mathiasNaar aanleiding van de start van het nieuwe schooljaar moest de Vlaamse minister van onderwijs, Hilde Crevits, antwoorden op drie vragen van leerkrachten uit het KA Etterbeek. Naast de auteur van dit artikel kwamen er ook twee collega’s aan bod die hun ongerustheid uitten over de impact van het besparingsbeleid op ons onderwijs. Ondanks de eenvoudige vragen slaagde de minister er niet in om, zoals leerkrachten dat van hun leerlingen eisen, duidelijk en bondig te antwoorden. We verbeteren haar antwoorden daarom ‘klassikaal’. We doen dit vanuit het standpunt van de werkende “klasse”: de leerkrachten, de leerlingen en hun ouders.

Artikel door Mathias, leerkracht van het KA Etterbeek, uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Job aantrekkelijk houden door extra investeringen

Gegeven de recente verhoging van de pensioenleeftijd en de aanvallen op het ambtenarenpensioen luidde de eerste vraag hoe men de job als leerkracht aantrekkelijk wil houden. Vooral oudere personeelsleden zien aandachtig hoe jaar na jaar de pensioenleeftijd opgetrokken wordt terwijl het pensioenbedrag daalt.

crevitsCrevits antwoordde hierop door te stellen dat 95% van de leerkrachten graag les geeft. Typisch voor leerlingen die half werk leveren, is dat ze maar een deel van de leerstof onthouden. Crevits verdoezelt zo de resultaten van een recent onderzoek waaruit inderdaad bleek dat 90% van de leerkrachten graag lesgeeft. Uit onderzoek blijkt echter ook dat 70% van het personeel uit het secundair onderwijs hun job als héél zwaar beschouwt. 1 op 3 voelt zich daarbij geregeld mentaal uitgeput, de helft voelt zich op het einde van een werkdag “leeg”. Vooral extra administratieve taken worden als overbelastend beschouwd. Een gemiddelde leerkracht presteert volgens dit onderzoek 47 à 48 uur per week, dit is 4 à 5% meer dan 10 jaar geleden. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat meer dan 25% van de jonge leerkrachten het na drie jaar voor bekeken houdt.

Het lijkt een raadsel hoe Crevits een dergelijke opdracht zou kunnen reduceren naar een schoolopdracht van 38 uur binnen een nieuw loopbaanpact, waarbij niet alleen de uren voor de klas worden meegeteld. Krijgen we een scenario zoals bij de post? Waarbij werknemers worden verwacht binnen een voorgesteld aantal uren hun job ultraproductief uit te voeren en de overuren dan hun eigen schuld zijn en bijgevolg niet uitbetaald worden? Crevits wil ook inzetten op hippe didactische projecten zoals het coachen van nieuwe leerkrachten en “co-teaching”. Indien dit niet gepaard gaat met extra aanwervingen en middelen zal ook dit opnieuw de werkdruk verhogen.

Een correct antwoord had opgeroepen tot extra investeringen in personeel om de administratieve last te verlichten, klassen te verkleinen, leerlingen te begeleiden, … en om tegemoet te komen aan aan de verzuchtingen van het onderwijzend personeel. Tevens zou de verhoging van de pensioenleeftijd teruggedraaid moeten worden zodat oudere leerkrachten kunnen genieten van een welverdiend pensioen en jonge leerkrachten zicht hebben op een vaste job in plaats van onophoudend tijdelijke opdrachten.

Minister verdraait cijfers en feiten

Ook op de tweede vraag, waarom er geen einde komt aan de besparingen, antwoordde de minister door cijfers en feiten te verdraaien. Verderbouwend op de vorige vraag vroeg een collega om de besparingen op onderwijs nu eindelijk te stoppen en te investeren in jongeren en daarmee de toekomst. Crevits blijkt een blackout te hebben in de VRT-studio want ze vergeet dat zowel in 2015 als 2016 de werkingsmiddelen in het basisonderwijs verminderden met 2,3% en in het secundair onderwijs met 4,5%. Ook de enkele tientallen miljoenen voor extra scholenbouw zijn helemaal niet voldoende om de financieringsachterstand van 5 miljard euro goed te maken. De helft van de schoolgebouwen zijn vandaag meer dan 50 jaar oud.

Voor de laatste vraag bleek Crevits ook al vergeten te zijn dat ze 2 jaar terug nog 10% bespaarde op de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB). Om de takenlast bij leerkrachten en de toenemende sociale problemen bij jongeren op te lossen, zou de leerkracht de leerlingen naar andere plaatsen moeten kunnen doorverwijzen. Jammer dat deze regering niet meer ambitie heeft om de meer dan 170.000 kinderen uit de kansarmoede te helpen of begeleiding te voorzien voor de 50.000 leerlingen die thuis geen plaats hebben om huiswerk te maken. Cijfers van de OESO bevestigen telkens weer dat ons onderwijssysteem de kloof tussen arm en rijk sterker dan in de buurlanden doet toenemen. Een kind uit een arm gezin zal dus een nog grotere achterstand oplopen tijdens zijn schoolcarrière in plaats van instrumenten in handen te krijgen om een echte toekomst uit te bouwen.

Het onvermogen van het ministerie van onderwijs om tegemoet te komen aan de verzuchtingen van leraren, leerlingen en hun ouders leidt tot groeiende frustraties bij een aanzienlijk deel van het personeel. Zij zullen ongetwijfeld talrijk aanwezig zijn op de actiedagen aan het begin van dit nieuwe schooljaar om vanop straat echte antwoorden te formuleren op de tekorten in het onderwijs. Antwoorden die in het onderwijs enkel maar zullen slagen indien middelen voor de volledige sector drastisch toenemen. 7% van het BBP voor onderwijs, zoals dat enkele decennia terug nog het geval was, zou een goede start zijn.