Irak op een keerpunt

DE LAATSTE gevechten en gijzelnemingen van buitenlanders in Irak betekenen een keerpunt in de strijd tegen de bezetting. Er was al langer gewapend verzet tegen de troepen van de VS in de zogenaamde ”soennitische driehoek”, tussen de steden Tikrit, Fallujah en Bagdad. De aanvallen van de VS op de militie van de radicale, sjiietische leider Muqtada al-Sadr openden echter een tweede front. De VS en haar bondgenoten moeten het nu niet alleen opnemen tegen soennieten in het noorden van Irak, maar ook tegen sjiieten in het zuiden.

Dit beeld ging de wereld rond. Hiermee werd door fotograaf Tami Silicio het verbod doorbroken om body-bags van gesneuvelde Amerikanen te tonen.

Karel Mortier

De sjiieten werden door Saddam wreed onderdrukt. De bezettingstroepen gingen er vanuit dat ze van hen geen last zouden ondervinden. Nu dat wel het geval is, doemt voor de VS het spook op van een ééngemaakte strijd tussen soennieten en sjiieten tegen de bezetting. De regering-Bush doet haar best om de problemen in Irak te minimaliseren: ze weigert in te gaan op vergelijkingen die gemaakt worden met Vietnam.

Het totale dodental in Irak staat nu op 700. In de eerste 6 jaar van de oorlog in Vietnam verloren de VS 500 soldaten. Tijdens de eerste weken van april werden er meer Amerikaanse soldaten gedood dan in de periode voor de val van Saddam vorig jaar. President Bush verklaarde op 2 maart 2003, vanop het vliegdekschip US Abraham Lincoln, nog plechtig dat "de grote gevechtsoperaties in Irak afgelopen zijn." Op dit ogenblik zijn er 135.000 Amerikaanse soldaten in Irak. Experts schatten echter dat er 225.000 Amerikaanse soldaten nodig zijn om Irak effectief te kunnen bezetten. De VS hebben die echter niet en op dit ogenblik zijn er geen andere landen bereid om extra troepen te leveren, integendeel.

De aanvallen op coalitietroepen zijn volgens Bush en Blair het werk van een kleine groep fanatici, extremisten en terroristen, terwijl de grote meerderheid van de Iraakse bevolking vrede wil. De harde aanpak van de ”extremisten” heeft de positie van al-Sadr echter versterkt. Het heeft de Iraakse bevolking dichter bij elkaar gebracht. Het nieuwe leger dat na de val van Saddam werd opgericht door de Amerikanen weigert te vechten tegen Irakezen. Leden van de overgangsregering dreigen met opstappen, uit protest tegen de acties van het Amerikaanse leger in Fallujah, waar honderden burgers omkwamen.

In de VS groeit ondertussen het ongenoegen over het beleid van Bush, nu steeds duidelijker wordt dat hij heeft gelogen over de motieven om Irak aan te vallen. Iedere dag landen er in de VS vliegtuigen met de kisten van gesneuvelde Amerikaanse soldaten. Ondertussen zit de president op zijn ranch in Texas.

Het wordt ook steeds onduidelijker hoe de VS de groeiende problemen in Irak zullen oplossen. De VS willen ondanks het toenemende geweld dat de machtsoverdracht op 30 juni gewoon doorgaat. De VN zou van Bush opnieuw een grotere rol mogen spelen in Irak. Het is echter duidelijk dat de VN door de meerderheid van de Iraakse bevolking wordt gezien als een instrument van het VS-imperialisme. In de jaren ’90 kwamen meer dan een miljoen Irakezen om door sancties die door de VN waren opgelegd. De aanslag op het hoofdkwartier van de VN in Irak is daarvan een teken.

Er zijn veel mensen die vrezen dat een terugtrekking van de coalitietroepen zal leiden tot nog grotere chaos en zelfs een burgeroorlog in Irak. Mensen als Blair spelen in op die vrees om de bezetting te rechtvaardigen. Op kapitalistische basis is het gevaar van het uiteenvallen van Irak inderdaad aanwezig. Als de gemeenschappelijke vijand van de soennieten en sjiieten verdwijnt, kunnen de etnische conflicten weer toenemen. Alleen een socialistische oplossing gebaseerd op de gemeenschappelijke belangen van de Iraakse arbeiders, boeren, armen,… kan de problemen op lange termijn oplossen.

Delen: Printen: