Home / Internationaal / Midden-Oosten en Noord-Afrika / Volksopstand in Marokko, het regime wankelt

Volksopstand in Marokko, het regime wankelt

Sinds oktober en de dood van de vishandelaar Mouhcine Fikri bij een politieoptreden staat de Rif, in het noorden van Marokko, in brand. Het regime hoopte eerst op de uitputting van de beweging, probeerde vervolgens de activisten om te kopen en tenslotte te criminaliseren. Een honderdtal voortrekkers werd eind mei opgepakt. Daaronder Nasser Zefazfi, een centrale figuur in de beweging tot dan toe. De beweging ging echter door en beperkt zich niet langer tot de regio van de Rif.

Artikel door Nicolas Croes uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

De redenen voor de woede

Het overlijden van Mouhcine Fikri in de Riffijnse havenstad Al-Hoceima was het directe gevolg van het beleid in de regio. De vreselijke beelden van de vishandelaar die met zijn vis verpulverd werd, leidden tot betogingen. Marokko kent heel wat armoede: volgens een studie van de VN in 2016 leven 60% van de Marokkanen in armoede. De bevolking van de Rif wordt doorgaans nog harder getroffen.

Zoals Nawal Ben Aissa, een huisvrouw die een kopstuk van de beweging geworden is, stelde: “De Rif wordt overspoeld door kanker. In elke familie vind je hier niet één maar verschillende gevallen van kanker. Het is het gevolg van het gebruik van giftige gassen door de Spaanse bezetter destijds. De Rif kent een neergang door kanker en marginalisering. We hebben geen ziekenhuizen die de verschillende soorten kanker kunnen behandelen. Ik heb al veel slachtoffers van die plaag bij mij thuis opgevangen, vooral slachtoffers die van ver afgelegen berggebieden komen. In die gebieden zijn er vaak amper wegen en wordt iedereen ver van de bewoonde wereld gehouden. De mensen leven er in armoede en afzondering. Vrouwen die gebukt gaan onder ziekte en armoede overleven enkel door de liefdadigheid van goede zielen. Dat is de realiteit in de Rif.”

Er is in de regio al heel lang een groot tekort aan infrastructuur, ambtenaren, werk, … De emigratie heeft een soort van veiligheidsbuffer gevormd waardoor het regime kon standhouden. Miljoenen mensen hebben het land verlaten: 30% van de bevolking van de Rif is naar Europa getrokken. Het geld dat door de emigranten wordt opgestuurd naar de familie in de Rif is van cruciaal belang om er te overleven. Sinds de economische crisis van 2008 is de emigratie grotendeels stilgevallen.

De regio van de Rif kent specifieke historische, sociale en economische omstandigheden. Het is evenwel niet de enige regio waar het steeds moeilijker is om te overleven. Het regime was dan ook erg bang dat de woede en het voorbeeld van de strijd van Al-Hoceima zouden overslaan naar andere delen van het land. Een activist verwoordde het in een interview met Media24 als volgt: “In Casablanca, waar ik woon, merk ik al wekenlang dat het ongenoegen toeneemt. Ik hoor het in taxi’s en op café, maar ook bij de middenklasse die gevangen zit tussen kredieten, familiale lasten, onderwijs, medische kosten en inkomens die niet volgen. (…) De Riffijnen zijn de eersten die nu reageren. Maar ik ben er bijna zeker van dat, indien er op korte termijn geen verbetering komt, overal Zefzafi’s zullen opstaan in alle stedelijke centra die getroffen worden door werkloosheid. Nasser Zefzafi kan daarbij wel eens een van de zachtere figuren zijn. (…) Elk jaar komen 300.000 jongeren op de arbeidsmarkt, terwijl er gemiddeld slechts 30.000 jobs per jaar bijkomen. Dit betekent 270.000 jongeren zonder werk, elk jaar opnieuw. Reken maar eens uit hoeveel dat er zijn na 10 jaar.” Zoals Aboubakr Jamaï, een professor aan de Amerikaans universitaire instelling van Aix-en-Provence opmerkte: “Marokko wordt geconfronteerd met sociale en economische wanhoop.”

“Er is geen weg terug mogelijk”

In de loop van de maand mei werd de repressie opgevoerd. De regering hoopte de beweging te stoppen door de leiding ervan op te pakken. De tactiek om de beweging uit te putten, werkte immers niet. Volgens de autoriteiten waren er in die periode in de provincie maar liefst 700 sit-inacties waarvan 150 in de stad Al-Hoceima. Dat zijn er gemiddeld vier per dag. De ‘zweep van de contrarevolutie’ heeft de beweging niet gestopt maar net een nieuwe dynamiek gegeven. De acties en de solidariteitsbeweging groeiden aan en beperkten zich niet tot de Rif en het noorden van het land. Er waren acties in Rabat, Casablanca, Meknes en elders. Die acties waren groter dan in het verleden, ondanks het politiegeweld.

Het weekblad TelQuel titelde: “Nu de leiders opgepakt zijn, organiseert de Hirak [de beweging] zich.” Er kwamen nieuwe gezichten op het voorplan, zoals Nawal Ben Aissa. Het feit dat er ook vrouwen vooraan staan in de beweging is belangrijk. Nawal stelde in een interview: “Vrouwen hebben hun plaats ingenomen vanaf 8 maart [de Internationale Vrouwendag]. We hebben betoogd om die dag te vieren, maar ook om onze situatie aan te klagen.” De aanwezigheid van vrouwen werd massaal vanaf 26 mei: “Na de arrestatie van de militanten hadden vrouwen geen keuze meer. We moesten op straat komen om onze mannen en kinderen te steunen.” Een van de vrouwen in de beweging stelt dat de repressie de beweging niet kan stoppen: “Het protest staat op een punt waar er geen weg terug meer mogelijk is.”

Drie dagen van algemene staking in juni

Na de arrestatie van Nasser Zefzafi kwam er een oproep voor drie dagen van algemene staking vanaf 1 juni om de vrijlating van de activisten te eisen. In Al-Hoceima waren zowat alle winkels in het stadscentrum dicht. De staking werd er goed opgevolgd. Hetzelfde was het geval in de omliggende steden Imzouren en Beni Bouyaach. In Imzouren was de repressie erg hard en werd er tijdens de algemene staking een grote betoging gehouden. Elders in het land waren er solidariteitsacties. Dat was het geval in onder meer Rabat en Casablanca.

Al-Hoceima kent een lange traditie van strijd: van het verzet tegen de kolonisatie tot de “broodrellen” van 1984 en ook in 2011, op het ogenblik van de massale beweging van opstanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, waren er acties in de stad. De eerste elementen van opstand zijn sinds 2011 aanwezig, naar het voorbeeld van de mijnwerkers van Imiter die sinds 2011 in actie zijn en hun bedrijf bezetten. De regio is verlaten en de werkloosheid is er heer en meester, maar er is er ook een sociaal conflict dat sinds de zomer van 2011 blijft duren. De oproep tot een algemene staking begin juni was een grote stap vooruit die aantoont wat de kracht van de arbeiders is. De werkenden hebben de mogelijkheid om de volledige economie van het land plat te leggen.

Het belang van de structurering van de beweging werd benadrukt door de arrestaties. Er zijn de eerste wijkcomités die zich beginnen te organiseren en die een eerste vuurdoop kenden met de drie dagen van algemene staking. In een interview met MO Magazine zei Nasser Zafzafi aan de vooravond van zijn arrestatie dat er in de zomer vergaderingen en bijeenkomsten zouden komen om een specifiek programma voor te stellen aan de Marokkaanse diaspora die de familie komt bezoeken tijdens de vakantie. “We gaan voor onze mensen uit de diaspora een programma klaar hebben. Zodat zij enerzijds kunnen begrijpen wat er aan de hand is in onze regio, maar anderzijds willen we hen ook een platform aanbieden om hun eigen eisen te ventileren. We moeten de handen in elkaar slaan.”

Het opzetten van basiscomités moet uitgebreid worden en het is nodig dat die zo democratisch mogelijk functioneren. Ze vormen niet alleen een ideaal instrument om de komende acties voor te bereiden, maar ook om het programma van economische, sociale en culturele eisen van de beweging te verfijnen en om zo efficiënt mogelijk de discussie aan te gaan over de uitbreiding van de strijd doorheen het hele land… en daarbuiten!

Die organen van strijd en discussie zijn ook de plaats waar het alternatief kan uitgewerkt worden. Er is een antwoord nodig op de dringende sociale tekorten die het land kenmerken. Daartoe moeten niet alleen de machthebbers weg, maar moet de plundering van de rijkdom van het land door een kleine elite gestopt worden, los van de afkomst van die elite. De rijkdommen van het land moeten onder collectieve controle geplaatst worden. Wat we niet bezitten, kunnen we niet controleren. De sleutelsectoren van de economie in publieke handen nemen voor een democratische planning van de economie kan de basis leggen voor een systeem waar de noden van de bevolking centraal staan. Dat is iets totaal anders dan het “Noodplan” en het “Noodplan II” of de “Versnelde industrialisering” waar het regime over spreekt en die enkel leidt tot een verrijking van de elite. Door te breken met het kapitalisme en stappen naar het socialisme te zetten, is het bovendien mogelijk om eindelijk een harmonieuze oplossing te vinden voor de nationale kwestie en de onderdrukking van de Amazigh. Deze oplossing moet gebaseerd zijn op het recht op zelfbeschikking en op solidariteit.

=> Zaterdag 8 juli: solidariteitsbetoging met de beweging in Marokko. 14u30 Brussel Noord