Stem voor een democratisch en strijdbaar syndicalisme!

Sociale verkiezingen

IN MEI vinden in de bedrijven van de privé-sector sociale verkiezingen plaats voor de Ondernemingsraden en Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk. Dit is een belangrijke gebeurtenis, aangezien honderdduizenden werknemers dan verkiezen wie hen de komende 4 jaar gaat vertegenwoordigen. Een bedrijf moet minstens 100 werknemers tellen vooraleer een Ondernemingsraad kan verkozen worden en minstens 50 voor een Comité voor Preventie en Bescherming. Er zullen geen verkiezingen plaatsvinden bij de openbare diensten (uitgezonderd in de MIVB), noch in kleine en middelgrote ondernemingen van de privé. Dit laat ons alvast toe om de beperkingen van de “democratische” visie van de patroons vast te stellen: de sociale verkiezingen zijn slechts verplicht gemaakt daar waar de vakbonden een belangrijke krachtsverhouding vertegenwoordigen.

Guy Van Sinoy

Wat is belangrijk bij de sociale verkiezingen?

De vakbonden in België evolueren binnen een dubbelzinnig, institutioneel kader. Langs de ene kant hebben we een vakbeweging die sterk is in aantal en in staat om door een algemene staking het land lam te leggen. Tegelijkertijd wordt de sociale onvrede gekanaliseerd door een ervaren vakbondsbureaucratie.

Er is ook een wettelijk kader waarbinnen de vakbonden geïntegreerd zijn: de Ondernemingsraad, het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk en de Nationale Arbeidsraad zijn officiële “overlegorganen”, met andere woorden: klassecollaboratie en integratie van de vakbonden in de burgerlijke staat.

Maar in de ogen van honderdduizenden werknemers worden de Ondernemingsraad en het Comité voor Preventie en Bescherming, naast de syndicale delegatie, gezien als organen die eisen afdwingen. Het vakbondsstatuut binnen deze organen maakt het bovendien mogelijk dat militanten beter het sociaal verzet van de arbeiders organiseren (informeren van de werknemers, verspreiding van affiches en pamfletten, etc.). Het is van groot belang dat de delegees de beschikbare faciliteiten in deze organen gebruiken om de strijdbaarheid van de arbeiders te ontwikkelen.

ABVV of ACV?

Sinds haar oprichting in 1945 is het ABVV officieel onafhankelijk van politieke partijen. Maar iedereen weet dat het syndicale apparaat onder de stricte bureacratische controle staat van PS en SP.a. En het is niet de kandidatuur van De Vits op de SP.a-lijst voor de Europese verkiezingen die dat ongedaan maakt.

Het ACV, van zijn kant, was op het ogenblik van haar oprichting officieel een “antisocialistische” vakbond. Vandaag vinden we op de werkvloer echter een groot aantal strijdbare militanten en delegees bij beide vakbonden… en ook heel wat kandidaten die enkel op de lijsten staan om “beschermd” te blijven.

LSP weigert de arbeidersklasse te verdelen. Ze weigert voorkeur te geven aan één vakbond boven de andere, wat zou neerkomen op het goedkeuren van de bureaucratische maneuvers van dat vakbondsapparaat. LSP roept op om te stemmen op strijdbare delegees (ABVV of ACV) die syndicale democratie in de praktijk brengen: delegees die hun werkmakkers informeren en mobiliseren en die bekwaam zijn om zich in te spannen voor de opbouw van een strijdbaar, gemeenschappelijk vakbondsfront.

De komende dagen publiceren we ook een aantal interviews met kandidaten bij de komende sociale verkiezingen

Delen: Printen: