Home / Internationaal / Afrika / Racisme in Zuid-Afrika en de strijd ertegen

Racisme in Zuid-Afrika en de strijd ertegen

Deel 3 van het dossier ‘Klasse en ras: marxisme, racisme en de klassenstrijd.’

Nergens ter wereld was het verband tussen ras, klasse en natie onderling zo sterk als in Zuid-Afrika met de vestiging van een racistisch apartheidsbeleid vanaf 1948. Toch bleven de klassenverhoudingen de sleutel waarmee de rassenverhoudingen kunnen verklaard worden. In 1982 publiceerde de Marxist Workers Tendency (MWT, de voorloper van de Workers and Socialist Party) de tekst “Africa’s Impending Socialist Revolution” waarin de klassenfundamenten van de blanke heerschappij en de apartheid als volgt werden omschreven:

“De eenheid van Zuid-Afrika die de [Zuid-Afrikaanse burgerij] in 1910 erfde, was een staat die grotendeels vorm gegeven was door het Britse imperialism en die afhankelijk was van imperialistische steun. Ondanks alle retoriek over ‘nationale onafhankelijkheid’ door delen van de Zuid-Afrikaanse burgerij, blijft het land tot op vandaag op cruciale vlakken afhankelijk van bijdragen door het wereldkapitalisme.

“Zelfs vandaag kunnen de beweringen van de heersende klasse over ‘onafhankelijk’ wapenproductie of de ‘onafhankelijke’ ontwikkeling van kernenergie, niet verstoppen dat het land op militair en technisch vlak afhankelijk blijft van de belangrijkste westerse machten. De aanhoudende politieke steun van de imperialistische regeringen aan de Zuid-Afrikaanse kapitalistische staat is eveneens duidelijk.

“Maar in tegenstelling tot die kolonies waar er weinig economische ontwikkeling was, volstond de buitenlandse steun aan Zuid-Afrika niet als basis voor de heersende klasse om haar heerschappij over de opkomende arbeidersklasse op te bouwen en te stabiliseren. Het kapitalisme was verplicht om zelf een sociale basis te zoeken onder de Zuid-Afrikaanse bevolking.

“De burgerij heeft over verschillende generaties heen steun onder de blanke middenklasse en de blanke arbeidersaristocratie opgebouwd tegen de zwarte arbeiders. De blanken werden apart gezet en ze kregen voordelen met een betere status dan zwarten. Op die manier kon het kapitalistisch bewind zich consolideren in Zuid-Afrika. Het nam de vorm aan van apartheid, van nationale onderdrukking en blanke privileges.

“Het ruwe materiaal voor een systeem van nationale onderdrukking werd in de oude koloniale situatie gevonden: in de verovering op de inheemse bevolking, het bestaan van blanke kolonisten op het platteland en in de steden, in de verschillen van cultuur en taal, in de import van geschoolde blanke arbeiders die veel meer verdienden dan de ongeschoolde zwarten.

“Dit ruwe materiaal van vooroordelen en privileges werd stelselmatig verder gekneed en ontwikkeld door de kapitalistische klasse en de opeenvolgende regeringen. De verdeeldheden in de samenleving werden bewust aangescherpt en verdiept om tot het moderne brutale apartheidssysteem te komen. In dit proces werd ook de opkomende zwarte middenklasse onderworpen aan veel elementen van de lasten en de vernederingen waar de zwarte arbeidersklasse onder gebukt ging.

“Zowel de sterktes als de zwaktes van de kapitalistische klasse in Zuid-Afrika komen tot uiting in het karakter van haar sociale basis.

“Enerzijds heeft de steun van de blanke middenklasse en de blanke arbeidersaristocratie de kapitalistische klasse generaties lang politieke stabiliteit geboden. Er was zelfs een zekere ruimte om te maneuvreren binnen de grenzen van de imperialistische dominantie. Deze blanke lagen vulden de rangen van het leger, de politie en de overheidsbureaucratie. Er werden onder de blanken ook voldoende ploegbazen en toezichters gevonden. Op basis van de racistische privileges vormden deze blanken een bastion voor de reactie, een bastion van miljoenen mensen tegen de werkende massa’s.

“Tegelijk wijst het racistische karakter van het kapitalistische bewind – met de noodzaak van onderdrukking van de volledige zwarte bevolking – op een zwakke positie van de Zuid-Afrikaanse burgerij.

“In de oudere kapitalistische landen van Europa ontstond het kapitalisme vanuit een kleinschalige productie die al lang bestond. Het maakte dat er aanvankelijk voldoende brede lagen van de middenklasse waren om als buffer te dienen tussen de burgerij en de opkomende arbeidersklasse. Pas met de overgang naar het imperialisme begon het kapitalisme steun te zoeken onder de hoogste lagen van de arbeidersklasse.

“In Zuid-Afrika daarentegen zorgde de late maar erg snelle kapitalistische ontwikkeling voor een scherpe polarisatie van de samenleving tussen de monopoliekapitalisten enerzijds en de massa’s van de werkenden anderzijds. Van bij het begin waren de middenlagen in de samenleving verwaarloosbaar. Er was geen ruimte voor de ontwikkeling van een middenklasse die een substantiële rol speelde in de productie. Dat was in het bijzonder zo voor de ontwikkeling van een zwarte middenklasse die van bij het begin gestopt werd.

“De sociale zwaktes van de middenklasse maakten het onmogelijk voor de burgerij om haar macht op deze laag te baseren. De burgerij moest voor de ontwikkeling van haar heerschappij steeds meer kijken naar verdeeldheid op basis van ras. Dit ging gepaard met het versterken van een blanke arbeidersaristocratie als aanvulling op de blanke kleinburgerij.

“Overal waar het kapitalisme bestaat, stimuleert het concurrentie en verdeeldheid onder de arbeiders waarbij deze elementen niet zomaar overstegen worden door puur spontane strijd. De ontwikkeling van een klassenbewuste leiding binnen de arbeidersbeweging is nodig om de strijd voor eenheid van de arbeidersklasse mogelijk te maken. De zwakke krachten van het marxisme in Zuid-Afrika en de rest van de wereld lieten ruimte aan de burgerij om een beleid van verdeel-en-heers te voeren met dodelijke gevolgen voor de arbeidersklasse.

“De creatie van een bevoorrecht deel van de arbeidersklasse – de blanken – gebeurde niet zonder conflicten. De burgerij was op elk ogenblik verplicht om de stabiele basis onder de blanke werkenden af te wegen tegen de winsteisen.

“Een racistische bescherming van jobs, toegang tot collectieve onderhandelingen, een grotere materiële welvaart, … werden allemaal met enige terughoudendheid toegekend aan de blanke arbeiders. Zoals bleek in de gebeurtenissen van de jaren 1890 tot 1922 en van de jaren 1930 tot 1950, gebeurde dit enkel om het grotere gevaar van de massa’s van de werkenden (de zwarten) af te houden en dus om de economische voordelen voor het kapitalisme te beschermen. De voorwaarden voor de toegevingen werden door de heersende klasse bepaald.

“De privileges voor de blanke arbeiders werden voorafgegaan door de repressie van hun afzonderlijke klassenacties (met als belangrijkste voorbeeld het neerslaan van de Rand Opstand van 1922). Die lagen van de blanke arbeidersklasse die geen toegang hadden tot de bijzondere voordelen die de heersende klasse voorzag – denk bijvoorbeeld aan de vrouwelijke textielarbeiders in de jaren 1950 – bleven steeds open staan voor een programma van strijd op basis van arbeiderseenheid.

“In dit systeem werd een cruciale rol gespeeld door de reactionaire leiding van de blanke arbeidersorganisaties. Deze leiders hebben stelselmatig samengewerkt met de kapitalisten om de verschillen op basis van huidskleur en de bijhorende privileges voor de blanke arbeiders te behouden. Deze leiders steunden in dat kader zelfs het aan banden leggen van de vakbonden door de staat.

“Dat is de structuur van klassencollaboratie die de basis vormt voor wat overkomt als een ‘heerschappij van de blanke minderheid.’”

Als we de verderzetting van het racisme in Zuid-Afrika meer dan 20 jaar na het einde van het apartheidsregime en meer dan 30 jaar nadat bovenstaande paragrafen warden geschreven willen begrijpen, dan moeten we ook kijken naar de analyse van de MWT van de aanpassingen in de klassenverhoudingen door het in 1994 onderhandelde akkoord dat ten minste formeel een einde maakte aan de nationale onderdrukking van de zwarte meerderheid.

Vanaf eind jaren 1980 werden de belangrijkste instellingen en wetten van de apartheid afgebouwd als reactie op de massabeweging van de zwarten, in het bijzonder de zwarte arbeiersklasse. Het onderhandelde akkoord van 1994 creëerde een burgerlijke grondwet en een burgerlijk parlement waarbij formeel erkend werd dat alle rassen gelijk waren in de democratische staat. De politieke macht (in de beperkte kapitalistische zin) werd aan de zwarte meerderheid overgedragen. In klassentermen betekent het akkoord van 1994 een compromis tussen de blanke kapitalistische klasse en de zwarte middenklasse in de ANC-leiding die hoopte om een zwarte kapitalistische klasse te worden. De blanke kapitalisten wilden enkel toelaten dat een deel van de zwarte middenklasse in deze richting kon ontwikkelen en ze wilden slechts met een beperkt deel van de zwarten de reële economische macht delen op basis van het privaat bezit van de economie. De kapitalistische economische fundamenten waar het apartheidsregime op gebaseerd waren, bleven gewoon bestaan.

Met de steun van het ANC was het mogelijk om heel wat onderdelen van de blanke privileges uit het tijdperk van de apartheid te behouden en te garanderen. Het akkoord van 1994 liet de fundamenten voor blanke privileges in het kapitalistische privaat bezit intact. In verhouding tot de meeste zwarten hebben de blanken vandaag nog steeds een betere huisvesting, beter onderwijs, betere jobs, betere gezondheidszorg en andere sociale diensten. De blanke middenklasse blijft de vrije beroepen en het eigendom van de kleine bedrijven domineren. De kapitalistische klasse is in grote mate blank en ook de middenlagen zijn nog steeds erg blank. De klassenongelijkheid heeft nog steeds een sterke rassenuitdrukking. De arbeidersklasse is hoofdzakelijk zwart. De kapitalistische klasse en de middenlagen zijn hoofdzakelijk blank. Dat zijn de moderne sociale voorwaarden voor de verderzetting van blanke privileges en het bijhorende gevoel van superioriteit met een expliciet racisme onder een deel van de blanke bevolking. Dit racisme wordt versterkt door het enorme gewicht van de historische inertie van het racisme uit het vroegere apartheidsregime.

In deze situatie blijven er elementen van een nationale kwestie bestaan. De verderzetting van blanke privileges blijft voeding geven aan een gevoel van nationale onderdrukking onder delen van de zwarte bevolking. De opkomst an de door zwarte studenten geleide campagne ‘Rhodes Must Fall’ aan de universiteit van Kaapstad is daar een uitdrukking van. Het is geen toeval dat deze campagne ontstond aan de universiteiten die een bastion van blanke privileges blijven – de zogenaamde ‘historisch blanke universiteiten.’ Racisme en nationale onderdrukking worden des te scherper aangevoeld door zwarte studenten in de sociale context van de universiteiten. De Rhodes-campagne uitte zich in ideeën van zwart bewustzijn. Dat was geen verrassing.

Vooroordelen op basis van ras en klasse zijn met elkaar verbonden

De veranderde klassenverhoudingen na 1994 en hun tegenstellingen blijven zich uitdrukken in varianten van het racisme. De angst van de middenklasse voor de arbeidersklasse komt vaak over als een blanke angst voor zwarten. Onder druk van het door crisis gekenmerkte 21ste eeuwse kapitalisme in Zuid-Afrika is de sociale positie van een deel van de blanke middenklasse erg onzeker geworden, zo is er een groeiende schuldenberg. De kleine Afrikaner boeren bestaan nog steeds als een significante laag, maar staan onder druk van de grote agrobusiness. Het rampzalige bewind door het ANC versterkt racistische ideeën onder de blanke middenklasse. Die ziet immers hoe een ‘zwarte regering’ verantwoordelijk is voor een economische crisis, slechter wordende infrastructuur en een samenleving die gekenmerkt wordt door corruptie en omkoperij die allemaal zwaar wegen op de middenklasse. Het bewind van het ANC is echter niet rampzalig omdat het een zwarte regering is, maar wel omdat het een kapitalistische regering is.

De meerderheid van de blanke middenklasse aanvaardt nu het nieuwe niet raciaal bepaalde bewind omdat het huidige bewind een aantal materiële voordelen beschermt. De blanke bevolking en zeker de blanke middenklasse blijft in deze zin dan ook een belangrijke buffer voor het kapitalistische bewind. De steun voor de nieuwe politieke machthebbers van het ANC is echter veel minder resoluut, het ANC wordt immers verantwoordelijk gesteld voor het verzwakken van de sociale positie van deze middenklasse.

De blanke middenklasse volstaat niet meer als buffer voor het Zuid-Afrikaanse kapitalisme onder ANC-bewind. Het zou voor het ANC politiek onmogelijk zijn om de buffer van het apartheidsregime zonder aanpassingen over te nemen. Het ANC is immers een instrument voor de belangen van de zwarte middenklasse die beroep doet op de zwarte arbeidersklasse om vooruit te gaan. Het apartheidsregime heeft de blanke bevolking gekneed tot een bevoorrechte middenlaag waarnaast het ANC uit noodzaak een ‘eigen’ middenlaag heeft ontwikkeld. Dat was het doel van het beleid van Black Economic Empowerment. Het heeft enerzijds geleid tot een kleine zwarte kapitalistische klasse en anderzijds – door ‘affirmatieve acties’, raciale quota, het openen van de ambtenarij, … – heeft het ANC bewust een zwarte middenklasse gecreeërd als sociale basis voor het kapitalisme in het algemeen en het ANC in het bijzonder.

Aan de oppervlakte lijkt het alsof de middenklasse steeds meer multiraciaal is. Blank en zwart hebben gemeenschappelijke klassenvooroordelen met een afschuw van de zwarte arbeidersklasse. De middenklasse meent dat het recht heeft op de eigen rijkdom en voordelen die bekomen zijn door ‘hard werken’, terwijl de arbeidersklasse ‘lui’ zou zijn en mits een zelfde inspanning als de middenklasse zelf uit de armoede kan geraken. Bij de blanke middenklasse gaat deze klassenafkeer gepaard met racisme, van brutaal racisme tot een paternalistische visie van ‘hulp’ aan de arme zwarten.

Dezelfde klassenvooroordelen bestaan onder de nieuwe zwarte middenklasse. Dat verklaart deels verwijten tegen de ‘kokosnoten’ of ‘Oreos’ – zwart aan de buitenkant, maar blank langs binnen. De Afrikanistische kijk op de samenleving die vooral in termen van ras en niet van klasse gebeurt, maakt dat er een vorm van haat tegen zwarten ontstaat in plaats van tegen de zwarte arbeidersklasse. Dit is de klassenbasis voor het idee van ‘zelfhatende’ zwarten en ‘geïnternaliseerd racisme.’ Zoals ‘slaaf’ geleidelijk aan hetzelfde betekende als ‘zwart’ op het Amerikaanse continent, zo is ‘zwart’ in Zuid-Afrika een synoniem voor ‘arm’, ‘arbeidersklasse’ en ‘inferieur’ in het algemeen aangezien ras en klasse zo nauw met elkaar verbonden zijn.

Ondanks gezamenlijke klassenvooroordelen heeft de blanke middenklasse geen gevoel van een gemeenschappelijk vertrouwen in zijn sociale positie. De middenklasse wordt integendeel gekenmerkt door tegenstrijdigheden. De blanke middenklasse van het ‘oude geld’ heeft geen vertrouwen in het ‘nieuwe geld’ van de zwarte middenklasse. Zoals steeds is de middenklasse een erg diverse laag waarbij de rijkdom afhangt van verschillende bronnen, van het bezit van kleine bedrijven over het bezit van grond tot vrije beroepen en natuurlijk ook de nieuwe, voornamelijk zwarte, laag van ‘tenderpreneurs’ (machthebbers die hun positie misbruiken om zelf contracten en tenders van de overheden binnen te halen). De zwarte middenklasse wordt afgeremd door het compromis van het ANC met de blanke kapitalistische klasse in 1994, het Zuid-Afrikaanse kapitalisme en het neoliberale beleid. De positie van de zwarte middenklasse is dan ook minder stabiel dan die van de door de overheid ondersteunde blanke middenklasse onder de apartheid. Een groot deel van de zwarte middenklasse is afhankelijk van gunsten en diensten van het ANC. De blanke middenklasse probeert de historische voorrechten te behouden, de zwarte middenklasse is niet in staat om de vooroordelen volledig te consolideren.

Het was slechts een kwestie van tijd voor de frustraties van de zwarte middenklasse die het niet haalde aan de kapitalistische eettafel of die niet tevreden was met de portie die haar toebedeeld werd, een politieke uitdrukking zouden vinden. Het kwam enerzijds tot uiting in de naar schatting een miljoen zwarte stedelijke kiezers die in de verkiezingen van 2014 overstapten naar de pro-kapitalistische door blanken gedomineerde Democratic Alliance in de hoop dat die partij voor een beter beheerd kapitalisme staat. Maar deze frustraties hebben anderzijds ook geleid tot raciale tegenstellingen tussen blank en zwart, onder meer omdat de blanke middenklasse de bedrijven en de vrije beroepen blijft domineren. We zagen dan ook de opkomst van de Economic Freedom Fighters die gebruik maken van een mengeling van populisme en anti-blank Afrikanisme. Deze mengeling van ideeën is een weerspiegeling van de klassenongelijkheid in de Zuid-Afrikaanse samenleving en van de frustratie van de zwarte middenklasse over haar positie. De EFF eisen dat de kapitalistische staat gebruikt wordt om een grotere zwarte kapitalistische klasse en zwarte middenklasse te consolideren dan wat het ANC gedaan heeft met een neoliberaal beleid. Ondertussen geniet de EFF-leiding zichtbaar van de privileges die aan het parlementaire pluche verbonden zijn.

De arbeidersklasse na 1994

Voor de zwarte kiezers was het omverwerpen van het blanke minderheidsbewind en de apartheid een belangrijke overwinning en een historische verovering van democratische rechten. Maar het leidde niet tot een grote verandering in de levensstandaard omwille van het voortbestaan van het kapitalisme. De blanke arbeidersklasse vormt doorgaans nog steeds een arbeidersaristocratie die het relatief beter heeft dan de zwarte arbeidersklasse. Deze positie wordt echter steeds meer ondermijnd waardoor er op termijn een tendens is tot het beëindigen van de segregatie van de arbeidersklasse, althans op vlak van levensstandaard. Tussen de Anglo-Boer oorlog en de vestiging van de apartheid was er al een klassendifferentiatie onder de blanke bevolking. Een niet-raciaal klassenbewustzijn kende toen een opmars in de steden waar blanke en zwarte arbeiders gemengd raakten. De apartheid stopte dit proces en versterkte de ontwikkeling van Afrikaner nationalisme om de sociale basis voor de Afrikaner elite te versterken.

Vanaf 1994 zag de blanke arbeidersklasse haar positie als arbeidersaristocratie aftakelen. Veel blanke arbeiders zien de dreiging van zwarte arbeiders die hun voorrechten ondermijnen en nieuwe concurrenten worden voor goede jobs en degelijke inkomens. Dat is de materiële basis voor racisme. Dit proces is een spiegelbeeld van de sociale voorwaarden die leiden tot xenofobie in de zwarte townships. Bij afwezigheid van collectieve strijd, grijpen de arbeiders en armen elke basis aan waarmee ze meer vooraan in de rij kunnen staan tegen een achtergrond van tekorten. Zonder een leiding met een klassenbewustzijn waarmee zowel blanke en zwarte arbeiders georganiseerd worden en delen van de middenklasse overgewonnen worden, zal de tendens niet automatisch in de richting van niet-raciale klasseneenheid gaan. Het gevaar is dat zowel de blanken als de zwarten terugvallen op racisme en nationalisme om hun positie relatief te verbeteren tegenover de anderen.

De kapitalistische crisis in Zuid-Afrika, de veranderde klassenverhoudingen na 1994 en de racistische erfenis van de apartheid vormen de sociale voorwaarden waarop tal van gevaarlijke en reactionaire racistische en nationalistische bewegingen en ideologiën ingang vinden. Enkel de arbeidersklasse kan dit potentieel afblokken. De arbeidersklasse heeft de macht om de samenleving uit de impasse te brengen waarin ze zit sinds het compromis van het ANC in 1994. De arbeidersklasse moet strijden voor socialisme en de controle over de economie in eigen handen nemen door de nationalisatie van de banken, mijnen, commerciële boerderijen, grote bedrijven en big business om deze onder democratische arbeiderscontrole te plaatsen. Enkel de strijd voor socialisme kan de klassenbasis waarop racisme en nationale onderdrukking bestaan veranderen. Dit is in de eerste en belangrijkste plaats de taak van de zwarte arbeidersklasse. Die arbeidersklasse kan haar onafhankelijke stempel op de situatie drukken door een massale arbeiderspartij te vormen. Dit belangt iedereen aan die de strijd tegen racisme in Zuid-Afrika ernstig neemt.

Print Friendly, PDF & Email