Home / Belgische politiek / Partijen / Te koop: politici en hun invloed. Prijs o.t.k. (vanaf paar duizend euro)

Te koop: politici en hun invloed. Prijs o.t.k. (vanaf paar duizend euro)

Foto: Jean-Marie Versyp

Het opengooien van de mesthoop van vetbetaalde functies in allerhande semi-publieke bedrijven en intercommunales maakt duidelijk dat de politici in ons land te koop zijn. Momenteel wordt in Roemenië massaal betoogd tegen corrupte politici die achteraf hun misstappen probeerden te legaliseren. Bij ons was van het bij het begin al legaal.

Zoals we in onze eerste reactie vaststelden, gaat het niet om personen en zelfs niet om één of twee partijen. Het systeem van voormalige intercommunales die aan de principes en praktijken van de private sector overgegeven worden, is al langer bezig. De afgelopen decennia werd dit aan de bevolking verkocht met het argument dat de privé op die manier mee investeert in onder meer water, energiedistributie, sportfaciliteiten, … Vandaag moeten we vaststellen dat deze vroegere openbare diensten bijzonder duur geworden zijn voor de gebruikers. We stellen vast dat in die dure prijs ook riante vergoedingen zitten voor politici die op deze manier voor zichzelf en hun partij bijklussen.

Louis Michel klaagde vorige week nog dat 4.800 euro netto per maand een te laag loon zou zijn om mensen aan te trekken met “motivatie, talent, intelligentie en opleiding.” Hij stelde dat dit zou leiden tot een “wereldvreemd parlement bevolkt door ambtenaren en leerkrachten.” Laat staan dat er flexi-jobbers uit de horeca nog zouden bijklussen in dit parlement. “Welke ondernemer zal zijn weekends, zijn avonden en zijn vakantie willen opofferen voor 4800 euro netto per maand?” vroeg Michel senior zich af.

Zijn kompaan De Wever volgde gisteren met een uitspraak dat het populistisch ‘stielbederf’ is om de verloning van politici in vraag te stellen. “Er begint een race to the bottom. Mensen zullen wellicht pas tevreden zijn als je het gratis doet.” Wellicht onbedoeld sluit die uitspraak van De Wever aan bij wat veel mensen denken over hun sector en job. Voor alle duidelijkheid: we spreken hier niet over sectoren waar een loon van 4.800 euro netto per maand als armtierig wordt gezien. Maar in sectoren als de horeca, de bouw, de transportsector, … is er effectief al jarenlang een race to the bottom inzake lonen. Meer nog: deze neerwaartse spiraal wordt aangemoedigd en georganiseerd door De Wever en co. Wat onaanvaardbaar is voor de eigen toch wel hoge lonen, moet in een veel sterkere mate kunnen voor anderen hun loon? Hypocrisie is zacht uitgedrukt.

Laten we er even wat cijfers bijhalen: het basisbedrag voor een flexi-job in de horeca is 9,5 euro per uur. Bruto is er gelijk aan netto. Met een brutojaarloon van 186.000 euro zou Antwerps schepen Koen Kennis omgerekend 53 uur per dag moeten werken als hij betaald zou worden aan het loon waarvoor hij en zijn partijgenoten uit de regering flexi-jobbers in de horeca laten werken. Dat lijkt ons niet erg haalbaar, maar misschien kunnen Homans, Van Overtveldt en Muyters het samen even narekenen en in een statistiekje gieten? Ja maar, zullen ze zeggen, netto komt Kennis maar 7.700 euro per maand. Ja, na onder meer aftrek van 1.500 euro beroepskosten per maand. Maar dan nog komen we aan 810 te werken uren onder het flexi-loon of minstens 26 uur per dag. En dat ze niet komen zeggen dat de mensen in horeca niet hard werken. Alleszins harder dan de krant lezen of kaarten in het parlement, zoals De Wever het doet voor enkele duizenden euro’s per maand.

Nu we toch even bij De Wever zitten: was hij niet de man die met zijn stadsbestuur de afvalophalers verbood om in januari de mensen om een nieuwjaarsfooi te vragen? Met het argument dat de afvalophalers al betaald worden voor de job die ze uitoefenen… Ook op dit punt vragen die politici van anderen wat ze zelf niet bereid zijn toe te passen. Vanuit een betaalde functie andere mandaten opnemen en daarvoor betaald worden, vinden zij evident. ‘In de privé zouden we veel meer kunnen verdienen’, luidt het dan. Alsof ze nog een extra argument nodig hadden om hun wereldvreemdheid ten aanzien van de meerderheid van de bevolking aan te tonen…

Doorheen het kluwen van mandaten – hoe slagen die mensen erin om vijf of zes betaalde jobs te combineren? Iemand in het onderwijs die tot 50 à 60 uur per week werkt voor nog geen vijfde van het loon van zo’n schepen als Koen Kennis zou het gewoon fysiek niet kunnen qua tijd! – blijken bovendien heel wat tegenstrijdige petjes. De kampioen op dat vlak is uiteraard Siegfried Bracke, een man die er destijds als journalist reeds een geheime tweede job als politiek commentator op nahield. De Kamervoorzitter is aangesteld door een regering die in Proximus zit, maar klust bij als adviseur van concurrent Telenet. Als voormalig journalist was hij tot in 2015 werknemer van de VRT – op ‘politiek verlof’ – maar hij kluste dus bij als adviseur van Telenet dat in de zenders Vier, Vijf en Zes zit. Niet moeilijk dat Bracke zoveel commentaar gaf op de VRT, was dat onderdeel van zijn betaalde adviezen aan Telenet? Tijdens zijn verlof voor de concurrentie gaan werken, zou in andere bedrijven gezien worden als een reden tot dringend ontslag. Maar Bracke kan zich blijkbaar meer permitteren dan een gewone werkmens. Een detail: de telecommunicatie in ons land is een pak duurder dan in de buurlanden en geen politicus die daartegen protesteert. Uiteraard niet, ze worden door de sector betaald om te zwijgen.

Politici die vanuit hun verkozen en betaalde functie mandaten uitoefenen, zouden de extra verloningen voor die mandaten moeten terugbetalen aan de instanties van waaruit ze afgevaardigd worden in die mandaten. Meer fundamenteel moet er een einde komen aan de praktijk van tot kapitaalfondsen omgebouwde openbare diensten waarin dienstverlening aan de bevolking nog slechts iets is dat conform de marktvereisten zo duur mogelijk verkocht wordt. Openbare diensten moeten toegankelijke en goedkope diensten aan de bevolking organiseren. Dat vereist een breuk met de neoliberale logica, wat ook de SP.a de voorbije decennia niet bereid was om te doen. Het resultaat van een kapitalistische logica in de ‘publieke sector’ is dat alles handelswaar wordt. Ook politici, hun adresboekje en hun invloed zijn koopwaar. De meest biedende bedrijven spelen daar handig op in. Maar het gaat wel ten koste van de meerderheid van de bevolking.

Misschien hebben we hier een protestbeweging zoals in Roemenië nodig?