Foto: Collectif Krasnyi / Karim Brikci

Foto: Collectif Krasnyi / Karim Brikci

Jordy (19 jaar) kwam van ontbering om. Hij zat moederziel alleen in een tentje op het domein van de Blaarmeersen in Gent. Een gebroken leven in instellingen werd gevolgd door een pijnlijk einde. De graad van beschaving kan afgemeten worden aan het lot van wie moeite heeft om mee te kunnen. We vroegen een reactie aan een jongere die ook op straat gestaan heeft. Daarnaast laten we ook een iemand aan het woord die werkt met jongeren die emotionele en gedragsproblemen hebben.

 

“De situatie van Jordy is geen individuele kwestie”

“Mijn naam is Kanzy en ben lid van de Actief Linkse Studenten. Ik ben zelf destijds op straat gezet en aan mijn lot overgelaten door het comité van bijzondere jeugdzorg. Hierdoor was ik op minderjarige leeftijd dakloos. Gelukkig had ik een spaarboekje en kon ik de waarborg voor een appartementje betalen. Pas erna was er recht op OCMW-steun.

“Het besparingsbeleid treft me enorm hard. Mijn elektriciteitsfactuur bedraagt 125 euro per maand. Mensen met elektrische verwarming betalen extra veel door de turteltaks die werd ingevoerd in december 2015. Zelfstandig wonen is haast onbetaalbaar geworden.

“De situatie van Jordy is geen individuele kwestie. Het is een politiek, economisch en maatschappelijk probleem. Als zwak begaafde jongeren zomaar op straat gegooid worden en opeens volledig zelfstandig moeten zien te overleven, dan is het normaal dat het kan mislopen.

“Het is niet de schuld van de sociaal werkers uit die instellingen maar de schuld van een sociale afbraakpolitiek. In plaats van in betaalbare en sociale woningen te investeren, gaan onze belastingen naar oorlog en terreur. Niet enkel met gevechtsvliegtuigen wordt er oorlog gevoerd, er heerst ook een economische oorlog tegen de allerzwaksten in onze samenleving. Hoeveel doden moeten er nog vallen?

“Ziekte, werkloosheid en armoede worden steeds meer voorgesteld als een keuze. In zo’n systeem raken de meest hulpbehoevenden geïsoleerd. Jongeren als Jordy worden zodanig gemarginaliseerd door de gehele structuur dat ze hun vertrouwen in de hulpverlening verliezen.

“Vereenzaming en isolatie is een gevolg van de verdeel-en-heerspolitiek van bovenaf. Media en politiek maken altijd een onderscheid tussen werkenden en uitkeringstrekkers, arbeiders en studenten, gelovigen en niet-gelovigen, lokale bevolking en vluchtelingen. We moeten ons daar diep voor schamen. Niet tegenover onszelf, maar voor het feit dat we niet genoeg ingaan tegen dit beleid.

“We hebben nood aan een economische herverdeling zodat er voldoende sociale woningen onder democratische controle zijn. Openbare diensten zoals NMBS, onderwijs, sociale agentschappen, gespecialiseerde hulpverlening, daklozencentra , … moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Op 29 september betoog ik zeker mee tegen het bijzonder destructieve besparings- en afbraakbeleid van de N-VA en de rechtse regering.”

Kanzy, jongere uit Gent

 

“Meer middelen nodig voor betere hulpverlening”

“De dood van Jordy veroorzaakte grote opschudding. Het regende  opinies. Maar vooral werd gezocht naar de schuldige. Jordy zelf? De hulpverleners die hem begeleidden? De overheid?

“Voor bij deze vraag stil te staan, dient er nog een algemeen punt gemaakt te worden. Er zijn steeds meer tekorten in de samenleving. Er is geen geld genoeg voor onderwijs, om de noodcentrales te bemannen, voor (sociale) woningen, …  Blijkbaar is er ook geen geld genoeg om iedereen die hulp nodig heeft deze te bieden.

“Hoe komt het dat Jordy van honger stierf? Dat hij in een tentje sliep? De maatschappij, en dus de overheid, draagt een verantwoordelijkheid om basale noden zoals voedsel en onderdak te vervullen. Voor sociale noden is er amper geld, voor grote bedrijven is er altijd geld.

“Het klopt dat meerderjarige jongeren vaak geen hulpverlening meer willen. Moeten we ze verplichten door bijvoorbeeld jeugdrechtbankmaatregelen te verlengen? Dit komt niet tegemoet aan hun noden aangezien veel van die jongeren hulpverleningsmoe zijn. Deze jongeren hebben vaak nabijheid en zorg nodig, maar ze verdragen niet dat er dicht op hun vel gezeten wordt.  De vraag die gesteld moet worden is: moet de hulpverlening zich niet aanpassen aan de behoeftes van deze jongeren?

“Vandaag is er geen sprake van een overgang  tussen jeugdhulpverlening en volwassen hulpverlening. Er wordt wel over nagedacht, maar concreet is het nog niet. Er is een andere soort hulpverlening nodig voor deze jongeren. Veel toegankelijker en laagdrempeliger. Hulpverlening moet beschikbaar blijven zonder veel verwachtingen, ze moet naar de jongeren toegaan en niet andersom. Waarom niet af en toe iets gaan drinken om te laten weten dat de jongeren niet alleen staan? Waarom geen plaats creëren waar ze dag en nacht kunnen langskomen? Waarom niet meer appartementen voorzien waar ze individueel kunnen leven aan een betaalbare huur en waar de begeleiding langsgaat? Dit bestaat al, maar het aanbod is onvoldoende.

“Het is duidelijk dat er massaal veel middelen nodig zijn om dit te realiseren. Met de vinger wijzen naar de hulpverlening is onterecht. Die probeert te roeien met de weinige riemen die er zijn. Er zijn meer middelen nodig, anders blijft elk voorstel beperkt tot meer flexibiliteit voor de hulpverleners. Hulpverleners die opkomen voor een betere hulpverlening worden soms een schuld- en schaamtegevoel aangepraat. Dat is onterecht. We moeten opkomen voor een betere hulpverlening voor iedereen. Een betere hulp voor wie het nodig heeft, maar ook de arbeids- en loonvoorwaarden om dit te realiseren.”

Stefanie, werkzaam in een voorziening voor jongeren met gedrags – en emotionele problemen