Home / Edito - Belgische politiek / Waar blijven die acties en dat actieplan?

Waar blijven die acties en dat actieplan?

Foto: PPICS

Foto: PPICS

 

Edito door Geert Cool uit maandblad ‘de Linkse Socialist’

Eind oktober zaten de vakbondsleiders samen om te spreken over een nieuw actieplan. Er was een voorstel om in december regionale stakingen te houden en midden januari een nieuwe nationale algemene staking. Dat voorstel haalde het niet. Nochtans ontbreekt het niet aan ongenoegen en redenen om te protesteren. De rechtse regering stopt niet na de indexsprong, hogere pensioenleeftijd, de eerste aanvallen op de openbare diensten, de hogere taksen, … ‘Werkbaar werk’ werd een synoniem voor flexibel werken tot je erbij neervalt. En de volgende ronde aanvallen op de lonen wordt al voorbereid. Tussendoor wordt het stakingsrecht afgebouwd. Als er hier niet tegen geprotesteerd wordt, wanneer dan wel?

Het potentieel voor acties blijft erg groot. Dat zagen we nog op de nationale vakbondsbetoging van 29 september die eens te meer groter dan verwacht was en dit ondanks het afblazen van de staking van 7 oktober. Ook hierna waren er acties. De militairen betoogden op 15 november met ongeveer 10.000 door Brussel! Een jaar na de aanslagen in Parijs, waarna de Belgische regering de soldaten overal in het land zichtbaar op straat bracht, werden de militairen bedankt voor bewezen diensten: hun pensioenleeftijd gaat de komende jaren van 56 naar 63 jaar. Zijn er buiten de managers eigenlijk nog werkenden die niet aangevallen worden door de rechtse regering?

Het is opmerkelijk dat de soldaten als eersten in actie kwamen na het sluiten van de nieuwe begroting, terwijl ook bijvoorbeeld het rijdend treinpersoneel een verhoging van de pensioenleeftijd te slikken kreeg. Misschien denken de vakbondsleiders dat de agressieve antistakingsretoriek van de gevestigde politici en hun media de publieke opinie bepaalt. Door te wijzen op het algemene ongenoegen onder alle werkenden, kan dit nochtans makkelijk doorprikt worden. Maar dan moet er wel een ernstig actieplan zijn zodat we het publieke debat niet aan rechts overlaten. Misschien denken die vakbondsleiders dat de acties niets uithalen omdat de regering toch niet luistert. Maar wat hadden ze dan gedacht? Dat een Thatcheriaanse regering terug zou keren naar een overlegmodel? De rechtse confrontatiepolitiek beantwoorden met illusies in de mogelijkheid van overleg leidt tot nederlagen. De rechtse regering heeft bloed geroken en wil steeds meer. Enkel hard verzet waarmee we de regering ten val brengen, kan dit stoppen.

De betoging van de zorgsector op 24 november toonde de mogelijkheden voor een tweede adem van het sociaal verzet. De besparingen van bijna 1 miljard euro in de gezondheidszorg en het asociale beleid in het algemeen botsen op wat wel eens een nieuwe Witte Woede kan worden. Als er geen veralgemeende acties tegen de regering komen, zullen acties per sector aan belang winnen. Maar op een bepaald ogenblik moeten die wel samenkomen in algemene strijd gericht op de val van de regering.

Deze regering is helemaal niet zo sterk als ze graag laat uitschijnen. In elke peiling verliest de regering haar meerderheid. De transfer van Kris Peeters naar Antwerpen om daar CD&V te redden en mogelijk ook de rechtse coalitie te redden, bevestigde dit nogmaals. Het vestigde de aandacht op de wel erg slechte resultaten van zowel CD&V als Open Vld in Antwerpen, onderdeel van de internationale tendens van het verdwijnen van het politieke centrum. Peilingen voor de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen geven aan dat De Wever en zijn N-VA hun rechtse meerderheid verliezen. Het model voor de federale en de Vlaamse coalitie dreigt 2018 niet te overleven.

Laat ons niet wachten tot de verkiezingen van 2018 of 2019 in de hoop dat het asociale beleid de rechtse partijen voldoende gediscrediteerd heeft om tot andere meerderheden te komen. Dat is een gevaarlijke redenering die in Groot-Brittannië is uitgetest met de eerste regering van Cameron, maar enkel geleid heeft tot een nieuwe regering-Cameron, ondertussen opgevolgd door Theresa May. Het was tijdens het actieplan van 2014 dat de arbeidersbeweging het meest efficiënt zijn eisenplatform naar voor bracht en het meest woog op het politieke debat. We mogen politiek niet overlaten aan de rechtse politici of de officiële oppositie die evenzeer met handen en voeten aan de neoliberale dogma’s gebonden is. Doorheen onze acties kunnen wij de toon van het politieke debat zetten.

Er is nood aan een breedgedragen en open politiek alternatief ter linkerzijde. Op de sociaaldemocratie kunnen we daarvoor niet rekenen. Zoals Wolfgang Münchau in de Financial Times opmerkte: “Door de besparingen te verdedigen, hebben de centrumlinkse politici zichzelf omgevormd tot reactionairen.” Pogingen van de sociaaldemocratie om van bovenaf een linkser imago aan te nemen, zoals de PS dit doet langs Franstalige kant, zijn vooral op verkiezingen gericht. Het kan de discussie over linkse standpunten opentrekken, maar het biedt geen antwoord op de vraag naar een efficiënt instrument om tot fundamentele verandering te komen. Een kapitalisme in crisis laat zich immers niet temmen – het moet bestreden en vervangen worden door een ander systeem: socialisme.

Op basis van een hernieuwde strijdbeweging tegen de rechtse regering moet de discussie over een eigen politieke vertaling van de arbeidersbeweging gevoerd worden: een politiek instrument dat openstaat voor iedereen die zich verzet tegen de besparingspolitiek van de rechtse regering en wil bouwen aan een alternatief dat vertrekt van de belangen van de meerderheid van de bevolking. Bestaande politieke organisaties, in de eerste plaats de PVDA die in de peilingen zeker in Wallonië en Brussel sterk scoort, maar ook andere organisaties zoals LSP en activisten uit de arbeidersbeweging zoals de duizenden delegees kunnen daar een rol in spelen. LSP zal blijven constructieve voorstellen in deze richting doen en bouwt ondertussen de eigen krachten op als beste garantie om deze voorstellen ook effectief te realiseren.