Werkende bevolking niet vertegenwoordigd

Amerikaanse presidentsverkiezingen:

DE ECONOMISCHE en politieke ontwikkelingen in de VS hebben belangrijke gevolgen op wereldvlak. Vandaar de bijzondere aandacht die vandaag uitgaat naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De agressieve politiek van het Amerikaanse imperialisme werd verpersoonlijkt door Bush. Daarom zal zijn al dan niet herverkiezing met veel spanning worden bekeken. Een nederlaag voor Bush begin november 2004 zal vreugde teweeg brengen bij onderdrukte lagen op wereldvlak. In de VS zal het een zucht van opluchting teweegbrengen bij een groot deel van de bevolking. Die hopen dat met een andere president er opnieuw meer aandacht zal komen voor de Amerikaanse arbeiders en hun gezinnen en dat het groeiende anti-Amerikanisme in de wereld zal keren.

Bart Vandersteene

VS: economische reus op wankele benen

De oorlog in Irak bevestigde een zekere tendens waarbij we zogezegd evolueerden naar een wereld met één grote super-macht, de VS, die politieman van de wereld zou spelen. De economische basis voor deze politiek is echter niet aanwezig en steunt, zoals we reeds eerder stelden, op de creatie van verschillende zeepbellen die ooit moeten spatten.

De uitzonderlijk langgerekte economische groei van de jaren ’90 was hoofdzakelijk gebaseerd op het stimuleren van de binnenlandse consumptie, met een enorme schuldopbouw als gevolg. Eerst was er de hype op de beurzen, die het gevoel van rijkdom wijd verspreidde in de Amerikaanse samenleving. Door de aankoop van IT-aandelen die snel in waarde stegen kon elke Amerikaan eindelijk de "American Dream" waarmaken. In een opiniepeiling van eind 1999 stelde 19% van de Amerikanen dat ze tot de 1% rijksten behoorden. 20% dacht deze positie ooit te bereiken.

Deze zeepbel is ondertussen gespat en heeft vele Amerikanen met de voeten terug op de grond gezet. Dit had natuurlijk gevolgen voor de Amerikaanse economie. Plots bleek de rijkdom van de Amerikanen niet meer zo groot te zijn. Velen waren leningen aangegaan om die aandelen te kunnen kopen. Om de economische crisis voor zich uit te duwen, besliste de overheid om de rente te laten dalen naar een historisch dieptepunt van 1%. Dit betekent dat men ten allen koste wou vermijden dat de Amerikaan zou stoppen met consumeren en zou beginnen sparen. De spaarquote bedroeg in december 2003 1,3%. Dit betekent dat van het totale inkomen van alle Amerikanen slechts 1,3% gespaard wordt. In België ligt dit op 14 à 15%. Enorme schuldenbergen bij de gezinnen zijn het gevolg. Er zijn reeds kwissen op de televisie, waarbij de inzet de kwijtschelding van je schulden is.

Naast de renteverlaging heeft de administratie nog andere middelen gebruikt om die consumptie zolang mogelijk te rekken. Enerzijds was er de enorme belastingverlaging voor de rijken en ook de belastingverlaging voor de werkgevers bij tewerkstelling. Maar er zijn slechts weinig jobs bijgekomen. Tijdens de ambtstermijn van Bush zijn er bijna 3 miljoen jobs verloren gegaan in de industrie. Belastingsverlagingen voor de patroons creëren geen jobs. Dit is de harde ervaring die vandaag overal ter wereld wordt opgedaan. Een bureau rekende uit dat Bush i.p.v. die belastingverlaging het geld ook had kunnen aanwenden om 2,5 miljoen Amerikanen putjes te laten graven en nog eens 2,5 miljoen om die putjes weer dicht te doen. Dan hadden die 5 miljoen Amerikanen ten minste nog een degelijk inkomen gehad. De minderinkomsten voor de overheid worden natuurlijk gecompenseerd door zware besparingen op het vlak van sociale voorzieningen en een groeiende kloof tussen arm en rijk.

De VS proberen nu een deel van hun crisis te exporteren door de waarde van de dollar te laten dalen. Dit is in het voordeel van de eigen bedrijven, omdat hun producten uitgedrukt in dollars goedkoper worden en er dus een stimulans komt voor de export.

Elk manoeuvre dat vandaag ondernomen wordt, creëert nieuwe problemen voor de wereldeconomie. Het is slechts een kwestie van tijd vooraleer de volledige zeepbel zal barsten.

Kerry vs Bush/Edwards vs Bush? De elite wint altijd

Het lijkt erop dat John Kerry de Democratische kandidaat zal worden in november om Bush van de troon te stoten. In hun keuze voor Kerry hebben de Democratische kiezers niet de standpunten van de kandidaten laten doorwegen, maar wel welke kandidaat het best in staat zou zijn om Bush te verslaan.

Volgens een laatste opiniepeiling van de televisiezender ABC zou Kerry 52% en Bush 43% van de stemmen halen, mochten de presidentsverkiezingen nu plaatsvinden. Maar de vraag die moet gesteld worden is of Kerry als president een verschil zou betekenen in het beleid van de VS. Mischien zal de façade minder agressief overkomen, maar fundamenteel zal er niets veranderen. Kerry stemde, bijvoorbeeld, voor de oorlog in Irak.

