Foto: Flickr/Pittou2

Vanaf 1 februari mogen vervuilende auto’s Antwerpen niet meer binnen. Officieel is deze maatregel ingegeven door de vreselijke luchtkwaliteit in de stad. In de praktijk gaat het echter om een maatregel die vooral de armsten treft.

De lage emissiezone waarbinnen enkel dieselwagens met euronorm 4 of hoger en dieselwagens met euronorm 3 én een roetfilter binnen mogen, is beperkt tot een gebied in de binnenstad en op Linkeroever. De Antwerpse Ring waarop dagelijks duizenden voertuigen en vrachtwagens rijden én in de file staan, wordt niet mee opgenomen. Natuurlijk niet, want dan zou er een groter economisch effect zijn en dat is ook niet de bedoeling.

Nochtans komt er heel wat luchtvervuiling van die Ring. Studies naar de luchtkwaliteit in Antwerpen geven aan dat de omgeving van de Ring er het slechtste aan toe is. Toch lijkt het bijzonder moeilijk om het Antwerpse bestuur te overtuigen van de mogelijkheid om de ring te overkappen en meteen deze open riool inzake luchtvervuiling te dichten. Moest er echt met de luchtkwaliteit ingezeten worden, zou dat een logische eerste maatregel zijn.

Maar neen, dat gebeurt niet en in de plaats daarvan worden in de binnenstad auto’s geweerd als ze te oud zijn. Enkel diesels die na 2006 ingeschreven zijn, kennen geen enkel probleem. Heel wat inwoners van de stad hebben echter een oudere auto, het gaat naar schatting om zowat 8.000 wagens. Deze mensen mogen nu niet meer met hun eigen auto naar hun eigen huis. Stond hun auto in hun garage op 1 februari, dan riskeren ze een boete als ze buiten rijden. Kleine zelfstandigen die bijvoorbeeld een verhuisbedrijfje hebben en gespecialiseerd zijn in de stad, zien hun inkomen gebroodroofd. De boodschap van het stadsbestuur aan deze mensen? Ze moeten maar een nieuwe auto kopen… Misschien een SUV die heel wat liters brandstof zuipt? Blijkbaar mag de binnenstad enkel nog betreden worden door wie het zich kan permitteren om een nieuwe auto te kopen. De rest moet maar oprotten.

Op die manier getuigt deze maatregel van willekeur. Een specifieke bevolkingsgroep wordt geviseerd en meteen verantwoordelijk gesteld voor het reële probleem van de luchtkwaliteit. Meer bepaald worden de armsten, waaronder veel gewone werkenden, die zich niet zomaar een nieuwe auto kunnen permitteren uitgesloten.

Het is nochtans niet zo dat er voldoende alternatieven inzake mobiliteit zijn. De voorbije jaren is er door de partijen die in Antwerpen aan de macht zijn bespaard op openbaar vervoer. Onder de slogan ‘Antwerpen tramstad’ werden bussen geschrapt. De dienstverlening gaat er samen met het gebrek aan investeringen op achteruit en ondertussen blijven de prijzen maar stijgen. Met erg uitgesproken tegenstanders van het openbaar vervoer als Annick De Ridder, staat de N-VA niet bepaald bekend als een partij die het openbaar vervoer promoot. Integendeel.

Moet er dan niets gebeuren met de luchtkwaliteit? Natuurlijk wel! En ja, het aantal verplaatsingen met auto’s moet naar beneden. Maar dit mag niet gebeuren door diegenen die zich geen nieuwere auto’s kunnen permitteren aan te pakken. Als we overigens de emissieschandalen bij grote autobouwers in rekenschap nemen, is het helemaal niet evident dat nieuwere auto’s effectief minder vervuilend zijn. Voor autobouwers is het blijkbaar te duur om de uitstoot effectief te verminderen in plaats van de tests te manipuleren.

Om de uitstoot effectief onder controle te krijgen, zal de sector van de autobouw bovendien in publieke handen moeten komen zodat er geïnvesteerd wordt in onderzoek naar en productie van milieuvriendelijker wagens. In plaats van het vertrek van grote autobouwers als Opel (Antwerpen) of Ford (Genk) aan te grijpen om met de gemeenschap de beschikbare know-how en productiecapaciteit over te nemen om hiertoe over te gaan, werd deze grote bedrijven niets in de weg gelegd om sociale woestijnen aan te richten.

In de plaats van de lage emissiezone en uitsluiting van oudere wagens, moet geïnvesteerd worden in degelijk en gratis openbaar vervoer. Tegelijk moet geïnvesteerd worden in goederentransport over spoor en water om vrachtwagens van de weg te halen. Transport van goederen en personen is te belangrijk voor de gemeenschap om dit aan private bedrijven en hun winsthonger over te laten. Een uitbouw van publieke stelsels van autodelen kan het aantal wagens in steden verder beperken. De rechtse politici willen dit soort efficiënte maatregelen niet nemen, ze pesten liever diegenen die het niet zo breed hebben.