Home / Belgische politiek / Nationaal / Veiligheidsbeleid sinds de aanslagen. Wie zich nu veiliger voelt, maakt zich illusies

Veiligheidsbeleid sinds de aanslagen. Wie zich nu veiliger voelt, maakt zich illusies

Er staat een fout in bovenstaande titel, namelijk het woord “veiligheidsbeleid”. Daarvan is in België immers nauwelijks sprake. Militairen op straat veranderen daar niets aan.

door Anja Deschoemacker

De talloze doden die ieder jaar vallen in het verkeer en het feit dat luchtvervuiling nog meer slachtoffers maakt dan het verkeer, hebben de regering er nog steeds niet toe aangezet om over te schakelen van het subsidiëren van autoverkeer naar een beleid dat openbaar vervoer centraal stelt. Ondanks talloze eerdere incidenten in de Belgische kerncentrales, met als laatste uitschuiver het feit dat hackers blijkbaar gemakkelijk in de computersystemen binnenraken, vindt de regering niet dat er meer nodig is dan een symbolische tik op de vingers van Electrabel.

In feite is al het andere “veiligheidsbeleid” teruggeschroefd ten voordele van dat ene stukje veiligheidsbeleid waarvoor de regering zich op de borst klopt: terrorismebestrijding. En zelfs daar doet ze dat onterecht!

Bart Brinckman, journalist in De Standaard, schreef op 12 november over de “hiaten in de veiligheidscultuur” het volgende: “Ruwweg dichtte de regering die gaten op drie manieren. Er kwam meer geld voor de diverse diensten, wetgevend werk gaf de bestrijding van terrorisme en extremisme meer slagkracht en ten slotte kalmeerden enkele placebomaatregelen de publieke opinie: para’s op straat, metaaldetectoren op festivals, extra controles op de luchthaven.”

De laatst opgesomde maatregelen zijn effectief placebomaatregelen: ze zouden geen van allen de aanslagen in Zaventem en Maalbeek hebben gestopt. Je moet al een blinde optimist zijn om te geloven dat het voorgaande lijstje de reële “hiaten in de veiligheidscultuur” heeft gedicht.

“Meer geld voor de diverse diensten”? Er komen nieuwe aanwervingen bij de politie, dat is beloofd. Maar aan de cipiers zijn jarenlang nieuwe aanwervingen beloofd die er vervolgens niet kwamen. Uiteindelijk moesten ze “op een andere manier leren werken.” De discussie over het uitbesteden van politiewerk aan privé-firma’s is binnen de regering dan ook volop aan de gang. De militairen werden voor hun vele uren overwerk van de laatste maanden beloond met onder meer een verhoging van de pensioenleeftijd, met een massale deelname aan een opgemerkte betoging ten gevolg. Alle openbare diensten, ook diegene die met veiligheid te maken hebben, zijn al dertig jaar systematisch ondergefinancierd en blijven ook vandaag kampen met aanhoudende besparingen. De maatregelen van de regering zijn in het beste geval een druppel op een hete plaat.

“Wetgevend werk” dat meer slagkracht gaf aan “de bestrijding van terrorisme en extremisme”? De veiligheidsdiensten zien een aantal oude beperkingen in hun mogelijkheden opzij gezet, dat is waar. Maar zal dat ook terrorisme en extremisme tegengaan? Veel minder zeker. Bart Brinckman is nog vriendelijk als hij stelt dat de regering ook op preventie – op “buurtwerkers, leerkrachten, ouders, sportcoaches of de arbeidsbemiddelaar” – moet inzetten. In realiteit heeft ze op al die groepen niet alleen niet méér ingezet, ze heeft integendeel bespaard en blijft dat ook doen! Met bovendien een aanhoudende betrokkenheid bij oorlogen zoals die in Syrië blijft de voedingsbodem voor terrorisme en extremisme bestaan.

Op nog een ander vlak heeft de huidige regering – en dan zeker figuren als Jambon en Francken – de veiligheid van ons allen in gevaar gebracht. In plaats van jongeren uit migrantengemeenschappen kansen te bieden in onze samenleving, worden ze meer dan ooit geviseerd en gestigmatiseerd. En ditmaal niet vanuit de “eeuwige oppositiepartij” Vlaams Belang, maar vanuit de regering zelf. Hun antwoord op een reactie op aangevoelde uitsluiting uit de westerse samenleving is enkel… nog meer uitsluiting. Dat noemen ze dweilen met de kraan open.