Home / Belgische politiek / Nationaal / Orwelliaanse toestanden tussen Schelde en Maas: 8 wel erg actuele citaten van George Orwell

Orwelliaanse toestanden tussen Schelde en Maas: 8 wel erg actuele citaten van George Orwell

[Terugblik op 2016] Het voorbije jaar werd gekenmerkt door een verderzetting van het asociale besparingsbeleid en een propagandacampagne hierrond die ons regelmatig aan de werken van George Orwell deed denken. Er wordt wel eens gezegd dat Orwell een trilogie schreef over de regio waar hij opgroeide, het hedendaagse Birma: “De jaren in Birma”, “De boerderij der dieren” en “1984”. Het moet zijn dat de gekke dictatuur die daar jarenlang aan de macht was (én nog steeds is, nu in coalitie) wat weg heeft van onze regering, want vervang “De jaren in Birma” door “Aan de grond in Londen en Parijs” en je hebt het gevoel dat Orwell een trilogie over het rechtse bewind in België schreef. Overdreven? We halen er enkele citaten bij…

“Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn meer gelijk dan andere dieren.” (De boerderij der dieren, p. 136)

KazachGate maakte duidelijk dat het in ons land voor de allerrijksten mogelijk is om wetten te maken naargelang het hen goed uitkomt. Er wordt – bijna op het ironische af – gesuggereerd dat de afkoopwet zelf afgekocht is. De eersten die er gebruik van maakten, waren de rijke Kazachse vrienden van MR-kopstukken als Armand De Decker, tevens hun advocaat. De Decker en zijn medestanders duwden de wet door het parlement. Als advocaat passeerde De Decker hiervoor langs de kassa. De Kazachen kochten hun vervolging wegens corruptie af. Eerder was het voor Chodiev ook al mogelijk om bijzonder snel verblijfspapieren in ons land te krijgen. Wij merkten in 2015 al op dat de ene Kazach duidelijk niet de andere is (zie: http://www.socialisme.be/nl/24078/de-ene-kazach-is-niet-de-andere)

“Ik vertelde hem over de verspilling van eten in de keuken van het armenhuis en wat ik daarvan dacht. (…) Ofschoon hij tezamen met de anderen honger had geleden wist hij onmiddellijk te zeggen waarom het eten niet aan de zwervers gegeven maar weggegooid moest worden. ‘Ze moeten het wel doen,’ zei hij. ‘Als ze deze adressen te geriefelijk maken dan kwam het uitschot uit het hele land erop af. Alleen doordat het eten slecht is blijft dat tuig weg. Deze zwervers hier zijn te lui om te werken. Je moet het niet nog een beetje makkelijker voor ze maken. Het is tuig.’ Ik toonde met kracht van argumenten aan dat hij het bij het verkeerde eind had, maar hij wou niet luisteren. Hij zei steeds maar weer: ‘Je moet geen medelijden met deze zwervers hier hebben. Tuig is het. Je moet ze niet beoordelen naar de maatstaven van mannen zoals jij en ik. Uitschot is het, gewoon uitschot.’” (Aan de grond in Londen en Parijs, p. 191)

Daklozen die zelf zeggen dat ze zelfs het eten van het armenhuis niet waard zijn, de beschrijving van de lijdensweg van Engelse daklozen door George Orwell klinkt wel bijzonder 2016-achtig met een sterk nieuw-vlaams accent. In volle vluchtelingencrisis stelde de Antwerpse schepen van sociale desintegratie, Fons Duchateau, dat er zeker geen sociale huisvesting zou bijkomen omdat dit enkel een aantrekkingskracht zou uitoefenen. Woordelijk verklaarde hij: “Ik ga niet in extra woningen voorzien voor vluchtelingen. Ik ga geen aantrekkingsbeleid voeren. De tamtam in die gemeenschappen gaat snel.” Hij had het net niet over uitschot. Zijn politieke compagnon Theo Francken kwam met een gelijkaardige retoriek over vluchtelingen. Alsof mensen hun hebben en houden in oorlogsgebied achterlaten omdat ze uitkijken naar het onthaal ‘Chez Theo.’ Is dat ‘tuig’ te lui om te werken? Muyters: “Asielzoekers aan werk helpen? Graag, maar met 500 herders zijn we niks.” De neerbuigende en ronduit discriminerende uitspraken en maatregelen waren dit jaar schering en inslag.

“’Je bent een trage leerling, Winston,’ zei O’Brien vriendelijk. ‘Wat kan ik daaran doen’, snikte hij. ‘Wat kan ik er aan doen dat ik zie wat er voor mijn ogen is? Twee en twee is vier.’ ‘Soms, Winston. Soms is het vijf. Soms is het drie. Soms is het dat alles tegelijk.’” (1984, p.210)

In 2016 deed de wiskunde van de regering en in het bijzonder van begrotingsminister Van Overtveld denken aan de logica in 1984. Twee en twee is samen soms vier, soms vijf en soms drie. Zo kloppen de cijfers van de regering. Het probleem daarbij ligt niet zozeer bij een gebrek aan rekenkundig talent, maar wel aan verkeerde uitgangspunten die met cijfers moeten toegedekt worden. De essentie is dat het besparingsbeleid niet leidt tot nieuwe groei en herstel, maar dat het de economische problemen enkel bevestigt en erger maakt. De ideologische basis van de rechtse regering wordt door de cijfers weerlegd. Daarop is enkel een creatieve cijferdans mogelijk om recht te trekken wat scheef stond.   

“Het nachtasiel ging om zes uur open. Het was zaterdag en zoals gewoonlijk zouden we tijdens het weekeinde huisarrest krijgen. Waarom weet ik niet of er moest iets achter zitten dat zondag een goede dag voor iets onaangenaam is. (…) Tegen zevenen hadden we ons brood met thee naar binnen geschrokt en waren we in onze cellen. (…) De hele nacht, twaalf uur lang, keerde je je van de ene zij op de andere, je viel een paar minuten in slaap en je werd dan weer rillend van de kou wakker. Roken konden we niet want onze tabak die we naar binnen gesmokkeld hadden zat in onze kleren en die kregen we pas de volgende morgen terug. (…) De volgende morgen dirigeerde de Asielmeester ons allemaal naar de eetzaal en deed de deur op slot. De ruimte was volstrekt kaal afgezien van een klok en een lijst met de voorschriften van het armenhuis. (…) De meeste zwervers brachten tien uur achtereen in deze kale zielloze ruimte door.” (Aan de grond in Londen en Parijs, p.187-189)

Was G4S Care ook in de tijd van Orwell al actief in de daklozenbegeleiding? Het Antwerpse gemeentebestuur heeft de beschrijvingen van de daklozenbegeleiding in ‘Aan de grond in Londen en Parijs’ blijkbaar als richtlijn genomen voor de aanbestedingen om de daklozenbegeleiding in de stad over te nemen. Samengevat komt dat neer op ‘bad, bed, brood.’ Liefst oud brood. En dan nog zijn die ondankbare daklozen niet tevreden!

“De stem van het telescherm verstomde. Een trompetstoot schalde, helder en prachtig, door de dikke lucht. De stem ging krassend verder: ‘Opgelet! Opgelet, alstublieft! Zo juist ontvangen wij een telegram van het Malabarfront. Onze troepen hebben een luisterrijke zege behaald.’ (…) Dat betekent slecht nieuws, dacht Winston. En jawel, na een bloedige beschrijving van de vernietiging van het Eurazisch leger, met kolossale cijfers van gesneuvelden en gevangenen, kwam de aankondiging, dat, met ingang van de volgende week, het chocolade-rantsoen zou worden verlaagd van dertig gram tot twintig.” (1984, p. 24)

Dit jaar kregen we meermaals te horen dat het beleid werkt. ‘De verandering werkt’, luidde dit op het telescherm van de N-VA. Ondertussen weten wij, net als Winston in het boek ‘1984’, dat dit doorgaans de voorbode op slecht nieuws is. Dit jaar kregen we geen loonsverhogingen en moesten we voor alles meer betalen: elektriciteit, water, brandstof, tabak, … Het ging zo ver dat de koopkracht in België het sterkste van de hele EU gedaald is. ‘De verandering werkt,’ schalt de trompet ondertussen op ons telescherm. “Onwetendheid is kracht”, luidde de slogan in 1984. Ziedaar de kracht van de verandering.

Ook de oorlogspropaganda op zich is niet fundamenteel veranderd: na de aanslagen van 22 maart riep onder meer Wouter Beke op tot Belgische deelname aan de oorlog in Syrië. Het centrale argument daartoe lijkt regelrecht uit ‘1984’ te komen: “Oorlog is vrede.”

“’Kameraden!’ riep een voortvarende, jeugdige stem. ‘Opgelet, kameraden! Wij hebben glorierijk nieuws voor u. Wij hebben de productieslag gewonnen! Nu de gegevens volledig binnen zijn over de fabricage van alle soorten van verbruiksgoederen, blijkt dat de levensstandaard in het afgelopen jaar met niet minder dan twintig procent is gestegen.’ (…) Er schenen zelfs demonstraties te zijn gehouden om Grote Broer te danken voor de verhoging van het chocoladerantsoen tot twintig gram per week. En gisteren pas, zo overwoog Winston, was er aangekondigd, dat het rantsoen zou worden verlaagd tot twintig gram per week. Was het mogelijk, dat zij dit zouden slikken, na amper vier en twintig uur? Ja, zij slikten het.” (1984, p.50-51)

De regering klopt zichzelf graag op de borst: er komen jobs bij en de lonen stijgen. Dat is de officiële versie van het verhaal. De realiteit ziet er anders uit. Eerst verschijnt er propaganda om ons te laten geloven dat het economisch beter gaat, doorgaans een voorbode van de aankondiging van nieuwe maatregelen die onze levensstandaard treffen, waarna er gewoon nieuwe propaganda komt die krak hetzelfde beweert. De kracht van de herhaling is een propagandatechniek die moeiteloos van 1984 naar 2016 kan overgeplaatst worden. Zoals Orwell het samenvatte: “Wanneer alle anderen de leugen, die de Partij voorschreef, aanvaardden – wanneer alle documenten hetzelfde verhaal vertelden – dan werd de leugen tot geschiedenis en tot waarheid. ‘Wie het verleden beheerst,’ zo luidde de partijleuze, ‘beheerst de toekomst: wie het heden beheerst, beheerst het verleden.’” In het boek ‘1984’ was er nog een propagandadienst om alle kranten uit het verleden te herschrijven, vandaag  is dat niet meer nodig. Kranten spreken zichzelf tegen en om de leugens van de regering te doorprikken hebben ze niet genoeg middelen.

“Wanneer je met bedelaars bent omgegaan en gezien hebt dat het gewone mensen zijn moet het je wel treffen dat de maatschappij een eigenaardige houding tegenover bedelaars aanneemt. De mensen schijnen te denken dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen bedelaars en gewone ‘werkende’ mensen. Werkende mensen ‘werken’, bedelaars ‘werken’ niet; het zijn parasieten, van nature waardeloos. De bedelaar is uitsluitend een uitwas van de maatschappij en hij wordt geduld omdat we in een humaan tijdperk leven, maar hij is in wezen verachtelijk.” (Aan de grond in Londen en Parijs, p. 166)

Vervang ‘bedelaars’ door ‘werklozen’ en je hebt een perfecte samenvatting van hoe die vandaag bekeken worden door het establishment en hun media. Hebben werklozen ervoor gekozen om niet te werken? Kiezen tot een derde van de jongeren in Antwerpen en Brussel ervoor om niet te werken en geen toekomst uit te bouwen? Ligt het aan de lucht in de grootsteden dat de jongerenwerkloosheid daar tot meer dan dubbel zo hoog ligt als in kleinere steden? Met de luchtvervuiling zou dat natuurlijk kunnen. Maar een meer voor de hand liggende verklaring is dat er meer jongeren en minder jobs zijn in die steden. En dus zijn er meer ‘parasieten’ die ‘van nature waardeloos’ zijn. Het is maar dat we in een humaan tijdperk leven, of we kieperden hen uit hun hangmatten.

“Het is eigenaardig dat de mensen het als vanzelfsprekend aannemen dat ze het recht hebben een preek tegen je te houden en gebeden over je uit te storten zodra je inkomen beneden een zeker niveau zakt.” (Aan de Grond in Londen en Parijs, p. 175)

Eindigen doen we met een citaat dat wel achterhaald is. In 2016 moest je inkomen niet onder een zeker niveau zakken om recht te hebben op een donderpreek. Dokter Marc van Ranst stelde begin dit jaar in Humo: “Het is ook een illusie te denken dat het mogelijk is om vanuit een F-16 oorlog te voeren, duizenden kilometers van hier, zonder dat je diezelfde oorlog naar hier zou sleuren. Wanneer je aan het front in het Midden-Oosten bommen zaait, oogst je aanslagen op het thuisfront. Vrede breng je nooit door nog meer bommen te gooien.” Het zorgde ook al voor een reactie van staatssecretaris Francken die op Twitter rechtstreeks op de dokter reageerde met deze boodschap: “Heb jij niets beter te doen, dokter?” Tientallen nepprofielen gaven de staatssecretaris meteen gelijk.

Als we dit soort uithalen van N-VA’ers en hun medestanders horen, kunnen we enkel maar de vraag herhalen die Bart De Wever in een andere context stelde: “Waar zijn we in godsnaam mee bezig?” Die vraag is meteen een uitstekende samenvatting van het rechtse beleid in 2016. Maken we daar in 2017 een einde aan? Misschien kunnen we inspiratie halen uit de gebeurtenissen van 1917.