Home / Belgische politiek / Partijen / De adviezen van la gauche caviar

De adviezen van la gauche caviar

De analyse die de heer Desmet dinsdag maakte van het rapport-Janssens, over de SP.a-verkiezingsuitslag, is eigenlijk dezelfde als die hij maakte na de eerste Zwarte Zondag. De mensen hebben het te goed volgens de hoofdredacteur van De Morgen, en daarom stemmen ze niet meer op de SP.a.

Door Karel Mortier. Artikel overgenomen vanop links-socialisme.blogspot.com

De “culture of contentment” wordt weliswaar niet van stal gehaald, maar daar komt het wel op neer. We hebben het allemaal te goed, dus waarom zouden we op een partij stemmen die alleen maar opkomt voor de sociaal zwakkeren en randfiguren in de maatschappij?

Het probleem is dan ook niet dat de SP.a niet links genoeg is. De partij, zo gaat het verhaal, heeft zich onvoldoende aangepast aan de toename van de maatschappelijke welvaart en het ontstaan van nieuwe middengroepen in de samenleving.

De SP.a was en is de partij van het “miserabilisme”. Daarmee haal je geen stemmen in het “welvarende Vlaanderen” anno 2007. De SP.a moet dus niet alleen inhoudelijk breken met het “oubollige” socialisme, maar ook met het verleden en de tradities van de arbeidersbeweging – als ze die nieuwe kiezers uit de middengroepen wil aantrekken en behouden.

Aanvallen op levensstandaard

Desmet vergeet uiteraard dat een niet onaanzienlijk deel van de bevolking in veel mindere mate heeft kunnen profiteren van de “toename van de welvaart”. Die was hoofdzakelijk voor een kleine elite weggelegd. Velen zijn er op achteruitgegaan, met name gepensioneerden en mensen die leven van een uitkering.

Voor werkenden kent het proberen behouden van die welvaart – ondanks een enorme achteruitgang van de koopkracht van de lonen, onder meer door de gestegen kost van het wonen – een zware prijs. Het neoliberalisme leverde ons een enorme toename van de werkdruk en stress op, in combinatie met groeiende onzekerheid en een gebrek aan toekomstperspectieven.

Welvaart is vandaag ook verre van een verworven recht. Wat is de discussie over de vergrijzing en de communautaire discussie anders dan een poging tot aanval op de welvaart van de werkende bevolking? De toekomstperspectieven worden constant bedreigd door toenemende concurrentie van lageloonlanden en multinationals, die steeds meer druk zetten op de lonen en arbeidsvoorwaarden van hun personeel.

Het beeld dat Yves Desmet heeft van de middengroepen in Vlaanderen is wellicht dat van tweeverdieners met een vaste baan, die een fermette hebben buiten de stad en jaarlijks op vakantie trekken naar Turkije. Maar aan dat beeld voldoen steeds minder huishoudens. Het aantal éénoudergezinnen neemt nog steeds toe, en een deftige fermette wordt vandaag voor zeer veel mensen quasi onbetaalbaar.

Eigenlijk komt Desmet een kleine 40-tal jaar te laat met zijn analyse. De belangrijkste toename van de welvaart vond niet plaats de laatste decennia, maar in de naoorlogse periode. Toen stegen de lonen en de welvaart van de bevolking spectaculair, onder meer door de sterke positie van de arbeidersbeweging op dat moment.

In een periode waarin de welvaart toenam, de sociale zekerheid werd uitgebouwd en de democratisering van het onderwijs werd ingezet kon de SP haar positie behouden. Vandaag neemt voor een groot deel van de bevolking de welvaart enkel toe als men dieper in het rood gaat, vaste banen behoren quasi tot het verleden en de droom van een fermette met pony zal voor de meesten altijd een droom blijven.

In de jaren ‘50 en ‘60 was het idee dat de nieuwe generatie het slechter zou kunnen hebben dan de vorige gewoon science fiction. Vandaag is dit voor zeer veel jongeren bittere realiteit. De democratisering van het onderwijs is gestopt, de toename van het percentage huishoudens met een eigen woning is quasi gestopt. Het idee dat armoede in Vlaanderen, of België, snel tot het verleden zal behoren, is al lang opgegeven. Kansen genoeg dus voor een zogenaamd “miserabilistische” partij, zou je denken.

Het idee dat de klassieke achterban van de socialisten zou verkleind zijn, is niet correct. Het aandeel van de loontrekkenden in de samenleving is nog nooit zo groot geweest. De kloof tussen de christelijke arbeidersbeweging en een socialistische partij is vandaag wellicht veel kleiner. De meeste pastoors roepen al lang niet meer op om niet op de SP.a te stemmen.

Toen er 100.000 werkende mensen – met veelal nog een redelijk en vast loon, een eigen woning en wagen – op straat stonden tegen het Generatiepact, negeerde de SP.a hen. Behoren die mensen dan niet tot de middengroepen waar Yves Desmet het over heeft? Horen de verpleegkundigen, leerkrachten die al jaren steen en been klagen over de werkdruk en onderbetaling niet tot de natuurlijke achterban van de SP.a?

Wat met de meer dan 40.000 ambtenaren op het departement Financiën, die al meerdere decennia met lede ogen moeten toekijken hoe hun departement wordt verwaarloosd? Wie en waar, kortom, zijn de middengroepen waar de SP.a zich volgens Yves Desmet op moet richten?

Formele logica

Janssens en Desmet stellen: “omdat de SP.a geen stemmen heeft verloren aan partijen links van haar is dit een teken dat de partij eerder te links was, dan te rechts”. Daarmee hanteren ze een wel erg formele logica. Je hoeft maar 5 minuten op straat te staan om een handvol mensen te ontmoeten die op Lijst Dedecker of Vlaams Belang heeft gestemd omdat ze zich door de traditionele partijen, en met name de sociaal-democratie, in de steek gelaten voelen.

Wat is de meerwaarde anno 2007 nog van de SP.a voor de doorsnee werkende Vlaming? Zelfs het ABVV kan dat niet uitleggen aan haar leden. De SP.a heeft haar natuurlijke achterban gedumpt en haar socio-economische kernthema’s verwaarloosd om nieuwe electorale doelgroepen aan te boren, maar die nieuwe doelgroepen vormen geen stevige electorale basis. Dat kan dus goed uitpakken met verkiezingen en slecht.

Het advies van Desmet is om de “modernisering” van de partij verder te zetten en volledig te breken met het verleden en de klassieke achterban. De ene keer per jaar dat SP.a-politici nog een volkshuis binnenstappen is er blijkbaar teveel aan. Het probleem van de SP.a is misschien eerder dat ze al 10 jaar luisteren naar mensen als Desmet.

Het rapport zelf is op het eerste gezicht ook genuanceerder en wijst op een aantal problemen waar we met o.a. LSP reeds eerder op hebben gewezen:

“Het hervormingsbeleid en de moderniseringskoers hebben de vertrouwensbreuk met de traditionele achterban vergroot. Vooral die groepen kiezers die zich al bedreigd voelden door de toenemende migratie en economische globalisering, begonnen de centrum-linkse regeringen steeds meer te wantrouwen.

De sociaal-democratie kwam hier zelfs in een dubbele vertrouwensbreuk, want zij die de welvaartsstaat principieel erg belangrijk vonden, beschuldigden centrum-links van de uitverkoop van die welvaartsstaat. Van een socialistisch regeringsleider wordt net dat iets meer verwacht. En terecht.

De verbreding van de partij van een traditionele arbeidersachterban naar een meer stedelijk hoog opgeleide groep heeft geleid tot een duale achterban. De verschillende groepen vergen een andere aanpak, want ze stellen andere prioriteiten, hechten belang aan andere thema’s, gebruiken andere media en hebben een eigen taalgebruik. De partij heeft nog geen goede manier gevonden om met die dualiteit om te gaan.”

Het is vreemd dat een intellectueel als Desmet een figuur als Stevaert naar voor schuift als een uitdrager van het “moderne” socialisme. Wat is de intellectuele bijdrage van iemand als Stevaert aan het socialisme? Een paar kookboeken en plat populistische one liners die meestal nergens op slaan. Zijn uitspraken als “het socialisme zal gezellig zijn, of niet zijn” of “socialisme is wat goed is voor de mensen” het nieuwe, wervende verhaal waarmee de SP.a terug een aanhang en kiezers moet verkrijgen?

Enkel de uitbouw van een nieuwe arbeiderspartij, met een actieve basis en een echt socialistisch programma, kan de mensen die zich nu hebben afgekeerd van de politiek, terug een perspectief bieden in de strijd voor een andere maatschappij.

Leave a Reply