“Een burgeroorlog zonder geweren”. De Britse mijnwerkersstaking van 1984-85

20 jaar geleden vond in Groot-Brittannië een belangrijke staking van de mijnwerkers plaats. In 1984 gingen 27 miljoen arbeidsdagen verloren door de staking. Tijdens de staking werden 11.300 mijnwerkers en aanhangers van de stakers opgepakt. 5.600 mijnwerkers moesten voor de rechtbank komen. Overal ter wereld werd samen zo’n 60 miljoen pond aan steun opgehaald.

Geert Cool

Deze cijfers zijn maar enkele elementen die wijzen op de schaal en het belang van dit conflict 20 jaar geleden. Om een beter begrip te krijgen van de mijnwerkersstaking is er nu een boek uit: “A civil war without guns” geschreven door Ken Smith, hoofdredacteur van het weekblad ‘The Socialist’ en lid van de nationale leiding van de Socialist Party. Je merkt direct dat dit boek geen afstandelijke geschiedschrijving is, maar dat de auteur zelf enorm betrokken was bij de acties en schrijft vanuit zijn overtuiging. Ken Smith was tijdens de mijnwerkersstaking actief als regionaal organisator van Militant (de voorloper van de Socialist Party) in het zuiden van Wales waar de mijnwerkers het voortouw namen in de acties.

De mijnwerkersstaking van 1984-85 vormde een belangrijke confrontatie tussen de arbeiders en de regering van Margaret Thatcher, de ‘Iron Lady’, die een fel besparingsbeleid voerde. Thatcher was vastbesloten om komaf te maken met de mijnwerkers en moest na het conflict toegeven dat het de regering 6 miljard pond had gekost om de staking te breken. Maar tijdens het conflict zelf stond Thatcher minder sterk in haar schoenen.

De mijnwerkers kwamen in actie tegen de aangekondigde sluiting van een reeks steenkoolmijnen. De regering was niet bereid om net zoals in het buitenland de productie van steenkool sterker te subsidiëren en omschreef de sector als een ‘dode industrie’. Ook al blijkt dat de sluiting van de mijnen ertoe geleid heeft dat Groot-Brittannië op dit ogenblik enorm veel steenkool moet importeren. De regering deed er alles aan om bij de sluitingen van mijnen zoveel mogelijk in te spelen op verdeeldheid. Door mijn per mijn te sluiten, wou men een brede solidariteitsbeweging van alle mijnwerkers vermijden. Bovendien werd ingespeeld op regionale tegenstellingen, zo werden de mijnen in de regio rond Nottingham beschouwd als ‘veilige’ mijnen op economisch vlak waardoor de mijnwerkers daar niet geneigd waren een militante positie in te nemen. De directe aanleiding voor de mijnwerkersstaking was de aankondiging van het sluiten van een hele reeks mijnen waarbij 25.000 jobs zouden verloren gaan.

De militante staking leidde tot een scherpe confrontatie met de burgerlijke staat. Thatcher zette alle middelen in: harde politierepressie, rechtbanken, huisarrest voor bepaalde mijnwerkers, infiltranten van de staatsveiligheid in de vakbond, het blokkeren van alle rekeningen van de vakbond, het organiseren van lastercampagnes in de media,… De kost voor de politie alleen liep in april 1984 reeds op tot 1,5 miljoen pond per dag.

De enorme steun voor de mijnwerkers vormde een probleem voor Thatcher en de Tories. In de mijnwerkerssteden – en internationaal, werd massaal veel steun opgehaald. Overal ontstonden comités om de stakende arbeiders van voeding te voorzien, tot zelfs het organiseren van sinterklaasfeestjes voor de kinderen in de winter van 1984. De haat van de burgerij was zo groot dat Thatcher over de mijnwerkers sprak als de “enemy within”, de interne vijand. Op een ogenblik van ‘koude oorlog’ waarbij een militaire macht opgebouwd werd tegen de Sovjetunie, kon een dergelijke uitspraak wel tellen.

De steun was erg groot, maar toch slaagde Thatcher erin om uiteindelijk de mijnwerkers te breken. Hoe was dat mogelijk? Eén van de belangrijkste elementen was het ontbreken van een stevige strategie van de vakbondsleiding en Labour-leiders om de staking uit te breiden. De voorzitter van de mijnwerkersvakbond, Arthur Scargill, speelde een heroïsche rol die we ten volle erkennen. Hij heeft steeds aan de juiste kant gestaan in het conflict en steeds zijn mijnwerkers verdedigd.

Er waren echter beperkingen in de ontwikkeling van de strijd door het ontbreken van goed georganiseerde linkerzijdes in de vakbonden die in staat zouden zijn om solidariteitsacties op de agenda te plaatsen en ook effectief uit te voeren. Zo zou steun van de transportarbeiders of beter nog in de staalsector van enorm belang geweest zijn.

Een ander belangrijk element was het verraad van de Labour-leiding die niet bereid was om de mijnwerkers volledig te ondersteunen en een politiek verlengstuk te bieden voor de beweging. In plaats daarvan distantieerde de leiding zich meer en meer van de acties en riepen ze op om de staking te stoppen. Dat werd overgenomen door een aantal figuren binnen de Communistische Partij, een kleine partij die wel een belangrijke impact had binnen de mijnwerkersvakbond.

Thatcher werd in de mijnwerkersstaking geconfronteerd met een machtige arbeidersbeweging die haar bijna ten val bracht. Haar enige redding was het ontbreken van een vastberaden leiding in de verschillende vakbonden en op politiek vlak om de kracht van de arbeidersbeweging tot een logische overwinning te laten leiden.

Wie een beter inzicht wil krijgen op de ontwikkeling van de mijnwerkersstaking en de lessen die er voor vandaag uit kunnen getrokken worden, moet zeker het boek van Ken Smith lezen. Bestel het via het secretariaat van LSP of vraag het aan een lokale LSP-verantwoordelijke.

Ken Smith, A Civil war without guns. 20 Years on – the lessons of the 1984-85 miners’ strike. Socialist Publications, mei 2004. 120 pagina’s. Prijs: 7,50 EUR.

Delen: Printen: