Home / Edito - Belgische politiek / Waarom wachten op de verkiezingen geen goed idee is voor de vakbonden

Waarom wachten op de verkiezingen geen goed idee is voor de vakbonden

Militantenbijeenkomst in september 2014. Het actieplan eind 2014 deed de regering wankelen en maakte dat het publieke debat over onze eisen en bekommernissen ging.

In de structuren van het ABVV en van het ACV horen we steeds meer dat ‘de mensen niet meer in actie te krijgen zijn.’ Hoe komt dat en hoe eraan verhelpen? Die vragen, laat staan de antwoorden erop, komen helaas niet aan bod. Resultaat: de vakbonden, die in het najaar van 2014 nog kozen voor een weergaloos offensief, zijn nu in het defensief gedrongen. Hun strategie? De regering uitzitten tot aan de volgende verkiezingen, hopen op een alternatieve meerderheid en intussen de schade zoveel mogelijk beperken. LSP vindt dat een gevaarlijke strategie die de arbeidersbeweging ontwapent en rechts extra munitie schenkt.

Artikel door Eric Byl uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

De vakbondsleidingen zullen uiteraard wijzen op het jongste loonakkoord: het Interprofessioneel Akkoord (IPA) voor 2017-2018. Ze noemen het ‘goed voor de mensen én goed voor de economie.’ Het paradepaardje ervan is een maximale koopkrachtverhoging voor de loontrekkenden met 1,1% (bovenop de verwachte stijging van 2,9% ten gevolge van de indexkoppeling). Vergeleken bij de vorige 4 loonakkoorden is dat niet min. Dat van 2009 leverde een loonstop en een ecocheque van 250 euro op, dat van 2011 hooguit 0,3%, dat van 2013 niets en dat van 2015 0,5% bruto en 0,3% netto. Daarbij vergeleken betekent het jongste IPA voor velen een verademing en dat heeft zich geuit in grote meerderheden ervoor in zowat alle centrales van beide vakbonden.

Het akkoord remt tevens de verstrenging van het Stelsel van Werkloosheid met Bedrijfstoeslag, SWT – het vroegere brugpensioen – wat af. De leeftijdsvereiste voor zware beroepen, lange loopbanen en bedrijven in herstructurering wordt niet in 2017 opgetrokken naar 60 jaar, maar geleidelijk tot in 2019. Dat is niet onbelangrijk voor wie zich aan de rand van de vereisten bevindt. Tenslotte worden de sociale uitkeringen opgetrokken via de toekenning van een deel van de welvaartsenveloppe. Die enveloppe, een beslissing van de bijzondere ministerraad in Oostende in 2004, ging in vanaf 2007, maar wordt al jaren door regering en patronaat gebruikt als pasmunt om de vakbonden onder druk te zetten bij het onderhandelen van loonakkoorden.

Tegen dat akkoord valt veel in te brengen: 1,1% loonsverhoging is een maximum, het is verre van zeker of alle sectoren dit zullen krijgen. De loonnorm werd herzien, volgens de oude norm bedroeg de marge niet 1,1%, maar 2 à 3%. De indexaanpassing wordt geraamd op 2,9%, maar de reële inflatie zou 3,9% bedragen (over twee jaar). De loonstijging bij onze drie belangrijkste handelspartners wordt niet op 4% (2,9% + 1,1%) geraamd, maar op 4,5%. Er wordt om de loonnorm te bepalen niet langer rekening gehouden met de loonsubsidies aan de bedrijven, een extra geschenk aan de patroons van 0,5%. De welvaartsenveloppe voor de sociale uitkeringen (900 miljoen) werd ingekort naar 506 miljoen. De SWT-leeftijdsgrens stijgt minder snel, maar stijgt niettemin.

Toch is het niet overdreven om dit loonakkoord een kleine trendbreuk te noemen. Hebben de vakbondsleiders dan slim onderhandeld en de schade beperkt tot aan de verkiezingen? Of hebben ze met dit loonakkoord integendeel de spreekwoordelijke kaas genomen die het mechanisme van de muizenval activeert? Wij hopen op het eerste, maar vrezen voor het laatste.

Het loonakkoord veronderstelt immers sociale vrede. Dat betekent nog niet dat er geen acties meer gevoerd kunnen worden. De 21ste maart betoogt de gezondheidssector, de 24ste wordt betoogd tegen sociale dumping en ook in het onderwijs liggen nog voor de zomer acties in het verschiet. In de private sectoren regent het intussen sluitingen en herstructureringen. Acties daartegen, inclusief stakingen, zijn best mogelijk, maar solidariteitsstakingen elders in de private sectoren, voor zover dat al overwogen werd, laat staan een veralgemeend offensief van de vakbonden, zullen beschouwd worden als inbreuken op het loonakkoord. Een veralgemeende strijd tegen de regering is daarmee tot aan de verkiezingen zo goed als bevroren.

De vakbondsleiders volgen uiteraard ook de peilingen. Zij hebben gezien dat de regering slechts 72 van haar 83 zetels had behouden indien er in januari verkiezingen waren geweest: 4 tekort voor een meerderheid. Ze gaan er ook van uit dat de PS op één of andere manier nodig zal zijn en dat daarmee de N-VA buitenspel wordt gezet. Dat zou wel eens een teleurstelling kunnen worden. Door sociale vrede te garanderen, bieden de vakbonden de regeringspartijen immers de gelegenheid de volledige aandacht in aanloop naar de verkiezingen te oriënteren naar thema’s waarop zij hopen te scoren: migratie en veiligheid. Het is geen toeval dat Theo Francken zich met een hard beleid inzake vluchtelingen heeft opgewerkt tot populairste politicus in Vlaanderen, net zoals Maggie De Block het hem voordeed tot ze doorschoof naar gezondheidszorg.

In ‘Ceci n’est pas une crise’ gaf 80% van de ondervraagden aan dat politici de macht teveel hebben doorgegeven aan de financiële wereld, 74% voelde zich in de steek gelaten door de elite. Voor de arbeidersbeweging in het algemeen en de vakbonden in het bijzonder zouden deze cijfers de aanleiding moeten zijn voor krachtige mobilisaties. Eerdere peilingen na het actieplan van 2014 gaven aan dat 80% gewonnen was voor een miljonairstaks. Maar sinds de vakbonden de mobilisatie stillegden, vertaalt dit ongenoegen zich in een terugplooien op de eigen gemeenschap, handig uitgebuit door allerlei populisten. De schandalen rond Publifin, Publipart en andere (voormalige) intercommunales bevestigen niet alleen hoever de elite van ons afstaat, maar ook hoezeer de zogenaamde ‘bevoorrechte partners’ van de vakbonden verweven zijn met dit systeem. Meer nog dan bedrog dreigt de combinatie van bedrog en hypocrisie afgestraft te worden.

De vakbondsleidingen moeten zich bezinnen. Waarom de relatieve kalmte veroorzaakt door het loonakkoord niet benutten voor een massacampagne omtrent een strijdbaar programma dat de werkloosheid, de armoede en de achteruitgang van de arbeidscondities en de uitholling van de arbeidscontracten ook echt aanpakt? Waarom een dergelijke campagne niet koppelen aan een actieplan om te verduidelijken dat het deze keer niet bij woorden blijft, maar er ook mobilisatie en actie aan verbonden worden. Tenslotte moeten de vakbonden ook hun relatie tot de zogenaamde bevoorrechte politieke partners ophelderen: in plaats van linkse éénheid te prediken met de hypocrieten die zich verrijken terwijl wij inleveren, zouden ze zich aan de kop moeten stellen van de woede ertegen om de eenheid van alle slachtoffers ervan te verwezenlijken.