Home / Edito - Belgische politiek / Politieke crisis: naar rechtse regeringen in Wallonië en Brussel?

Politieke crisis: naar rechtse regeringen in Wallonië en Brussel?

De zetel van de Waalse regering in Namen. Foto: Flickr, Myben.be

CDH-voorzitter Benoit Lutgen maakte een einde aan de coalities met de PS in Wallonië, Brussel en de Waals-Brusselse Federatie. Hierdoor ligt de weg open voor rechtse regeringen met MR op regionaal vlak. Hiervoor zal wel eerst een prijs betaald worden aan Défi, dat nodig is om in Brussel een meerderheid te vormen, en eventueel ook aan Ecolo.

Standpunt door Boris (Brussel)

Publifin, Kazachgate, Samusocial, … De vele schandalen hebben het voor iedereen duidelijk gemaakt: de politici van PS, MR en CDH laten zich leiden door carrièrisme en inhaligheid. De onthullingen blijven maar komen. De affaire rond Samusocial in Brussel, waar mandatarissen van de PS zichzelf bedienden met middelen die bedoeld zijn voor de allerzwaksten, zorgde voor algemene afkeer en walging. De Franstalige christendemocraten van CDH grepen dit aan om de stekker uit de regionale regeringen met de PS te trekken. Het getuigt van een sterke vorm van hypocrisie: de CDH is zelf betrokken in verschillende schandalen en coalitiepartner MR al evenzeer. De peilingen die de CDH lieten krimpen tot de vijfde partij van Wallonië en de zesde van Brussel, maakten wellicht dat de partij iets wilde doen om het eigen vel te redden.

De verburgerlijking van de sociaaldemocratie en het overnemen van de logica van sociale afbraak, hebben de opgang versterkt van politici die de eigen zakken vullen naar het voorbeeld van topmanagers, ook in die vroegere arbeiderspartijen. In tegenstelling tot de schandalen rond de PS in de jaren 1990 (UNIOP, Agusta, …) of die van de jaren 2000 (Charleroi) is de schade voor de PS nu veel groter. We hebben ondertussen de grote recessie van 2008 gehad. Dit leidde tot een diepgaande crisis van de sociaaldemocratie in Europa. In Griekenland, Frankrijk, Nederland, … kregen de zusterpartijen van de PS rake klappen. De PS leek beter stand te houden, vooral door het gebrek aan consequente concurrentie ter linkerzijde. Ondanks jarenlange regeringsdeelname kon de PS zich voordoen als een soort van oppositie binnen de regeringen die de sociale afbraak afzwakte. Daarna kregen we echter de regering-Di Rupo die private schulden naar de gemeenschap overdroeg en die de weg voorbereidde voor een Thatcheriaanse federale regering.

Na de onthullingen in de Publifin-affaire stak de PTB voor het eerst de PS voorbij in een Waalse peiling. Dat wijst op de mogelijkheid van een historische doorbraak in de verkiezingen. In dit klimaat van schandalen loont de praktijk van verkozenen aan een gemiddeld werknemersloon pas echt ten volle.

De crisis van de sociaaldemocratie heeft niet alleen gevolgen voor de krachten die er links van staan. Dat zagen we met ‘La République en Marche’ van Emmanuel Macron in Frankrijk. Lutgen probeert zich op dat voorbeeld te beroepen.

Bij de werkgevers wordt de politieke crisis in Wallonië en Brussel gezien als een kans om de regering-Michel te versterken. Voor de federatie van Waalse ondernemers “kan dit leiden tot een zekere symmetrie. Dat zou een goede zaak zijn. De maatregelen van de federale regering om de arbeidskost te herleiden en de geplande hervorming van de vennootschapsbelasting zijn van groot belang voor de ondernemers.” Bij de MR doen sommigen nu wat lacherig over de term “kamikazeregering” die bij de vorming van de federale regering werd gebruikt. Nochtans kreeg de stakingsbeweging van de herfst van 2014 de regering op haar knieën. De kans om dit af te werken en de regering weg te krijgen, grepen de vakbondsleidingen echter niet.

Alle hoop vestigen op de verkiezingen van 2019 om tot een andere regering te komen, is bijzonder gevaarlijk. De regering-Michel blijft zwak en breekbaar, maar de grootste kracht van deze regering is de zwakte van de oppositie, in het bijzonder de gediscrediteerde PS. Het idee van regionale regeringen van PS en CDH die een oppositie vormen tegen de federale regering, ligt in duigen. Dit maakt een federale rechtse regering, versterkt met CDH, na de verkiezingen van 2019 mogelijk. Het zou ons een nieuwe harde rechtse regering opleveren.

De arbeidersbeweging moet bewust zijn van dit gevaar. We hebben maatregelen nodig rond de transparantie van publieke mandaten, maar dit volstaat niet. Er is ook, en vooral, nood aan een programma van strijd om een krachtsverhouding uit te bouwen die gunstig is voor de werkenden en hun gezinnen. Er is ook nood aan verkozenen die leven aan een gemiddeld werknemersloon om een programma van sociale verandering te verdedigen. Het is in die zin dat LSP met zijn beperkte krachten de hand reikt naar de PVDA om de mogelijkheden in de huidige situatie maximaal te benutten.

Print Friendly, PDF & Email