstoffen maakt dat de sociale uitgaven langer kunnen volgehouden worden, maar ook dit zal uiteindelijk niet duurzaam zijn.

De afgelopen jaren ontwikkelde er een steeds erger wordende economische crisis in Venezuela, wat nog versterkt werd door de bewuste sabotage door delen van de heersende klasse. Er was een kapitaalvlucht van 300 miljard dollar, het equivalent van 12 Marshallplannen. Er zijn tekorten inzake basisgoederen, wat leidt tot een hyperinflatie die dit jaar wel eens meer dan 1000% kan bedragen. Voor brede lagen van de bevolking is het leven een dagelijkse strijd voor een volgende maaltijd geworden.

Het antwoord van de regering bestond uit de verkoop van overheidsobligaties om de schulden af te betalen en uit het omkopen van werkgevers om goederen te importeren. Dit heeft weinig impact gehad. De bureaucratie ging in een steeds meer autoritaire richting, vooral na de dood van Chavez in 2013. Elementen van democratische controle op de industrie verdwenen en er werd steeds meer repressie gebruikt tegen delen van de werkenden. De meeste werkenden en armen willen geen terugkeer van de traditionele rechterzijde, ze herinneren zich de brutale repressie tegen de opstand van 1989. Maar het falen van de Chavista-beweging leidt tot demoralisatie onder de massa’s en biedt kansen voor de reactie.

In 2015 haalde de rechterzijde een meerderheid in het nationaal parlement. Dit kon enkel door het eigen programma te verbergen. De rechterzijde beloofde om de sociale hervormingen van de Chavisten te behouden en tegelijk voor stabiliteit te zorgen. Sindsdien heeft de rechterzijde enkel voor meer instabiliteit gezorgd. Er werden jongeren uit de middenklasse – waaronder fascistische elementen – gemobiliseerd voor confrontaties met de staat. Delen van de werkenden werden betaald om deel te nemen aan ‘algemene stakingen’ tegen de regering. Het imperialisme is vastbesloten om het regime weg te krijgen om zo een boodschap te geven aan de linkerzijde doorheen het continent. Trump stelt dat hij de regering niet langer erkent en dreigt ermee om de Venezolaanse olie te boycotten. Zowel een ‘democratische’ contrarevolutie als een nieuwe poging tot staatsgreep, zoals de poging die in 2002 door de massa’s gestopt werd, zijn mogelijk in de komende periode.

Om zijn positie te versterken, riep Maduro verkiezingen voor een Grondwetgevende Raad uit om een nieuwe ‘revolutionaire’ grondwet op te stellen. Grondwettelijke maneuvers zullen de crisis niet oplossen waarmee de Venezolaanse bevolking geconfronteerd wordt en ze zullen de dreiging van rechts niet stoppen. Dat zal een breuk met het kapitalisme vereisen en het aannemen van een expliciet socialistisch beleid, met onder meerde nationalisatie van de banken en alle sleutelsectoren van de economie onder democratische arbeiderscontrole, de ontwikkeling van een productieplan waarin de noden van de bevolking centraal zijn, een staatsmonopolie op buitenlandse handel en een moratorium op de publieke schulden. Het CWI voert in Venezuela campagne voor het opbouwen van onafhankelijke arbeidersorganisaties die voor dit programma opkomen.

Brazilië

Vorig jaar was er in Brazilië een parlementaire staatsgreep tegen president Dilma van de voormalige sociaaldemocratische Arbeiderspartij (PT). De PT was 13 jaar lang het favoriete instrument voor het kapitalistische bewind in het land. De partij voerde in grote lijnen een neoliberaal programma door terwijl er ook beperkte sociale hervormingen waren die de armsten in de samenleving ten goede kwamen. De autoriteit van de partij onder de werkenden – op basis van de rol die gespeeld werd in het verzet tegen de militaire dictatuur die het land van 1964 tot 1985 overheerste – werd gebruikt om sociale bewegingen van onderuit te stoppen. Op de zomerschool legde Rafael uit Brazilië uit dat de economische crisis heeft geleid tot klassentegenstellingen in Brazilië en dat een deel van de kapitalistische elite het vertrouwen verloor in de PT en de capaciteit van die partij om de sociale vrede te bewaren terwijl een hard besparingsbeleid wordt gevoerd.

