Home / Op de werkvloer / 20 jaar geleden: Veelkleurige Mars met 70.000 aanwezigen in Tubeke

20 jaar geleden: Veelkleurige Mars met 70.000 aanwezigen in Tubeke

In december 1996 werd Clabecq failliet verklaard. Een strijd voor het behoud van de tewerkstelling barst los. Op 2 februari gaat een grote mars voor jobs door die wordt bijgewoond door 70.000 mensen. Uiteindelijk worden 600 banen gered maar alle vakbondsafgevaardigden worden op straat gezet. Sommigen worden zelfs uitgesloten uit hun vakbond omdat ze een strijdbaar syndicalisme vertegenwoordigen.

Er zijn ook vandaag nog veel lessen te leren uit deze bijzondere strijd. Er zijn o.a. de herstructureringen bij Caterpillar, ING, Douwe Egberts, … België heeft een krachtige arbeidersbeweging maar dit is op zich niet voldoende om het algemeen offensief tegen de werkende klasse te stoppen.

Vanavond kijken we terug en trekken we lessen. Er is een meeting waarop wordt gesproken door Silvio Marra, destijds een van de centrale organisatoren van de syndicale delegatie bij Clabecq, en Gustave Dachte, die bijzonder actief was in de solidariteitsbeweging rond Clabecq. Deze bijeenkomst vanavond heeft als bedoeling om terug aansluiting te vinden bij de tradities van het strijdsyndicalisme in België.

-> Facebook evenement

Chronologie van de strijd bij Clabecq

  • 19 nov. 1995: De discussie wordt geopend over een weg vooruit voor Clabecq. Na een staking in 1992 hadden de arbeiders toegegeven om 3 jaar lang geen oudejaarspremie te krijgen. De directie kondigde in oktober 1995 aan dat ook dat jaar geen oudejaarspremie zou betaald worden en dat een investeringsplan op de lange baan wordt geschoven. Louis Michel op de RTBF: “We moeten het probleem van de sluiting van Forges de Clabecq naar voor brengen. Dit bedrijf wordt geterroriseerd door een extreem-links anarchistisch syndicalisme. Ik ben ertegen dat de Waalse regio 500 miljoen frank investeert in een ‘kreupele eend’ en zeker niet om 300 miljoen aan syndicale premies te betalen.” (de 300 miljoen waarvan sprake is in feite de oudejaarsvergoeding…). Het ABVV eist een financieel plan en brugpensioen op 50 jaar.
  • 2 feb. 1996: Een betoging van de vakbondsdelegaties van Forges de Clabecq brengt 10.000 mensen op de been. De betoging betrekt de hele regio bij de mogelijke sluiting van Clabecq.
  • 22 ma. 1996: De directie komt op de ondernemingsraad met een sociaal plan. Ze stellen voor om 600 arbeiders (van de 2150) te ontslaan en een productievermindering door te voeren tot 50%. Het ABVV eist een investering van 5 miljard in de pletwals, zodat die gemoderniseerd wordt en het niveau van productie aan kan die de bijzonder moderne hoogoven en staalconventor van het bedrijf kunnen dragen. (ter vergelijking: de Waalse overheid investeerde 13 miljard in Cockerill Sambre om een Oostduits staalbedrijf over te nemen). De Waalse regering duidt een expert aan voor het dossier Clabecq, met name Jean Gandois (die toevallig ook topman is van Cockerill Sambre).
  • Juni 1996: De Waalse regering doet een voorstel om minstens 700 arbeidsplaatsen te laten verdwijnen, de 13e maand te annuleren en eventueel een fusie door te voeren met Cockerill.
  • Sep. 1996: De Waalse regering wil een lening toestaan aan Forges de Clabecq. Vanuit de Europese Commissie worden bezwaren geuit. Karel Van Miert: “Het heeft geen zin om geld in een bodemloze put te storten.”
  • 19 dec. 1996: De directie laat een staking van betaling vaststellen.
  • 20 dec. 1996: Algemene personeelsvergadering. De werknemers gaan over tot een bedrijfsbezetting. Enkel de arbeiders, bedienden en kaders worden toegelaten tot het bedrijf. De hoogoven wordt door de arbeiders draaiende gehouden. De vakbondsdelegatie roept op tot een vreedzame betoging naar het stadhuis van Tubeke, onderweg worden toch enkele ruiten ingegooid bij banken.
  • Januari 1997: De curators stellen voor om alles stil te leggen. De arbeiders houden de hoogoven draaiend uit veiligheidsoverwegingen.
  • Februari 1997: Een nationale mars voor werk brengt 70.000 betogers naar Tubeke.
  • Februari 1997: Curator Alain Zenner laat weten dat de achterstallige lonen niet meer zullen uitbetaald worden. Een aantal arbeiders zoekt hem op en deelt enkele klappen uit. De arbeiders die hem opzochten deden dit nadat ze deurwaarders over de vloer kregen omdat hun loonbeslag niet werd doorbetaald aan de schuldeisers.
  • Maart 1997: De vakbonden stellen een nieuw eisenplatform op: (1) de betaling van de opzeggingsvergoeding voor de arbeiders die afgedankt worden (2) terugbetaling van de loonvermindering die ze de afgelopen jaren hadden ondergaan, o.a. via de annulering van de oudejaarspremie (3) brugpensioen op 50 jaar (4) oprichting van een speciaal fonds om tussen te komen in de omscholing van arbeiders en een dagelijkse bijslag bij de werkloosheidsuitkering voor de helft van de gepresteerde dienstjaren (minimum 3, maximum 15 jaar).
  • 28 maart 1997: Om de eisenbundel kracht bij te zetten is er een toegelaten betoging naar de autosnelweg in Woutersbrakel. De betoging heeft de toelating om de autosnelweg gedurende korte tijd te blokkeren. Bij aankomst aan de autosnelweg wordt de betoging echter aangevallen door de rijkswacht. De arbeiders verdedigen zich met bulldozers. Dit is het beruchte bulldozer-incident. Jean-Luc Dehaene hierover op de RTBF: “Aan de ene kant begrijp ik de wanhoop die er is, anderzijds denk ik dat de manier waarop dit geuit werd onaanvaardbaar is in een samenleving. (…) Ik hoop dat we vlug opnieuw tot een dialoog komen om oplossingen te vinden voor het probleem.”
  • 5 april 1997: Vijftienduizend arbeiders betogen in een “Mars tegen de Leugenaars” (van het Waals Gewest) in Namen.
  • 6 mei 1997: Er komt een referendum over een voorstel tot sociaal plan dat inhoudt dat er een bijpassing van het loon komt voor bruggepensioneerden en dat er geen opzeggingsvergoeding komt, maar een afscheidspremie van 60.000 fr. Bruto. Dit voorstel wordt door 55,7% van de arbeiders verworpen.
  • Mei 1997: Duferco doet een overname-bod: ze willen 900 arbeidsplaatsen minder, de syndicale delegatie uit het bedrijf weg krijgen, meer flexibiliteit invoeren, een loonsverlaging en eisen 5 jaar sociale vrede.
  • 1997: Vanuit de curators is een dwangsom opgelegd aan de syndicale delegatie. Ze mogen de terreinen van het bedrijf niet meer betreden, op straffe van een dwangsom van 25.000 frank per delegee. De rechtbank doet de dwangsommen teniet. ABVV-delegee Silvio Marra in ‘De Militant’: “Dit vonnis preciseert dat arbeidsrechtbanken bevoegd zijn in individuele conflicten tussen arbeiders en patroons, maar dat geen enkele rechtbank kan tussenkomen in collectieve arbeidsconflicten.”
  • Juli 1997: Het ABVV organiseert vanuit nationaal een referendum onder de arbeiders van Clabecq. Ze stellen dat de syndicale delegatie van het bedrijf niet langer kan onderhandelen. Michel Nollet (nationaal ABVV-voorzitter): “Roberto D’Orazio is geen delegee meer, hij is een werkloze”. Een meerderheid van de arbeiders ondersteunt het overnameplan van Duferco. De lonen dalen met 30%, geen enkele vakbondsmilitant wordt opnieuw aangeworven, er komt brugpensioen op 50 jaar (met een bijpassing van ongeveer 15.000 fr per maand), de andere ontslagen werknemers krijgen een bijpassing van 5000 fr bruto per maand gedurende 5 jaar betaald door een fonds gevuld door Duferco en door een bijdrage van de heraangenomen arbeiders.
  • 9 juli 1998: 13 arbeiders, onder wie de delegees Roberto D’Orazio en Silvio Marra worden gedagvaard, op basis van 43 beschuldigingen omtrent gebeurtenissen tijdens de strijd. Dit kan leiden tot zware celstraffen en miljoenen schadeclaims.
  • 10 december 1998: De rechtbank beslist de zaak achter gesloten deuren te voeren, gezien de massale aanwezigheid van sympathisanten. De openbaarheid kan volgens de rechtbank verlopen via de pers. Iedere zitting van de rechtbank kan rekenen op de aanwezigheid van een paar honderd sympathisanten. Die eisen de stopzetting van het proces en de heropname van de ABVV-afgevaardigden in de vakbond (Roberto D’Orazio en 4 anderen werden uitgesloten uit het ABVV). Na enkele zittingen laat de rechter opnieuw publiek toe in de zaal.
  • 18 februari 1999: Openbare zitting over het bulldozer-incident. Na de zitting wordt de rechtbank bezet door een 200-tal aanwezigen. Hierop komen er opnieuw gesloten zittingen. Bij de behandeling van het bulldozer-incident wordt vertrokken van videobeelden van de rijkswacht, de arbeiders van Clabecq zeggen dat het om getrukeerde beelden gaat.
  • 30 sep 1999: Op de zitting blijkt dat de procureur stukken had achtergehouden waaruit bleek dat de betoging op de autosnelweg wel degelijk was toegelaten.
  • 25 nov 1999: Het proces wordt geschorst na een nieuwe klacht over partijdigheid. De partijdigheid blijkt uit het feit dat de rechtbank dreigt de advocaat van de verdediging te arresteren, maar ook uit het feit dat één van de rechters de echtgenote is van een lid van het parket dat tussengekomen is in het dossier, de laattijdige toevoeging aan het dossier van documenten van de rijkswacht,…
  • 10 jan. 2000: Het Hof van beroep dat normaal binnen de 5 dagen moet beslissen komt pas op 13 december een eerste maal samen. Op 10 januari 2000 valt de uitspraak: rechter Vandeput wordt partijdig bevonden. Het proces moet herbeginnen met drie nieuwe rechters.
  • 11 juli 2000: de rechtbank van Nijvel verklaart zich onbevoegd. De procureur gaat in beroep.
  • 22 november 2000: Uitspraak van het Hof van Beroep: de rechtbank verklaart zich bevoegd en vernietigt de beslissing van de rechtbank van Nijvel. Het proces moet helemaal opnieuw beginnen.
  • 22 mei 2002: Na meer dan 60 zittingen beslist de rechtbank in Brussel dat 9 van de ’13 van Clabecq’ volledig vrijgesproken worden. Onder hen Silvio Marra. Vier beschuldigden worden veroordeeld voor kleine feiten, maar met opschorting van straf. Onder hen D’Orazio.
Wat wij schreven over de Veelkleurige Mars van 2 februari 1997

Artikel uit maandblad ‘De Militant’, maart 1997

Delegatie van Militant Links (nu LSP) op de Mars voor Werk in 1997. Foto: Jean-Marie Versyp

De betoging van de openbare diensten op woensdag 29 januari verzamelde 30.000 syndicale militanten in Brussel. Dat is een succes, vooral gezien de syndicale apparaten nauwelijks gemobiliseerd hadden. Op het einde van december kondigde de Tribune, maandblad van ACOD-onderwijs, de actiedag aan. De nationale intersectorale verantwoordelijken beperkten zich – bij navraag – echter tot: “het is te vroeg om te zeggen…”, “niets is officieel vastgelegd”, enz. Dat alsnog 30.000 militanten kwamen opdagen, getuigt van het diepe ongenoegen vanwege de basis ondanks de inertie van de leiding.

In Tubize kreeg de syndicale delegatie een halve week later op 2 februari het dubbele aantal betogers samen: bijna 70.000! Er waren verschillende redenen voor dit succes: het enorme gevoel van solidariteit in heel het land met de arbeiders van Clabecq in de strijd voor werk, een revolte tegen de neoliberale dogma’s die ons dagelijks door de regering en de media over het hoofd worden gegooid (“competitiviteit”, “privatiseringen”,”Maastrichtnormen”,…), de onzekerheid over de toekomst voor onze kinderen, het weigeren langer te aanvaarden dat de zwaksten in onze maatschappij door armoede en geweld geraakt worden.

Ook belangrijk was dat de witte comités en de ouders van de verdwenen kinderen mee de oproep van de arbeiders van Clabecq ondersteunden. Hun oproep heeft de mobilisatie versterkt maar vooral creëerde het een belangrijke symbolische band tussen de Witte Mars en de Mars voor Werk. De kinderen zijn de eerste slachtoffers in een maatschappij die hen die de rijkdom produceren tot de werkloosheid veroordeelt.

De spontane activiteiten van honderden mensen die zich inzetten voor zoektochten naar de verdwenen kinderen (o.a. de vzw Marc en Corinne) was een eerste teken van een beweging die ontstond buiten de traditionele structuren in de samenleving. De enorme steunbeweging die ontstond na het afzetten van onderzoeksrechter Connerotte – spontane stakingen en enorme betogingen van jongeren – en de Witte Mars bevestigde het verderzetten van dit proces.

Met de Mars voor Werk werd echter een nieuwe stap voorwaarts gezet omdat deze mars zich bevindt op het terrein van de traditionele arbeidersbeweging: de vakbonden en de arbeiderspartijen. Je moet Michel Nollet – verlaten op het plein voor de Forges – of Philippe Busquin – uitgejouwd door de massa’s – gezien hebben op de mars, om te begrijpen hoe enorm de kloof is die de basis – vastberaden om niet langer het onaanvaardbare te aanvaarden – van de top van de versteende apparaten onderscheidt.

“We moeten volwassen arbeiders worden. We moeten ons niet langer tevreden stellen met van het ene vakbondscongres naar het andere te gaan om bij het buitengaan vast te stellen dat enkel hetzelfde werd herhaald als we de vorige malen hadden gehoord. Deze Mars moet het begin worden van de overwinning van de arbeiders. Als we onze kinderen hebben kunnen redden uit de uitbuiting in de mijnen, in de textiel en in de andere fabrieken, moeten we ook voorkomen dat ze voor gelijk welk doel worden uitgebuit. Er is geen verschil tussen sociale rechtvaardigheid en rechtvaardigheid in het algemeen”. Roberto D’Orazio op de Mars voor Werk

Franstalige video