Waarheen leidt de lange mars van de SP?

In onze reeks over de Europese verkiezingen gaan we vandaag dieper in op de Nederlandse SP, een kleine partij die vertegenwoordigd is in het parlement. Onze Nederlandse zusterorganisatie (Offensief) is actief binnen de SP. Zo zijn een aantal lokale gemeenteraadsleden van de SP ook lid van Offensief. We publiceren een artikel van Ron Blom naar aanleiding van een boek dat recent verscheen over de SP.


RUIM TWINTIG JAAR deed de Socialistische Partij erover om in het parlement te komen. Daarna ging het hard. Aan de vooravond van de verkiezingen in 2003 zag het er zelfs naar uit dat ze even veel zetels zou verwerven als de PvdA. Die voorspelling kwam niet uit, de SP eindigde als vierde partij van het land. De radicaal-linkse splinter van weleer ontwikkelde zich tot een fenomeen in de Nederlandse politiek, dat tegenwoordig meepraat en met zestien wethouders ook over bestuurlijke posities beschikt. De groeistuipen leiden tot felle discussies binnen de partij. Sommigen vrezen dat de drang om groter te worden ten koste zal gaan van het ‘actievoeren aan de basis’ waar het ooit om begonnen was. Anderen, onder wie het met veel tumult vertrokken kamerlid Ali Lazrak (kwam van buiten de partij), vinden dat de SP een ‘antiek soort socialisme’ uitdraagt dat ‘niet meer van deze tijd is’. De partijleider en fractieleider Jan Marijnissen speelde een doorslaggevende rol in de doorbraak, maar hem wordt ‘autoritair gedrag ‘ verweten. Wat speelt zich nu werkelijk achter de schermen van de SP af? Vrij Nederland redacteur Rudie Kagie, zelf ooit voor een tijdje in de ban van het Albanië – ‘Lichtbaken van het socialisme’ – van Enver Hoxha, bestudeerde niet eerder gepubliceerde documenten, maakte een rondgang langs het circuit van bijeenkomsten en al dan niet besloten vergaderingen. Hij voerde tevens tientallen gesprekken met leden, dissidente ex-leden, parlementariërs en partijbestuurders. Dit alles leverde een leesbaar en zo nu dan onthullend boek op.

Ron Blom, Offensief Utrecht

Kagie blikt in De socialisten. Achter de schermen van de SP onder meer terug op de ontstaansgeschiedenis van de SP. De van oorsprong maoïstische organisatie kwam voort uit de Communistische Partij van Nederland. In 1999 onthulde NRC Handelsblad dat een infiltrant van de Binnenlandse Veiligheidsdienst zich met succes op een sleutelpositie in het bestuur van de organisatie had weten te nestelen. De BVD droeg graag bij aan het verzwakken van de CPN, die destijds als groot gevaar voor de politieke stabiliteit werd beschouwd. Het is de ironie van de geschiedenis. De CPN verdween, maar in plaats daarvan kwam een versterkte SP terug.

De partij heeft het uit de Stalin-school afkomstige Marxisme-Leninisme en maoïsme afgezworen. Met het inruilen van Handvest 2000 voor het nieuwe beginselprogramma Heel de Mens zijn ook de laatste verwijzingen naar de noodzaak van het socialiseren van de productiemiddelen om het socialisme te kunnen verwezenlijken verdwenen. Politiek-theoretisch was de partij al nooit erg sterk. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat Kagie uit de mond van een leidend kader kan optekenen: ‘Uitgaan van onze eigen praktijk, dat is pas écht marxistisch’. Een Groninger opposant mist de diepgang van de politieke analyse: ‘Er wordt keihard gewerkt, petje af, maar wat ooit ‘klassenbewustzijn werd genoemd is bij de actievoerende SP verwaterd tot ‘klussenbewustzijn’. Voor een stevige discussie over de oorsprong van de maatschappelijke tegenstellingen ontbreekt de politieke wil’. De massalijn, een van de pilaren van het Mao Tse-toeng denken, vind echter nog steeds navolging. Een oriëntatie op de belangen van de meerderheid van de werkende mensen is natuurlijk essentieel voor een socialistische partij.

Maar als een ding duidelijk wordt uit het boek van Kagie is het wel de buitensporig grote invloed van allerhande media-adviseurs op ‘de massalijn’ van de partij. Het gaat daarbij lang niet meer om louter beeldvorming, maar in het boek vinden we vele voorbeelden van hoe dit door werkt op het programma van de partij. De Nijmeegse SP-wethouder Lucassen bepleitte het schrappen van kiesrecht voor zestienjarigen uit het verkiezingsprogramma, omdat volgens zijn onderzoek niemand daarop zat te wachten. Dit gebeurde vervolgens ook. De meest invloedrijke is waarschijnlijk de mediaconsultant (en niet-lid) Nico Koffeman, die de tomaat aan een aaibaar imago hielp. Verder hebben we nog de Nieuwe Revuejournalisten Karel Glastra van Loon (ook geen lid) en Bert Voskuil en is er in het boek sprake van een SP-denktank in Oudewater.

In 1992 komt de SP, na een aantal mislukte pogingen om landelijk door te breken, met Marijnissen en Poppe eindelijk in de Tweede Kamer. Kagie verzuimt hiervoor een verklaring te geven. Dit terwijl een relatie met de schandalige opstelling van de PvdA rond de WAO eenvoudig te leggen is. De traditionele sociaal-democratie ontwikkelde zich meer en meer richting een sociaal-liberale positie, dat met de huidige discussies over een nieuw PvdA beginselprogramma gecodificeerd zal worden. Door dit opschuiven naar rechts kwam er aan de linkerkant ruimte vrij voor een formatie als de SP.

Zeker de partij is binnen het parlementaire kapitalistische systeem de meest radicale organisatie. Onduidelijk is echter hoe het socialisme à la SP er uit ziet. Een lange weg door de instituties? Marijnissen moest huilen toen hij hoorde dat de socialist Lula president van Brazilië was geworden. Nu duidelijk wordt dat deze socialistische president Lula niet echt in staat is een breuk te forceren ten gunste van de arme boeren, arbeiders en sloppenwijkbewoners lezen of horen we niets van een kritische evaluatie. Datzelfde geldt voor de steun van de SP aan het Zuid-Afrikaanse ANC, dat inmiddels al weer lange tijd regeringspartij is en veel van zijn oorspronkelijke beloftes vergeten is. Überhaupt vind er weinig evaluatie plaats. Dat geldt voor het zogenaamde ‘Marxisme-Leninisme’, voor de val van het stalinisme in Oost-Europa, voor de ontwikkeling en de specifieke kenmerken van de Nederlandse socialistische arbeidersbeweging, voor de ontwikkeling van de kapitalistische economie, het karakter van de sociaal-democratie en de christen-democratie… In zowel de PvdA als in het CDA bestaan nog steeds grote illusies als het gaat om het aangaan van progressieve coalities.

Meest opvallend aan het boek vond ik de vergelijking door Europarlementariër Erik Meijer van Jan Marijnissen met de bekende revolutionair-socialist Henk Sneevliet. Hij doelt hiermee op de dominante houding van beide personen. Politiek gezien liggen deze twee partijleiders echter mijlenver uit elkaar. Sneevliet was er van overtuigd dat om het socialisme te bereiken er een revolutionaire breuk met het kapitalisme noodzakelijk was. Bovendien stond het laatste deel van zijn leven in het teken van een onverzoenlijke strijd met het stalinisme, de ‘syfilis van de arbeidersbeweging’.

In het hoofdstuk ‘Een kras op de ziel’ gaat Kagie in op de opstelling van de SP tegenover vrouwen en buitenlanders. Met de nota’s Gastarbeid en kapitaal en Arbeidersvrouw en feminisme maakte de partij zich niet geliefd bij de rest van links. Ook hier leidde de massalijn tot geforceerd populistisch proza, dat de eenheid van de arbeidersklasse niet bepaald dichterbij bracht. Zo nu en dan probeert de partij onder het huidige hardvochtige beleid t.a.v. migranten met terugwerkende kracht haar gelijk op te eisen. Herdruk van de beide nota’s ligt daarbij niet voor de hand. Hoeveel kritiek men ook kan hebben op deze nota’s, de noodzaak van het socialisme maakte hier integraal deel van uit.

Kagie sprak ook met leden van de marxistische organisatie Offensief. In het slothoofdstuk ‘Het wethouderssocialisme. Hoe de SP zich voorbereidt op meeregeren’ leggen zij uit waarom het noodzakelijk is oppositie te voeren tegen de gematigde koers van de partij. Offensief is dan ook niet gelukkig met het op plaatselijk niveau meebesturen in Colleges van Burgemeester en Wethouders. Het gaat niet om het mede beheren van het kapitalisme, maar om de opbouw van een sterke strijdbare socialistische arbeiderspartij. Daarvoor is het nodig om zoveel mogelijk leden te betrekken bij het vaststellen van de marsroute en is het leggen van een marxistisch theoretisch fundament essentieel. Als Kagie Marijnissen vraagt naar wat hij vindt van de inbreng van Offensief zegt hij: ‘Hoe meer mensen hun mond opendoen, hoe liever ik het heb. Dat houdt de discussie levendig’. Laten we hem niet teleurstellen.

Meer info over Offensief in de SP:

  • Website van Offensief over hun werk in de SP
Delen: Printen: