Home / Op de werkvloer / Sociale verkiezingen 2008 / “De werknemers weten dat het verzet tegen de minister en de werkgever uitgaat van het ABVV”

“De werknemers weten dat het verzet tegen de minister en de werkgever uitgaat van het ABVV”

Sociale verkiezingen. Interview met Jo Coulier, ABVV-VUB

Jo Coulier is hoofddelegee voor het ABVV aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). We zochten hem op in het vakbondslokaal, actielokaal benadrukt hijzelf, naar aanleiding van de sociale verkiezingen, die aan de VUB plaats vinden op 13, 14 en 15 mei. ABVV-VUB haalde de vorige keer 65% van de stemmen. De afgelopen jaren nam de delegatie het voortouw in het verzet tegen de hervormingsplannen van minister Vandenbroucke.

Eric Byl

Vorige keer behaalde het ABVV 65%, verwachten jullie dat resultaat te kunnen herhalen?

Jo: “Als de werknemers de werking van de voorbije jaren evalueren, kan ik me moeilijk inbeelden dat ze niet voor het ABVV (ACOD) stemmen. Het ACV komt hier niet op. Het ACLVB (VSOA) moet het uitsluitend hebben van traditionele liberale of sociaal-democratische vrijzinnigen. Bij de nieuwe werknemers, die niet meer op die basis zijn aangeworven, is geweten dat het verzet tegen de minister van onderwijs en tegen de lokale werkgever uitgaat van het ABVV. We verspreiden een regelmatige nieuwsbrief met onze standpunten, onze strijdpunten en verwezenlijkingen. We hebben een militantenkern onder alle personeelscategorieën en in alle instellingen. Die communiceren met hun collega’s. Maar we kennen ook een vrij groot personeelsverloop. Elk jaar verdwijnen 200 werknemers en komen er ongeveer evenveel bij. Bij iedere sociale verkiezing mag je dus rekenen dat 25% van de kiezers nieuw zijn. Dat komt omdat er heel wat tijdelijke contracten zijn, vooral bij het academisch personeel.”

Hoe komen jullie met zo’n gevarieerde militantenkern tot een eengemaakt programma?

Jo: “Aan de VUB hebben we een unieke situatie. In de militantenkern zitten onderzoekers, proffen, administratief en technisch personeel, mensen die 1000 euro per maand verdienen en anderen die maandelijks 4000 tot 5000 euro meenemen. Dat is een grote variatie. Om dat bijeen te houden heb je een heel democratische werking nodig, moet je grondig de tijd nemen om alles uit te discussiëren, om mensen in te lichten en te vormen. Om te oordelen moet je immers de gevolgen van je beslissingen kunnen inschatten. Onze vorming is niet louter technisch, maar ook ideologisch en politiek. Daardoor beschikt het ABVV over mensen die in staat zijn te discussiëren met hun collega’s.

“Inzake politieke overtuiging is de militantenkern zeer divers, met leden en sympathisanten van SP-a, LSP en Groen! en politiek onafhankelijken. Maar naar de directie stelt dat geen probleem. De beweging tegen het plan Vandenbroucke werd net zo goed gedragen door de delegees die lid zijn van SP-a als door de andere, op geen enkel moment rees twijfel.”

Hoe verloopt de samenwerking met het ACLVB?

Jo: “Ze worden door de directie misbruikt om akoorden tegen de zin van het ABVV in door te drukken. Dat zegt wat over democratie. Ze halen nog niet de helft van onze stemmen, maar via hen kan de directie CAO’s opleggen aan al het personeel. Als er echter werknemers georganiseerd bij het ACLVB door de directie geviseerd worden, dan verdedigen we die. Ik ben al meermaals als raadsman voor ACLVB-leden opgetreden in beroepscommissies.”

Wat zijn jullie thema’s bij de sociale verkiezingen?

Jo: “Wij waren in het geheel niet gelukkig met de CAO die het ACOD getekend heeft in 2006 voor een looptijd van 4 jaar. Daarin is een loonsverhoging van slechts 1% voorzien voor administratief en technisch personeel. Voor het academisch personeel, toch tweederde van alle personeel, is zelfs niets voorzien boven de index! Door het gepruts aan de indexkoppeling komt dat overeen met een reëel loonverlies, dat slechts gedeeltelijk gecompenseerd wordt door de baremieke verhogingen. ACOD regio Brussel had de nationale CAO met 87% verworpen.

“Wij willen 5% loonopslag nu of minstens 100 euro forfaitair. We willen dat iets gedaan wordt aan de werkdruk die door besparingen op personeel soms onhoudbaar geworden is. We eisen de uitbreiding van het extra-legaal pensioen naar iedereen, nu is 50% van alle personeelsleden daarvan uitgesloten, vooral diegenen die werken in wetenschappelijk onderzoek. Tenslotte hebben we nog een reeks eisen voor doelgroepen zoals de gelijkschakeling en verbetering van het statuut van bursalen, een eerlijker promotiebeleid…”

Problemen gehad met het vinden van kandidaten?

Jo: “Bij de kaderleden en de bedienden hebben we moeten selecteren. Bij de jonge werknemers ligt het bij ons wat moeilijker. Veel jongeren zijn moeilijk te overtuigen omdat ze als assistent of onderzoeker slechts een tijdelijk contract hebben. We blijven echter campagnes voeren naar jongeren.”

De VUB is bijna een gemeenschap, als je voor het personel iets wil afdwingen heb je best de steun van de studenten en omgekeerd.

Jo: “Toen ik nog student was, was links meer manifest aanwezig. Dat wil niet zeggen dat de studenten nu naar rechts zijn opgeschoven. Jaarlijks is er een enquête bij de eerstejaars die sociologie krijgen. Dat gaat over zo’n 1000 studenten, tweederde van alle eerstejaars. SPa, Groen en radicaal links halen elk jaar 55 tot 60%. Het Vlaams Belang slechts 10%. Maar opvallend is dat rechtse studenten zich openlijker en agressiever manifesteren dan 20 jaar geleden en heel dikwijls zeer anti-vakbond zijn. In de participatieorganen maken zij de dienst uit. Er komen vanuit die hoek regelmatig aanvallen op het personeel.

“In 2006 zaten we in een unieke situatie. Toen was een lid van Actief Linkse Studenten verkozen in de studentenraad, die ook nog voorgezeten werd door een gemotiveerde student die echt de belangen van de studenten voor ogen had. Met die 2 hebben we kunnen samenwerken in de campagne tegen het plan VdB. Allebei hebben ze 3 maand lang onze militantenkern bijgewoond. Resultaat: de meerderheid van de studentenvertegenwoordigers sprak zich uit tegen het plan VdB. Nu voeren we samen met de ABVV-jongeren van Brussel campagne onder de studenten over het nut van een vakbond. Veel studenten komen immers uit beter begoede milieu’s waar vakbonden onbekend of soms niet echt gewenst zijn, dat vergt een extra inspanning.”

Leave a Reply