Home / Internationaal / Europa / Franse presidentsverkiezingen: waar staat links?

Franse presidentsverkiezingen: waar staat links?

Foto: flickr/pierre-selim

Op 29 januari bepaalden voorverkiezingen van de alliantie rond de Parti Socialiste wie de centrumlinkse kandidaat in de presidentsverkiezingen van 23 april wordt. Hollande vraagt als zittend president geen nieuw mandaat. Hij zag de bui van een vernederende nederlaag immers al hangen. Uiteindelijk haalde de kandidaat van de linkervleugel van de PS het: Benoit Hamon. Dat wijst op de zoektocht naar een alternatief, maar ook op de groeiende verwerping van de gevestigde politici.

Artikel door Simon D. (Bergen) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Recent was er een onderzoek dat aangaf dat 80% van de Fransen geen vertrouwen heeft in de instellingen. Dat droeg bij aan de electorale opdoffers die een reeks gevestigde waarden van de Franse politiek te verduren kregen in de voorverkiezingen. Bij de rechterzijde, ‘Les Républicains’, werden Alain Juppé en Nicolas Sarkozy in november wandelen gestuurd. Ter linkerzijde was er Hollande die als eerste president ooit in de geschiedenis van de Vijfde Republiek geen kandidaat is voor een tweede mandaat. Daarna werd zijn rechterhand, Manuel Valls, weggestemd. Die golf van afwijzingen, zoals de linkse kandidaat Jean-Luc Mélenchon het omschrijft, is een nooit geziene uitdrukking van de crisis van de traditionele kapitalistische partijen.

Zoals in heel wat Europese landen worden vooral de sociaaldemocraten hard geraakt door deze crisis. Na jaren van verraad en het aanrichten van sociale bloedbaden, worden ze zwaar afgestraft door de bevolking. De overwinning van Benoit Hamon en de steun voor de campagne van Pedro Sanchez in Spanje tegen de partijleiding van de PSOE zijn uitdrukkingen van de zoektocht naar alternatieven in de vorm van kandidaten die zich minstens wat linkser voordoen dan de rest van hun partijapparaat. Beiden willen de historische neergang van hun partijen stoppen door een iets linkser imago naar voor te schuiven, ook al blijft dit netjes binnen de lijnen die aanvaardbaar zijn voor het establishment.

Het is niet omdat je zegt dat je links bent, dat het ook zo is…

De voorstellen van Benoit Hamon staan links van wat de meeste PS-leiders naar voor schuiven. Hij eist de afschaffing van de nieuwe arbeidswet, behoud van de 35-urenweek, aanwerving van 40.000 leerkrachten, … Een van zijn centrale eisen is die van een onvoorwaardelijk basisinkomen van 750 euro per maand. Die eis leidt tot heel wat discussie. Velen zien er iets progressiefs in, terwijl anderen vrezen dat het een paard van Troje is waarmee de sociale zekerheid wordt afgebroken (zie dit artikel). Het idee is populair omwille van de groeiende armoede. Maar waarom niet opkomen voor hogere minimumlonen en leefbare werkloosheidsuitkeringen? Dat zou een opwaartse druk zetten op alle lonen en arbeidsvoorwaarden.

Het grootste gebrek aan de benadering van Benoit Hamon is zijn idee dat het mogelijk is om een krachtsverhouding op te bouwen vanuit een politiek apparaat dat zijn strepen verdiend heeft in de strijd tegen sociale verworvenheden. Jean-Luc Mélenchon heeft gelijk als hij verklaart dat “Benoit Hamon niet kan beweren dat hij ons de hand aanreikt terwijl hij met zijn campagne tegelijk de PS, die we de afgelopen jaren bestreden hebben, wil recycleren.” (1)

Enkel een nieuwe massale arbeiderspartij die zich baseert op sociale strijd kan de eisen verdedigen die de werkende bevolking broodnodig heeft. De kandidatuur van Jean-Luc Mélenchon en zijn beweging ‘La France Insoumise’ kunnen een eerste stap vormen in het proces van heropbouw van een onafhankelijk strijdorgaan van de werkenden.

Een stap vooruit

Het programma van Mélenchon is een pak offensiever dan dat van Hamon. Hij komt op voor gratis gezondheidszorg, arbeidsduurvermindering tot 32 uur per week, … Daarnaast pleit Mélenchon voor ecologische planning en voor de nationalisatie van Total. Daarmee wordt een stap gezet in de richting van het idee dat de werkenden de controle op de economie moeten nemen. De oproep van Mélenchon voor een Zesde Republiek heeft de verdienste dat een ernstige reorganisatie van de samenleving wordt vooropgesteld.

Er zijn echter beperkingen aan het programma van Mélenchon dat teveel in het keurslijf van het kapitalisme blijft steken en onvoldoende nadruk legt op de nood aan arbeidersdemocratie. Het politieke programma zou bovendien duidelijker zijn indien het gekoppeld werd aan de eis van nationalisatie zonder schadeloosstelling (tenzij op basis van bewezen behoeften) van de sleutelsectoren van de economie en dit onder democratische controle en beheer van de werkenden.

De ervaring leert ons dat het niet mogelijk is om water en vuur te verzoenen. De ‘Bolivariaanse revolutie’ van Hugo Chavez in Venezuela was grotendeels op olie-inkomsten gebaseerd en botste al snel op de realiteit van het kapitalisme. We erkennen de progressieve stappen die er gezet werden, maar hebben er steeds voor gepleit om verder te gaan om die verworvenheden veilig te stellen. We doen hetzelfde met de campagne van Mélenchon: een ‘menselijk kapitalisme’ is onmogelijk, er is een breuk met dit systeem nodig.

De campagne van Mélenchon in 2012 met zijn slogan “Laat ons de macht grijpen” bevatte meer revolutionaire elementen dan zijn huidige campagne. Maar we kunnen gebruik maken van de ruimte voor discussie in de campagne van ‘France Insoumise’ om met de tienduizenden activisten die erin betrokken zijn na te gaan hoe we een krachtsverhouding kunnen opbouwen en met welk programma fundamentele verandering mogelijk is. Het massale karakter van de meetings van Mélenchon is een indicatie van het potentieel. Deze energie kan van de bijeenkomst op 18 maart in Parijs – tevens de herdenking van de Commune van Parijs – een massaal evenement maken.