Home / Belgische politiek / Communautaire kwestie / En de arbeidsmarkt, wilt u die in het Nederlands of het Frans?

En de arbeidsmarkt, wilt u die in het Nederlands of het Frans?

Dit is nogmaals een standpunt over het communautaire opbod. Er zijn natuurlijk belangrijker zaken, maar wij bepalen de politieke agenda niet. Wat dat betreft zijn we grotendeels afhankelijk van de verklaringen en het beleid van de traditionele partijen.

Stéphane Delcros

Daar wordt momenteel druk gediscussieerd over tewerkstelling. Uiteraard is dat een absolute prioriteit. Maar de traditionele partijen hebben het niet over hoe er meer jobs tot stand kunnen komen. Neen, het gaat steevast over de regionalisering van de arbeidsmarkt. Yves Leterme (CD&V) stelde dat wie zich tegen een dergelijke regionalisering verzet, een gevaar vormt voor het land.

Leterme stelt dat hij de Waalse werklozen wil “helpen”. Hoe dacht hij dat te doen? Door het budget voor de werkloosheidsuitkeringen in functie van de tewerkstellingsgraad per regio te bekijken. Met andere woorden: als de werklozen maar hard genoeg aangepakt worden en in de miserie geduwd worden, zullen ze wel rap werk vinden. Johan Vande Lanotte (SP.a) is eveneens voorstander van een regionalisering van de arbeidsmarkt, omwille van de zogenaamde kloof tussen het noorden en het zuiden van het land. Dat er ook binnen die regio’s grote verschillen zijn, wordt niet aangehaald. En hoe een regionalisering zou leiden tot een beter tewerkstellingsbeleid, kan eveneens niemand zeggen.

Elio Di Rupo is net zoals de patroonsfederatie VBO gekant tegen een regionalisering. Di Rupo stelt dat er ook in Wallonië hard wordt opgetreden tegen werklozen. In 2006 werden 7.000 Waalse werklozen gesanctioneerd, dat zijn er meer dan in Vlaanderen en Brussel samen. Dat noemt Di Rupo een “doeltreffend” optreden.

Het maakt meteen duidelijk dat er hier en daar wel beperkte verschillen zijn in de aanpak van Franstalige en Nederlandstalige politici, maar over de kern van de zaak zijn ze het eens. De arbeiders en hun gezinnen moeten het gelag betalen, of ze nu werk hebben of niet.

De zogenaamde oppositie van de christen-democraten spreekt zich evenzeer uit voor nieuwe lastenverlagingen voor de bedrijven, ook al bedragen de belastingen voor bedrijven vandaag slechts 33%. Milquet van de Franstalige christen-democraten wil een hardere aanpak van de werklozen onder het mom van “begeleiding”.

Er zijn zeker verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië (en Brussel), maar binnen deze gemeenschappen bestaan er evenzeer grote verschillen. Voor een vacature in Luik zijn er gemiddeld 43 sollicitanten, in La Louvière zijn dat er 130. Met dergelijke cijfers zou het ons verbazen dat een harde repressie van werklozen er plots toe zou leiden dat ze jobs vinden die niet bestaan.

De vakbonden verzetten zich terecht tegen de regionalisering van de arbeidsmarkt, maar wat stelt de vakbondsleiding voor op het vlak van de strijd tegen werkloosheid? Op dat vlak blijft het bijzonder stil.

Tegenover de regionalisering van de arbeidersmarkt, stellen wij de noodzaak van arbeidsduurvermindering zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen. Hoe zou dat betaald worden? Middelen zijn er genoeg, denk maar aan de 27 miljard euro winst van 18 van de bedrijven die op de Bel-20 beurs genoteerd staan. In plaats van die middelen te gebruiken voor een politiek in het belang van de arbeiders en hun gezinnen, verdwijnen ze nu in de zakken van de aandeelhouders.

Leave a Reply