Home / Belgische politiek / Nationaal / Zij graaien, wij betalen

Zij graaien, wij betalen

De voorbije weken en maanden heeft de ene politicus na de andere zichzelf of zijn collega’s aan de galg gepraat. Terwijl de arbeiders en hun gezinnen of degenen die moeten leven van een uitkering voortdurend moeten matigen, vooral sinds het begin van de crisis in 2008, hebben politici van de traditionele partijen zich schaamteloos verrijkt. Zodanig zijn ze met die graaicultuur verweven, dat ze niet eens meer begrijpen dat mensen kwaad zijn bij het horen van de astronomische bedragen die zij opstrijken. “In de privé verdiende ik meer” of “in het buitenland krijgen ze meer,” luidt hun verweer, alsof dat onze rekening maakt.

Artikel door Eric Byl uit de maarteditie van ‘De Linkse Socialist’ die vrijdagavond van de drukker komt. Heb je nog geen abonnement op onze krant? Neem er dan vandaag nog een! 

In tegenstelling tot wat doorgaans wordt aangenomen, begint revolutie meestal aan de top van de maatschappij. De Raspoetin van dienst was deze keer de hebzuchtige Ukkelse MR-burgemeester Armand De Decker. Diens onfrisse banden met de Russische maffia en de Kazachstaanse dictator Nazarbajev, belandden via Tractebel, Sarkozy, de staatsveiligheid, hoge piefen van het gerecht en een snelle aanpassing van de wet op maat van zijn maffiaconnecties, tot in het parlement. Daar komen MR-grootheden als Serge Kubla en zelfs Didier Reynders in het vizier. Welke politieke spelletjes er allemaal gespeeld worden, zullen we nooit vernemen, maar ons zou het niet verbazen dat de MR, goed op de hoogte van het reilen en zeilen bij Publifin doordat ze er zelf tot aan haar middel in zit, daarmee de aandacht wou afleiden. Hoe dan ook, dat de PS en de CDH het spel van zelfverrijking goed onder de knie hebben, is niets nieuws.

Het was ons al opgevallen dat de N-VA zeer gereserveerd bleef in haar reactie. Alleen Siegfried Bracke kon het niet nalaten de beerputten van de Gentse SP.a open te trekken. Dat daarmee ook coalitiepartner VLD in verlegenheid werd gebracht, heet wellicht ‘collateral damage’. Het vervolg kennen we: crisis bij de SP.a, maar vooral ook het aan het licht komen van de bijverdiensten én belangenvermenging van ’s lands best betaalde politicus: Bracke himself. Dat zijn zitjes in privébedrijven en de riante vergoedingen die hij daarvoor opstrijkt ons niet aangaan en hij niet weet hoeveel er op zijn bankrekening staat, daarmee komt zelfs een voormalig topjournalist niet weg. Zou hij De Wever geadviseerd hebben toen die Groen ‘stielbederf’ verweet en de Antwerpse schepen Koen Kennis met zijn maandloon van 7700 euro netto en 1500 euro beroepskosten in bescherming nam?

Voor Groen, dat net als Ecolo veel minder betrokken is in het cumuleren van betaalde mandaten, is de aanval van De Wever een godsgeschenk. De grootste winnaar in dit dossier is echter de PVDA/PTB. Haar principe om verkozenen niet meer te laten verdienen dan het gemiddelde loon van loontrekkenden, kan nu pas echt opleveren. Haar voorstel om de vergoedingen terug te storten, geniet de goedkeurende instemming van veel gewone gezinnen. Maar de traditionele partijen willen dat niet en hopen dat transparantie zal volstaan om de brand te blussen. N-VA en VLD proberen tegelijk de aandacht af te leiden. Het “kluwen van intercommunales” willen ze oplossen door zoveel mogelijk door te schuiven naar de privé (VLD) of door de fusie van alle intercommunales in één bedrijf (N-VA).

Er is echter niets mis mee dat gemeenten samenwerken om hun bevolking nutsvoorzieningen aan te reiken. Er is ook niets mis mee dat daar politieke controle op uitgeoefend wordt, integendeel. Maar waarom moeten schepenen, burgemeesters, provincieraadsleden, … extra vergoed worden om hun job uit te oefenen? Loontrekkenden krijgen toch ook geen extra vergoeding om hun job te doen, hooguit een premie voor nachtwerk of ploegenarbeid of een gevarenpremie. De buitensporige vergoedingen zijn pas echt in zwang geraakt toen de zuivere intercommunales steeds meer gemengde werden, met privékapitaal dus en de gewoonte om politieke invloed te kopen via betaalde postjes in de raden van bestuur, zoals dat in de private sector veralgemeend toegepast wordt.

Marx heeft ooit opgemerkt dat één van de eigenschappen van het kapitalisme is om alles, zelfs voorheen vrij beschikbare natuurlijke rijkdommen, om te vormen tot koopwaar. De vrije markt, de vrijheid om zonder belemmeringen de concurrentie aan te gaan, vereist een soepele wetgeving om ecologische, sociale en politieke hindernissen liefst legaal, desnoods illegaal, te omzeilen. Dat vergt politieke invloed die via lucratieve bestuursmandaten gekocht wordt. Niet de intercommunales zijn het probleem, maar het kopen van politieke invloed dat onlosmakelijk verbonden is met het principe van de vrije markt, de hoeksteen van het kapitalisme.