Home / Op de werkvloer / Onderwijs / Onderwijs: investeren, niet verdelen!

Onderwijs: investeren, niet verdelen!

Crevits schuift verantwoordelijkheid door naar ouders

“Ouders van allochtone kinderen moeten meer verantwoordelijkheid opnemen in de school van hun kinderen,” was de boute uitspraak van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits onlangs. Ze stelt dat kinderen van allochtone ouders zwakker presteren op school, en dat dit komt doordat hun ouders geen engagement opnemen in de school van hun kinderen, geen oudercontacten volgen en geen moeite doen om voldoende Nederlands te leren.

Door Tim, LSP Gent

Dat er geen aantoonbaar verband is tussen afkomst en ouderbetrokkenheid in het onderwijs was voor de minister niet belangrijk. Zowel professor Piet Van Avermaet (UGent) als professor Orhan Agirdag (KULeuven) voeren al jaren onderzoek naar deze materie. Beide onderzoekers waren formeel: er is geen enkel verband tussen betrokkenheid van de ouders en hun afkomst, taal of religie. Wél is er een verband met het sociaaleconomische milieu van de ouders.

“Wie bij de hond slaapt, krijgt zijn vlooien,” zegt het spreekwoord. Toen Crevits het voelde jeuken, heeft ze de N-VA-tactiek overgenomen om een falend beleid te maskeren met xenofobe uitspraken. En dat het jeukt in het onderwijs, is duidelijk. Het Vlaamse onderwijs is één van de koplopers in het reproduceren van sociaaleconomische ongelijkheden. Kinderen met een moeder met een diploma hoger onderwijs hebben 95% kans om in het ASO te zitten. Als de moeder geen diploma behaalde, zitten haar kinderen in 80% van de gevallen in het BSO. Slechts 6% van de kinderen van geschoolde arbeiders zullen hoger onderwijs aanvatten. Projecten waarbij leerlingen uit zwakkere sociale milieus specifieke ondersteuning krijgen, zijn erg succesvol. Maar het is vooral in die middelen dat deze en de vorige Vlaamse regering sterk hebben gesnoeid. Crevits neemt zelf haar verantwoordelijkheid niet, maar schuift die door naar de ouders.

Deze uitspraken komen niet toevallig: Crevits zit op dit moment in conflict met de onderwijsbonden over haar besparingsvoorstellen en het zogenaamde “M-decreet”. Kinderen met een beperking die vroeger in het Buitengewoon Onderwijs terechtkwamen, hebben nu het recht om zich ook in een “gewone” school in te schrijven. Op zich een goede zaak, alleen: de Vlaamse overheid ziet deze operatie vooral als een besparing. De scholen krijgen niet de middelen om deze kinderen degelijk te begeleiden. Het extra werk komt op de schouders van het onderwijspersoneel, met negatieve gevolgen voor de werkdruk én voor de begeleiding van de andere leerlingen.

Crevits zocht een oplossing en vond die opnieuw door te besparen op het personeel: door leerkrachten langer te laten lesgeven voor hetzelfde loon zou geld uitgespaard worden om een aantal begeleidingsnoden te ledigen. De minister provoceerde door te doen alsof de dagtaak van leerkrachten zich beperkt tot de 20 tot 22 uur dat ze voor de klas staan. Ze “vergat” te vermelden dat leerkrachten naast die uren voor de klas ook heel wat andere taken hebben.

De vakbonden in het onderwijs organiseerden bijgevolg een actieplan tegen deze besparingen dat op brede steun kon rekenen bij het onderwijzend personeel. Crevits’ uitspraak over allochtone ouders was een poging om de aandacht af te leiden van haar falend besparingsbeleid en de stevige reacties van het onderwijspersoneel daarop. We mogen ons niet laten vangen door deze tactiek.

Crevits liet onlangs weten dat ze haar maatregel om leerkrachten langer te laten werken voorlopig wil uitstellen. Op zich is dit een overwinning voor het personeel in het onderwijs, die te danken is aan de manier waarop de vakbonden zich hebben georganiseerd. Er waren personeelsvergaderingen op de scholen om leerkrachten grondig te informeren en te betrekken bij de acties, waarmee het draagvlak verbreed werd. Er werden ook offensieve eisen gesteld: zo vroeg ACOD onderwijs niet enkel de terugtrekking van de besparingsmaatregel, maar een verlaging van de lesopdracht naar 18 uur voor alle leerkrachten in het middelbaar onderwijs en bijkomende middelen voor begeleiding van leerlingen die het nodig hebben. Dit zou niet alleen een noodzakelijke verlaging van de werkdruk met zich meebrengen, het zou scholen ook in staat stellen leerlingen met specifieke moeilijkheden beter te begeleiden. Deze voorstellen zijn het enige correcte antwoord op de onaanvaardbare uitspraken van minister Crevits!