Proces-Dutroux: een symbooldossier

HET PROCES-Dutroux roept veel herinneringen op uit een van de politiek meest woelige periodes van de laatste 10 jaar. Ministers sneuvelden over de zaak, het gerechtelijk apparaat wankelde, de bevolking was woest en kwam op straat… Nadien was er zelfs sprake van “politieke vernieuwing”. Vandaag, 8 jaar later, is het nog altijd een symbooldossier dat het wantrouwen in het gerecht en de politiek onder de bevolking uitdrukt.

Bart Vandersteene

Bij velen, en niet in het minst de ouders en slachtoffers, heerst een gevoel dat de volledige waarheid nooit aan de oppervlakte zal komen. Waren er netwerken? Wat was de rol van Nihoul? Vanuit welke kringen kreeg Dutroux bescherming? Hoe vallen de vele “blunders” in het dossier te verklaren? Op veel van deze vragen zal er wellicht geen antwoord komen.

De witte week van verzet

Vanuit de elite wordt de zaak met argusogen gevolgd. De gebeurtenissen in de week voor de Witte Mars staan in het geheugen gegrift. Toenmalig Minister van Justitie Stefaan De Clerck gaf enkele weken geleden, in het programma Ter Zake, commentaar bij de gebeurtenissen tussen 15 en 20 oktober 1996. De televisiebeelden toonden werknemers die het werk neerlegden en op straat trokken, een bijna bestorming van het Brusselse justitiepaleis, tienduizenden jongeren die de scholen verlieten en in betogingen door grote en kleinere steden liepen. De Clerck beschreef de situatie als “revolutionair”. Het was zeker en vast een uiting van de enorme woede onder de bevolking, die niet langer de organisatie van de samenleving wou overlaten aan de politieke en gerechtelijke macht.

De crisis bevestigde ook dat het kapitalisme een klassensysteem is met tegengestelde belangen tussen het patronaat, en haar politieke vrienden, en de werkende bevolking. Termen als “klassenjustitie” werden meegedragen op spandoeken en borden. Maar op dat moment was er nog geen duidelijk alternatief aanwezig in het bewustzijn van degenen die op straat kwamen.

De meeste protesten kwamen vrij spontaan tot stand. Enkel in Gent was er sprake van een zekere organisatie. De toenmalige studenten van Militant Links (vandaag LSP) waren in staat om via de Actief Linkse Studenten en de Studentenvakbond een oproep te verspreiden onder scholieren, studenten en arbeiders en hun gezinnen. We riepen op voor een gezamenlijke betoging op vrijdag 18 oktober, met de slogan “het systeem is rot tot op het bot” en als resultaat 25.000 betogers.

Het keerpunt: de Witte Mars

Alles werd uit de kast gehaald om de beweging te smoren, ook het koningshuis. Volgens De Clerck “speelde het koningshuis een cruciale rol: ze zorgden mee voor het kantelmoment dat de beweging haar serene witte karakter gaf.” Op de Witte Mars was politiek verboden. Een aantal leden van LSP-MAS werden opgepakt en tot ’s nachts vastgehouden omwille van het verspreiden van pamfletten. Na de Witte Mars viel de beweging volledig plat. Het ongenoegen was niet verdwenen, maar wel de mobilisatiekracht. De familie Russo, die later nog nauw betrokken was bij het arbeidersverzet in Clabecq, dreigde nog met een Rode Mars op Brussel. Maar ze konden dit natuurlijk op hun eentje niet waarmaken.

Is er veel veranderd?

Zogezegd wel, maar in de realiteit weinig. Er kwam een eenheidspolitie, er werd geschermd met de rechten van slachtoffers, er werden justitiehuizen opgericht en er kwam “politieke vernieuwing” via witte comités, ID 21, PNPB,… Het vertrouwen van de bevolking in justitie en politiek is er niet op vooruit gegaan sindsdien, integendeel. Voor socialisten staan instellingen als het gerecht en de politiediensten niet los van de manier waarop de samenleving is georganiseerd. Dit betekent dat de strijd voor een rechtvaardige justitie niet kan losgekoppeld worden van de strijd voor een andere, socialistische samenleving.

Delen: Printen: