Betoging in solidariteit met de Palestijnse hongerstakers in Oost-Jeruzalem op 27 april. Foto: ActiveStills

De “staking voor vrijheid en eer” is de naam die de massale hongerstaking van honderden Palestijnse gevangenen in de Israëlische gevangenissen meekreeg. De actie begon op de dag van de Palestijnse gevangenen, 17 april. De gevangenen eisen het einde van discriminatie op basis van nationale afkomst in de gevangenissen en van de willekeurige arrestaties zonder rechtszaak of beschuldiging (‘administratieve arrestaties’). De gevangenen wijzen op problemen zoals gebrek aan toegang tot gezondheidszorg, opsluiting in isolement, schending van het bezoekrecht, verbod op telefoongesprekken en het ontzeggen van het recht op academische studies.

Artikel door Shahar Ben-Horin, Socialistische Strijdbeweging (onze zusterorganisatie in Israël-Palestina)

Elke week zijn er tientallen militaire raids op huizen van burgers van de Westelijke Jordaanoevers. Burgers worden midden in de nacht van hun bed gelicht bij wijze van routine. Volgens cijfers van de Israëlische Gevangenisdienst (IPS) werden eind april meer dan 6.100 Palestijnse gevangenen als ‘veiligheidsgevangenen’ bestempeld. Onder hen bijna 500 administratief opgepakte gevangenen die vastzitten in Israëlische gevangenissen. Driehonderd van de gevangenen zijn minderjarig, zo stelt de Palestijnse gevangenenorganisatie A-Dameer (‘Het bewustzijn’). Bovenop de ‘veiligheidsgevangenen’ in handen van de IPS worden honderden Palestijnen vastgehouden nadat ze gecriminaliseerd werden door de bezettingsmacht wegens ‘illegaal verblijf’, doorgaans nadat ze werk zochten in Israël. Tientallen Palestijnen zitten vast in faciliteiten van het leger en de politie vooraleer ze overgeplaatst worden naar de gevangenissendiensten.

In een verklaring voor de dag van de gevangenen merkten het Palestijns Comité voor Gevangenen, de Palestijnse Gevangenenvereniging en het Palestijns Centraal Bureau van de Statistiek op dat er sinds 1948 ongeveer een miljoen Palestijnen werden vastgezet in Israëlische gevangenissen. Sinds oktober 2015, bij het uitbreken van protest en escalatie van geweld, werden ongeveer 10.000 Palestijnen opgepakt door Israël. Een derde hiervan zijn tieners jonger dan 18 jaar.

Discriminatie in de gevangenissen

De propaganda van het Israëlische regime – trouw overgenomen door de volgzame media – probeert alle Palestijnse ‘veiligheidsgevangenen’ te omschrijven als moordenaars. Indien dit waar was, wat niet het geval is, dan kan erop gewezen worden dat criminele moordenaars onder betere omstandigheden vastzitten. De vreselijke laster tegen deze gevangenen heeft als doel op publieke kritiek te stoppen en om te vermijden dat er discussies ontstaan over de realiteit van de bezetting. Heel wat gevangenen werden opgepakt voor het enkele feit van hun betrokkenheid in politieke strijd tegen de bezetting en de nationale onderdrukking van de Palestijnen.

In deze context maakt de Israëlische staat geen onderscheid tussen wie opgepakt werd na betogingen en militaire activiteiten tegen de bezettingstroepen in de sinds bezette gebieden of wie opgepakt werd na het vermoorden van onschuldige burgers vanuit motieven verbonden met de nationale kwestie. Palestijnse ‘veiligheidsgevangenen’, zowel Israëlische burgers als inwoners van Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever of Gaza, krijgen te maken met zware discriminatie in legale procedures en in hun omstandigheden in de gevangenis.

Ami Popper, een Joodse ‘veiligheidsgevangene’ die zeven Palestijnse werkenden vermoordde op nationalistische basis, heeft recht op verlof uit de gevangenis, kan regelmatig telefoneren met familieleden en heeft zelfs een werkplaats buiten de gevangenis. Palestijnse ‘veiligheidsgevangenen’ daarentegen hebben daar allemaal geen recht op. Sinds 2011 werd hen zelfs het recht ontzegd om te studeren aan de Open Universiteit. Dit mocht niet omdat ze niet joods zijn. Het was een cynische maatregel van een collectieve straf onder het mom dat dit druk zou zetten op Hamas om de Israëlische soldaat Gilad Shalit vrij te laten. Het beleid bleef in voege, ook na een gevangenenruil later dat jaar.

De belangrijkste eis van de gevangenen is om publieke telefooncellen te installeren in hun gevangenisvleugel zodat ze met familieleden kunnen spreken. In vleugels met criminelen zijn er dergelijke telefooncellen. Ook de meest beruchte Joodse veiligheidsgevangene, Yigil Amir (die de Israëlische premier Rabin vermoordde in 1995), kan telefoneren met familieleden. Palestijnen kunnen dit niet. De gevangenen zijn afhankelijk van binnengesmokkelde gsm’s. Voormalig Palestijns parlementslid (in de Israëlische Knesset) Bassel Ghattas werd eerder dit jaar wegens vermeende medeplichtigheid aan dergelijke smokkel veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf.

Hongerstaking tegen het establishment

Tijdens de halve eeuw van bezetting van gebieden op de Westelijke Jordaanoever, in Oost-Jeruzalem en Gaza, slaagden Palestijnse gevangenen erin om hun voorwaarden te verbeteren na collectieve en individuele hongerstakingen. Hun verkozen vertegenwoordigers werden erkend door de gevangenisautoriteiten. De huidige actie is de grootste hongerstaking sinds 2012, toen ongeveer 1.500 gevangenen bijna een maand in hongerstaking waren en daarmee verbeteren in hun omstandigheden afdwongen, waaronder de gedeeltelijke heropstart van familiebezoek vanuit de Gazastrook. Een reeks hongerstakingen door administratief opgepakte gevangenen leidde tot de vrijlating van een aantal gevangenen die niet in staat van beschuldiging werden geplaatst. Dit bevestigde dat ze willekeurig vastzaten en het weerlegt de bewering dat deze gevangenen een gevaar voor de veiligheid zouden vormen.

In 2014 was er een uitgebreide hongerstaking van op het hoogtepunt ongeveer 250 administratief opgepakte gevangenen. Deze actie eindigde uiteindelijk tegen de achtergrond van het militaire offensief op de Westelijke Jordaanoever (operatie ‘Shuvu Ahim’ – ‘Breng onze broeders terug’) en de massale arrestaties die daarmee gepaard gingen. Maar het Israëlische establishment ziet zich wel degelijk bedreigd door de hongerstakingen onder Palestijnse gevangenen. Bovenop de internationale kritiek op Israël kunnen de hongerstakingen aanleiding geven tot militaire confrontaties. De militaire vleugel van Hamas, de Izz al-Din al-Qassam brigades, dreigde reeds om tot actie over te gaan als de eisen van de hongerstakers niet ingewilligd worden. De hongerstaking kan ook aanleiding geven tot massaprotesten in de bezette gebieden, zeker indien het leven van de gevangenen en van de stakingsleiders bedreigd is.

In 2015 stemde de Knesset een wet die gedwongen voedselopname mogelijk maakt. Het doel is om het voor de overheid mogelijk te maken om hongerstakingen te beëindigen door over te gaan tot martelpraktijken die in het verleden eveneens werden toegepast en ironisch genoeg hebben geleid tot de enige doden tot hiertoe bij hongerstakingen.

De Israëlische Medische Associatie (doktersbond) heeft als onderdeel van de Wereldwijde Medische Associatie kritiek gegeven op de wet en roept dokters op om er niet aan mee te werken. Dokters in ziekenhuizen in Ashkelon en Beersheba weigerden in 2015 om de administratieve gevangene Muhammad ‘Allan te voeden en vorig jaar weigerden dokters in een ziekenhuis in ‘Afila om de journalist Muhammad al-Qiq gedwongen te voeden. Het gebrek aan dokters die meewerken bij het breken van een hongerstaking heeft medewerkers van Netanyahu al doen suggereren om dokters uit het buitenland in te vliegen hiervoor. Ondertussen vraagt het ministerie van gezondheidszorg aan ziekenhuizen om voorbereid te zijn en worden er in de gevangenissen voorbereidingen getroffen om daar speciale zorgcentra te openen.

De IPS beweert dat het aantal hongerstakers na twee weken gedaald was tot 850, maar de organisaties die opkomen voor de rechten van de gevangenen hebben het over een toename tot 1.500. De autoriteiten kunnen niet verbergen dat ze bang zijn dat de hongerstaking uitbreiding kent, zeker indien de solidariteitsbeweging die ermee gepaard gaat eveneens opgedreven wordt. De meeste hongerstakers zijn tot hiertoe verbonden met Fatah. Er zijn ongeveer 3.000 gevangenen die met Fatah geassocieerd worden en ondanks politieke meningsverschillen tussen deze gevangenen is er een mogelijkheid dat velen nog bij de hongerstaking zullen aansluiten. Daarnaast zijn er honderden gevangenen die verbonden zijn met Hamas en de PFLP (Volksfront voor de Bevrijding van Palestina). De hongerstaking kan ook onder deze gevangenen uitbreiding kennen. Op 4 mei gingen een aantal gevangenen die hooggeplaatste functies hadden in milities van Hamas in hongerstaking gegaan. Ook de algemeen-secretaris van de PFLP, Ahmad Sa-adat, vervoegde de hongerstaking.

“Israël heeft van basisrechten privileges gemaakt”

De meest prominente leider van de huidige hongerstaking is Marwan Barghouti, een van de 13 Palestijnse parlementsleden (leden van de Palestijnse Wetgevende Raad) die in Israël gevangen zit. Barghouti wordt gezien als de meest populaire Palestijnse leider vandaag. Dat is waarom hij wel eens de ‘Palestijnse Nelson Mandela’ wordt genoemd. In alle peilingen is hij steevast de kandidaat die het meeste steun krijgt als hij – zoals hij dit van plan is – opkomt voor het voorzitterschap van de Palestijnse Autoriteit.

In een artikel dat hij in de New York Times gepubliceerd kreeg bij het begin van de staking, schreef Barghouti dat de Israëlische staat “basisrechten die onder de internationale wetten gegarandeerd moeten zijn – waaronder een aantal rechten die door vorige hongerstakingen afgedwongen zijn – heeft omgevormd tot privileges waarvan de gevangenisdiensten kan beslissen om ze toe te kennen of niet.” Hij stelde nog dat “Israël een duaal wettelijk regime heeft gevestigd, een vorm van gerechtelijke apartheid die zorgt voor een virtuele onschendbaarheid van Israëli’s die misdaden begaan tegen Palestijnen, terwijl Palestijnse aanwezigheid en verzet gecriminaliseerd worden. Israëlische rechtbanken zijn een aanfluiting van rechtvaardigheid, het zijn instrumenten van een koloniale en militaire bezetting.” Hij eindigde als volgt: “Enkel de beëindiging van de bezetting zal een einde maken aan deze onrechtvaardigheid en leiden tot vrede.”

Barghouti was een van de leiders van de Tanzim en de Al Aqsa Martelarenbrigades die met Fatah verbonden zijn. Hij overleefde een moordpoging in 2001 (“doelgerichte preventieve aanval”) door het Israëlische leger. Hij werd opgepakt tijdens een militaire raid op Ramallah in 2002 en voor een burgerlijke rechtbank veroordeeld wegens het goedkeuren van terroristische activiteiten tegen burgers langs beide kanten van de ‘Groene Grenslijn’, waarbij vijf mensen omkwamen. Barghouti ontkende de beschuldigingen, staakte zijn juridische verdediging als protest tegen de rechtszaak en verklaarde dat hij tegen het kwetsen van onschuldige mensen is.

We moeten benadrukken dat linkse socialisten zich verzetten tegen terroristische methoden. Maar in tegenstelling tot wat de propaganda van het Israëlische establishment beweert, is niet al wie een gewapende strijd tegen de bezetting voert een terrorist. De milities van Fatah bijvoorbeeld voerden militaire acties uit tegen de militaire bezetting. Ze gingen echter ook over tot het vermoorden van burgers, wat de bezettingsmacht geen schade toebracht maar politiek net in de kaart speelde en aanleiding gaf tot nog meer brutale aanvallen op Palestijnse burgers. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat Barghouti als een van de commandanten van de militie verantwoordelijk was voor de dood van burgers. Maar wat moet dan gezegd worden van de vroegere Israëlische premier Menahem Begin die als commandant van de Irgun rechtstreeks verantwoordelijk was voor onder meer de massale terroristische aanslag op het Koning David Hotel in 1946 waarbij 91 Britten, Arabieren en Joden om het leven kwamen? En is de huidige Israëlische premier Netanyahu niet verantwoordelijk voor de opdrachten tot acties zoals het bombarderen van de dichtbevolkte Gazastrook waardoor heel wat Palestijnse burgers omkwamen? In de oorlog van 2014 alleen al vielen er twee keer zoveel Palestijnse doden als er in de volledige periode van de tweede intifada Israëlische doden waren.

De populariteit van Barghouti is een reden tot bezorgdheid voor het Israëlische establishment. De Palestijnse president Abbas deed er alles aan om Trump te loven en hij ontmoette hem op 3 mei. Abbas doet er alles aan om op goede voet te blijven staan met het bezettingsregime. Het maakt dat Barghouti meer aansluiting vindt met de breed gedragen woede tegen de Palestijnse president die eind dit jaar aan het einde van zijn mandaat komt. Barghouti viel in het Palestijnse dagblad al-Quds vorig jaar het autoritaire bewind van Abbas aan. Hij stelde dat de onderhandelingen met Israël en de diplomatische campagne van de Palestijnse Autoriteit op internationaal vlak gefaald hebben. De afgelopen jaren riep Barghouti op tot een nieuwe volkse intifada. Het feit dat hij tegen de leiding van Abbas ingaat, is de reden waarom Abbas weigerde om hem aan te stellen tot vicevoorzitter van Fatah, ook al was hij de eerste in de verkiezing voor het Centraal Comité van Fatah in december. Abbas bewijst lippendienst aan de hongerstakers, maar hij is er niet bij betrokken. Hij wil niet dat Barghouti politiek voordeel haalt uit de hongerstaking of uit een ontwikkeling van een protestbeweging rond die staking – zeker niet nu Abbas zijn hoop vestigt in Trump en wil aantonen dat hij de controle heeft over de enclaves die onder de Palestijnse Autoriteit vallen.

Barghouti werd bij het begin van de hongerstaking afgezonderd. De IPS beweert op basis van geheime camerabewaking dat Barghouti sinds het begin van de hongerstaking al twee keer zou gegeten hebben. In 2004 beweerde de IPS tijdens een andere hongerstaking, waarin zowat 2.200 gevangenen betrokken waren, ook al dat er beelden waren van een etende Barghouti. Deze bewering werd toen ten stelligste weerlegd door de campagnes die de Palestijnse gevangenen ondersteunden. Ze stelden dat de IPS bewust getrukeerde beelden verspreidde met oude opnames die gemaakt waren op een ogenblik dat er geen hongerstaking was. In het nieuwe beeldmateriaal is het gezicht van de etende man onzichtbaar gemaakt.

Als Barghouti wordt weggehaald voor medische verzorging of gedwongen voedselopname, of als zijn leven in gevaar is, dan kan dit leiden tot een escalatie van het solidariteitsprotest buiten de gevangenissen. Het is niet ondenkbaar dat een dode onder de hongerstakers – zeker indien het om één van de leiders ervan gaat – leidt tot een massale protestbeweging zoals in Noord-Ierland na de dood van hongerstakers onder leiding van Bobby Sands die tijdens de hongerstaking in het Brits parlement werd verkozen. De hongerstaking leidt nu al tot mobilisatie en het werkt verenigend onder significante lagen van de Palestijnen langs beide kanten van de ‘Groene Grenslijn.’

Solidariteitsprotest

Op de dag van de gevangenen waren er protestbetogingen met duizenden aanwezigen op de Westelijke Jordaanoever. Vooral in Ramallah, Hebron en Betlehem waren er grote betogingen. In dorpen en steden werden solidariteitstenten opgezet om de hongerstakers te steunen. Op 27 april werden de openbare diensten en de kleine handelszaken in de gebieden van de Palestijnse Autoriteit en in Oost-Jeruzalem platgelegd. Een dag later waren er betogingen en kwam het tot confrontaties met het leger en de grenspolitie op minstens 15 plaatsen op de Westelijke Jordaanoever. Deze acties kaderden in de ‘dag van de woede’ waartoe Fatah had opgeroepen.

Het protest op de Westelijke Jordaanoever botste op militaire repressie die nog erger kan worden. Tijdens de eerste twee weken van de hongerstaking viel het grootste aantal Palestijnse gewonden sinds het begin van dit jaar: 191 gewonden, waarvan 45 minderjarigen (cijfers van OCHA). De overgrote meerderheid raakte gewond tijdens solidariteitsacties met de hongerstakers, een tiende van de gewonden werd geraakt toen met scherp op hen geschoten werd door politie of leger.

Binnen het gebied van de Groene Grenslijn waren er ook een aantal lokale protestacties. In Umm al-Fahm werd een solidariteitstent opgericht. Er waren betogingen in tal van landen en ook het Internationale Vakverbond (IVV), waar de Israëlische vakbondsfederatie Histadrut lid van is, publiceerde een solidariteitsbericht.

Zoals steeds verklaren de Israëlische regering en de autoriteiten van de gevangenissen dat ze niet onder de indruk zijn van het protest en niet willen onderhandelen met de gevangenen. De afgelopen jaren aarzelde de overheid onder de regeringen-Netanyahu niet om gevangenen in hongerstaking tot de rand van de dood te drijven vooraleer over een akkoord wordt onderhandeld. De IPS probeert ondertussen de gevangenen te straffen met psychologische druk, isolement, transfers tussen gevangenissen, inbeslagname van kledij en persoonlijke zaken en zelfs inbeslagname van het zout dat door de hongerstakers wordt gebruikt om fysiek sterker te staan in de hongerstaking.

Volgens verschillende bronnen waren er in de weken voor de hongerstaking onderhandelingen tussen de gevangenen en de IPS. Wellicht zullen die onderhandelen verdergezet worden. Mogelijk zal de regering-Netanyahu harder doorzetten en de eisen van de gevangenen negeren, maar dan speelt de regering met vuur en kan ze wel eens de controle over de situatie verliezen.

Het verder opdrijven van protestacties van zowel Palestijnen als Israëli’s om de hongerstaking te ondersteunen, is een bedreiging voor de fanatieke rechtse regering van Netanyahu. De Israëlische betogers moeten steun geven aan de Palestijnse betogers. De Israëlische Medische Associatie is hierin een voorbeeld voor andere vakbonden: het is nodig om in te gaan tegen de draconische wetgeving en de aanvallen van de rechtse regering. Het protest tegen gedwongen voedselopname, discriminatie in de gevangenissen en administratieve arrestaties moet bijdragen aan een sterkere beweging tegen de bezetting en het doorzetten van het nationale conflict, tegen de oorlog op de werkenden en armen en voor vrede, gelijkheid en socialistische verandering.

De Socialistische Strijdbeweging zegt:

  • Steun de solidariteitsacties met de hongerstaking van de gevangenen. Histadrut moet de solidariteitsverklaring van het IVV, waar het deel van is, steunen.
  • Geen marteling van hongerstakers, geen gedwongen voedselopname. Intrekking van de wet die deze gedwongen voedselopname mogelijk maakt. Arbeidersorganisaties moeten de Israëlische Medische Associatie steunen in het verzet tegen gedwongen voedselopname.
  • Stop de discriminatie op basis van nationaliteit in de gevangenissen! Steun de basiseisen van de gevangenen om hun voorwaarden te verbeteren, waaronder het recht op telefoongesprekken.
  • Stop de administratieve arrestaties, stop de willekeurige arrestaties en gevangenzetting zonder proces. Verdedig het recht van elke gevangene om te weten wat hem of haar ten laste wordt gelegd, het recht op vertegenwoordiging door een advocaat en het recht op een proces.
  • Haal het leger uit de bezette gebieden! Afschaffing van de militaire rechtbanken op de Westelijke Jordaanoever! Stop de bezetting van Palestijnse gebieden en stop de nederzettingen!
  • Vrijlating van alle Palestijnse politieke gevangenen! Voor eerlijke processen met een vooraf bepaalde procedure en onder controle van organisaties van de arbeidersbeweging en onafhankelijke mensenrechtenorganisaties van beide kanten van het conflict, waarbij zowel Israëli’s als Palestijnen die verdacht worden van misdaden verbonden met het conflict berecht worden.
  • Voor een onafhankelijk, democratisch en socialistisch Palestina naast een democratisch en socialistisch Israël, als onderdeel van de strijd voor een socialistisch Midden-Oosten en regionale vrede.