Home / Internationaal / Afrika / Wie haalt voordeel uit het akkoord in Congo?

Wie haalt voordeel uit het akkoord in Congo?

Op 31 december werd een globaal en omvattend politiek akkoord gesloten in Congo. Dit gebeurde na de crisis rond de presidentsverkiezingen in het land. Het akkoord kwam er onder toezicht van de conferentie van Congolese bisschoppen. Er kwam onder meer uit de bus dat 21 ministers die dicht bij Tshisekedi staan benoemd worden, naast 19 ministers voor de rest van de oppositie en tenslotte ook 25 ministers uit het kamp van de president. Er zijn dus heel wat winnaars, maar de bevolking zelf verliest.

Dossier door Alain

Voor een deel van de activisten die aanzet gaven tot de krachtmeting is dit eerste resultaat een eerste overwinning. Dat is begrijpelijk, want Joseph Kabila heeft er zich toe geëngageerd om de grondwet niet aan te passen en dus niet zelf deel te nemen aan de presidentsverkiezingen en geen referendum te organiseren. Deze overwinning is het resultaat van een jarenlange strijd tegen de aanpassing van de grondwet.

Vanaf 19 december 2016 werden de steden militair domein, er vielen naar schatting een honderdtal doden en 500 mensen werden opgepakt. Het leek erop dat Joseph Kabila de steun van de Europese Unie en de VS verloor. Hij had hierdoor nog weinig manoeuvreerruimte om een derde mandaat uit de brand te slepen. Er zijn echter nog tal van factoren die het fragiele evenwicht van het akkoord kunnen bedreigen. De klassenstrijd is niet voorbij. Om de formule van Rosa Luxemburg te parafraseren: “De orde heerst nog niet in Congo.”

Er is de voorbije weken veel geschreven over de situatie in Congo. Wij waren verbaasd door het artikel van Tony Busselen van de PVDA. Hij schreef een artikel dat in drie delen op de website van INTAL verscheen. Daarin bespreekt hij de inhoud van het akkoord. We zijn het uiteraard eens met hem als hij de legitieme soevereiniteit van Congo verdedigt. Maar wij denken dat er een verschillende sociale betekenis aan die eis wordt gegeven als ze betrekking heeft op de Congolese arbeidersklasse dan wel op de wijze waarop het politieke establishment deze formule gebruikt.

Over de oorsprong van de huidige crisis

Voor Tony Busselen moet de oorzaak voor de huidige crisis gezocht worden bij “de timing van de komende presidentsverkiezingen. Volgens de grondwet had een nieuwe president moeten verkozen worden in november en de eed moeten afleggen op maandag 19 december 2016. Dit gebeurde niet.”

Er zijn echter veel factoren die tot deze crisis geleid hebben. In een vorig artikel (zie: http://www.socialisme.be/nl/42775/bye-bye-kabila-rode-kaart-zal-dat-volstaan-om-een-einde-te-maken-aan-het-tijdperk-kabila) gingen we dieper in op de context van de huidige crisis en de economische vertraging die niet vreemd is aan de golf van ongenoegen in Congo. We moeten ook rekening houden met de feiten: het probleem van de timing van de verkiezingen was volledig het werk van de presidentiële clan. Het opschuiven van het electorale proces maakte verkiezingen op de vooropgestelde datum onmogelijk en plaatste de politieke oppositie en de bevolking voor voldongen feiten geplaatst. Het is duidelijk dat de organisatie van verkiezingen in een land als Congo heel wat moeilijkheden met zich meebrengt. Maar Joseph Kabila was te druk bezig met zijn eigen voordelen en met het monddood maken van zijn tegenstanders om de bevolking het recht op een eigen keuze van haar vertegenwoordigers te garanderen.

Het globaal en omvattend akkoord: een stap vooruit?

Als we er rekening mee houden dat Kabila onder druk van het straatprotest in 2017 geen kandidaat zal zijn om zichzelf op te volgen, dan is het akkoord effectief een stap vooruit. Het betekent dat strijd tot verandering kan leiden. Maar er moet dan nog gekeken worden welke sociale laag deze verandering zal bewerkstelligen en met het oog op welke belangen. Dat element is cruciaal om te komen tot een verandering die de levensvoorwaarden van de jongeren, werkenden en boeren effectief verbetert.

Deze benadering wordt niet gevolgd door Tony Busselen. Hij schrijft: “In vergelijking met de voormalige akkoorden die ondertekend werden in Lusaka, Sun City of Adis Abeba zou een akkoord dat resulteert uit deze onderhandelingen een akkoord zijn tussen Congolezen gesloten zonder de directe aanwezigheid rond de onderhandelingstafel van buitenlandse diplomaten en experts. Het zou een stap vooruit zijn op de lange weg naar een echte soevereiniteit en onafhankelijkheid. (…) Maar ook al is er een akkoord, dan zal dit minstens een hinderpaal en bedreiging kennen. De hinderpaal is de woede van de jonge Congolezen. De dreiging zit hem in de inmenging van de westerse grootmachten die niet geïnteresseerd zijn in de eenheid onder de Congolezen en die er vooral op uit zijn om zo vlug mogelijk een einde te maken aan Kabila en zijn Majorité Présidentielle (MP, presidentiele meerderheid) waarop hij steunt.”

Tony moet erkennen dat de weg naar soevereiniteit en onafhankelijkheid ook na meer dan 15 jaar onder president Joseph Kabila nog steeds lang is. Rechtvaardigt dat op zich overigens niet de woede van de Congolese jongeren? Terecht stelt Tony dat er een gevaar van inmenging door de westerse grootmachten is. Maar dat is ook het geval na een akkoord ondertekend aan een onderhandelingstafel met enkel Congolezen. De onderhandelaars werden minstens deels onder druk gezet door buitenlandse machten. Bezittingen van leden van de clan van Kabila (politici en leden van zijn veiligheidsdiensten) in de VS en Europa werden in beslag genomen. De groep rond Tshisekedi ging discussiëren in Genval en Didier Reynders ontmoette hen. Het akkoord op zich is onderhandeld onder toezicht van de Congolese kerk die afhangt van het Vaticaan. Joseph Kabila zelf werd door de paus ontvangen. We zien dus duidelijk dat het akkoord niet gesloten is op basis van de belangen van de Congolese bevolking. De inhoud werd in tal van internationale wandelgangen besproken vooraleer het aan de Congelese bevolking werd opgelegd.

Is Joseph Kabila een erfgenaam van de traditie van Lumumba?

Joseph Kabila wordt door Tony voorgesteld als een erfgenaam van de traditie van Lumumba. “Kabila had sedert 2006 zijn presidentschap gebaseerd op een brede alliantie van honderd partijen. Die MP [Majorité Présidentielle] verenigde zich rond een principe: de steun aan de persoon van Kabila als president. Kabila zelf zegt erfgenaam te zijn van een linkse stroming [in de oorspronkelijke Franstalige tekst staat er dat Kabila erfgenaam is van die linkse stroming], die zijn inspiratie vindt in Patrice Lumumba, een der voornaamste figuren van de Congolese onafhankelijkheid. Maar Kabila is er niet in geslaagd een gemeenschappelijke politieke basis te geven aan zijn MP.”

Joseph Kabila volgde zijn vader op. Die laatste had heel wat beperkingen en zwaktes, maar doorheen zijn strijd tegen Mobutu creëerde hij wel hoop en ontstond er een zekere, zij het beperkte, onafhankelijkheid tegenover het imperialisme. Maar het is duidelijk dat Joseph Kabila niet staat voor een verderzetting van de politieke erfenis van Lumumba of gelijk welke linkse traditie in Congo. Zijn politieke koers doet eerder denken aan de zelfverrijking van het Mobutisme dan ook het Lumumbisme. In 2004 verscheen een onderzoek van de journalist Richard Miniter in de Huffington Post (zie http://www.huffingtonpost.fr/hakim-arif/joseph-kabila-un-dictateur-qui-vaut-15-milliards-de-dollars) waaruit bleek dat het fortuin van de clan-Kabila aangegroeid was tot 15 miljard dollar. Het magazine Bloomberg onderzocht de controle van Kabila op de Congolese economie. Via zijn vrouw, broers en zussen bezit hij maar liefst 70 bedrijven die actief zijn in alle sleutelsectoren van het land. Eén van die bedrijven was op vier jaar tijd goed voor een winst van 350 miljoen dollar (zie: https://www.bloomberg.com/news/features/2016-12-15/with-his-family-fortune-at-stake-congo-president-kabila-digs-in). Deze middelen worden in belastingparadijzen doorheen de wereld geparkeerd. Verwijst Tony hiernaar als hij spreekt over “Afrikaanse oplossingen voor Afrikaanse problemen?” Wij denken integendeel dat Kabila niet de erfenis van zijn vader volgde, los van de beperkingen van het beleid van Kabila senior. Joseph Kabila heeft integendeel nooit een poging gedaan om een krachtsverhouding uit te bouwen tegenover de nationale of de internationale burgerij. Van een linkse leider verwachten we nochtans net dat er gebouwd wordt aan een krachtsverhouding op basis van de mobilisatie van werkenden, jongeren en arme boeren.

Kampisme

De situatie in Congo is natuurlijk erg complex. Deze situatie wordt doorkruist door een klassenstrijd tussen de werkende klasse en de Congolese burgerij waarvan de verschillende fracties banden hebben met enerzijds regionale krachten en anderzijds internationale grootmachten. Zo wordt Kabila gesteund door de heersers in Angola en Zimbabwe en herstelde hij de banden met Rwanda en Oeganda. Waar Kabila aanvankelijk gesteund werd door de EU en de VS, dringen beide blokken vandaag eerder aan op een wissel van de macht waarbij ze eerder rekenen op een figuur als Katumbi.

De afgelopen jaren werd de rol van China belangrijker: dat land werd een van de belangrijkste handelspartners van Congo. Dit heeft deels te maken met de internationale arbeidsdeling. China is de grootste importeur van grondstoffen ter wereld geworden. Het is dan ook logisch dat alle landen waarvan de economie vooral gebaseerd is op de export van grondstoffen meer zaken doen met China. Maar heeft dat een progressiever karakter aan de economische groei in die exporterende landen? Wij denken van niet. Als de inkomsten van deze export niet gebruikt worden voor investeringen in infrastructuur, verbeteringen aan de openbare diensten, bestrijding van armoede en honger, ontwikkeling van een industrie die een reële soevereiniteit mogelijk maakt, … dan heeft die handel met China op zich geen progressief karakter. Dat wordt nog versterkt door de afwezigheid van democratische rechten in China waardoor er daar geen enkele organisatie in staat is om van de Chinese machthebbers handelsrelaties te eisen die ook de Congolese bevolking ten goede komen.

Een scenario zoals in Soedan?

Op 20 december was er een uitzending van ‘Le Forum’ op de Franstalige televisie over de crisis in Congo. Journaliste Colette Braeckman van Le Soir zei: “Congo is te groot om geleid te worden door iemand die enkel populair is onder de Congolezen.” Bob Kabamba, academicus en politiek actief bij Ecolo, sprak Braeckman niet tegen. Ook de journalist ging hier niet dieper op in. Generaal Janssens, de commandant van de Force Publique of Openbare Weermacht, dacht er in 1960 niet anders over… Deze stelling kan op verschillende manieren begrepen worden.

Vanuit economisch oogpunt is het een uitdrukking van het feit dat westerse imperialisme een greep op deze strategische regio wil behouden. Behalve de aanwezigheid van edele metalen zorgden de vermoedens van uraniumsmokkel voor een verzwakking van het imago van Kabila als goede manager. Vanuit politiek oogpunt is het ontstaan van een bewind dat de verwachtingen van de massa’s centraal stelt in het hart van Afrika niet aanvaardbaar voor het imperialisme.

Veel Congolezen in de diaspora zullen de formule van Braeckman ook begrijpen als een uitdrukking van een groter plan om de kaart van centraal Afrika te hertekenen met kleinere staten, zoals de afscheiding van een deel in het oosten van Congo. Het oosten kan dan een bufferstaat worden die ook voor stabiliteit in Rwanda en Oeganda moet zorgen. Dit plan leek in het verleden gesteund te worden door een deel van het Democratische establishment rond Clinton en ook de vroegere Franse president Sarkozy ging erin mee (zie: http://www.courrierinternational.com/article/2009/01/20/sarkozy-veut-depecer-la-rdc). Dit plan botst op een belangrijk obstakel: de wil en de vasthoudendheid van de Congolezen zelf. Maar het leidt wel tot conflicten over grond die bijdragen tot de instabiliteit in de regio.

Op kapitalistische basis zal het onmogelijk zijn om een oplossing te vinden voor de verdeling van de rijkdom en voor de kwesties die voortkomen uit demografische druk.

Het wordt een moeilijk jaar…

Het akkoord van 31 december 2016 bepaalt dat de verkiezingen dit jaar moeten plaatsvinden. Er zijn heel wat uitdagingen om zover te geraken. De organisatie van deze verkiezingen zou ongeveer 1,5 miljard dollar kosten, terwijl de jaarlijkse overheidsuitgaven ongeveer 5 miljard dollar bedragen. De instabiliteit in het oosten van het land maakt bovendien dat het niet zeker is of de verkiezingen in heel het land op serene wijze kunnen gehouden worden. De economische groei voor 2017 wordt op slechts 2,9% geschat omwille van de dalende vraag vanuit China. De afgelopen vijf jaar was er een jaarlijkse groei van gemiddeld ongeveer 7,7%. Met een bevolkingsgroei die ongeveer 3% bedraagt, zal de economie in 2017 dus wellicht een recessie kennen als we het BBP vergelijken met het aantal inwoners. Dat wijst er eens te meer op dat Congo geen dynamiek van eigen economische groei kent. Een recessie zou extra olie op het vuur van het sociaal verzet gooien. (zie: http://www.jeuneafrique.com/388803/economie/2017-rd-congo-sattend-a-nouvelle-annee-de-croissance-molle/)

Zoals we in ons vorig artikel over Congo stelden, is er nood aan onafhankelijke organisaties van werkenden, jongeren en boeren om ervoor te zorgen dat de energie van de massa’s leidt tot een verbetering van hun levensvoorwaarden. Na Lumumba heeft elke politieke leider die aan de macht kwam slechts de belangen van één van de fracties van de burgerij verdedigd. Hun beleid was rampzalig voor de levensvoorwaarden van de meerderheid van de bevolking. Een onafhankelijke organisatie van de massa’s die opkomt voor de belangen van de bevolking kan voortbouwen op de beste tradities van strijd. Het is doorheen collectieve massa-acties – algemene vergaderingen, betogingen, stakingen, bezettingen, … – dat we vooruitgang kunnen bekomen. De Congolese jongeren, en meer algemeen de Afrikaanse jongeren, komen in verzet. We moeten ervoor zorgen dat deze dynamiek zich richt op de werkende bevolking en de arme boeren die een beslissende rol spelen in de sleutelsectoren van de economie. Het kapitalisme is een internationaal systeem. De strijd wordt op nationaal vlak gevoerd, maar vereist een band met organisaties die dezelfde belangen op internationaal vlak verdedigen.