Foto vanop Wikipedia

Foto vanop Wikipedia

De staat schat dat ex-Optima topman Jeroen Piqueur op vijf jaar 22 miljoen euro aan inkomsten niet aangaf en zo 3 à 4 miljoen euro belastingen ontweek. Groot is de verrassing niet, over de hele carrière van Piqueur hangt een aura van fraude en schimmige zakenpraktijken. Toch kon hij jarenlang rekenen op uitstekende relaties met talloze Gentse politici.

Artikel door Jeroen (Gent) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Het vuur van na de onthullingen over privévluchten en rijkelijke etentjes op een boot in Cannes, toen fel verklaard werd dat alles tot op de bodem zou worden uitgespit, lijkt gedoofd. Een onderzoekscommissie op provinciaal niveau was volgens meerderheidspartijen Open VLD, SP.a en CD&V niet nodig. De federale commissie zal zich beperken tot de werking van de financiële toezichthouders en de Bijzondere Belastingsinspectie (BBI). Dat laat enkel de Gentse Optima-commissie over.

De eerste zittingen daarvan legden weinig nieuws bloot. Burgemeester Daniel Termont (SP.a) hield het er bij dat hij ‘onvoorzichtig’ geweest was in zijn contacten met de Optima-kliek. Over een factuur voor 28.000 euro voor “doorfacturatie kosten” kon hij niet meer kwijt dan “het is wat het is.” Geert Versnick (Open VLD), die jaren in de raad van bestuur van Optima zat, liet zich ontvallen: “Elke ochtend kijk ik met een gerust hart in de spiegel.” Luc Van den Bossche, ex-CEO van Optima en voorzitter van de vastgoedpoot van Optima, had gewoon geen zin en noteerde dat hij niet verplicht is om te komen. De commissie zit er schouderophalend naar te luisteren. Maar hoe kan het ook anders? Teveel vragen stellen zou immers vlug ook de eigen betrokkenheid kunnen bloot leggen. Piqueur zelf gaf meteen al een schot voor de boeg door te verklaren dat hij ook met Bart De Wever ontmoetingen had en “van hem een cadeau kreeg.”

De Wever legt de vinger op de wonde wanneer hij antwoordt: “Ik bezoek regelmatig bedrijven en ontmoet tal van ondernemers.” In Gent en elders zet het establishment zwaar in op stadsvernieuwing en prestigeprojecten. Die moeten immers toeristen en hogere inkomens aantrekken naar de steden, die er onderling met elkaar voor in concurrentie gaan. De besparingspolitiek en hun neoliberale logica zorgen er dan weer voor dat ze geen keuze hebben buiten met de privé in bed te kruipen om dit te financieren. Ethische codes en regels op zich zijn zeker niet slecht, maar fundamenteel moet de private winstlogica uit stadsontwikkeling als we volgende Optima’s willen vermijden.