Het excuus voor de staatsgreep was de onthulling van een groot corruptieschandaal bij het staatsbedrijf Petrobras. De PT was effectief schuldig aan corruptie, maar de campagne die werd ingezet met de daaropvolgende afzetting van Dilma was uiteraard politiek gemotiveerd. Ondanks het feit dat de PMDB – de rechtse coalitiepartner van de PT – ook betrokken was in het schandaal, werd Michel Temer van die partij aangesteld als interim-president. Hij ging al gauw over tot aanvallen op de pensioenen en de openbare diensten.

De regering van Temer geniet slechts de steun van 3 tot 4% van de bevolking. De besparingen hebben geleid tot massaal verzet met onder meer de grootste algemene staking uit de geschiedenis van het land in mei van dit jaar. Tony Saunois merkte op dat de heersende klasse zich de aanval op de PT mogelijk nog zal beklagen. Dilma’s voorganger, Lula, is de enige burgerlijke politicus met nog wat autoriteit in het land. Hij geniet die autoriteit door de sociale hervormingen die hij doorvoerde als president. Maar hij is schuldig bevonden aan corruptie en zal mogelijk niet kunnen deelnemen aan toekomstige verkiezingen.

De parlementaire staatsgreep heeft velen ter linkerzijde in verwarring gebracht. Sommigen verdedigden Dilma op onkritische wijze terwijl anderen een sectaire positie innamen tegenover de coup en verklaarden dat het niet uitmaakt of de PT dan wel de PMDB de president levert. Liberdade, Socialismo & Revolucao (onze Braziliaanse zusterorganisatie) verzet zich tegen de staatsgreep, maar koppelde dit aan de oproep om te bouwen aan een breed socialistisch front om een alternatief te vormen op de PT en de partijen van het Braziliaanse kapitalisme. De linkerzijde groeit en is zich aan het hergroeperen na de staatsgreep. De linkerzijde binnen PSOL (Partij voor socialisme en vrijheid) is zich aan het versterken. We nemen ook actief deel aan de nieuwe alliantie ‘Mensen zonder vrees’, opgezet door de beweging van dakloze werkenden MTST, en de grote protestdag tegen Temer op 15 maart.

Mexico

Gabi uit Mexico beschreef hoe 42% van de bevolking in het land onder de armoedegrens leeft. De economie zit in crisis, de buitenlandse investeringen nemen af, de schulden hopen zich op en de waarde van de peso is in vrije val. De rechtse regering heeft als reactie hierop een aanval ingezet op de laag betaalde werkenden. Zo was er de ‘energiehervorming’ waarmee de prijzen voor brandstof fors de hoogte in gingen. Er zijn ook aanvallen op openbare diensten, aanvallen op gezondheidszorg en onderwijs werden gestopt door bewegingen van onderuit. Samen met de beschuldigingen van corruptie en banden met drugkartels, waaronder de moord op 43 studenten, zorgt deze context voor een groeiende ruimte voor links.

In de presidentsverkiezingen van volgend jaar kan Lopez Obrador, voortrekker van de linkse beweging MORENA (Beweging voor Nationale Heropbouw), het halen. Obrador kwam al dicht bij een overwinning in 2006 en 2012. Toen was er verkiezingsfraude nodig om de rechterzijde te laten winnen. In 2006 leidde dit tot een enorme strijdbeweging met een volksopstand in Oaxaca en een grote staking van metaalarbeiders in Michoacan. Obrador gaf geen leiding aan de beweging en zwakte zijn standpunten af. Delen van het establishment proberen hem en zijn partij te ‘domesticeren.’ De aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2018 kan leiden tot een nieuwe opgang van strijd van onderuit. Izquierde Revolucionaria zal meewerken aan de opbouw van een onafhankelijke stem voor de werkende klasse, de armen en de inheemse bevolking.

