Home / Edito - Belgische politiek / De PS lijkt doodstrijd van Europese sociaaldemocratie dan toch te vervoegen

De PS lijkt doodstrijd van Europese sociaaldemocratie dan toch te vervoegen

Foto: PPICS

De 1 mei-vieringen zullen dit jaar een sociaaldemocratie in crisis tonen. Overal in Europa waart het spook van de ‘pasokificatie,’ een verwijzing naar de Griekse partij PASOK die van 43,92% in de verkiezingen in 2009 wegzakte tot 4,68% in 2015. Het argument van het ‘minste kwaad’ is tot op de draad versleten. Bijna tien jaar na het begin van de huidige economische crisis heeft de sociaaldemocratie er nog steeds geen antwoord op.

Artikel door Ben (Charleroi) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

In Frankrijk verloor de PS in de loop van de 5 jaar dat François Hollande president was 40.000 leden. Hollande bedankte wijselijk voor een kandidatuur om zichzelf op te volgen. Het magazine Marianne stelt dat de presidentscampagne het einde van de PS inluidt. (1) We zouden ook nog Nederland, Italië, Ierland, Spanje, … kunnen aanhalen.

De PS in ons land leek tot nu toe de uitzondering op de regel. Langs Vlaamse kant had de SP.a het al langer moeilijk: voor het ineenstorten van onder meer PASOK dong de partij mee naar de titel van de kleinste sociaaldemocratische partij van Europa. De PS hield stand en dit ondanks een ononderbroken deelname aan de federale regering tussen 1987 en 2014. De laatste peilingen leiden echter ongetwijfeld tot angstzweet in het hoofdkwartier van de PS aan de Keizerslaan.

De kruik gaat te water tot ze barst

Van waar komt deze crisis van de sociaaldemocratie? Het gaat terug op beperkingen die al langer aanwezig waren, maar nu tegen de achtergrond van het volledig omarmen van de neoliberale dogma’s en de economische crisis volop tot uiting komen.

Reeds toen de sociaaldemocratie de massa’s deed dromen, was het enkel onder druk van die laatsten dat ze een relatieve herverdeling van de rijkdom beloofde en soms ook deels realiseerde. De sociaaldemocratie heeft zich van bij haar ontstaan opgebouwd door de arbeidersklasse te organiseren, waardoor ze kon profiteren van de kracht van die laatste. Dat vereiste een radicaal discours terwijl de leiding tegelijk poogde om de impact te beperken van wat mogelijk een fatale kracht was voor het bestaande sociale orde. (2) Of zoals Lenin het omschreef: arbeiderspartijen aan de basis, burgerlijk aan de top.

Na de grote algemene staking in de winter van 60-61 behaalde de PS in Wallonië 47,1% van de stemmen. Eenmaal verkozen verraadde ze haar programma. Die bittere ervaring heeft de deur opengezet voor frustratie, woede en een electorale afstraffing. Tegen de verkiezingen van 1965 had een kwart van de PS-kiezers de partij de rug toegekeerd. De PS behield enkel de macht op basis van steeds onwaarschijnlijkere coalities die voor een verdere neergang zorgden in de jaren 1970 tot aan de verbanning naar de oppositie in 1981.

Na zes jaar van harde rechtse regeringen kwam de PS in 1987 terug aan de macht nadat ze 43,9% haalde in Wallonië. Die stem was vooral een verwerping van rechts en niet zozeer een stem uit overtuiging. Sindsdien werd het argument van het ‘minste kwaad’ het fundament. Na alle desillusies, het vertrek of uitsluiting van de meest strijdbare elementen, worden de woorden van Marcel Liebman bewaarheid: “Ziedaar de top overgeleverd aan zichzelf, bedreigd door de conservatieve tendensen en door de bureaucratische inertie die door geen enkele volksbeweging nog in evenwicht kan gebracht worden. De organisatie blijft bestaan, maar de revolte zwijgt en berooft zo de beweging van een hinderlijke en kostbare dynamiek.” (3)

Hoeveel hebben er, zoals Fréderic Gillot – nu Waals parlementslid voor de PVDA, de partij resoluut de rug toegekeerd na de aanvallen op de pensioenen in 2005 (Generatiepact)? En nadat de “jacht op de werklozen” werd geopend? De afwezigheid van een alternatief vormde lange tijd een sterke rem op de afkalving van de PS. Bij gebrek aan beter en in weerwil van hun afkeer, bleven de kiezers voor de PS stemmen.

De wind van de klassenstrijd waait opnieuw

De intrede van de PVDA in het parlement heeft de breekbaarheid van de PS aangetoond. Sindsdien is de geest uit de fles. De PS-leiding is in paniek en probeerde om zich links te herpositioneren. Di Rupo verklaarde dat zijn “hart bloedt” bij het idee dat duizenden werklozen hun uitkering verliezen – een maatregel die hij nochtans zelf doorvoerde. Magnette heeft met zijn verzet tegen het vrijhandelsverdrag CETA geprobeerd om de PS voor te stellen als standvastig. Het was te laat en te weinig. En dan moest het Publifin-Nethys schandaal nog komen …

In maart plaatste een peiling van RTBF, La Libre en Dedicated de PVDA op de tweede plaats in Wallonië (20,5%), vlak voor de PS (20,3%). Een ander element: sinds de jaren 1970 verloor de PS de helft van haar leden. De geloofwaardigheid van de partij is weg. Het spook van de ‘pasokificatie’ bereikt ook de PS en bezorgt enkele kopstukken slapeloze nachten.

De politieke ruimte ter linkerzijde zal ondertussen blijven groeien. Dit zorgt voor heel wat interessante nieuwe uitdagingen voor de PVDA en al wie zich tegen de neoliberale besparingen verzet. Hoe kunnen we vermijden om in dezelfde vallen als Syriza in Griekenland te trappen? Hoe reageren op samenwerking met gevestigde partijen? Hoe de passieve electorale steun omzetten in actieve sociale mobilisatie? Hoe ervoor zorgen dat de dynamiek in Wallonië en in iets mindere mate in Brussel straks ook Vlaanderen bereikt? Dat zijn kwesties waaraan LSP op een constructieve wijze wil bijdragen.

 

  • Marianne N°1046-1047 van 14 tot 24 april 2017
  • Jean Faniel, “Le Parti Socialiste est-il populaire ?”, Revue Politique nr 62, December 2009.
  • Liebman, “Les socialistes Belges 1914-1918”, Brussel, La Revue nouvelle/FJJ/EVO, 1986, pp 66-67 aangehaald door Jean Faniel