Home / Internationaal / Afrika / “Bye Bye Kabila”, “Rode Kaart.” Zal dat volstaan om een einde te maken aan het tijdperk-Kabila?

“Bye Bye Kabila”, “Rode Kaart.” Zal dat volstaan om een einde te maken aan het tijdperk-Kabila?

Op 19 december is het mandaat van Joseph Kabila als president van de Democratische Republiek Congo afgelopen. Maar Kabila ging samen met Evariste Boshab en de rest van zijn kliek op zoek naar een manier om aan het hoofd van het land te blijven. Het Congolese volk kwam in actie tegen deze aanfluiting van de grondwet. De vraag vandaag is hoe we kunnen bouwen aan een mobilisatie die een einde maakt aan het tijdperk-Kabila.

Door Alain (Namen)

Na meer dan 15 jaar presidentschap van Kabila is de ontgoocheling groot in Congo. Wie 20 of jonger is, kende enkel de huidige president. Het laat de oude aanhangers van dictator Mobutu, zoals Kengo Wa Dondo, toe om te spreken met de burgerbeweging Filimbi en zich voor te doen als een alternatief op de huidige situatie.

De steun voor Kabila onder de bevolking is fors afgenomen. De omvang en het ritme van die afname verschilt van regio tot regio. Maar één iets is zeker: het tijdperk van ‘stabiliteit’ onder Kabila is verdwenen en er komt een nieuwe periode van strijd in Congo. Een opiniepeiling in Jeune Afrique op 25 oktober 2016 gaf aan dat 33,3% van de bevolking zou stemmen voor Moïse Katumbi (ex-PPRD, ex-gouverneur van Katanga), 18% voor Etienne Tshisekedi (ex-Mobutist), 7,8% voor Joseph Kabila (PPRD), 2,6% voor Antoine Gizengua (PALU, ex-premier onder Kabila). De best geplaatste kandidaat van de regeringspartij PPRD na Kabila zelf was op het ogenblik van de peiling niet Boshab of Ponyo, maar Olive Lembe Kabila, de vrouw van Kabila die goed was voor 2,6% indien ze kandidaat zou zijn.

Deze peiling is een uitdrukking van een mening op een bepaald ogenblik. Maar de belangrijke les uit die peiling is dat de kandidaten die het wel eens zouden kunnen halen allemaal belangrijke functies uitoefenden onder ofwel Mobutu ofwel Kabila. In die zin is geen enkele van die kandidaten in staat om een echt alternatief te bieden en een antwoord op de noden van de werkenden, arme landbouwers, jongeren en brede lagen van armen in het land.

Einde van de stabiliteit

Toen de dictatuur van Mobutu in elkaar stortte, kende het reeds zwaar getroffen land een periode van rampzalige overgang. Er was een periode van bijna 10 jaar burgeroorlog met meer dan 20 militaire en paramilitaire groepen. Kabila beloofde destijds dat hij de macht zou grijpen en behouden om de stabiliteit te garanderen.

Als socialisten moeten we de inhoud van de stabiliteit onder Kabila nader omschrijven. Het gaat niet om stabiliteit die de meerderheid van de bevolking toelaat om in alle nodige behoeften te voorzien als onderdeel van de opbouw van een solidaire samenleving. Het ging om stabiliteit waar de buitenlandse en nationale kapitaalbelangen ruimte kregen om veilig te investeren zonder al te veel risico’s. Dat is wat de kapitalisten een gunstig ‘investeringsklimaat’ noemen.

Door zich zo te positioneren, kreeg Kabila het vertrouwen van het buitenlandse en het binnenlandse kapitaal. Een illustratie hiervan is dat het Bruto Binnenland Product toenam van 7,438 miljard dollar in 2001 tot 35,238 miljard dollar in 2015. Die cijfers houden uiteraard geen rekening met wat niet officieel geregistreerd werd.

Strijd als gevolg van structureel ongelijk beleid

De stabiliteit voor de rijken ging niet samen met een verbetering van de levensvoorwaarden van de meerderheid van de bevolking. Het eerste decennium van deze eeuw bracht doorheen Afrika een verbetering van de economische situatie, maar nergens werd deze verbetering gedeeld met de meerderheid van de bevolking. Het IMF heeft het over een niet-inclusieve groei, een verbloeming om niet te moeten erkennen dat de groei exclusief naar de rijken ging. De Milleniumdoelstellingen voor de Ontwikkeling van de regio waren in Afrika een complete mislukking.

De Afrikaanse massa’s zijn tegen de achtergrond van de grote recessie, die volgens alle economische vooruitzichten nog lang niet voorbij is, in actie gekomen. Er ontstonden bewegingen met democratische, sociale en economische eisen. We zagen dit met de strijd in Tunesië en Egypte. Maar er waren ook sociale bewegingen in Nigeria met een algemene staking die de regering ertoe dwong om terug te komen op de afschaffing van de subsidies voor brandstof. Er was de mijnwerkersstrijd in Zuid-Afrika die ondanks harde repressie loonsverhogingen bekwam. Recent was er in Zuid-Afrika ook de jongerenstrijd tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld. Verder waren er bewegingen in Senegal, Burkina Faso of nog in Burundi tegen de verlenging van het mandaat van de zetelende presidenten.

Dit fenomeen beperkt zich niet tot Afrika. Overal ter wereld komen jongeren, werkenden en armen in actie. De afgelopen 30 jaar heeft het kapitalistische productiesysteem zich enkel overeind weten te houden op basis van een scherpe toename van de ongelijkheid en een verdieping van de eigen tegenstellingen. Het leidt tot een wereldwijde afkeer van het systeem en zijn instellingen.

Strijd voor verandering in Congo? Ja, maar met wie en voor welke verandering?

De Afrikaanse massa’s slaagden er destijds op basis van strijd in om de koloniale heersers te verdrijven. Ze hebben hun politieke onafhankelijkheid zelf afgedwongen. Maar het werd beantwoord met economische afhankelijkheid en de oude banden die de kapitalisten behielden in de kolonies. De oude imperialistische machten hebben er vervolgens alles aan gedaan om die controle te behouden. Er werd niet geaarzeld om dictatoriale regimes te ondersteunen als dit hun belangen uitkwam, denk maar aan de steun die Mobutu kreeg.

Die beperkingen bepalen nog steeds de actuele situatie. De vragen die destijds opgeworpen werden in de strijd tegen de directe koloniale overheersing blijven overeind voor de strijd die voor ons ligt. Strijden ja, maar met wie en voor welke verandering?

Welke verandering?  

De belangrijkste les van de onafhankelijkheidsstrijd die wij met de huidige activisten willen bespreken is dat er niet voor politieke onafhankelijkheid kan gestreden worden zonder ook op te komen voor economische onafhankelijkheid.

Economische onafhankelijkheid betekent dat de meerderheid van de bevolking zelf kan beslissen over wat nodig is. Het vereist volgens ons de overname van de controle op de sleutelsectoren van de economie. Hoe kan een beleid van investeringen in infrastructuur gevoerd worden zonder controle op de industrie en de banken om de werken te realiseren en te financieren? Hoe kunnen de landbouwers de nodige gewassen telen om hun familie en de bevolking te voeden zonder een verdeling van de grond en zonder een planning van de landbouwproductie om de bestaande middelen en mogelijkheden in te zetten met het oog op dat doel? Een ander voorbeeld dat kan gegeven worden, is dat van de mijnen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat deze sector effectief bijdraagt aan de gemeenschap om het onderwijs en de gezondheidszorg te financieren?

Een dergelijk programma zou toelaten om de sociale noden van de overweldigende meerderheid van de bevolking aan te pakken. Maar we moeten duidelijk zijn: diegenen die vandaag de grond, de mijnen en het kapitaal bezitten, hebben er niets mee te winnen indien de meerderheid van de bevolking een beter leven heeft. Het brengt ons bij de volgende vraag: met wie kunnen we eenheid vormen in de strijd? Met diegenen die dezelfde belangen als ons hebben bij de verandering van de samenleving.

Het klopt niet dat het volledige Congolese volk vrede en ontwikkeling wil. Een deel, een erg kleine minderheid die de banken, de grond, de bedrijven, de mijnen, … bezit wil gewoon een klimaat dat gunstig is voor hun zaken. Zij hebben al vrede en werken aan de ontwikkeling van hun eigen zakenimperia. We mogen ons niet vergissen: gemeenschappelijk doel en gemeenschappelijk belang zijn niet noodzakelijk hetzelfde. Katumbi, Kengo, Tshisekedi en co hebben met ons het gemeenschappelijke doel om een einde te maken aan het bewind van Kabila. Maar daar eindigen de overeenkomsten. Voor het overige willen ze het beleid dat tot meer ongelijkheid en oorlog leidt gewoon behouden en versterken.

Je eigen graf delven door je van bondgenoot te vergissen

De geschiedenis leert veel lessen voor wie ze wil zien. Sankara en Lumumba werden vermoord na complotten waarin delen van hun dichte politiek bondgenoten betrokken waren. Ter verdediging van die helden van de onafhankelijkheidsstrijd: de misdadigers hadden hun criminele bedoelingen steeds verstopt. Maar hoe kunnen de leiders van LUCHA en Filimbi geloven dat de oude verantwoordelijken onder Mobutu tot iets anders in staat zijn dan corruptie en repressie? Kengo Wa Dondo begon zijn loopbaan in de regering-Mobutu in 1968. In die periode werden de laatste onafhankelijkheidsstrijders van 1960 opgespoord en uitgeroeid. Van 1982 tot 1986 was hij premier. Hij aarzelde niet om jongeren en studenten die betoogden repressief aan te pakken. Een bondgenootschap met hem sluiten, betekent dat het mes al in de rug wordt gestoken van de massa’s die de strijd aangaan.

Wij denken dat het nodig is om bondgenootschappen te beperken tot bewegingen en politieke partijen die dezelfde belangen hebben als de meerderheid van de bevolking. Als we kijken naar de huidige politieke krachten in Congo zullen we geen dergelijke partijen vinden. In plaats van vervolgens het ‘minste kwaad’ te zoeken, kunnen we beter met de activisten die de strijd aangaan zelf bouwen aan een politiek instrument dat de verwachtingen en hoop van die duizenden mensen in de burgerbewegingen opneemt en versterkt. In dat proces willen we met LSP en onze internationale organisatie CWI een rol spelen. We willen binnen dit proces tegelijk bouwen aan onze eigen oriëntatie die vaststelt dat er onder een kapitalisme in crisis geen enkele hervorming kan veiliggesteld worden zonder revolutionaire strijd voor een socialistische maatschappijverandering. Als de burgerbewegingen dergelijke vragen onbeantwoord laten, is een tijdelijke verplettering van de beweging niet uitgesloten.

Eén ding is zeker: de spanningen in Congo zullen toenemen. Kabila gaf al aan dat hij tot in 2018 aan de macht wil blijven. Mogelijk hoopt hij tegen dan in staat te zijn om zijn vrouw de macht te laten overnemen na vervalste verkiezingen. Het is duidelijk dat het staatsapparaat bereid is om harde repressie toe te passen. Arrestaties, betogingsverboden en het aantal verdwijningen van opposanten nemen toe. Als het verzet een massaal karakter aanneemt, valt het nog af te wachten hoeveel ruimte Kabila zal hebben om zijn positie te behouden. Met het akkoord dat hij onder toezicht van Edem Kodjo sloot met een deel van de oppositie heeft hij zijn sociale basis wel vergroot.

Aan de kant van het verzet lijkt het erop dat de burgerbewegingen bereid zijn om tot een krachtmeting over te gaan. De leiding van deze bewegingen is echter een van de zwaktes. Maar het feit dat er organisaties zijn die jongeren en werkenden organiseren om te discussiëren over politiek en het organiseren van petities, betogingen, sit-in acties, ‘villes mortes’ (stakingsacties die de volledige stad verlammen), … tegen de achtergrond van een dynamiek van strijd op het continent en de rest van de wereld is een positief element. Strijd laat de massa’s toe om programma’s, strategieën en politieke benaderingen uit te testen.

Het is op basis van deze praktische ervaringen dat de arbeidersbeweging erin geslaagd is om politiek onafhankelijke organisaties op te bouwen waarmee het mogelijk was om de macht van de kapitalisten over ons leven te beginnen betwisten.