John Kerry werd multimiljonair nadat hij trouwde met de weduwe uit het Heinz (ketchup)-imperium. Hij studeerde aan de Yale-universiteit, zoals Bush, en was er net als Bush lid van de eliteclub "Skull and Bones", een vereniging die werd opgericht in 1832 en waarvan de oprichters allemaal in de slavenhandel actief waren. Ondertussen is het uitgegroeid tot een geheim genootschap waar je enkel lid van wordt na een grondig onderzoek van de familiebanden, de bloedlijn en het vermogen. Elk jaar worden slechts 15 nieuwe leden toegelaten. John Kerry was één van hen in 1966, Bush in 1968. De leden zweren eeuwige trouw aan het genootschap en haar leden, de "Bonesmen".

Kerry is 20 jaar lang senator geweest voor Massachusetts. In die 20 jaar heeft hij geen enkele opmerkelijke bijdrage geleverd voor de werkende bevolking. Integendeel, hij was telkens een groot voorstander van vrijhandel, liberalisering,… Zijn naam wordt vandaag meer en meer in verband gebracht met corruptieschandalen met grote bouwfirma’s en consequente belangenbehartiging van big business.

De meerderheid van de bevolking op wereldvlak heeft niets te winnen tijdens deze verkiezingen. Of zoals Michael Colby van Wild Matters het beschreef: "Als u het vrolijke gegiechel van achter het gordijn – dat politieke elites van de zuivere massa’s afschermt – hoort, dan bent u niet alleen. Er is een feestje aan de gang en wij zijn niet uitgenodigd. (…) George Bush tegenover John Kerry is een droomscenario voor die personen die men de machtselite noemt, die strakke kleine club van economische, politieke en militaire leiders die echt over de natie beslissen."

Even leek het erop dat Howard Dean met zijn sterk anti-Bush en anti-oorlog imago als "radicalere" Democraat zou winnen. Maar Dean verslikte zich in zijn eigen imago. Hij bleek evenzeer deel uit te maken van de economische en politieke elite als de andere kandidaten. Maar zal een Democratische kandidaat een verschil betekenen? Of anders: is de Democratische Partij een instrument waarmee de Amerikaanse arbeiders en jongeren hun belangen kunnen verdedigen?

Michael Moore beantwoordt die vraag in zijn boek Stupid White Men als volgt (pag. 239): "Is er een verschil tussen de Democraten en de Republikeinen? Ja hoor. De Democraten zeggen het één en doen het andere – achter de schermen stiekem handje in handje zitten met de smeerlappen die deze wereld viezer en gemener maken. De Republikeinen doen het open en bloot en geven de smeerlappen een hoekkantoor in de westelijke vleugel van het Witte Huis. Dàt is het verschil. Je zou kunnen zeggen dat het slechter is om iemand te vertellen dat je hem gaat beschermen en hem vervolgens berooft, dan hem meteen te overvallen."

De Democratische Partij wordt ook wel eens het kerkhof van de sociale bewegingen genoemd. Door de logica toe te passen van "het minste kwaad" (voor de Democraten stemmen om de Republikeinen te verslaan) leggen ze elke beweging lam die via mobilisatie probeert om verandering af te dwingen. Want elke kritiek op de Democraten verzwakt hun electorale positie. En we willen toch geen Republikein verkozen zien!

Deze vicieuze cirkel moet doorbroken worden. Dit kan enkel door een massale beweging op straat uit te bouwen, onafhankelijk van de Democraten. Zo’n beweging zal snel tot de conclusie komen dat een eigen politiek verlengstuk noodzakelijk is om de strijd succesvol aan te gaan.

Ook Nader is kandidaat

Tijdens de presidentsverkiezingen van 2000 haalde Nader 2,8 miljoen stemmen als onafhankelijke op het ticket van de Groenen. Na lang twijfelen heeft Ralph Nader dan toch beslist om deel te nemen aan de presidentsverkiezingen van 2004. Ook nu heeft Nader heel wat potentieel ondanks het feit dat de Groenen wellicht zullen oproepen om voor de Democraten te stemmen. Er is ruimte voor een radicale politiek die de belangen van de Amerikaanse arbeiders en jongeren wil verdedigen. 50% van de bevolking zal wellicht niet gaan stemmen. Ze koesteren geen enkele hoop dat een Democratische president voor hun leef- en werkomstandigheden een echt verschil zal betekenen.

Nader heeft vele zwakheden. Hij maakt geen duidelijke keuze tussen de arbeiders en het patronaat. Sinds de vorige verkiezingen is hij zo goed als van het toneel verdwenen. Maar een onafhankelijke kandidatuur kan die krachten in de samenleving bijeenbrengen die de noodzakelijke stap zetten om een nieuwe partij op te bouwen. Het is de taak van socialisten om die processen te stimuleren en tegelijkertijd een socialistisch programma naar voor te schuiven. Dat is de rol die Socialist Alternative, onze Amerikaanse zusterorganisatie, vandaag speelt.


Interessante literatuur:

  • Michael Moore, Stupid White Men
  • Suzy Hendrikx, Een deuk in de Amerikaanse droom
  • Thomas Friedman, Longitudes and Attitudes
  • Michael Moore, Dude where’s my country

Verkrijgbaar bij LSP/MAS:

  • Howard Zinn, A people’s history of the United States
  • Why we need a Labor Party (brochure van Socialist Alternative)
Delen: Printen: