Home / Belgische politiek / Nationaal / Ook het ‘aanmodderen’ van de rechtse regering is gevaarlijk voor onze levensstandaard

Ook het ‘aanmodderen’ van de rechtse regering is gevaarlijk voor onze levensstandaard

[Terugblik op 2016] We brengen geen traditioneel jaaroverzicht maar enkele longreads en analyses over centrale elementen van het voorbije jaar. Vandaag kijken we naar de politieke situatie in België.

Foto: Jean-Marie

De afgelopen weken nam de speculatie toe. De Tijd vroeg op 10 december: “Hangen er verkiezingen in de lucht?” Apache.be titelde eerder al: “Deze regering is gevallen, maar u mag het nog niet weten.” Het gekibbel onder de rechtse partijen in de regering valt inderdaad op. Een tijdlang verdween de term ‘kibbelkabinet’ uit de kranten, maar vandaag is die terug. Algemeen wordt ervan uitgegaan dat de regering aanmoddert, een fenomeen waarbij met heel veel modder naar elkaar wordt gegooid. We mogen ons daar niet op miskijken: ondertussen gaat de neoliberale pletwals verder. Als deze regering nog overeind staat, is het omdat de arbeidersbeweging het sociaal verzet niet afgewerkt heeft.

Bij het aantreden van de rechtse regering werd door de werkgevers uitgekeken naar de vele mogelijkheden om eindelijk eens op volle snelheid de confrontatie met de arbeidersbeweging aan te gaan. Niet dat er onder de regering-Di Rupo niet hard bespaard werd, maar toen werd geprobeerd om de schijn van ‘evenwichtigheid’ te wekken en werden de aanvallen verstopt achter retoriek. Nu kon het neoliberale offensief op Thatcheriaanse wijze doorgezet worden: bovenop hardere besparingen kwam er ook een erg harde asociale retoriek. Alles wat het patronaat daarbij zou winnen, was meegenomen vanuit haar standpunt. Als de politiek onbetrouwbare N-VA zich daarbij verbrandt en plaats kan maken voor meer betrouwbare krachten, was het voor de werkgevers zelfs een heuse win-win: ze zouden twee keer winnen. Niet dat ze de voorbije jaren ervaring opdeden met verliezen.

We kregen ook effectief een reeks harde aanvallen: pensioenleeftijd naar 67 jaar, indexsprong, besparingen op de openbare diensten, allerhande taksen en extra belastingen, opgedreven flexibiliteit op de werkvloer, … De zogenaamde ‘loonhandicap’ werd weggewerkt en er kwamen nieuwe fiscale cadeaus voor de bedrijven. Officieel was dat met het argument van de ‘jobs, jobs, jobs’. In realiteit stegen de dividenden voor de aandeelhouders en kwamen er geen extra jobs bij. Onze koopkracht daalt het snelst van de hele EU. Dat is de ‘kracht van de verandering’.

Dit heeft op verzet gebotst. Voor de zomer werd vastgesteld dat we al tot Dehaene 1 (1992-95) moesten teruggaan om een regering te vinden die meer stakingen heeft uitgelokt dan Michel 1. Het actieplan van eind 2014 zette de toon van het debat: een grote meerderheid van de bevolking was voor een vermogensbelasting (iets anders dan het magere beestje van de ‘meerwaardebelasting’ die CD&V er maar niet doorgeduwd krijgt). De regering begon te wankelen, maar het werk werd niet afgemaakt. Na 15 december 2014 bleef het stil. Er volgden nog grote betogingen en oproepen tot stakingen, maar een opbouwend actieplan kwam er niet.

Ook dit jaar werd wel gesproken over een actieplan, maar kwam het er niet van. Voor de zomer werd gezegd dat een betoging op 29 september zou gevolgd worden door een algemene staking op 7 oktober. De betoging kwam er – en was qua aanwezigheid eens te meer veel groter dan verwacht – maar de staking verdween van de agenda. Vervolgens ging er in december iets van actie zijn, maar ook daar is niets meer van vernomen. Rond de loononderhandelingen wordt nu opnieuw gedreigd met actie. Maar het wantrouwen tegenover de vakbondsleidingen en hun actievoorstellen is natuurlijk ook groter geworden.

De rechtse regering blijft ingaan tegen onze levensstandaard en tegen ons recht op protest daartegen (vandaar de discussies over minimale dienstverlening). Er is wantrouwen en een zekere scepsis over de acties tegen de rechtse regering, maar de ruggengraat van de arbeidersbeweging is niet gebroken. Kijk naar de sociale verkiezingen en het record aantal kandidaten. En elke nieuwe aanval leidt tot bijkomend ongenoegen. Dat werd eind november nog aangetoond met de massale betoging van de Witte Woede. Het potentieel van een hernieuwde algemene beweging blijft overeind.

Dat de regering niet sterk is, wordt steeds algemener erkend. De arbeidersbeweging zou dat moeten aangrijpen om in het offensief te gaan om de regering weg te krijgen. Maar net daarover wordt geaarzeld en gedraald. De doelstelling van de val van de regering wordt niet algemeen erkend door de vakbondsleidingen. Ter linkerzijde houdt ook de groeiende PVDA het op de oproep om de regering te doen plooien en wordt uitdrukkelijk gesteld dat de val van de regering niet het doel is. Brutaliteit beantwoorden met overdreven diplomatische voorzichtigheid zal ons echter niet ver brengen.

In 2017 zullen de spanningen in de regering overeind blijven: de harde besparingen hebben geen extra groei en beleidsruimte opgeleverd, er wordt integendeel druk gezet om nog verder te besparen. De N-VA, in de rug geduwd door Open VLD, wil nog een pak verder gaan terwijl CD&V ook gevoelig moet zijn voor de kritiek van ACV en Beweging.Net. Als regeringspartij tegelijk oppositie voeren tegen die regering ging de PS voorheen wel af, maar in het geval van CD&V ligt dat toch moeilijker. Het politieke gespin weegt immers niet op tegen de concrete maatregelen zoals de wet-Peeters.

Een beweging die de besparingen wil stoppen, moet offensief zijn qua actiemethoden (opbouwend actieplan met algemene stakingen) en doelstellingen (val van de regering, val het besparingsbeleid). Het stelt de kwestie van een eigen politiek verlengstuk. De zoektocht naar een politiek alternatief werd internationaal erg duidelijk met de brede steun voor Bernie Sanders of Jeremy Corbyn. Bij ons zijn er eindelijk ook ontwikkelingen op dat vlak met de spectaculaire groei van PTB langs Franstalige kant. Het zet zelfs druk op de PS die van bovenaf een bocht naar links probeert te nemen om relevant te blijven. Dat creëert extra ruimte ter linkerzijde, waar ook LSP gebruik van kan maken. Wij verdedigen de nood aan een brede strijdformatie die openstaat voor al wie het verzet tegen het besparingsbeleid voert en waarin activisten, militanten en sympathisanten van diverse achtergronden hun eigen plaats vinden. In die benadering zijn verkiezingen belangrijk, maar niet het enige en centrale onderdeel. Alle verworvenheden van de arbeidersbeweging zijn door strijdbewegingen afgedwongen, de aandacht moet dan ook vooral daarop gericht zijn.

Om opnieuw vertrouwen en perspectief te geven zal de syndicale strijd op zijn minst eenzelfde vastberadenheid aan de dag moeten leggen, als die waarmee de regering en het patronaat haar offensief inzet. Het betekent een ernstige evaluatie van waar de beweging gefaald heeft, onder alle geledingen van de vakbond, van de top tot de basis. Duidelijkheid brengen wat betreft het doel om de val van de regering teweeg te brengen. De nood aan de organisatie van de strijd door en met controle van onderuit. Maar ook een antwoord op de kwestie van een anti‐neoliberaal en anti‐besparingsalternatief, in de vorm van een arbeiderspartij en een programma dat de werkende klasse verenigt in haar verzet.

Zonder veralgemeende beweging zal er nog altijd strijd zijn, maar dan eerder per sector. De Witte Woede is daar een voorbeeld van, maar voor de zomer waren er nog andere zoals de cipierstaking. Dat was een historische staking waarin wekenlang actie werd gevoerd, een jarenlang opgestapelde frustratie kwam naar boven. De geest was uit de fles en ondanks verwoede pogingen kregen de vakbondsverantwoordelijken ze er niet terug in de fles. Sector per sector strijden is niet ideaal, er is veralgemeende strijd nodig. Een offensieve strijd in een sector kan echter een goede aanzet tot zo’n algemene beweging zijn.

Acties uitstellen tot na de verkiezingen is een gevaarlijke tactiek. In Groot-Brittannië is dat rampzalig afgelopen: na de eerste succesvolle acties tegen de regering-Cameron werd de hoop gevestigd in nieuwe verkiezingen die een einde zouden maken aan het conservatieve bewind. De afwezigheid van een beweging van de werkenden maakte dat het politiek debat door rechts kon gedomineerd worden. Van Labour moest daar geen antwoord op verwacht worden. Resultaat: Cameron kon zichzelf opvolgen. Het ongenoegen onder de werkende klasse kwam op verwrongen manieren tot uiting, onder meer in het Schotse onafhankelijkheidsreferendum en het Brexit-referendum. Het succes van Corbyn is eveneens een uitdrukking van de zoektocht naar een alternatief. De beste manier om Michel 2 te vermijden, is door met de arbeidersbeweging een einde te maken aan Michel 1.

Het kapitalisme in crisis dwingt de burgerij tot aanvallen op de werkenden en hun gezinnen. Daartegenover is het ter linkerzijde nog zoeken naar coherente antikapitalistische antwoorden. Zowel PVDA als PS beperken zich tot reformistische eisen waarbij nadruk wordt gelegd op wat mogelijk is binnen het kapitalisme. Door het voor te stellen als een kwestie van juiste politieke keuzes, worden de wetten van het kapitalisme in crisis ontkend. Die wetten zijn onverbiddellijk en sluiten reformisme uit, hervormingen vereisen steeds meer een revolutionaire strijd. Directe eisen kunnen een motor voor massastrijd zijn en bieden ruimte voor reformisten. Maar om de werkende klasse voor te bereiden op de confrontatie met de kapitalistische klasse, moeten de beperkingen van het kapitalisme duidelijk gesteld worden. Wij steunen dergelijke directe eisen, maar wijzen er ook steeds op hoe we die kunnen realiseren.

De bedenkingen in de media over het kibbelkabinet en de zwakte van de regering zijn terecht. Wij moeten de vraag stellen: hoe kunnen we deze regering stoppen? Dat vereist een maatschappelijke beweging sterk genoeg om dit land plat te leggen met een algemene stakingsbeweging die het land paralyseert en waarbij de regering, of één van haar partners, geen andere uitweg ziet dan het bijltje erbij neerleggen. Verder een politiek alternatief dat de werkende bevolking kan begeesteren en het type van enthousiasme kan genereren waardoor mensen aansluiten, zich engageren en bereid zijn te vechten. Zo komen de syndicale en politieke strijd niet los van elkaar te staan. Het politieke is syndicaal en het syndicale is politiek.

Print Friendly, PDF & Email