Chili, Colombia, Cuba, …

Pablo legde uit dat de Chileense regering van de ‘socialistische’ president Bachelet op steeds meer verzet van zowel de jongeren als de oudere werkenden botst, ondanks het gebruik van repressieve maatregelen die aan de tijd van de dictatuur onder Pinochet doen denken. Studenten eisen dat Bachelet haar belofte van gratis onderwijs waarmaakt. Er is een nieuwe massabeweging tegen een pensioenstelsel waarin de werkenden tot 10% van hun loon moeten afstaan aan een privaat bedrijf dat grote winsten maakt terwijl de meeste gepensioneerden in armoede leven. Socialismo Revolucionario is betrokken in strijdbewegingen, onder meer in de strijd van het bankpersoneel. Onze Chileense zusterorganisatie pleit ook voor nieuwe massale linkse kracht in het land.

Een belangrijk aspect in de discussie was het potentieel voor bewegingen van vrouwen. Tatiana stelde dat er in Brazilië elke dag 13 vrouwen sterven als gevolg van gendergeweld. Vooral de armste en meest onderdrukte lagen worden hierdoor geraakt. De situatie doorheen het continent is vreselijk. In 2015 ontstond de beweging ‘Nu Una Menos’ (Niet één minder) tegen feminicide in Argentinië. De beweging kende een snelle verspreiding. Een nieuwe generatie van vrouwen gaat de strijd aan met de conservatieve elite van het continent, onder meer tegen restrictieve abortusregels. Vrouwen worden ook hard geraakt door de neoliberale besparingen en ze zullen een centrale rol in het verzet ertegen spelen. In Brazilië namen LSR-leden deel aan de bezetting van de kantoren van de sociale zekerheid in Sao Paolo uit protest tegen het seksistische beleid van Temer en om het einde van de aanvallen op de publieke pensioenen te eisen. De krachten van het CWI in Latijns-Amerika proberen de strijd voor vrouwenbevrijding te koppelen aan de nood voor socialistische maatschappijverandering.

Het ritme van de ontwikkelingen in Latijns-Amerika ligt erg hoog. Bijna geen enkel land wordt niet geraakt door de economische crisis. Voor het eerst was er een kameraad uit Colombia op de zomerschool. Juan stelde dat de poging tot wapenstilstand in de lange burgeroorlog tussen de staat en guerrillakrachten meteen geleid heeft tot krachtige onafhankelijke bewegingen van leraars, landbouwers en andere delen van de bevolking die in actie kwamen en overwinningen boekten. Victor merkte op dat de ambities van het Cubaanse regime om de Chinese weg naar de herinvoering van het kapitalisme te volgen, tijdelijk afgezwakt worden. De plannen om een miljoen werknemers uit de publieke sector over te hevelen naar de private sector botst ook binnen de Communistische Partij zelf op verzet.

De strijdbewegingen in Latijns-Amerika sinds de eeuwwisseling zijn rijk aan lessen voor socialisten doorheen de wereld. De crisis waarmee het reformisme in Venezuela te maken krijgt, is in het bijzonder belangrijk. Marxisten moeten een eerlijk bilan opmaken van deze ervaring zodat activisten uit de werkende klasse er iets uit leren. Er is geen halfslachtige tussenweg tussen kapitalisme en socialisme mogelijk. Als bewegingen van de werkende klasse niet doorgetrokken worden tot een beslissende breuk met het kapitalisme, worden deze bewegingen uiteindelijk teruggedrongen. De Latijns-Amerikaanse massa’s maken zich die lessen eigen. De komende periode zal er één van strijd zijn op een continent met een rijke revolutionaire geschiedenis. De versterkte krachten van het CWI zullen ongetwijfeld een belangrijke rol spelen in de strijd voor socialisme.