Actie van het ACV in 2013 aan de metrohalte Kunst-Wet uit solidariteit met Mohamed die werkte voor TUNA, een onderaannemer van CFE dat via Beliris als onderaannemer actief was voor de MIVB. Foto: Eva.

Vorige week brachten verschillende Franstalige media (TBX1, La Capitale, RTBF en anderen) berichten over de aanwezigheid van mensen-zonder-papieren onder het personeel op publieke werven bij de renovatie van het metrostation Kunst-Wet. De enorme tegenstellingen binnen dit systeem in crisis laten zich soms opmerken aan de hand van anekdotes of kleine feiten. Wat was er in dit geval aan de hand?

Door Pietro (Brussel)

Wie wel eens in Brussel komt, kent het metrostation Kunst-Wet. Het was meer dan twee jaar een permanente bouwwerf. Na afloop van de werken werd het metrostation opgevrolijkt met affiches van het personeel dat aan de renovatie deelnam. Het lijkt erop dat de directie van de MIVB op die manier het zweet van de arbeiders wil vieren. Het toeval wil dat er onder de foto’s ook één is met twee arbeiders die geen papieren hadden. Dat is wat lastig voor Beliris, de samenwerking tussen de federale staat en het Brusselse Gewest met het oog op de renovatie van de stad Brussel. Beliris is de verantwoordelijke voor het publieke bouwwerf Kunst-Wet. Het bedrijf publiceert op de muren van het metrostation zelf het bewijs van de aanwezigheid van mensen-zonder-papieren onder het personeel. Dankzij de steun van het Comité van Werkenden met en zonder Papieren van het ACV, vond Mohamed, een van de geportretteerde arbeiders, de moed om zijn uitbuiting aan te klagen.

Hij verklaarde in de media: “Het was in 2013. We werkten enkele maanden op de werf van de renovatie van het metrostation Kunst-Wet. We waren tewerkgesteld door een onderaannemer die ons zogezegd had aangenomen voor schoonmaak. In werkelijkheid werden wij telkens ingezet voor wat de gewone arbeiders niet wilden doen. We braken af, haalden muren neer en groeven tunnels.”

Het stelsel van een kluwen van onderaannemers draagt bij tot de afbouw van de arbeidsvoorwaarden en tot sociale dumping. De publieke markt is gebaseerd op een logica die vertrekt van de winstlogica zonder oog te hebben voor de kwaliteit van de arbeidsvoorwaarden. Bedrijven worden gekozen op basis van de laagste prijs.

Wie haalde hier voordeel uit?

Volgens het wettelijke kader in België is sociale dumping illegaal en politici beweren ertegen te strijden. De werkelijkheid ziet er anders uit. Sociale dumping is meer en meer de regel op de arbeidsmarkt, zowel in de private als de publieke sector.

Op Europees niveau maakt de richtlijn over detachering sociale dumping wettelijke mogelijk aangezien personeel uit andere landen, waaronder Oost-Europa, aan de voorwaarden van het land van herkomst kan werken. Mensen-zonder-papieren moeten de concurrentie aangaan met miljoenen goedkope arbeidskrachten die op legale wijze kunnen tewerkgesteld worden. Het ‘vrij verkeer van diensten en personen’ in de EU wordt misbruikt door de grote bedrijven om goedkope arbeidskrachten in te zetten als onderdeel van een ‘neerwaartse spiraal’ op vlak van lonen en arbeidsvoorwaarden.

Hoe zit het in Brussel?

De Brusselse minister van Werk Gosuin (Défi, het vroegere FDF) stelde dat het om een geïsoleerd geval ging en dat het Gewest er alles aan doet om meer controles uit te oefenen op bouwwerven. Mohammed stelde dat hij met 15 andere mensen-zonder-papieren werkte en dat hij ook vandaag nog bij verschillende werkgevers werkt.

Bij openbare aanbestedingen wordt vaak gewerkt met onderaannemers om zo aan goedkoper personeel te geraken en op basis van hardere uitbuiting meer winsten te realiseren. Beliris gebruikt CFE Brabant als onderaannemer en dat bedrijf heeft TUNA als onderaanemer. Het is een stelsel dat bedrijven toelaat om grote winsten te maken met publieke middelen en dit door mensen-zonder-papieren in te zetten die erg goedkoop werken en zo druk zetten op alle lonen.

Dit stelsel is enkel mogelijk omdat de gevestigde partijen de ogen sluiten voor deze werkelijkheid en in de praktijk zwartwerk mogelijk maken. Vandaag is er uitbuiting op de werven voor de MIVB, morgen op de ochtendmarkten, vervolgens in de ziekenhuizen en de horeca, waar zal de sociale dumping nog toeslaan?

Het doel is duidelijk: druk zetten op de lonen, de sociale zekerheid ondermijnen en een reserveleger op de arbeidsmarkt tot stand brengen. Door deze werkenden te veroordelen tot ‘illegaliteit’, is het mogelijk om hen harder uit te buiten. Hun werk en hun uitbuiting worden niet erkend. Dit is onderdeel van de sociale dumping. De zesde staatshervorming voorzag de overdracht van de bevoegdheid inzake arbeidskaarten naar de gewesten, maar de regionale regering weigert een arbeidskaart in te voeten waarmee de werkenden-zonder-papieren in Brussel geregulariseerd worden.

De arbeidskaart

Een toelating om te werken op basis van een arbeidskaart is een eis waarmee de beweging van mensen-zonder-papieren versterkt wordt en waarmee een politiek perspectief van strijd naar voor wordt geschoven. De kwestie van werk wordt centraal gesteld op basis van solidariteit tussen alle werkenden en op basis van strijd.

De gevestigde partijen sluiten de ogen, de rechtse populistische partijen grijpen de situatie aan om racisme te zaaien en de werkende klasse te verdelen. De werkgevers kunnen hun winst opdrijven. We moeten vertrekken van de reële levensomstandigheden van mensen-zonder-papieren. In een context van toegenomen repressie van de federale regering en van Theo Francken tegen de voortrekkers van de beweging van mensen-zonder-papieren, trekken veel van deze mensen zich op zichzelf terug en eindigen ze in handen van werkgevers die hen bijzonder hard uitbuiten. Om te overleven, stappen mensen-zonder-papieren daar noodegedwongen in mee.

De eis van een arbeidskaart is ook belangrijk voor de vakbonden om binnen de beweging van mensen-zonder-papieren tot een nieuwe dynamiek te komen en om te bouwen aan een grotere solidariteit onder de werkende klasse op basis van de verdediging van de rechten van alle werkenden tegen de belangen van het patronaat. De vakbonden moeten ook overgaan tot ontmoetingen tussen werkenden-zonder-papieren en syndicale delegaties in de meest betrokken sectoren om tot een gezamenlijke strategie van strijd te komen.

De eis van een arbeidskaart is een eis om de solidariteit onder de werkende klasse te versterken en de beweging te versterken, maar het is geen allesomvattend antwoord voor de problemen waarmee de mensen-zonder-papieren geconfronteerd worden.

Er waren in Europa verschillende gevallen van regularisatie via tewerkstelling. Dit was het geval in Italië met de wet-Bossi-Fini die een verblijfsvergunning koppelt aan een arbeidsovereenkomst. Een dergelijke hervorming verandert niets aan de afhankelijkheid van een werknemer-zonder-papieren tegenover zijn werkgever. De werkende blijft onderhevig aan de chantage van de werkgever. Als de arbeidsvoorwaarden niet aanvaard worden, dan verliest hij immers zijn verblijfsvergunning en is het terug naar af.

Het doel van gelijke rechten blijft een droom binnen dit systeem.

Daarom stellen de mensen-zonder-papieren die lid zijn van LSP dat we de strijd voor een arbeidskaart moeten versterken om een nieuw vertrouwen te vestigen binnen de beweging, maar vooral ook om de strijd naar het sociaaleconomische terrein te richten rond de eis van gelijke rechten voor alle werkenden. De eis van een arbeidskaart moet net als de belangrijke eis van een algemene regularisatie van alle mensen-zonder-papieren gekoppeld worden aan andere eisen. Zo kan geëist worden dat de verblijfsvergunning dubbel zo lang geldt als de arbeidsovereenkomst en dat de arbeidskaart geldt voor de volledige sector om een andere job te kunnen zoeken. We moeten ook opkomen voor de regularisatie van werkenden-zonder-papieren die de uitbuiting op de werkvloer aanklagen en ingaan tegen werkgevers die de sociale wetten naast zich neerleggen om de uitbuiting op te drijven.

In de context van het kapitalistische systeem zijn mensen-zonder-papieren kanonnenvlees voor de werkgevers die hen gebruiken om sociale dumping te organiseren en daarmee de arbeidsvoorwaarden van alle werkenden ondermijnen.

Tegen racisme en verdeeldheid moeten de werkenden-zonder-papieren betrokken worden in een gezamenlijke strijd tegen het besparingsbeleid en voor een socialistische samenleving. Binnen die strijd kunnen ze hun specifieke eisen zoals de regularisatie verdedigen, naast eisen als een programma van massale publieke investeringen in openbare diensten zoals opvangcentra en huisvesting voor iedereen. We weten waar het geld om dit te realiseren zit: we kunnen het vinden met een democratische nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie zodat de noden van iedereen centraal staan in plaats van de winsthonger van enkele superrijken.