Home / Belgische politiek / Nationaal / ‘Investeringspact’ om besparingen en gebrek aan investeringen te verdoezelen

‘Investeringspact’ om besparingen en gebrek aan investeringen te verdoezelen

De afgelopen jaren kelderden de middelen voor publieke investeringen. Niet verwonderlijk dat onze tunnels, wegen, musea, ... er zo slecht aan toe zijn!

De afgelopen jaren kelderden de middelen voor publieke investeringen. Niet verwonderlijk dat onze tunnels, wegen, musea, … er zo slecht aan toe zijn! Grafiek van Le Soir.

Na de “jobs, jobs, jobs” van vorig jaar komt Charles Michel met het idee van een “nationaal pact voor strategische investeringen” waarbij tussen 2017 en 2030 enkele miljarden zouden vrijgemaakt worden. Zonder nadere verduidelijking werd vaag gesuggereerd dat dit de vorm van publiek-private samenwerking zou aannemen.

Artikel door Ben (Charleroi) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Laten we niet naïef zijn: gezien de vele ‘rekenfouten’ van deze regering en het beleid van grootse aankondigingen, kan de wil en de capaciteit tot investeringen in vraag gesteld worden. Zonder breuk met de neoliberale begrotingslogica is het onmogelijk om het gebrek aan publieke investeringen te stoppen. Herinner je je ook de tax shift waarmee de regering wat het met de ene hand gaf, met de andere drie keer terugnam?

De regering overspoelde ons met een besparingstsunami. Om het gat in de begroting van dit jaar te vullen en de geplande begrotingskoers voor 2017 aan te houden, moet nogmaals 2,4 miljard euro gevonden worden. Er wordt nu al gezegd dat er in 2018 nog eens 5 miljard moet gevonden worden.  Dit komt onder meer omdat de tax shift onvoldoende gefinancierd werd. Dat zal er niet op verbeteren nu de regering de vennootschapsbelasting wil wijzigen om het algemene tarief te verlagen tot 24% volgens het voorstel van de werkgeversfederatie VBO of 20% in het voorstel van minister van Financiën Van Overtveldt. Dit zou ongeveer 7,3 miljard euro kosten.

De miljarden voor publieke investeringen zullen mogelijk dus niet eens opwegen tegen de besparingen van de komende jaren. Bovendien blijven we met enkele miljarden nog ver van wat in de jaren 1970 aan investeringen werd besteed. Om te komen tot een gelijkaardig niveau als toen, ongeveer 4,5% van het Bruto Binnenlands Product, is er een jaarlijkse investering van 15 tot 20 miljard euro vereist. Sinds de jaren 1980 zijn de investeringen in infrastructuur teruggevallen op ongeveer 2% van het BBP. Enkel en alleen om de chronische onderinvesteringen van de afgelopen 25 jaar te compenseren, zou er een massalere investering nodig zijn.

Dat er nood is aan investeringen is duidelijk. De problemen met tunnels, wegen, kanalen, spoorinfrastructuur, … tonen dit voldoende aan. Tegelijk wordt al lang gewacht op de investeringen in mobiliteit zoals het Brusselse voorstadsnet of de Antwerpse ring. In het Franstalig onderwijs zullen er naar schatting 20.000 plaatsen te weinig zijn tegen 2022. In Brussel hebben veel scholen al hun speelplaats opgeofferd aan nieuwe containerklassen. Dan zijn er nog de tekorten inzake publieke huisvesting, kinderopvang, wijkcentra, het enorme gebrek aan middelen voor gezondheidszorg, de tekorten voor overheidsdiensten zoals justitie, financiën, …

Er is dus meer dan ooit nood aan een investeringsplan. Om de investeringen te richten op de vele behoeften van de gemeenschap, moeten we ingaan tegen de neoliberale logica en het kapitalisme. Enkel massastrijd kan echte publieke investeringen afdwingen.