Home / Op de werkvloer / Onderwijs / Financiering onderwijs: van publieke middelen naar private investeerders en liefdadigheid

Financiering onderwijs: van publieke middelen naar private investeerders en liefdadigheid

Foto: Flickr/alamosbasement

Achteruitgang verkopen als vooruitgang: het is dagelijkse kost voor neoliberale politici. In december 2016 heeft Crevits opnieuw haar duit in het zakje gedaan. Onder het mom van noodzakelijke financiering van het onderwijs stelde ze voor om de fiscale aftrekbaarheid van giften aan scholen uit te breiden. Tegelijk werd een indexsprong voor de werkingsmiddelen voor het basis- en secundair onderwijs in Vlaanderen opgelegd. Deze indexsprong omvat ook de personeelskosten voor onderhoudspersoneel. Wat bespaard wordt op publieke middelen wordt gezocht bij private investeerders en in liefdadigheid.

door Michael, jongerenorganisator van LSP

Vandaag bestaat dit systeem al voor universiteiten en sinds juni 2016 ook voor hogescholen. In Vlaanderen blijft deze methode voorlopig nog beperkt met inkomsten uit externe fondsenwerving voor universiteiten. Die stegen van 14,2 miljoen euro in 2013 tot 23,2 miljoen euro in 2014, waarvan 18 miljoen voor de KUL.

Volgens Crevits en Katholiek Onderwijs Vlaanderen zal dit rechtstreeks tot kwaliteitsvoller onderwijs leiden want meer giften betekent meer geld en dus ook beter onderwijs. Alle beetjes helpen, toch? Het gemeenschapsonderwijs (GO!) is het daar niet mee eens. Daar klinkt het terecht dat dit geen structurele oplossing is voor een gebrek aan werkingsmiddelen.

Een vergiftigd en asociaal geschenk

In de Angelsaksische wereld, waar private inbreng van middelen in het hoger onderwijs algemeen verspreid is, gebeuren zulke giften alvast niet uit liefdadigheid. Investeerders en beleggers jagen op winst door via giften een bevoorrechte partner van de universiteit te worden en de brug tussen bedrijven en afstudeerrichtingen, maar ook tussen de bedrijven en wetenschappelijk onderzoek, kleiner te maken. Onafhankelijk wetenschappelijk universitair onderzoek wordt op die manier moeilijk. En vooral: giften zijn fiscaal aftrekbaar, wat voor de rijken en bedrijven zeer interessant is, maar waardoor de overheid minder overhoudt en dus meer moet besparen.

Uiteraard zou deze maatregel in het middelbaar onderwijs niet zo’n vaart lopen. Volgens Crevits is het slechts een verlengstuk voor de traditionele wafelenbak of koeken- en bloemenverkoop waarmee scholen ook nu al noodgedwongen extra middelen ophalen. Ouders zouden aangesproken worden om giften te doen, onder meer om evenementen te kunnen organiseren.

Wij denken dat het hele schoolgebeuren deel moet uitmaken van de maatschappelijke en pedagogische functie van het onderwijs. Dit mag dus niet afhangen van de portefeuille van de ouders. De fiscale aftrekbaarheid zou gelden voor giften van minstens 40 euro. Met een belastingaftrek van 45% betekent dit dat ouders minstens 22 euro moeten bijdragen. Volgens Crevits zal dit de “cultuur van ouderbetrokkenheid” stimuleren. De betrokkenheid van ouders wordt blijkbaar gemeten aan hun gift.

Feit is dat de vraag naar meer giften voor Crevits en de Vlaamse regering een manier is om de negatieve gevolgen van het jarenlange gebrek aan publieke investeringen te verzachten en uit te stellen. Hoeveel miljoenen zijn er de afgelopen jaren bespaard door de nodige extra publieke middelen niet te voorzien en relatief (in verhouding tot het BBP) minder aan onderwijs te besteden?

Voor publieke investeringen voor kwalitatief onderwijs, voor iedereen

De opeenvolging van de besparingen van de laatste jaren zorgde al voor een daling van de kwaliteit van het onderwijs. In het secundair onderwijs zijn overbevolkte klassen al lang geen uitzondering meer. Dat dit pedagogisch absoluut onaanvaardbaar is, zal de besparingspartijen worst wezen. Ondertussen wordt van de leerkrachten en directie steeds meer individuele opvolging van de leerlingen gevraagd. Pedagogisch ongetwijfeld noodzakelijk en belangrijk, maar als het belang van de leerling echt centraal zou staan in het beleid van de onderwijsministers, zouden ze de middelen voorzien om dit ook mogelijk te maken.

Men wil leerkrachten in de tweede en derde graad extra lesuren laten presteren. Dit betekent dat er minder plaats zal zijn voor afgestudeerde leerkrachten; de maatregel kan tot 3.500 jobs kosten. De administratieve last is de afgelopen jaren fors toegenomen en nu wil de minister ook nog eens extra lesuren opleggen. Het resultaat: meer werken voor hetzelfde loon en een takenpakket dat onverantwoord zwaar wordt, iets waarvoor uiteindelijk ook de leerling de prijs betaalt. Vandaag stapelen leerkrachten en directies dagen stress op die uiteindelijk leiden tot burn-out en depressies. 50% van de ziekteafwezigheid bij directies is vanwege burn-out of depressie.

Bovenop deze pedagogische en menselijke kosten komen de verouderde gebouwen, de hogere facturen, … Al deze zaken kunnen niet opgelost worden met giften die fiscaal aftrekbaar zijn. Integendeel, die giften brengen het openbare karakter van het onderwijs in het gedrang en brengen de toegankelijkheid van kwaliteitsvol onderwijs in gevaar. Wanneer de overheid meer en meer knipt in de structurele middelen en deze vervangt door individuele giften per school, dan wordt de kwaliteit van een school afhankelijk van de kapitaalkracht van de ouders.

Vandaag is er al een grote ongelijkheid in het onderwijs. Internationale rapporten geven aan dat het Belgisch onderwijs de ongelijkheid in grote mate bevestigt, meer dan in andere landen. Door het onderwijs afhankelijk te maken van giften van de ouders, zal de ongelijkheid nog meer toenemen. Scholen met rijke ouders kunnen dan gemakkelijker rondkomen, voorzien in voldoende en degelijk materiaal, … Scholen in minder welgestelde wijken zullen de gevolgen van het gebrek aan publieke en structurele middelen des te harder voelen. Dat is geen ver toekomstbeeld. De besparingen worden nu al doorgevoerd, met dit jaar een indexsprong in het basis- en secundair onderwijs. De gevolgen van dit beleid worden snel duidelijk.

Als minister Crevits erkent dat er extra middelen nodig zijn, zou ze beter haar besparingen en die van haar voorgangers ongedaan maken. Uiteraard hebben wij geen illusies in haar bedoelingen. Deze regeringen en hun ministers hebben al getoond dat ze het geld blijven halen bij de meerderheid zodat de 1% zich verder kan verrijken. De 10% rijksten in België bezitten een vermogen van ruim 1000 miljard euro. Eén van de rijkste Belgen, Albert Frère, bezit op zijn eentje 6,2 miljard en hij heeft daarmee evenveel als de 2,2 miljoen armste Belgen. Ondertussen worden reusachtige winsten naar fiscale paradijzen versluisd en betalen multinationals hun belastingen niet. Er zijn middelen aanwezig die kunnen bijdragen aan de organisatie van democratisch, kwaliteitsvol en gratis onderwijs. Er is nood aan een programma dat echte herinvestering in onderwijs vooropstelt en dat scholieren, studenten, leerkrachten en personeel verenigt in de strijd hiervoor.

Scholieren, studenten, personeel: één strijd

De Actief Linkse Scholieren en Stud enten verzetten zich tegen het besparingsbeleid in het onderwijs. De strijd voor meer publieke middelen is niet alleen van belang voor het personeel maar ook voor de scholieren en studenten. We hebben dezelfde belangen in het verzet tegen het asociale beleid van de regering.

De rechterzijde speelt in op verdeeldheid. De N-VA zet ASO op tegen TSO en BSO. De regering wil het secundair onderwijs hervormen, maar voorziet de nodige middelen daarvoor niet. Zo dreigt elke hervorming op een mislukking uit te draaien. We zagen dit eerder al met het M-decreet. Dat staat voor inclusief onderwijs of het opnemen van kinderen met een beperking in het gewoon onderwijs. Dat klinkt mooi en op zich zijn wij daar niet tegen. Maar deze kinderen hebben extra aandacht van de leerkracht nodig, wat enkel kan bij kleinere klassen. Het vereist ook kennis en energie van de leerkracht. Zonder de nodige middelen gaat er gewoon expertise verloren wat slechter is voor kinderen met een beperking.

We mogen ons niet laten verdelen, maar moeten met personeel en scholieren over de verschillende richtingen en netten heen samen opkomen voor meer publieke middelen voor onderwijs. Investeren in de toekomstige generaties is geen overbodige luxe. Met een regering die de prioriteiten elders legt, bij het verdedigen van de belangen van de superrijken, is het duidelijk dat een strijdbeweging nodig is. Jongeren kunnen daar een belangrijke rol in spelen door zich te organiseren en de acties van het personeel te ondersteunen, door met studenten uit de lerarenopleidingen mee het voortouw te nemen, solidariteitscomités op te zetten, … Doe mee met ALS om stappen hiertoe te zetten!