Breekijzer voor sociale afbraak

Uitbreiding Europese Unie:

OP 1 MEI is het zover: op die dag treden 10 nieuwe, Oost-Europese landen toe tot de Europese Unie. Die zal dan 25 leden tellen. Wat kunnen arbeiders en jongeren hiervan verwachten?

Peter Delsing

"Europa" gaat vandaag volledig boven de hoofden van de gewone bevolking. 8 op de 10 inwoners van de EU zegt nauwelijks of niet goed geïnformeerd te zijn over de uitbreiding van de EU. 84% voelt zich "helemaal niet" of "niet veel" betrokken. In België zou maar 49% voorstander zijn van de uitbreiding.

Hoeveel bedrijven hebben de afgelopen jaren niet hun productie geheel of gedeeltelijk naar Oost-Europa verlegd? In de kandidaat-lidstaten ligt het gemiddelde inkomen op maar liefst 35% van de huidige EU-landen. In Polen – met zijn 38 miljoen inwoners het belangrijkste toetredende land – ligt het gemiddelde maandloon op 460 euro. De levensstandaard is er ingestort na de herinvoering van het kapitalisme en de ontmanteling van de planeconomie – ook al werd die gecontroleerd door een inefficiënte en bureaucratische eenpartijstaat.

De West-Europese ondernemers zagen in Oost-Europa een nieuwe invloedsfeer: een wingewest van goedkope, maar dikwijls hooggeschoolde arbeidskrachten. Het is ook een afzetmarkt van bijna 80 miljoen inwoners. Het effect hiervan is echter beperkt. Het aantal inwoners van de EU mag na 1 mei met 20% toenemen, de waarde van de totale productie (het BBP van de EU) doet dat maar met 5%.

Die armoedige omstandigheden wil de burgerij nu als breekijzer gebruiken tegenover de West-Europese arbeiders. Dit is ongetwijfeld een van de belangrijkste doelstellingen van de uitbreiding: hakken in de voorzieningen van alle arbeiders.

In De Standaard werd recent een verlaging van de lonen voorgesteld om delokalisatie van bedrijven te vermijden: "Aangezien zo’n loonsverlaging moeilijk door te voeren valt, is het wenselijk dat de West-Europese landen hun uitkeringsstelsel herzien ten einde de noodzakelijke loonflexibiliteit voor laaggeschoolde werknemers mogelijk te maken." (DS, 17/2/2004) In mensentaal: de uitkeringen voor werkloosheid verlagen, om vervolgens "Oost-Europees" in onze lonen te snoeien. Enkel strijdbare vakbonden en arbeiderspartijen die zowel in Oost als West onze jobs en leefomstandigheden verdedigen, zijn hier een efficiënt antwoord op.

Ongetwijfeld zullen de huidige EU-lidstaten door een gecontroleerde migratie proberen om de lonen en arbeidscondities van de arbeiders hier onder druk te zetten. Volgens een recente peiling gelooft 70% van de bevolking bij de nieuwe landen dat hun jobkansen in een andere EU-lidstaat zullen stijgen. Slechts 30% gelooft dat de eigen welvaart zal toenemen door EU-lidmaatschap.

De meeste huidige lidstaten leggen beperkingen op aan de migratie uit Oost-Europa. Ze vragen werkaanbiedingen, voeren quota’s in,… Denemarken en Groot-Brittannië willen bovendien het recht op sociale zekerheid inperken voor nieuwkomers. Dit is een gevaarlijk voorwendsel. Het zou een grote fout zijn voor arbeiders om hierin mee te stappen. Het verzwakt ons tegen de echte schuldigen voor de crisis: het patronaat en de regering. We moeten volledige gelijke rechten eisen voor alle arbeiders, migrant of geen migrant. Migranten moeten in vakbonden worden georganiseerd en illegaliteit – een voedingsbodem voor onderbetaald zwartwerk – bestreden. Enkel zo kunnen we de noodzakelijke eenheid creëren om onze lonen en sociale rechten te verdedigen in een gezamenlijke strijd tegen het patronaat. Bij verdeeldheid tussen de arbeiders verliezen we uiteindelijk allemaal.

De uitgebreide EU zal een erg wankele constructie zijn. De euforie is voorbij. Een nieuwe periode van klassenstrijd zal dit Europa van de bazen in de touwen leggen. In Polen, Tsjechië en Hongarije – de belangrijkste toetreders – vertraagden de "hervormingen", uit schrik voor een sociale terugslag.

De burgerij vreest dat Polen een ineenstorting naar Argentijns model tegemoet gaat. De steun voor de sociaal-democratische SLD is van 41% in de verkiezingen van 2001 teruggevallen naar 13% in de peilingen vandaag. De werkloosheid ligt op 20%, corruptieschandalen tieren welig. Het begrotingstekort dreigt dit jaar rond 6% van het BBP te hangen – 3% is de norm om de euro in te voeren.

Na protesten van de vakbonden en gepensioneerden werd een reeks van besparingen, onder meer in de pensioenen, uitgesteld. Acties van mijnwerkers en spoorarbeiders kregen meer geld los van de Poolse regering. Nu wil de regering een besparingsplan van 6,8 miljard euro tegen 2007 erdoor duwen. De groei van de laatste jaren ging aan de massa van de bevolking voorbij. In Hongarije werd het begrotingstekort in januari ook al geschat op 5,6% van het BBP, de financieminister verloor er zijn job bij.

Bouw samen met de LSP aan een alternatief dat niet gebaseerd is op verdeel- en heers en een kleiner wordende koek voor de massa van de bevolking. Laat ons gaan voor een algemeen optrekken van de levensstandaard door de winsten van de grote bedrijven in gemeenschapsbezit te nemen, op basis van democratische arbeiderscontrole in de bedrijven. Enkel een verenigd socialistisch Europa kan hiervoor de voorwaarden scheppen.

Delen: Printen: